EU-coördinator antisemitisme: gooi het over een andere boeg of sluit de boel
In 2015 stelde de Europese Commissie de Duitse EU-ambtenaar Katharina von Schnurbein aan als coördinator voor de bestrijding van antisemitisme en het ‘koesteren’ van het Joodse leven. Nu verlaat ze die functie en ruilt ze haar post in voor een soortgelijke baan in eigen land: Beauftragte der Bundesregierung für jüdisches Leben in Deutschland und den Kampf gegen Antisemitismus.
Opinie door Guido JORIS

Als een soort triomfboog lees ik de slogan aan de ingang van de EU-gebouwen: “Make every euro count for Europeans”. Binnen in het gebouw is nog meer van dat fraais te zien. Afgezien van het feit dat ik een afkeer heb van dit soort zelfverheffingspropaganda, doet het me denken aan het stalinisme.
Dit soort propaganda was een tijdlang alleen nog in Hongkong te zien na de Chinese machtsovername. Mag ik Europa op basis van deze slogan vragen om de functie van coördinator voor de bestrijding van antisemitisme op te doeken en de euro’s beter te besteden? Of gaat er eindelijk iets ondernomen worden?
Europa koestert zijn Joodse gemeenschap?
Op papier klinkt bij de Europese instelling deze geruststellende boodschap: Europa waakt over zijn Joodse gemeenschap en zorgt ervoor dat de donkerste bladzijden uit onze geschiedenis zich nooit herhalen. Maar stap eens buiten de Brusselse eurobubbels en kijk wat er vandaag gebeurt in steden als Antwerpen, Brussel, Parijs of Amsterdam. Joodse mensen stoppen hun keppel onder een pet. Ouders drukken hun kinderen op het hart om in de metro geen Hebreeuws te spreken. Synagogen en scholen lijken tegenwoordig op zwaarbewaakte forten met kogelwerend glas, betonblokken en zwaarbewapende militairen voor de deur. Uit officiële EU-enquêtes blijkt dat driekwart van de Europese Joden herkenbare symbolen liever thuislaat uit angst voor klappen of scheldpartijen. Velen vragen zich zelfs hardop af of er voor hen en hun kinderen nog wel een toekomst is in Europa. Hier wringt de schoen: hoe kan het dat er in Brussel al tien jaar lang gewerkt wordt aan ‘Europese strategieën’, terwijl de situatie op straat alleen maar grimmiger wordt?
Simpel maar pijnlijk
De functie van ‘coördinator’ is een zoveelste papieren tijger. Papieren tijgers zijn in de Europese wijk in Brussel geen bedreigde diersoort, maar een regelrechte plaag.
Von Schnurbein en haar medewerkers hebben geen echte macht, zitten muurvast in ambtelijke regels en kijken angstvallig de andere kant op zodra het politiek gevoelig wordt. Ze heeft het één keer geprobeerd, in 2025, waarop anti-Israëlische parlementsleden haar ontslag eisten. (Of haar vertrek geen gevolg is van deze ene actie in tien jaar tijd, kan ik niet hard maken, tenzij iemand mij iets wil lekken.)
Als we eerlijk zijn, blijven er maar twee logische keuzes over: maak er een écht onafhankelijke waakhond met macht van, of stop met dit dure toneelstukje en schaf de functie gewoon af.
Bestrijding van antisemitisme
Een woord dat de lading niet dekt. In het dagelijks leven betekent ‘bestrijden’ dat je ingrijpt: dat je daders aanpakt, de geldkraan dichtdraait bij haatzaaiers en zorgt voor keiharde handhaving. Maar in Brussel betekent het iets heel anders. De coördinator is geen rechter en geen inspecteur. Ze is een ambtenaar met een klein team van drie tot vijf mensen. Ze heeft geen enkel wettelijk middel om een falende politiedienst wakker te schudden, een laks gerechtelijk apparaat op de vingers te tikken of scholen te verplichten beter les te geven over Jodenhaat.
Onderwijs, politie en strafrecht zijn immers zaken waar de lidstaten zelf over gaan. Wat doet zo’n coördinator dan de hele dag? Ze overlegt. Ze organiseert vergaderingen, deelt brochures uit, woont academische praatbarakken bij en moedigt landen aan om vooral ‘nationale actieplannen’ te schrijven. Voor de Europese bureaucratie is dat een enorm succes: de vakjes zijn aangevinkt, de verslagen zijn gedrukt en iedereen feliciteert elkaar. Maar voor iemand die op straat wordt uitgescholden of bedreigd, levert zo’n beleidsnota helemaal niets op. Door te doen alsof je antisemitisme ‘bestrijdt’, geef je mensen valse hoop. Erger nog: het biedt nationale regeringen een handig excuus om te zeggen: “Kijk eens, we werken samen met Brussel, we zijn ermee bezig!” Gevangen in een gouden kooi.
“Katharina geeft erg mooie toespraken over
‘het laten bloeien van Joods leven’, terwijl
datzelfde Joodse leven noodgedwongen
achter tralies en prikkeldraad verdwijnt.”
Waarom trekt deze coördinator dan nooit eens publiekelijk aan de noodrem? Waarom roept ze niet keihard dat lidstaten hun werk niet doen, of dat de EU soms zelf indirect meebetaalt aan haat? Omdat ze een gewone Europese ambtenaar is. Ze verdient een vorstelijk salaris — in de hoogste loonschalen loopt dat op tot vijftienduizen euro’s per maand, inclusief expattoeslagen — maar daar staat een strikte ambtelijke loyaliteitsplicht tegenover. Een ambtenaar van de Europese Commissie mag geen kritiek leveren op collega’s, mag geen ruzie maken met diplomaten en mag de leiding niet voor het hoofd stoten. Zodra het écht spannend wordt, moet het kantoortje zich dan ook koest houden.
Al jaren ligt er keihard bewijs op tafel — onder meer uit onderzoeken die de Commissie zélf heeft betaald — dat in Palestijnse schoolboeken (gefinancierd met miljoenen aan Europees belastinggeld) pure Jodenhaat en verheerlijking van terrorisme staat. Toen enkele Europarlementsleden en een kritische Eurocommissaris eisten om die geldkraan dicht te draaien zolang die haat erin stond, brak er achter de schermen een diplomatieke loopgravenoorlog uit. De coördinator hield zich publiekelijk muisstil. Buitenlands beleid is immers het terrein van de diplomaten, en een ambtenaar bemoeit zich daar niet mee.
Nationale instellingen die falen
In België ligt gelijkheidscentrum Unia al jaren zwaar onder vuur bij de Joodse gemeenschap. Velen voelen zich door die organisatie niet serieus genomen zodra het over hedendaags antisemitisme gaat. Maar als de Belgische regering Unia officieel afvaardigt naar Europa, moet de coördinator braaf met Els Keytsman (!) aan tafel gaan zitten en mag ze minzaam glimlachen. Ze heeft geen bevoegdheid om te zeggen: “Jullie gedragen je vijandig tegenover de gemeenschap waarvoor jullie het dienen op te nemen en verliezen ter plaatse alle vertrouwen. Doe jullie werk!”
Omdat de coördinator de echte problemen niet mág of kán aanpakken, blijft er eigenlijk maar één bezigheid over: praten met mensen die het al met haar eens zijn. Haar agenda bestaat uit het afreizen van internationale gala’s, conferenties van Joodse koepelorganisaties en herdenkingsbijeenkomsten. Ze dineert met diplomaten, houdt toespraken voor het World Jewish Congress en zit in panels met professoren en politici. Het is een veilige, gezellige echokamer waarin iedereen beleefd knikt. De enige concrete tastbare rol die het bureau heeft, is het helpen verdelen van subsidies voor fysieke beveiliging: geld voor bewakingscamera’s, hekken en zware deuren rond synagogen en scholen. Maar sta daar eens even bij stil: het beleid subsidieert eigenlijk dat een gemeenschap zich moet opsluiten. In plaats van de straten weer veilig te maken, betaalt Brussel voor kogelvrij glas zodat mensen binnenshuis niet worden aangevallen.
Katharina geeft mooie toespraken over ‘het laten bloeien van Joods leven’, terwijl datzelfde Joodse leven noodgedwongen achter tralies en prikkeldraad verdwijnt. Ondertussen blijven de echte bronnen van de haat — het oprukkende extremisme in achterstandswijken, het ongefilterde gif op sociale media en de giftige sfeer op universiteitscampussen — volstrekt buiten beeld.
Wat kost dit eigenlijk?
Vraag je in Brussel wat dit de belastingbetaler precies kost aan reizen, luxehotels en representatie, dan bots je op een bureaucratische muur. De reiskosten van individuele ambtenaren zijn niet openbaar; die zitten verstopt in de algemene potjes van het directoraat Justitie. Toch maakt de coördinator naar schatting twintig tot dertig buitenlandse dienstreizen per jaar. Waar gewone burgers de broekriem moeten aanhalen, verdwijnt er een aanzienlijk budget in vliegtickets, hotels en conferentiezalen, zonder dat iemand kan aantonen wat dat nu feitelijk heeft opgeleverd.
In het bedrijfsleven zou een manager die na tien jaar moet toegeven dat het probleem alleen maar exponentieel is toegenomen, direct de laan worden uitgestuurd. In Brussel gebeurt het omgekeerde: men schrijft een nóg dikker rapport en vraagt om méér budget.
Tijd om te kiezen: een tijger met tanden of de functie opdoeken
We kunnen zo niet blijven aanmodderen. Antisemitisme is een levensgroot gevaar voor onze hele open samenleving. Als we het menen, moeten we stoppen met deze schijnvertoning. Er liggen maar twee eerlijke opties op tafel. Haal de functie weg bij de Europese Commissie en maak er een volstrekt onafhankelijke autoriteit van — vergelijkbaar met de Europese Ombudsman of anticorruptiedienst OLAF. Laat het Europees Parlement de coördinator benoemen en zorg voor wetgeving dat niemand hem of haar de mond kan snoeren.
Zorg voor een keihard vetorecht op geld: zodra de waakhond ontdekt dat er ook maar één euro Europees belastinggeld vloeit naar scholen met haatzaaiende boeken, extremistische jongerenclubs of ngo’s die dubbele standaarden hanteren en termen als apartheid, genocide en etnische zuivering gebruiken zonder enig feitelijk bewijs, gaat de geldkraan per direct en automatisch dicht.
Zonder diplomatiek pardon
De toezichthouder moet het recht hebben om lakse nationale overheden en falende gelijkheidsorganen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen. De andere optie is eenvoudig: OPDOEKEN.
Und wenn wir das nicht schaffen, dann schafft das ab!
Als de Europese Commissie en de lidstaten niet bereid zijn om de tijger echte tanden te geven — en de kans is groot dat ze dat niet willen —, sluit de boel dan gewoon. Stop met die dure conferenties en ambtelijke werkgroepen. Pak het geld dat nu verdampt aan praatbarakken en verhuis het rechtstreeks naar de plekken waar het ertoe doet: naar lokale politiediensten om rechercheurs aan te werven die haatzaaiers opsporen, naar de harde beveiliging van bedreigde scholen, en naar slachtoffers die gerechtigheid zoeken voor de rechter.
Door te stoppen met dit Brusselse EU-alibi dwing je nationale premiers en ministers om zélf hun verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid in hun straten. De tijd van mooie woorden en ronkende verklaringen is voorbij. Geef de tijger een stevige beet, of ruim het kantoor op. Alles daartussenin is niets anders dan zand in de ogen van burgers die zich vandaag de dag niet meer veilig voelen in hun eigen wijk.
