Gebroeders Dardenne verwerpen term genocide in Gaza alsook culturele boycot van Israël

De gebroeders Dardenne (foto: Georges Biard)

De Belgische cineasten Jean-Pierre en Luc Dardenne, alom befaamd, geprezen en meermaals gelauwerd voor hun werk, hebben in een interview met de linkse Israëlische krant Ha’aretz hun standpunt toegelicht met betrekking tot Israël, de oorlog in Gaza, het gebruik van de term “genocide” en de oproepen tot culturele boycot.

Henri Jakubowicz

Het gesprek met de twee broers kwam er naar aanleiding van de vertoning van “Jeunes mères”, hun jongste film, in de Israëlische bioscopen, na zijn programmering op het festival van Jeruzalem. De film kwam in het Heilige Land pas eind december in omloop, vandaar de vertraagde verschijning van hun interview dat begin september al via videoverbinding was afgenomen. De oorlog in Gaza was toen nog niet beëindigd. Enkele dagen na het onderhoud verscheen een petitie ondertekend door meer dan 1.300 filmprofessionals (later, met nog meer petities, aangedikt tot 8.000), onder wie acteurs Mark Ruffalo, Olivia Colman, Javier Bardem en Tilda Swinton, waarin ze de verbintenis aangingen om niet meer samen te werken met Israëlische filminstellingen “betrokken bij volkerenmoord en apartheid jegens het Palestijnse volk”, en voorts om hun eigen films niet meer in Israël te vertonen, en niet samen te werken met producenten en omroepen in Israël. Kortom, ze riepen op tot een cinematografische boycot.  

Onder die duizenden namen viel die van de Dardennes niet te bespeuren. Des te opmerkelijker omdat dit inging tegen de verwachtingen van velen. Gezien hun parcours staan de broers Dardenne immers al decennialang bekend als uitgesproken sociale en humanistische filmmakers, gevoelig voor onderdrukking, ongelijkheid en structureel geweld, of dat nu uitgebuite arbeiders betreft,  gemarginaliseerde jongeren, migranten zonder papieren of vrouwen in precaire situaties. Ze hebben voorts ook meermaals duidelijk stelling genomen tegen autoritaire regimes.

Dat engagement bleek bijvoorbeeld in 2023 uit hun houding tegenover Iran. De broers eisten toen dat het Fajr International Film Festival in Teheran hun film “Tori et Lokita” uit het programma zou schrappen, nadat zij bij toeval hadden ontdekt dat hun werk zonder hun persoonlijke toestemming was geselecteerd. In een gezamenlijke verklaring lieten zij geen enkele dubbelzinnigheid bestaan: “We hebben zojuist vernomen dat onze film “Tori et Lokita” is opgenomen in de selectie van het Fajr-festival in Teheran. Wij eisen dat de film onmiddellijk wordt verwijderd uit het festivalprogramma, een uitstalraam  van een dictatoriaal en moorddadig religieus regime dat wij veroordelen.”

Redelijk was dus de veronderstelling in linkse middens  dat de broers zich ook zouden aansluiten bij éénvan de petities waarin Israël wordt aangeklaagd voor zijn optreden in Gaza. In het aangehaalde interview blijkt waarom zij zich onthielden, met name omdat zij menen dat zulke verklaringen de weg naar vrede niet openen maar juist blokkeren: “In veel Europese landen beschuldigt men Israël er vandaag van een genocide te plegen in Gaza. Daar verzet ik mij tegen,” zegt Luc Dardenne (71) expliciet, waarbij hij zijn bezwaar als volgt motiveert: “Ik verzet mij omdat ik meen dat de ware toedracht der feiten pas in de toekomst duidelijk wordt, pas dan zullen we het oordeel van rechters en historici kennen. Maar in dit stadium, vandaag, Israël beschuldigen van genocide ondermijnt de kans op vrede. De echte weg naar vrede loopt langs wederzijdse erkenning: Israël moet een Palestijnse staat erkennen en een Palestijnse staat moet Israël erkennen, net als de andere Arabische landen. Dat kan het einde van de oorlog inluiden. Beweren daarentegen dat een genocide zich voltrekt is een zeer zware beschuldiging. Deze leidt niet alleen tot de afstoting van Israël, maar moedigt helaas ook antisemitische krachten aan die door zulke uitspraken enkel maar gesterkt worden”.

Broer Jean-Pierre, de oudere van de twee (74), verduidelijkt dat het duo geen verzoek kreeg om “Jeunes mères” niet in Israël te vertonen. In zijn optiek maakt deze film juist deel uit van de strijd tegen het globale geweld. Ook al heerst het gevoel dat het geweld in de wereld alleen maar toeneemt, toch vormt een boycot in geen geval een oplossing, vindt hij: “Integendeel, we moeten blijven spreken. Zoals elke democratische samenleving bestaat de Israëlische samenleving uit een veelheid aan stemmen, en niet alle zijn het eens met de regering. Films, theater en boeken kunnen het publieke debat verrijken, zelfs als ze niet rechtstreeks over het conflict gaan. Onze film als een antwoord op het escalerende geweld voordragen zou te pretentieus zijn, maar hij plaatst wel tederheid, liefde voor het leven en bescherming van het leven centraal, en vormt zo een tegengewicht voor wat aan het gebeuren is. Zoiets vind ik een van de manieren voor kunst om te reageren op het geweld rondom.”

Luc pikt in: “Ik geloof dat een kunstwerk nooit haatdragend kan zijn. Vanzelfsprekend telde de geschiedenis films die haat predikten, zoals de antisemitische films in nazi-Duitsland, maar een echt kunstwerk moet de dialoog vorderen, de ontmoeting met de ander, en streven naar de wil om samen te leven.”

De gebroeders Dardenne, twee van de meest gerespecteerde filmmakers in de hedendaagse Europese cinema, onthielden zich sinds 7 oktober van directe publieke uitspraken over Israël. Wanneer hen hiernaar wordt gevraagd in Haaretz, gaan ze het thema niet uit de weg, en wringen ze zich niet in bochten om een antwoord te formuleren. Ze geven hun mening met het zelfvertrouwen van mensen die al het hoogtepunt van hun carrière hebben bereikt, talloze prijzen en onderscheidingen hebben gewonnen en zich in een positie bevinden waarin ze zonder vrees hun mening kunnen uiten.

Luc vertelt dat hij kort na de terreuraanslag van Hamas een Israëlische vriend aan de lijn had: “Hij werd direct na 7 oktober opgeroepen als reservist. Ik belde hem op 8 oktober, hij zei tegen me: ‘Luc, we moeten iets doen. We kunnen niet passief blijven na wat er is gebeurd. Met de regering die we hebben, zal de reactie weliswaar niet op de juiste manier gebeuren, maar dit maakt deel uit van de tragedie waarin we beland zijn’. Hij zei ook tegen me: ‘Ik trek ten strijde, ook al weet ik dat de oorlog ingewikkeld en smerig wordt vanwege de regering die we hebben. Maar we hebben geen uitweg, we moeten reageren‘. Het jammeren van zijn vriend toen maakte grote indruk op Luc Dardenne, blijkt: “Hij beschreef deze situatie als een echte tragedie, en dat is me de hele tijd bijgebleven, het besef dat je moet reageren, dat je tot actie wordt gedwongen, terwijl je tegelijkertijd weet dat met jouw regering die reactie wel eens heel slecht zou kunnen uitdraaien. Dat laat me niet los sindsdien.”

Dat besef brengt hem ertoe om zijn afkeuring te uiten van morele oordelen geveld vanop afstand: “Het is heel gemakkelijk om vanaf de zijlijn advies te geven, en in Europa doen we dat soms maar al te graag. Doch zolang we ons zelf niet in een oorlogsituatie bevinden, heb ik niet het recht om raad te geven, of van anderen die wel in oorlog zijn te eisen dat ze zich op een bepaalde manier gedragen.”