• Woensdag, 15 Augustus 2018
  • 4 Elul, 5778
  • Laatste update 10 Augustus 2018 14:02

Boodschap van een Israëlische Arabier: “we moeten verdomd gelukkig zijn”

  • Zondag 15 Juli 2018 21:31

Premier Netanyahu bezoekt het huis van brigadier-majoor Major Hayil Satawi, een Arabier bij de grenspolitie, die gedood werd door terroristen op de Tempelberg afgelopen zomer (foto: GPO/ Flash 90)

“Wij Arabieren moeten verdomd gelukkig zijn dat de Joden zich niet gedragen zoals de Arabieren” Fred Maroun is een Canadees met Arabische roots. Tot 1984 leefde hij in Libanon, waar hij ook tien jaar burgeroorlog meemaakte. Hij schreef volgende tekst.

Als ik zie op welke manier de Arabieren omgaan met Israël, dan schud ik ongelovig mijn hoofd. Kijk bijvoorbeeld naar de herhaalde pogingen van de Palestijnse Autoriteit om de Joodse historische aanwezigheid in Jeruzalem bij de UNESCO te ontkennen. De hypocrisie is echt verbijsterend.

Arabische landen, zelfs Egypte en Jordanië – twee landen die een vredesverdrag met Israël ondertekenden – leggen pro-Israëlische meningen aan banden en promoten antisemitische drogredeneringen, zoals de Protocollen van de Wijzen van Zion. In Libanon bijvoorbeeld is het een strafbaar feit om te communiceren met een Israëli, om welke reden dan ook.

Indien de Joden zich zoals ons zouden gedragen, zouden de Israëlische media alle kritiek aan het adres van Israël achterwege laten. De Israëlische regering zou leugens over Arabieren en moslims verspreiden. Maar het tegendeel is waar: de media en het parlement in Israël geven ruimte aan een brede waaier van meningen, tot de meest extreme anti-Israëlische opvattingen toe. In de Knesset zetelen Arabische parlementsleden die Hamas steunen. Hamas is een terroristische organisatie die openlijk oproept Joden te vermoorden, maar toch mogen die parlementsleden net als al hun collega’s vrij hun mening verkondigen. Toen de Israëlische premier een opmerking maakte die als anti-Arabisch beschouwd werd, werd dat door vele andere Israëli’s aan de kaak gesteld. Ook de president vond het niet kunnen. De premier bood even later zijn verontschuldigingen aan.

Tijdens de Israëlisch-Arabische oorlog in mei 1948 verkondigde Azzam Pasha, secretaris-generaal van de Arabische Liga: “In deze oorlog draait het om uitroeiing, om een massale slachtpartij, waarover later zal gesproken worden zoals over de slachtpartijen in Mongolië en over de kruistochten.”

Net voor de Israëlisch-Arabische oorlog van 1967 riep Hafez Assad, Syrisch minister van defensie, uit: “De tijd is gekomen, laten we een oorlog beginnen met de volledige vernietiging als doel.” En de Egyptische president Gamal Abdel Nasser verkondigde stoer dat “het basisdoel de vernietiging van Israël moest zijn”.

Als de Joden zich – toen Israël zichzelf beschermde tegen aanvallen uit Gaza en Libanon – zouden gedragen hebben zoals wij, zouden ze hun militaire overmacht gebruikt hebben om volledige gemeenschappen van de kaart te vegen en om de inwoners aldaar op de vlucht te jagen. Het achtergelaten gebied zou Israël vervolgens makkelijk kunnen controleren. Maar dat deed Israël niet: het deed telkens bijzonder veel moeite om burgerslachtoffers te vermijden. Dit zei een voormalig bevelhebber van het Britse leger: “Tijdens de operatie in Gaza besteedden de Israeli Defense Forces meer aandacht aan de burgerrechten in het oorlogsgebied dan eender welke natie ooit gedaan heeft in oorlogstijd.” De Israëli’s zorgen zelfs voor gratis medische bijstand voor Syriërs, iets wat geenszins verplicht is.

Zoals bekend werden bijna alle Arabische Joden vermoord of gedwongen de Arabische wereld te verlaten. Tijdens de Israëlisch-Arabische oorlog in 1947-48 verdreven de Arabische legers alle Joden uit het land dat ze bezet hielden, inclusief de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Tijdens hun bezetting van Oost-Jeruzalem vernietigden de Jordaanse autoriteiten doelbewust de Joodse begraafplaats op de Olijfberg. Ze  voerden ook brutale opgravingen uit, wat resulteerde in zware beschadigingen van belangrijke Joodse artefacten.

Als de Joden zich zoals ons zouden gedragen hebben, zouden ze na de oorlog van 1947-48 alle Arabieren uit Israël verdreven hebben. Idem na de oorlog van 1967: de Joden zouden alle Arabieren uit de Sinaïwoestijn, uit Gaza, uit Oost-Jeruzalem, van de Westelijke Jordaanoever en van de Golanhoogvlakte verdreven hebben. Alle niet-Joodse heiligdommen zouden ze ontwijd hebben. Maar Israël deed niets van dat alles. Vandaag de dag is 20% van de Israëlische bevolking Arabisch. Op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza leven vijf miljoen Arabieren. Zoals afgesproken in het vredesakkoord met Egypte, gaf Israël de Sinaï ook terug aan Egypte. De bescherming van alle religieuze sites, inclusief de christelijke en de islamitische, behoort tot de Israëlische standaardaanpak en wordt trouwens gewaarborgd door de Israëlische wet.

Elke Arabier die het Israëlisch-Arabische conflict met open vizier in beschouwing neemt, zal zich realiseren dat wij Arabieren ongelofelijk gelukkig mogen zijn dat de Joden zich niet gedragen zoals de Arabieren. Wij demoniseren Israël als er zich vertragingen voordoen aan legitieme veiligheidscheckpoints, maar wij hebben de Joden honderdmaal erger behandeld, en we zouden het nog erger gedaan hebben als dat mogelijk was geweest. We demoniseren Israël middels totale verzinsels die we schaamteloos verspreiden, zoals de bewering dat er in de stad Jenin op de Westelijke Jordaanoever een massale slachtpartij had plaatsgevonden. Later werd duidelijk dat het om een leugen ging.

Komt er gelukkig voor ons ook nog bij dat de wereld een andere standaard hanteert voor Arabieren dan voor Joden. Wanneer wij ons enorm slecht gedragen en de Joden het een pak beschaafder aanpakken, heeft de wereld kritiek op de Joden. We profiteren dus niet alleen van ons eigen antisemitisme, we profiteren zowaar ook van het antisemitisme van de niet-Arabieren. Wow!

Maar dat ‘geluk’ is een tweesnijdend zwaard. De Joden beseffen dat ze alleen op zichzelf kunnen rekenen en dus werken ze onvermoeibaar verder aan de uitbouw van een mooi land, van een sterke economie en van een goed uitgebouwd leger. Terwijl wij maar blijven zeuren en tegenwerken opdat we zouden krijgen wat we willen, vertrouwen de Joden op hard werk en doorzettingsvermogen. En terwijl wij brainwashing en fanatisme als onze grootste troeven beschouwen, bouwen de Joden op kennis en diversiteit.

Tussen 2002 en 2015 sleepte Israël 35.900 patenten in de wacht. Saoedi-Arabië, het Arabische land dat de meeste patenten binnenhaalde in die periode, komt uit op slechts 1513 octrooien. Nochtans telt Saoedi-Arabië bijna vier keer zoveel inwoners als Israël en is het bruto binnenlands product er meer dan dubbel zo groot. Wij kunnen zoveel leugens vertellen als we willen, maar de naakte cijfers vertellen de wereld de waarheid over ons, de Arabieren.

Als wij Arabieren willen groeien als een volk en niet langer meer beschouwd willen worden als de vuilnisbak van de wereld, moeten we niet alleen stoppen met het demoniseren van de Joden, maar moeten we hen ook bedanken voor het feit dat ze ons veel beter behandeld hebben dan we door onze daden eigenlijk verdienden. Pas dan kunnen we ons succes meten aan onze eigen verwezenlijkingen, en niet aan het aantal leugentjes waar we mee weg komen. Veel Arabieren beseffen dit, maar slechts weinigen van ons durven het toe te geven. En daarom gaan we maar door met leugens verkopen, niet alleen aan de wereld, maar ook aan onszelf.