• Maandag, 20 Augustus 2018
  • 8 Elul, 5778
  • Laatste update 15 Augustus 2018 21:58

Memoires van Louis Davids voorgesteld onder ruime belangstelling, toespraak schepen Heylen

  • Donderdag 19 Juli 2012 11:13
Het boek is nu ook beschikbaar voor het grote publiek

Het boek is nu ook beschikbaar voor het grote publiek

Patrick Janssens kreeg een gesigneerd exemplaar van de memoires mee

Patrick Janssens kreeg een gesigneerd exemplaar van de memoires mee

Schepen Heylen bracht een beklijvende toespraak en hulde aan Louis Davids

Schepen Heylen bracht een beklijvende toespraak en hulde aan Louis Davids

In het Antwerpse Hylitt hotel werd gisterenavond de memoires van Louis Davids, voormalig hoofdredacteur van het Belgisch Israëlitisch Weekblad, voorgesteld. Daarbij waren tal van prominenten aanwezig waaronder burgemeester Janssens en de schepenen Voorhamme, Van Campenhout en Heylen. (foto’s: Jan Smets)

Wie een boek wenst te bestellen (kostprijs €20) kan hiervoor een e-mail sturen naar redactie@joodsactueel.be of bellen op het nummer 03 233 70 94.

De toespraak van Philip Heylen, schepen van Cultuur, Toerisme en Erediensten van de stad Antwerpen, volgt hieronder

Dames en heren in al jullie titels en hoedanigheden,

Beste vrienden, beste mevrouw Davids, beste Terry en Michael, maar vooral, beste Louis,

Wat een plezier, wat een genoegen, wat een eer…

Wat een plezier om hier te mogen zijn, in dit uitgelezen gezelschap vrienden, Joodse vrienden en niet-Joodse vrienden. Wat een genoegen om al te hebben mogen grasduinen in de memoires die vandaag worden voorgesteld en jullie ervan te mogen overtuigen dat straks ook te doen. Wat een eer om te mogen stilstaan bij een reus van een man, bij al wat Louis Davids voor ons betekend heeft, nog voor ons betekent, bij wat Louis voor ons allen zal blijven betekenen.

Ik herhaal het: een ontmoeting met Joodse vrienden is altijd een plezier. Hoe zie ik er telkens naar uit om van jullie gastvrijheid te genieten, van jullie culinaire kunsten telkens ik de sabbat bij jullie mag vieren, van jullie verhalen, van jullie humor en jullie onderlinge verbondenheid.

Maar er is meer.

Toen de Israëlitische Gemeente Shomre Hadas anderhalf jaar geleden opperrabbijn Israël Meir Lau van Tel Aviv, de voorzitter van Yad Vashem, hier in Antwerpen op bezoek kreeg, verwelkomde een vriend van mij – Antwerpenaar, praktiserend christen, politiek actief zoals ik – de opperrabbijn als volgt:

“Vriendschap met het Volk van Israël is altijd een prettige aangelegenheid, want mooie bijeenkomsten en diepe verhalen. Maar voor een christen en een Europeaan is er altijd meer: vriendschap met het Volk van Israël blijft het vervullen van een morele plicht.”

Vriendschap met het Volk van Israël is een morele plicht voor een praktiserend christen, omdat onze kerk – mijn kerk – tot nauwelijks een halve eeuw geleden niet alleen principieel intolerant was ten opzichte van alle andersgelovigen, maar ook steevast met een beschuldigende vinger naar de Joodse medemensen wees. En dat terwijl wij christenen nochtans geloven en belijden dat de Eeuwige zich bij uitstek bij Zijn uitverkoren volk, het Volk van Israël, aan de mens heeft leren kennen.

Vriendschap met het Volk van Israël is een ook morele plicht voor een Europeaan, omdat de diepe tragedie die zeven decennia geleden elke Joodse familie heeft getroffen – de Shoah – op ons ‘beschaafde’ continent – beschaafd tussen aanhalingstekens weliswaar – werd uitgedacht en uitgevoerd. Zogezegde beschaving voerde tot de meest ondenkbare barbarij. Niet ver weg, niet in een verre jungle, maar hier, onder ons.

Dat kunnen wij, dat mogen wij nooit vergeten!

Vriendschap met het Volk van Israël is hier in Antwerpen ten slotte ook een morele plicht voor elke beleidsverantwoordelijke. Neen, de excuses die de burgemeester en het voltallige schepencollege hebben aangeboden voor wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in onze stad is gebeurd, waren niet gratuit. Het waren excuses omdat de overheid, die door mensen vertrouwd werd om bepaalde waarden te bewaken, dat vertrouwen destijds heeft geschonden. Dat gebaar ligt mij zeer na aan het hart; ik heb al vele keren de gelegenheid te baat genomen om het erover te hebben.

We kunnen immers niet vergeten, we mogen nooit vergeten!

Ik zei het al: het was een genoegen om te mogen grasduinen in de meer dan 150 pagina’s van de memoires van Louis Davids, in het rijke verleden van het Belgisch Israëlitisch Weekblad, in de naoorlogse geschiedenis van de Antwerpse Joden, van de Vlaamse Joden.

Tientallen keren hebben ik moeten glimlachen, omdat ik de namen kende waarover ik las en er gezichten op kon kleven. Soms las ik met weemoed voort, want sommige vrienden en tochtgenoten van Louis Davids zijn ons onlangs ontvallen.

Ik noem hier met eerbied de naam van ridder Natan Ramet, stadsgenoot en stichtend voorzitter van het Joods Museum voor Deportatie en Verzet in de Mechelse Dossin-kazerne. Ik wens meteen ook mijn collega gemeenteraadslid Claude Marinower alle goeds toe: Claude werd begin deze maand met eenparigheid van stemmen door de raad van bestuur van het Joods Museum voor Deportatie en Verzet tot opvolger van ridder Ramet verkozen.

Vele keren ook heb ik in de memoires van Louis Davids feiten geleerd waar ik nog nooit over gehoord had. Ik heb in sommige evoluties en geschiedenissen een draad ontdekt die mij voorheen verborgen was gebleven. Ik heb overpeinzingen gelezen – ik gebruik niet toevallig de titel van Louis’ maandelijkse column in Joods Actueel – overpeinzingen en inzichten die mij verder aan het denken brengen.

Want dit is een boek waarin een aantal waardevolle begrippen met anekdotes worden toegelicht. Dit levensverhaal, het levensverhaal van Louis Davids en zijn Belgisch Israëlitisch Weekblad, gaat over ontsnappen, over moed, over naastenliefde en vriendschap, over doorzetten, over rechtvaardigheid, en over het geloof en de hoop van een man die spreekt met gezag.

Ik heb bij de lectuur van deze memoires niet toevallig het boekje Gezag & Zeggenschap van Jacques Claes weer ter hand genomen – mijn prof hier aan de Antwerpse universiteit. Ik wil er even uit citeren, want professor Claes had blijkbaar iemand als Louis Davids voor ogen:

“Gezag is geen verworven situatie, het is een poging, het is een proces of een gebeuren. Voor een mens het beseft, spreekt hij geen woorden van leven meer, maar valse woorden, schijnwoorden, modewoorden, jargonwoorden. Woorden als vijgebladen om de schamelte van de nietszeggendheid te bedekken. Dat te willen blijven weten is de hoogste weten-schap. Het is de noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om wellicht ooit iets te zeggen te hebben. In gezag dan.”

Zelfs al spreekt Louis intussen minder, hij spreekt nog altijd ‘in gezag’. Dit boek gaat inderdaad over een man die woorden spreekt van gezag.

“Trouwe lezers? Ik heb geen andere”, zegt Louis vaak. Ik weet zeker dat de trouwer lezers van Louis Davids met evenveel genoegen als ik in dit boek zullen grasduinen. En ik ben ervan overtuigd dat dit boek hem vele nieuwe trouwe lezers zal opleveren.

Beste vrienden,

Het is een plezier om hier te staan, een genoegen om dit boek te mogen presenteren, maar het is vooral een eer om stil te mogen staan bij de reus die Louis Davids voor ons is geweest, de reus die hij voor ons is en voor ons zal blijven.

Een Joodse wijsheid zegt: “De mens is alleen datgene wat hij van zichzelf maakt.” Louis heeft er onnoemlijk veel van gemaakt, maakt er onnoemlijk veel van. Ik kan niet bij alles stilstaan, ik moet mij beperken. Ik wil het daarom hebben over Louis Davids, de Antwerpenaar en cultuurflamingant; over Louis Davids, de man van de dialoog; en over de Louis Davids, de verdediger van ons gezamenlijke Joods-christelijke erfgoed.

  1. Louis Davids: Antwerpenaar en cultuurflamingant

Na de bevrijding werd Louis Davids, die in de diamantbranche werkte, door het Nederlandse Nieuw Israëlitisch Weekblad uitgenodigd om een soort Antwerps correspondent te worden.

Louis was na zijn ontsnapping uit het 19de dodentransport van de Dossin-kazerne naar Auschwitz en zijn omzwervingen, onder meer in Brussel en Namen, immers bewust terug in Antwerpen komen wonen. Kleinzoon Michael Freilich verwoordde het in het voorwoord van de jongste Joods Actueel zo: “Al was hij door een buurvrouw verraden, Louis Davids is er tot op de dag van vandaag van overtuigd dat Vlamingen, de uitzonderingen niet te na gelaten, intrinsiek goede mensen zijn. Geen verraderlijke buurvrouw heeft aan die overtuiging een jota kunnen veranderen.”

Louis slaagde er in Antwerpen al snel in een Vlaamse versie van het Nieuw Israëlitisch Weekblad in de markt te zetten en ging resoluut met dat Belgisch Israëlitisch Weekblad(BIW) voort toen de samenwerking met de Amsterdamse uitgeverij in 1957 stopte.

Het Belgisch Israëlitisch Weekblad was geen spreekbuis van Joden in Antwerpen of in Vlaanderen, laat staan van de gehele Joodse gemeenschap in ons land. Louis Davids heeft dat ook nooit gepretendeerd, hoewel hem die pretentie soms werd toegedicht.

Maar intussen gaf het Belgisch Israëlitisch Weekblad (BIW) wel stem aan de Joden van Antwerpen, aan de Vlaamse Joden. Joodse medeburgers die voorheen zichtbaar waren maar alleen binnenshuis spraken, werden voortaan ook hoorbaar en traden buiten hun muren. De Joden ván Antwerpen werden de Joden ín Antwerpen, Joden onder elkaar en Joden onder ons.

Bovendien is Louis Davids wellicht de Joodse intellectueel die het eerst scherp heeft ingezien dat de integratie van de Joden in Vlaanderen onder meer via de taal diende te gebeuren.

Je kunt Louis in die zin een cultuurflamingant noemen, conform de eerste definitie van ‘Vlaamse Beweging’ zoals in het ‘Woord vooraf’ van de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging: “erkenning van de Nederlandse moedertaal der Vlamingen binnen het Belgische staatsverband”.

Louis Davids heeft zich met het Belgisch Israëlitisch Weekblad (BIW) en zijn Vereniging ter bevordering van de Nederlandse taal binnen de Joodse Gemeenschap, actief ingezet om het gebruik van de Nederlandse taal onder de Joden in Vlaanderen te bevorderen. Zo werd door het BIW regelmatig een ‘welsprekendheidsprijs’ uitgereikt aan de winnaars van een ‘wedstrijd voor Nederlandstalige opstellen van Joden’. (In het boek staat een foto van ene Bob Cools die deze prijs in ontvangst neemt.) Het was een vorm van volksverheffing, zoals het Davidsfonds, het Willemsfonds en het Vermeylenfonds dat tevoren ooit voor respectievelijk katholieken, liberalen en socialisten hebben gedaan.

Louis Davids is een cultuurfonds op zich! De Visser-Neerlandia-prijs die hem in 1989 voor persoonlijke verdienste werd toegekend, was dan ook niet meer dan terecht.

  1. Louis Davids: man van dialoog

Louis Davids is een van de stichtende leden van de Antwerpse Contactgroep voor Joods-Christelijke Betrekkingen (ACJCB).

Voor het bestaan van die Antwerpse Contactgroep waren er wel sporadische joods-christelijke contacten, onder meer onder impuls van meester Marcel Marinower – Claudes vader – en pastoor Pierre Mabesoone van de Sint-Jozefsparochie. Denk ook aan de memorabele deelname van opperrabbijn Robert Dreyfus en van de eerste Antwerpse bisschop Jules Daem aan de activiteiten voor het tienjarig bestaan van het Belgisch Israëlisch Tijdschrift in 1964.

Begin 1972 ging de Antwerpse Contactgroep voor Joods-Christelijke Betrekkingen (ACJCB) echt van start, met een vijftal gemengde groepen (joden, katholieken en protestanten) die zowat maandelijks samen ten huize van een van de leden voor uitwisseling van ervaringen en discussie, en met een gemengd comité, waarvan Louis Davids een van de drijvende krachten was. Dat organiseerde regelmatig grootsere activiteiten, voordrachten, panelgesprekken, ja zelfs heuse colloquia.

Vele activiteiten van de ACJCB zijn in het collectieve geheugen blijven hangen. Ik zou daar via een opsomming recht aan kunnen proberen te doen. Ik doe dat niet.

Wie ben ik om dat te doen, als zelfs Godfried Danneels, die eerst werd aangezocht om een voorwoord bij deze memoires te schrijven, dat uiteindelijk ook niet deed. “Er zijn anderen beter geplaatst om te getuigen over uw specifieke bijdrage voor de Joods-christelijke betrekkingen in ons land”, schrijft de kardinaal in een brief aan Louis Davids. “Ik voel mij met andere woorden niet in staat de woorden te vinden om de juiste waardering over te maken voor uw inzet en toewijding gedurende meer dan vijftig jaar.”

Vandaag functioneert er nog altijd zo’n gemengde vriendengroep en ook het gemengde comité van de ACJCB bestaat nog altijd. De Antwerpse Contactgroep organiseert nog altijd allerlei interreligieuze wandelingen in Antwerpen en bezoekt nog altijd synagogen. In 2005 werd de klassieke cursus ‘Levend Jodendom’ trouwens exclusief voor de gidsen van de stad Antwerpen en de gidsen van Antwerpen Averechts gegeven, als opfrissing en mogelijkheid tot vernieuwd contact.

Grootse gespreksavonden worden minder vaak opgezet, omdat dit aanbod grotendeels is overgenomen door Instituut voor Joodse Studies van de Universiteit Antwerpen. Wel organiseerde de Antwerpse Contactgroep al verschillende reizen naar Israël, telkens met een twintigtal personen die vooraf drie keer samenkomen om de reis voor te bereiden. Het secretariaat van de ACJCB in De Loodsen op de Sint-Jacobsmarkt herbergt intussen een belangrijke bibliotheek over Joods-christelijke relaties. Er wordt op woensdagnamiddag ook een permanentie opgezet. Daarnaast bestaat sinds 1988 een driemaandelijks tijdschrift Berichten van de Antwerpse Contactgroep.

Maar het belangrijkste is dat de Antwerpse Contactgroep een hechte vriendengroep is geworden; Joodse, katholieke en protestantse intellectuelen van het kaliber als Louis Davids, werden vrienden voor het leven. Niet toevallig zijn velen onder hen vandaag in ons midden.

Die vriendschappen zijn ontstaan in dezelfde dagen toen ontkiemde wat in 1965 door het Tweede Vaticaans Concilie in het conciliedocument Nostra Aetate zou worden neergeschreven: dat de eeuwenlange christelijke beschuldigingen ten aanzien van de Joden tegen de leer van de kerk zelf indruisten en dat daar dus paal en perk aan gesteld moest worden. Johannes XXIII en later de concilievaders maakten officieel wat Louis Davids en zijn vrienden in hun vriendschappelijke omgang concreet beleefden.

Vanuit hun vriendschap hebben de betrokkenen trouwens al vele keren bemiddelend kunnen optreden als daar in onze stad nood aan was. Ook al daarom is zo’n netwerk van Joods-christelijke vriendschap zo belangrijk.

Intussen worden verschillende trekkers van de Antwerpse Contactgroep voor Joods-Christelijke Betrekkingen een jaartje ouder. Het is essentieel dat hun langetermijnwerk voortgezet wordt en dat nieuwe, jonge krachten zich voor de ACJCB inzetten.

Ik doe hier dan ook een expliciete oproep: dat jonge Joodse medeburgers en jonge actieve christenen van zowel katholieke als protestantse origine zo snel mogelijk bij de Antwerpse Contactgroep voor Joods-Christelijke Betrekkingen aansluiten en de continuïteit garanderen van dit initiatief dat Louis Davids zo na aan het hart ligt.

Vanuit de vriendschappen die onder de auspiciën van Louis Davids in de ACJCB zijn gegroeid, werd door Sant’Egidio 2005-06 een trialoog opgezet: een katholiek, een Jood en een moslim praatten een boek vol over wat hen als kinderen van Abraham bindt en wat hen scheidt.

Een moeilijke, maar ook een bijzonder dringende en dwingende oefening.

Daarom lanceer ik hier meteen ook een tweede oproep: hoe moeilijk ook, de nieuwe generatie Joods-christelijke vrienden moeten alles doen wat in hun mogelijkheden ligt om hun vriendschappelijke dialoog uit te breiden met vertegenwoordigers van de moslims. Op welk tempo ze dat kunnen en hoe ze dat doen, aan hen om het te ontdekken. De trialoog van christen, Joden en moslims is niet alleen voor onze stad cruciaal, maar ook voor de Joodse medeburgers die in onze stad wonen.

  1. Louis Davids: verdediger van ons gezamenlijke Joods-christelijke erfgoed

“Ik ga op zaterdag naar de synagoge, de christenen gaan zondag naar de kerk, maar maandag kunnen we als vrienden samenkomen”, pleegt Louis Davids te zeggen.

Dat is wat we nu met een buzz-woord ‘actief pluralisme’ noemen. De gelovige Jood blijft gelovige Jood, de praktiserende christen blijft praktiserend christen, de niet-gelovige blijft een niet-gelovige, maar ze gaan samen op pad met wat hen scheidt en vooral met wat hen bindt.

Wat ons bindt is immers zo veel, gaat zo diep, is zo rijk…

In het levensverhaal van Louis Davids heb ik keer op keer weer opgemerkt hoe sterk onze gemeenschappelijk roots zijn, dat gezamenlijke Joods-christelijke erfgoed dat ons Westerse vooruitgangsgeloof, verantwoordelijkheidszin en engagement schraagt, dat gezamenlijke Joods-christelijke bewustzijn dat vormgegeven heeft aan onze rechtsstaat en onze democratie, aan onze zin voor persoonlijk initiatief en individuele ontplooiing, aan onze solidariteit en onze sociale welvaartstaat.

Dat Joods-christelijke erfgoed, beste vrienden, moeten we blijven verdedigen.

We moeten het blijven verdedigen tegen de bedreigingen van buitenaf. Tegen elke vorm van theocratie of religieus fanatisme, van welke denominatie ook.

Maar we moeten de Joods-christelijke waarden van vrijheid, verantwoordelijkheid, verbondenheid en vooruitzien ook blijven verdedigen tegen de bedreigingen van binnenuit. Tegen materialisme en consumentisme. Tegen blind nationalisme en populisme. En ook tegen politieke correctheid die elke traditie of meervoudige identiteit wil wegvegen.

Ik gebruik hier bewust de term van Amin Maalouf,: ‘identité plurielle’. Want je kunt inderdaad tegelijk Jood, Vlaming, Antwerpenaar en man van traditie en dialoog zijn. Louis Davids is daar het levende bewijs van.

Jouw erfenis, Louis, die geef je ons door… Aan ons, je kinderen, kleinkinderen – Terry en Michael, wat een verantwoordelijkheid, succes daarmee! – aan je verwanten, vrienden, lotgenoten, om ermee verder te gaan.

Ik besluit met Seneca, beste Louis.

“Haast je dus te leven”, schrijft hij, “en reken elke dag als een apart leven. Wie deze instelling heeft, wie zijn leven elke dag leeft als een geheel, die voelt zich gerust.”
Zo heb je geleefd, Louis, conform de Joodse wijsheid die ik al citeerde en die ik heb van Julien Klener, de voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie: “De mens is wat hij van zichzelf maakt.”

Je kleinzoon Michael Freilich voegt daaraan toe dat je geheime wapen gelegen is in het simpele feit dat je van mensen houdt.

Dat simpele feit maakt dat wij ook zoveel van jou houden.