• Dinsdag, 21 Augustus 2018
  • 10 Elul, 5778
  • Laatste update 15 Augustus 2018 21:58

Verplichte legerdienst voor religieuze Joden zorgt voor groeiende verdeeldheid in Israël

  • Maandag 9 Juli 2012 9:10

Een uitspraak van het hooggerechtshof in Israël zorgt voor spanning nu de regering actie moet ondernemen om ook ultraorthodoxen naar het leger te sturen. Netanyahoe poogt nu om een verplichte ‘nationale dienst’ in te voeren voor volgende maand, zo zou iedereen zijn steentje bijdragen aan de maatschappij, ook de Arabische Israël’s die niet naar het leger moeten. 

Mea Shearim, een wijk in Jeruzalem, is het bastion van het ultra-orthodoxe Jodendom, ook de Haredim genoemd. Honderden jonge mannen in zwarte pakken zitten er de ganse dag te midden van de religieuze boeken de Talmoed te studeren. In de praktijk betekent het dat ze niet werken voor de kost en ook geen legerdienst vervullen, maar het ziet er naar uit dat het Israëlische publiek dat niet langer neemt.

De levensstijl van deze mannen is nu de inzet van een verwoed debat dat in Israël een breekpunt tussen traditie en moderniteit en tussen religie en democratie veroorzaakt. Kernthema in de discussie is of deze ultraorthodoxen, net zoals de andere Joden, hun legerdienst moeten vervullen of niet, maar uiteindelijk gaat het ook over welke plaats het judaïsme in de Joodse staat moet toebedeeld krijgen.

De kwestie werd op scherp gesteld nu de regering moet rekening houden met een uitspraak van het hooggerechtshof dat de zogenaamde Talwetgeving, die deze uitzondering toeliet, op de helling zet. Het hof eist immers dat deze wet tegen 1 augustus gewijzigd wordt.

Aanhangers van de jonge seminaristen beweren dat deze studenten de rots in de branding zijn om een traditie van duizenden jaren in ere te houden. “Joden moeten de Bijbel bestuderen. Dat is precies wat ons uniek maakt als volk”, zegt een woordvoerder van de ultraorthoxen. “Dat is de essentie van ons leven”.

Maar opiniepeilingen tonen aan dat een grote meerderheid van de Israëli’s, die met de verdediging van hun land hun leven op het spel zetten en hun carrière daarvoor drie jaar uitstellen, genoeg hebben van deze houding. Sterker nog, veel Israëli’s zijn ervan overtuigd dat dit probleem de oorzaak is van alles wat verkeerd loopt in het land. “Ze kunnen bidden en studeren zoveel ze willen maar niet langer op onze kosten”, luidt de publieke verontwaardiging.

De verdeeldheid die dit in Israël teweegbrengt werd duidelijk nu de commissie die de hervorming van de Talwet moest doorvoeren is opgestapt. Kadima, de grootste coalitiepartner in de regering Netanyahoe dreigt er nu mee om op zijn beurt op te stappen uit de regering. Kadima was twee maanden geleden nog tot de regering toegetreden om deze wetswijziging mogelijk te maken.

De Talwet uit 1948 was oorspronkelijk bedoeld om 400 van ’s lands meest briljante studenten vrij te stellen van legerdienst en werk maar dat aantal is ondertussen aangegroeid tot zestigduizend legerdienstvrijstellingen en er zouden in het totaal honderdduizend religieuze studenten zijn die op kosten van de belastingbetaler studeren. De aanbeveling van de Plesnercommissie was om dat aantal terug te schroeven naar vijftienhonderd.

“Wij blijven studeren als het moet ook in de gevangenis”, luidt het standpunt van de ultraorthodoxen. “Wij zijn geen onnozelaars”, was dan weer de meest gehoorde slogan tijdens een grote protestbetoging afgelopen week in Tel Aviv waarmee tiendduizenden seculiere Israëli’s lieten verstaan dat zijn niet langer willen opdraaien voor dit onhoudbare scenario.

Premier Netanyahoe staat nu voor de haast onmogelijke taak om het grote publiek tevreden te houden, om de uitspraak van het Hoge Gerechtshof te respecteren en tegelijkertijd de wens van verschillende regeringspartners in te willigen. Netanyahu wil als compromis een nationale dienst invoeren voor mannen die niet naar het leger willen maar op die manier toch drie jaar van hun leven kunnen geven voor de staat. Ook Arabische Israëli’s zullen dan verplicht daaraan moeten meedoen. Nationale dienst zou voorzien in taken in scholen, bij gemeentebesturen of in andere programma’s die het land ten goede komen.