• Dinsdag, 19 Juni 2018
  • 6 Tammuz, 5778
  • Laatste update 15 Juni 2018 16:56

Geen hand reiken heeft niets te maken met afwezigheid van respect voor vrouwen

  • Dinsdag 17 April 2018 16:33

De Britse queen geeft ook geen hand en draagt vaak handschoenen. Een optie voor Aron Berger?

Een lezer die reeds jaren de Joodse gemeenschap kent, stuurde ons volgende “open brief” die hij eerder op de dag stuurde naar CD&V. Daarin slaat hij nagels met koppen in de discussie over de chassidische CD&V kandidaat die vrouwen geen hand geeft. De volledige brief kan u hieronder lezen.

Beste CD&V-ers,

Indien van één partij, dan is het toch van de CD&V dat we zouden mogen verwachten dat haar leden enige belangstelling tonen voor échte kennis van zaken omtrent religies en voor begrip voor religieuze tradities, alvorens blindelings en – hier vind ik de term inderdaad gepast – politiek correct te gaan meehuilen met de zwaar verontwaardigd doende goegemeente.

Als een (ultra-, maar ook een ‘gewoon’!) orthodoxe joodse man geen hand wil geven aan een vrouw die niet zijn eigen echtgenote is, dan heeft dat hoegenaamd en absoluut helemaal niets te maken met een afwezig respect voor het principe van gelijkheid van man en vrouw: een vrouwelijke joodse kandidaat-politica zou precies hetzelfde doen en haar mannelijke collega’s dus ook niet de hand geven. De joodse religie schrijft voor dat gehuwde of huwbare (vanaf de puberteit) mannen én vrouwen alle lichamelijk contact met elkaar vermijden als zij niet elkaars huwelijkspartners zijn.

Sinds vele jaren bezoek ik met mijn laatstejaarsleerlingen een synagoge in Antwerpen. Als de joodse gids van dienst een vrouw is, dan steek ik bij onze ontmoeting of achteraf bij mijn bedanking mijn hand niet naar haar uit, en mijn vrouwelijke collega godsdienst doet dat evenmin bij een mannelijke joodse gids, precies omdat wij weten – en wij communiceren dat ook vooraf zo aan onze leerlingen – dat wij daarmee onze gids van het andere geslacht in verlegenheid brengen. Ik kan dus alleen maar betreuren dat u destijds tijdens uw vorming op school blijkbaar de gelegenheid niet hebt gekregen tot dergelijke ontmoeting en kennismaking met de joodse (of – want bij hen geldt dezelfde regel – islamitische) gemeenschappen in ons land, en om aldus met deze mensen contact te maken en met hen te spreken in plaats van alleen maar over hen te praten en luid roepend verontwaardigd te zijn, daarmee jammer genoeg alleen maar de eigen onwetendheid en gebrek aan kritische zin jegens de vox populi (of de vox politicorum) etalerend.

Als leraar Rooms-katholieke godsdienst die, zoals mijn collega’s, elke dag inzet op grondige kennis van de eigen en andere religieuze tradities door mijn leerlingen, precies omdat dat een essentiële voorwaarde is voor meer wederzijds begrip, vind ik het in-en-in-triest dat precies leden van de (voorlopig) enige politieke partij die, ook in haar naam, een expliciete affiniteit met een religieuze traditie aangeeft, blijk geven van minder bekommernis om deze grondige kennis dan ik die van mijn leerlingen secundair onderwijs verwacht. En dat zij niet gehinderd door enige degelijke kennis maar m.i. grotendeels uit opportunisme voorbarig op de kar springen van het scoren, door zeker maar niet over te komen als ‘niet mee met de tijd’.

Neem me niet kwalijk dat ik mijn ongenoegen hierover zo sterk formuleer. Maar anno 2018 zijn er in onze samenleving meer dan voldoende mogelijkheden om zich over een andere religieuze en culturele traditie terdege te informeren en a fortiori voor deelnemers aan het publieke debat – waartoe politici behoren – zijn er m.i. dan ook geen excuses meer voor zulke onwetendheid en – neem me niet kwalijk – ongepaste reacties die alleen maar getuigen van intellectuele luiheid. Het is voor mij precies die intellectuele luiheid en dat meehuilen met de wolven over een (minderheids)groep in onze samenleving, die getuigen van een gebrek aan respect jegens de medemens en de medeburger, en niet deze joodse kandidaat die een voor ons misschien vreemde of overdreven, maar op zich heel oirbare praktijk wenst te respecteren.

Of betekent ‘pluralistische samenleving’ dat iedereen mag denken en handelen zoals hij of zij dat wil, àls hij maar denkt en handelt zoals wij en volgens wat ons vertrouwd is en wat wij normaal vinden?? Vanmorgen hoorde ik op de radio een andere verontwaardigde stem, die van een dame die de handdruk de ‘normale uitdrukking van vriendschap’ noemde in onze samenleving. Gaan we nu al van gewone alledaagse gebruiken, waarvan het nalaten helemaal geen schending van enige wet betekent, opleggen dat iedereen ze moet praktiseren?? Ooit hoorde ik iemand een heel wijs beeld gebruiken voor wat ‘integratie’ zou moeten inhouden. De Britten, zo zei hij, rijden in het verkeer links en ze drinken om vier uur thee. Van wie naar Groot-Brittannië wil emigreren, mogen zij dan ook verwachten dat die zich voortaan zal houden aan het links rijden, omdat dat daar essentieel is voor het functioneren van hun samenleving. Of de immigrant echter elke namiddag a cup of tea with a piece of cake wil nuttigen, moet die zelf weten: als hij daar niet aan wenst mee te doen, betekent hij heus geen bedreiging voor de Britse samenleving.

Wel, of een politicus of wie dan ook zijn collega of medeburger nu wil begroeten met een handdruk, een kleine hoofdknik of een vriendelijk woord, is voor mij van de orde van het thee drinken, niet van het links of rechts rijden.

 

In-in-triest.

Desondanks vriendelijke groeten, en u een groeiende kennis van en begrip voor de ‘andere’ medemens in onze samenleving toewensend,

L.M.

naam en adres bekend bij de redactie