Religieuze besnijdenis en toekomst van Joods leven centraal tijdens conferentie in Brussel
In Brussel kwamen Joodse, islamitische en christelijke leiders, medische experten, juristen, Belgische beleidsfiguren en Europese vertegenwoordigers samen voor een conferentie over religieuze besnijdenis, godsdienstvrijheid en de toekomst van het Joodse leven in België. De bijeenkomst van de European Jewish Association vond plaats tegen de achtergrond van lopende juridische procedures tegen Joodse religieuze besnijders in ons land. De centrale waarschuwing was duidelijk: de Belgische zaak kan uitgroeien tot een Europees ijkpunt voor minderheidsrechten, religieuze vrijheid en de ruimte voor Joodse en islamitische religieuze praktijken.
Op woensdag 24 juni vond in Lab62 aan de Tervurenlaan in Brussel een conferentie plaats over religieuze besnijdenis, godsdienstvrijheid en de toekomst van het Joodse leven in België. De European Jewish Association bracht er religieuze leiders, artsen, juristen, Belgische politici en Europese vertegenwoordigers samen voor een debat met duidelijke Europese draagwijdte.
De bijeenkomst werd georganiseerd op een ogenblik dat in België juridische procedures lopen tegen Joodse religieuze besnijders. Volgens de organisatoren gaat het debat daardoor niet alleen over een medische handeling, maar over een fundamentele vraag: kunnen Joden en moslims hun religieuze tradities in België nog vrij en veilig beleven?
Rabbi Menachem Margolin, voorzitter van de European Jewish Association, opende de conferentie met een duidelijke boodschap over minderheidsrechten in Europa. Hij benadrukte dat religieuze vrijheid niet alleen moet gelden wanneer ze comfortabel is voor de meerderheid, maar vooral wanneer minderheden onder druk staan. Voor het Jodendom is besnijdenis geen gewone medische handeling, maar een essentieel onderdeel van Joodse identiteit en continuïteit.
Tijdens de conferentie werd ook een standpuntendocument voorgesteld. Daarin vraagt de European Jewish Association om rechtszekerheid, erkenning van opgeleide uitvoerders, duidelijke standaarden en overleg met de betrokken gemeenschappen. De organisatie waarschuwt voor een strafrechtelijke benadering van een praktijk die al eeuwenlang binnen Joodse en islamitische gemeenschappen wordt toegepast.
In een eerste panel kwamen religieuze stemmen uit drie tradities aan bod. Chief Rabbi Binyomin Jacobs, voorzitter van het EJA Committee Against Antisemitism, Imam Nordine Taouil, voorzitter van RMG Muslim Scholars of Belgium, en Rev. Rik Hoet, bisschoppelijk vicaris voor oecumenische dialoog en voorzitter van de Belgische Katholieke Commissie voor de Dialoog met het Jodendom, gingen in gesprek onder moderatie van EJA adviseur, N-VA Kamerlid, Michael Freilich.
Hoewel de sprekers verschillende religieuze achtergronden vertegenwoordigden, klonk één gedeelde boodschap: democratische samenlevingen moeten minderheden de ruimte geven hun geloof daadwerkelijk te beleven. Beperkingen op religieuze praktijken die al eeuwen bestaan, hebben volgens de deelnemers gevolgen die veel verder gaan dan één gemeenschap alleen.
Ook vanuit Europees niveau kwam steun voor de bescherming van Joods leven. Katharina von Schnurbein, European Commission Coordinator on Combating Antisemitism and Fostering Jewish Life, benadrukte dat besnijdenis tot de belangrijkste tradities van het Joodse leven behoort. Een verbod op deze praktijk zou volgens haar in de praktijk betekenen dat bloeiend Joods leven in een lidstaat onmogelijk wordt gemaakt.
Europees commissaris voor Gezondheid en Dierenwelzijn Olivér Várhelyi stuurde een boodschap aan de deelnemers. Daarin bevestigde hij de inzet van de Europese Commissie om Joods leven en Joodse tradities in Europa te beschermen. Joden moeten hun geloof kunnen beleven in veiligheid, waardigheid en vrijheid, met volledig respect voor hun religieuze tradities.
Een belangrijk deel van de conferentie was gewijd aan medische gegevens en praktijkervaring. Dr. Michael Ben Akon, directeur van de pediatrische afdeling van Laniado Hospital en lid van het Israëlische Ministry of Health Committee for Certification of Mohalim, wees erop dat wereldwijd naar schatting twee miljard mannen besneden zijn. Hij verwees naar internationale medische gegevens die lage complicatiecijfers tonen.
Volgens de voorgestelde cijfers werden in Israël in 2018 bij jaarlijks tussen 70.000 en 75.000 besnijdenissen slechts 35 complicaties gemeld. Dat komt neer op ongeveer 0,5 gevallen per 1.000 ingrepen. Dr. Ben Akon legde ook uit dat ongeveer 70 procent van de besnijdenissen in Israël wordt uitgevoerd door gecertificeerde religieuze uitvoerders, binnen een systeem van opleiding, examens en toezicht door het Opperrabbinaat en het ministerie van Volksgezondheid.
Dr. Sas Barmoshe, urologisch chirurg bij Chirec Hospital Group in Brussel, en Dr. Nuphar Veiga, wetenschapper aan KU Leuven, namen deel aan het medische luik. Zij verwezen naar onderzoek waarin besnijdenis wordt gekoppeld aan lagere cijfers voor urineweginfecties, bepaalde kankers en sommige seksueel overdraagbare infecties. Volgens de medische bijdragen ondersteunt het beschikbare bewijs niet dat religieuze besnijdenis als een groot volksgezondheidsprobleem moet worden voorgesteld.
Dr. Joseph Spitzer, Medical Officer van The Initiation Society BRIS in het Verenigd Koninkrijk, gaf een uiteenzetting over het Britse model. Dat model combineert opleiding, standaarden en religieuze praktijk. Het werd voorgesteld als een mogelijk voorbeeld voor landen die zoeken naar rechtszekerheid en toezicht zonder religieuze praktijken te criminaliseren.
In een derde panel kwamen politiek, recht en publiek beleid aan bod. Jinnih Beels, gedeputeerde in de Provincie Antwerpen, Prof. Rik Torfs, emeritus professor kerkelijk recht aan KU Leuven, en André Gantman, voormalig Antwerps schepen en provincieraadslid, bespraken het thema onder moderatie van Ralph Pais, EJA Ambassador for The Netherlands en juridisch expert.
De sprekers plaatsten het debat in het bredere kader van grondwettelijke rechten en democratische vrijheden. Godsdienstvrijheid betekent volgens hen niet alleen dat iemand een overtuiging mag hebben, maar ook dat hij of zij die overtuiging in de praktijk mag beleven. Daarbij werd benadrukt dat kinderrechten, ouderlijke rechten en religieuze vrijheid niet achteloos tegenover elkaar mogen worden geplaatst, maar zorgvuldig met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht.
Het afsluitende panel ging over de toekomst van het Joodse leven in België. Barones Regina Sluszny, voorzitter van het Forum of Jewish Organisations, Yves Oschinsky, voorzitter van het CCOJB, en Eliezer Sternlicht, Head of Legal Affairs en Executive Vice-President van de Antwerp Belz Community, namen deel aan dit slotgesprek onder leiding van Ruth Isaac, EJA Director for International Relationships & Programs.
Centraal stond de vraag of Joodse families vrij in België kunnen blijven leven wanneer rituele besnijdenis juridisch onzeker of praktisch onmogelijk zou worden. De deelnemers waarschuwden dat de Belgische procedure niet beperkt blijft tot één binnenlandse juridische kwestie. Ze kan gevolgen hebben voor de manier waarop Europa in de toekomst met religieuze minderheden omgaat.
Aan het einde van de conferentie herhaalde Rabbi Margolin zijn waarschuwing. Mensenrechten worden volgens hem niet getest wanneer zij de meerderheid beschermen, maar wanneer zij minderheden beschermen. Wanneer de bescherming van één minderheid wordt verzwakt, worden alle minderheden minder zeker van hun plaats in de samenleving.
De Belgische discussie over religieuze besnijdenis raakt daarom aan een veel bredere Europese vraag. Niet alleen welke plaats Joden in Europa mogen innemen, maar ook welk soort Europa Europa wil zijn.
Geschreven door Andy Vermaut voor Joods Actueel
