• Dinsdag, 27 Juni 2017
  • 3 Tammuz, 5777
  • Laatste update 19 Juni 2017 20:49

In memoriam: Baron Henich Apfelbaum – uitzonderlijk symbool van de Joodse gemeenschap

  • Dinsdag 12 November 2013 9:02

Apfelbaum (Copy)

Baron Henich Apfelbaum


filip (Copy)
“Het overlijden van baron Henich Apfelbaum, ere-consul van Israël, erevoorzitter van de Centrale, gewezen voorzitter van de Hoge Raad van Diamant en drager van vele andere eretitels dompelt niet alleen zijn familie in diepe rouw. Zijn heengaan symboliseert ook een feitelijke breuklijn tussen toen en nu.” Dat schrijft Alexander Zanzer, directeur van de Koninklijke Centrale voor Joodse Weldadigheid, in volgend In Memoriam.

Vorige maand nog vroeg de directeur van de American Joint Distribution Committee, de grootste Joodse instelling van de Verenigde Staten, mij om Henich Apfelbaum uit te nodigen voor hun honderdjarige jubileumviering die in 2014 zou plaatsvinden. Omwille van zijn hoge leeftijd en gezondheidsproblemen uitte ik mijn twijfels. Ik vroeg: “Waarom net baron Apfelbaum? Hij is oud en kampt met gezondheidsproblemen.” De directeur, zelf 70 jaar oud, die Apfelbaum kende van ontmoetingen in het verre verleden antwoordde laconiek: “Er komen een honderdtal Amerikaanse hoge personaliteiten naar Parijs. Ik wil hen erop wijzen dat er ook in Europa mensen zijn van hun kaliber, mensen out of the extraordinary.”

In dit antwoord ligt besloten wie baron Apfelbaum was en waarvoor hij stond. Als Holocaustoverlevende kwam hij terecht in Antwerpen waar hij initieel financieel ondersteund werd door de Centrale. Terwijl de Antwerpse metropool zich verder ontwikkelde, ontpopte hij zich tot een welvarend zakenman. Daarnaast werd hij een bedreven diplomaat en schreef hij diverse vormen van vrijwillig welzijnswerk op zijn actief. Hij symboliseert een tijdperk waar de Joodse gemeenschap, bestaande uit de overlevenden van de Shoah, haar wil en gedrevenheid toonde om te leven en een nieuwe toekomst op te bouwen. Voor hen betekende dit immers een absolute overwinning op de gruwel en de vernietiging van de Holocaust.

Hoopgevend

Apfelbaum kon met zijn eretitels en realisaties aan velen de indruk en de hoop geven dat het einde van de tunnel van het Joods lijden achter ons lag. De wederopbouw van een welvarende Joodse gemeenschap met opgeheven hoofd, vrij van de beperkingen van het antisemitisme, kon onverwijld worden aangevat. Zijn verworvenheden waren inspirerend en hoopgevend voor de Joodse gemeenschap. Er ging een krachtig signaal van uit, namelijk het einde van het Joods lijden en het uitzicht op de mogelijkheid van een volledig herstel voor een fiere Joodse gemeenschap, bevrijd van de gesel van het antisemitisme. Hij leefde in een tijdperk waarin politici naar eer en geweten en legitiem de Joodse gemeenschap prezen voor haar bijdrage aan het algemeen welzijn zonder antisemitisch gedonder over zich heen te krijgen of repercussies te vrezen op electoraal vlak.

dayan (Copy)

Apfelbaum met Moshe Dayan

golda (Copy)

Op bezoek bij Golda Meir

Apfelbaum droeg zijn titel van ereconsul van de staat Israël met opgeheven hoofd en gaf daarmee uiting van een terechte fierheid. In zijn bureau konden bezoekers ook de foto’s van belangrijke prominente en historische Israëlische figuren zoals Moshe Dajan en Golda Meier opmerken. Samen met hen was Apfelbaum een boegbeeld van het hernieuwde vertrouwen van het Joodse volk in een nieuwe en betere toekomst.

Voorzitter Centrale

Toen Apfelbaum voorzitter werd van de Centrale was de Joodse gemeenschap in volle bloei. De diamantindustrie creëerde gemakkelijk arbeidsplaatsen en de aristocratie binnen de zakenwereld zette hoog in op sociale doeleinden. Over alle interne verdeeldheden heen werd Apfelbaum erkend als de wettige vertegenwoordiger van het Antwerps Jodendom dat uitgroeide tot een internationaal begrip. De Antwerpse Joodse gemeenschap genereerde de faam van de meest prestigieuze en welvarende in haar soort ter wereld te zijn. Baron Apfelbaum excelleerde door zijn uitzonderlijke bedrijvigheid zowel op het vlak van welzijnswerk enerzijds als op het vlak van zijn diplomatieke activiteiten en het leggen van verregaande politieke contacten anderzijds.

Hij werd alom beschouwd als de waardige opvolger van Nico Gunzburg, de stichter van de Centrale. Hun beider verleden verliep nochtans niet gelijklopend. Gunzberg stamde uit een welvarend milieu, kon studeren en de Shoah ontvluchten. Hij was een jurist met wereldfaam die werkte aan de strafzaken van Nurenberg en hij schreef de Indonesische grondwet. Henich Apfelbaum had minder geluk. Toen het nazisme zich openbaarde, woonde hij in Polen. Hij onderging de horror van de concentratiekampen en werd op een dodenmars gezet die hij overleefde. Hongerig, berooid en haveloos kwam hij naar Antwerpen. Op eigen kracht, zonder een noemenswaardige studieloopbaan als referentiepunt, bouwde hij een succesvol beroepsleven uit en stichtte hij een gelukkig gezin. Maar hij vergat nooit zijn herkomst en toen de opportuniteit zich aandiende, greep hij de teugels van de instelling die Gunzburg destijds officieel in het leven riep.

Onder zijn voorzitterschap begon de Centrale alle aspecten van het sociaal Joods leven te ondersteunen.  Regionaal, nationaal en internationaal kreeg de Centrale het aanzien van een voorbeeldinstelling en werd Apfelbaum erkend als een waardige vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap. Hij wist boven alle politieke partijen heen de belangen van de Joodse gemeenschap te incarneren en uit te dragen.

Elke politicus die de geschiedenis van België gestalte gaf, was bevriend met Henich Apfelbaum of ontmoette hem op regelmatige basis: Leo Tindemans, Herman De Croo, Jean-Luc Dehaene, Wilfried Martens, Wivina Demeester, Monica De Coninck en ontelbare anderen. Toen Vlaanderen langzaam maar zeker meer autonomie verwierf en de sociale sector geregionaliseerd werd, werd Apfelbaum vriend aan huis bij elke minister-president en onnoemlijk veel anderen.

Tijdperk

De Joodse gemeenschap rouwt om Henich Apfelbaum omdat de huidige economische, diplomatieke en politieke context zo sterk verschilt van hetgeen men wel degelijk het “tijdperk Apfelbaum” kan noemen. Men rouwt ook omdat de gemeenschap zo moeizaam op het spoor komt van personaliteiten die gedragen door uitzonderlijke prestaties in binnen-en buitenland, de Joodse gemeenschap kunnen vertegenwoordigen en ondersteunen.

Men zegt dat iedereen vervangbaar is. Ik deel die zienswijze niet. De tijd vervaagt de herinneringen maar bouwt geen nieuwe monumenten. Behoudens zijn gezin, kinderen en kleinkinderen laat Apfelbaum veel monumenten na. Ik denk daarbij aan de residentie Alpfelbaum-Laub, de Jeshiva, de Koninklijke Vereniging van Joodse Weldadigheid en vooral aan de vele gezinnen die hij geholpen heeft.

“De Stad” zoals de Joodse gemeenschap intern bekend staat, zal niet gemakkelijk een vervanger vinden en de Israëlische overheid evenmin een zo sterk geëngageerd pleitbezorger. Toen Sylvain Lipschuts voorzitter werd van de Centrale vroeg hij om advies, zelfs de zegen van Henich Apfelbaum. Toen mijn vader de dag erop Apfelbaum sprak, zei hij: “Ik weet niet waarom hij de verantwoordelijkheid van deze functie vreest. Ik geef hem advies en “de Stad” weet dat ik altijd achter de Centrale zal staan.”

De oplichtende schaduwen van Henich Apfelbaum en van Nico Gunzberg zullen altijd blijven afstralen op de Centrale. Het zijn lichtbakens die aansporen tot het verderzetten van het werk, tot het met fierheid dragen van de lasten van de gemeenschap en tot het uitdragen van de stem van de Joodse gemeenschap in al haar sociale bewogenheid. Ik kan enkel hopen dat de familie van Baron Henich Apfelbaum beseft hoe diep de voetafdruk is van deze echtgenoot, vader en grootvader die in de Jishoev werd achtergelaten.

 Alexander Zanzer