Edegem herdenkt slachtoffers van Tweede Wereldoorlog met plaatsing van acht struikelstenen

De Nationale Strijdersbond (NSB) – Afdeling Edegem, Lokaal bestuur Edegem en Streekvereniging Zuidrand nodigden iedereen uit om de plaatsing van acht struikelstenen in Edegem bij te wonen. Op vrijdag 6 februari, werden ’s middags aan de De Burletlaan 24 te Edegem, gestart met het plechtig plaatsen van de struikelstenen.
De plaatsingen werden begeleid door verhalen van de slachtoffers, gebracht door nabestaanden en leerlingen van Blix, onderdeel van GO! Technisch Atheneum de Vinci – Edegem. De plechtigheden werden opgeluisterd door de muzikale begeleiding van Oscar Bohnen en Bart Van Istendael.

Het Project
80 jaar geleden kwam een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Met het project STOLPERSTEINE (Ned. struikelstenen) wil de stichting STOLPERSTEINE, onder initiatief van kunstenaar Gunter Demnig, de burgerslachtoffers van het nationaalsocialisme in ere blijven herdenken.
Doorheen heel Europa zijn er op minstens 1860 plaatsen struikelstenen terug te vinden. In 2021 begon ook district Deurne met het plaatsen van struikelstenen. Een initiatief dat zich verspreidde over heel Antwerpen, waar intussen minstens 265 stenen geplaatst zijn. Aan het begin van 2025 waren er in de Antwerpse Zuidrand echter geen stenen geplaatst.
Nochtans hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog ook in de Zuidrand vele mensen in verzet of vervolging het leven gelaten. In samenwerking met de Nationale Strijdersbond (NSB) – Afdeling Edegem, Mortselse Heemkundige Kring, Kring voor Heemkunde Aartselaar, en Kazerne Dossin, werd er een onderzoek opgesteld om de verhalen en adressen van deze slachtoffers te achterhalen.
Intussen zijn er reeds 19 struikelstenen geplaatst in Aartselaar en Mortsel. Nu kwam ook Edegem aan de beurt. In totaal werden er, in Edegem, op 6 februari, 8 stenen geplaatst, verspreid over vijf adressen.
Wat is een struikelsteen?
Laat je vooral niet afschrikken door de naam “struikelsteen”. Deze vierkante stenen van 96mm x 96mm groot worden zorgvuldig in de voetpadtegels verwerkt zodat deze geen struikelgevaar vormen. De stichting zegt dan ook: “Mann fällt nicht über die Stolpersteine, du stolperst mit dem Kopf und dem Herzen”. Je struikelt dus met je hoofd en je hart.
Hoe begin maart 1943 leden van de Sipo-SD vier Joden oppakken in de Lentelei 35 te Edegem
In 2005 ontdek ik (nvdr historicus Jan Maes) een tot dan toe nog niet bestudeerd netwerk van 15 gereformeerde protestanten uit het Antwerpse en Korbeek-Lo die 29 Joden hadden proberen te redden.
22 van hen zouden dankzij het door de uit Nederland afkomstige, succesvolle protestantse ondernemer Klaas Sluys uitgebouwde netwerk de oorlog ook effectief overleven, maar zeven Joden overleven het niet. In de nacht van 30 op 31 januari 1943 was de Gestapo al binnengevallen in het huis van Sluys in de
Heuvelstraat in Boechout en had daar vijf Joden opgepakt.
Ook Sluys werd opgepakt, maar in tegenstelling tot de naar Auschwitz gedeporteerde Joden overleefde hij zijn gevangenschap wel. Sluys had daarvoor ook al zijn gereformeerde geloofsgenoten Door Hendrickx en diens zoon Charles uit Edegem aangesproken om ook Joden te verbergen. Door en zijn vrouw Philomena Coenen verborgen uiteindelijk maar liefst tien Joden op de zolder van hun woning in de Drie Eikenstraat 59 te Edegem.
Paswerker Charles Hendrickx en zijn vrouw Yvonne Noë hadden in maart 1943 zelf reeds twee kleine dochtertjes. En toch besloten ook zij vier Joden te verbergen in hun huis in de Lentelei 35, namelijk het in 1938 vanuit Wenen naar België gevluchte echtpaar Israël ”Igo” Gross en Rosalie “Rosl” Berlstein, en de in de zomer van 1942 vanuit Nederland naar België gevluchte doktersvrouw en doktersassistente Sophia Bremer-Bremer en haar tweejarig dochtertje Karin.
Sophia’s man en haar ouders waren intussen al opgepakt en eind augustus en begin september al gedeporteerd. Wellicht ergens in de loop van oktober/november duiken Bremer en haar dochtertje onder bij Charles Hendrickx, evenals de Nederlandse koopman en bedrijfsleider in de textielindustrie Jonas Polak.
1 Zie Jan Maes, « Die Joden zijn bij mij per toeval gevonden » Hoe protestanten Joden redden in de omgeving van Antwerpen en Leuven (1942–1944), in Bijdragen tot de Eigentijdse Herinnering, 10 (2011) 271-317; https://journals.openedition.org/cmc/493

Jonas Polak © ARA
Polak en Bremer hadden hun juwelen en waardepapieren toevertrouwd aan de Vlaamse diamantkoopman Gustaaf De Schutter. Omdat begin maart 1943 Polak en Bremer van plan waren om naar het veiligere Brussel te trekken, vraagt Polak op 11 maart 1943 aan De Schutter om 60.000 Bfr. (nu ongeveer €60.000) terug te geven.
De Schutter wil dat eerst bespreken met Bremer en hij overtuigt Polak om hem daarvoor naar het voor hem tot dan toe onbekende onderduikadres van Bremer in de Lentelei 35 te Edegem te brengen. Maar De Schutter laat intussen zijn schoonzoon Alfons Van den Heurck hun virulent antisemitische vriend en voor de Gestapo werkende “Vertrauensmann” Louis Debra verwittigen. Een kwartier na de aankomst van Polak en De Schutter bij Charles Hendricx vallen de gewapende Debra en een Duits lid van de Gestapo in burger daar binnen. Debra stormt naar boven waar hij Polak, Bremer en De Schutter aantreft. Polak toont zijn vervalste identiteitskaart, maar De Schutter verraadt Polak. Debra arresteert Polak en Bremer.

Igo Gross en Rosalie Berlstein in 1939 © ARA
De Duitser opent het buitentoilet, waar hij de eerder aan de blonde kant zijnde en dus voor hem er niet-Joodse uitziende Rosl Berlstein ziet zitten, met “Entschuldigung” de deur terug sluit en de huiszoeking verderzet. Rosl kan ontsnappen (en zal niet meer worden opgepakt), maar de Duitser vindt en arresteert wel haar man Igo. Charles en zijn vrouw misleiden Debra door te doen alsof Karin Bremer hun dochtertje is. Charles zou normaal ook gearresteerd zijn geworden, ware het niet dat hij erin slaagt om te ontsnappen. Hij loopt onmiddellijk naar zijn ouders in de Drie Eikenstraat, waarop die de tien daar ondergedoken Joden onmiddellijk de deur wijzen.

De Vlaamse Jodenjagers Louis Debra en Felix Lauterborn, alias “het baardje” © ARA
De dag nadien komen Debra en de fanatiekste Vlaamse Jodenjager, Felix Lauterborn, terug om Charles te arresteren en nemen zij alvast de kleine Karin mee, van wie ze intussen tijdens de ondervragingen op het hoofdkwartier van de Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst (Sipo-SD) in de Della Faillelaan te Wilrijk waren te weten gekomen dat zij de dochter was van Sophia. Nog een dag later dreigen zij ermee om Yvonne op te pakken als haar man Charles zich niet aangeeft.
Die geeft zich aan op 17 maart en diezelfde dag vallen Debra en Lauterborn ook nog binnen bij zijn ouders, maar de vogels zijn intussen gevlogen. Twee dagen later wordt het ouderpaar Hendrickx alsnog opgepakt.
Charles en Door zullen respectievelijk toto 1 jaar en tot tien maanden dwangarbeid veroordeeld worden voor het verbergen van Joden, zullen verplicht moeten gaan werken aan de bouw van de Atlantikwall in Noord-Frankrijk, maar slagen erin om daar te ontsnappen, naar België terug te keren en hier onder te duiken tot aan de bevrijding.
De vrouw van Door wordt na 6 maanden in de Begijnenstraat vrijgelaten. Polak, Gross, Sophia Bremer en haar dochtertje worden op 19 april met het bekende XXe transport naar Auschwitz gedeporteerd. Sophia en Karin Bremer werden allicht onmiddellijk na hun aankomst in Auschwitz vergast. Maar Polak en Gross slagen erin om van de trein te springen en tot aan de bevrijding uit de handen van de Duitse bezetter te blijven.
© Jan Maes
