• Maandag, 21 Mei 2018
  • 7 Sivan, 5778
  • Laatste update 18 Mei 2018 13:42

Israëlisch rapport: “Beelden van moord op Palestijnse Mohammed Al Dura waren in scène gezet”

  • Maandag 20 Mei 2013 16:25

al dura vals

De Israëlische regering heeft afgelopen zondag 19 mei een officieel rapport vrijgegeven waarin de reportage van France 2 over een Palestijnse jongen die in 2000 ‘stierf’ in de armen van zijn vader als ‘ongegrond’ wordt bestempeld. Hierbij baseerde de regering zich op videomateriaal dat niet in de reportage werd opgenomen.
Het rapport herbevestigt het eerdere standpunt van politieke en militaire leiders in Israël en wordt gepubliceerd luttele dagen voor een Parijse rechtbank zich moet uitspreken over een klacht wegens laster die door de maker van de reportage, de journalist Charles Enderlin werd ingediend tegen Philippe Karsenty, hoofd van een organisatie die de werking van de media kritisch opvolgt.

Eerste minister Benjamin Netanyahu heeft de conclusies van het veertig pagina tellend document toegejuicht: “Leugens kunnen slechts op één manier ontmaskerd worden: door de waarheid aan het licht te brengen”, benadrukte Netanyahu in een persbericht naar aanleiding van de publicatie van het rapport.

“De beschuldigingen en de kernboodschap van de reportage van France 2 blijken, op basis van het materiaal waarover de zender toen beschikte, ongegrond”, verzekert het rapport dat in september 2012 door Netanyahu zelf werd aangevraagd. “In tegenstelling met de bewering van de reportage die stelt dat de jongen werd doodgeschoten is uit beeldmateriaal dat niet door France 2 in de reportage werd opgenomen duidelijk dat het kind nog blijkt te leven”, benadrukt de tekst.

De televisiezender heeft altijd geweigerd om de beelden die niet in de reportage werden gebruikt vrij te geven, aldus Yossi Kuperwasser, directeur-generaal bij het Ministerie voor Internationale Relaties die niet preciseerde hoe de Israëlische onderzoekscommissie toch het beeldmateriaal in handen had gekregen.

De reportage van Enderlin, correspondent in Jeruzalem voor France 2 toonde hoe een Palestijnse jongen van 12 jaar oud, Mohammed, beschermd door zijn vader, Jamal Al-Dura in een vuurgevecht belandde tussen het Israëlische leger en Palestijnse milities, bij het begin van de tweede intifada in 2000.

Het Israëlisch rapport stelt dat “er geen bewijs is dat Jamal of het kind gewond raakten op de wijze zoals de reportage laat uitschijnen (..). Integendeel, er zijn vele elementen die aantonen dat geen van beiden werden geraakt.” Het document stelt verder dat uit ballistisch onderzoek van de kogelinslagen blijkt “dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de kogels afkomstig zouden kunnen zijn van de posities die het Israëlisch bij het incident innam zoals de reportage van France 2 beweert.”

“Wij hebben altijd gezegd, ook tegen het Hooggerechtshof van Israël dat we bereid waren mee te werken aan een openbaar en onafhankelijk onderzoek volgens internationale normen”, verklaarde Enderlin. “Nooit echter werden wij door de Israëlische overheid gecontacteerd. Kuperwasser nam nooit contact op met France 2. Mocht hij dat wel hebben gedaan dan hadden wij gepolst naar de aard van het onderzoek en hadden wij de onafhankelijkheid van het onderzoek geëvalueerd”, benadrukte hij.

“We verklaarden reeds dat we indien nodig Jamal, de vader van het kind, willen helpen met een DNA-onderzoek op het lichaam van zijn zoon”, voegde Charles Enderlin er aan toe. Van zijn kant verklaarde Jamal Al-Dura dat het rapport in elkaar geflanst is. “De Israëli’s liegen en proberen de waarheid toe te dekken”, aldus Jamal Al-Dura die er aan toevoegde dat hij eerder al een internationale onderzoekscommissie had geëist waaraan zijn familie en de Israëlische overheid konden meewerken.

De hartverscheurende beelden van Mohammed Al-Dura in de armen van zijn vader op een kruispunt in de buurt van Gaza-stad gingen de wereld rond en werden een belangrijk wapen in de media-oorlog tussen Israël en de Palestijnen.

Op 22 mei zal het Hof van Beroep in Parijs zich uitspreken over de klacht wegens laster die Enderlin indiende tegen Karsenty die de reportage een “vervalsing” noemde.