• Dinsdag, 21 November 2017
  • 3 Kislev, 5778
  • Laatste update 17 November 2017 09:46

Gesprek met Annemie Turtelboom, federaal lijsttrekker voor OpenVLD

  • Vrijdag 16 Mei 2014 8:40
Annemie Turtelboom en Samuel Markowitz

Annemie Turtelboom en Samuel Markowitz

Joods Actueel had een gesprek met Annemie Turtelboom, lijsttrekker voor de Kamer bij OpenVLD. Turtelboom is reeds lang een gekend gezicht voor de Joodse gemeenschap van Antwerpen. Haar aanwezigheid bij tal van lokale evenementen zorgt er ook voor dat ze geliefd is binnen de gemeenschap die weet dat haar deur steeds openstaat om een luistered oor te bieden.

Het was Annemie Turtelboom die de beloftevolle jonge politicus Samuel Markowitz overhaalde om in de politiek te stappen. Markowitz staat op de 8e plaats voor de het Vlaams Parlement, hij is vooral gekend als hoofdcoördinator van de joodse EHBO-dienst Hatzoloh.

De liberale partij heeft trouwens nog een joodse kandidaat in petto, namelijk Toby Fischler die 9de staat op de lijst voor de Kamer.

vld

Publiciteit [Klik voor groter beeld]

Mevrouw Turtelboom, uw goede verstandhouding met de Joodse gemeenschap is door de jaren heen algemeen bekend. Vanwaar die affectie voor de Joodse gemeenschap?
Annemie Turtelboom: Ik doe toch al meer dan tien jaar aan politiek in de provincie Antwerpen en je kan nu eenmaal niet de ambitie hebben om als parlementslid de provincie te vertegenwoordigen en de Joodse gemeenschap niet te kennen, net zoals je de havensituatie moet kennen, of op de hoogte dient te zijn van de diamantsector.

En uw eerste contact met Joden, verliep dat ook via de politiek?
Annemie Turtelboom: Op mijn achttiende deed ik al een rondreis door Israël. Ik ben er maar één keer geweest maar het is één van de landen waarvan ik toen al dacht, hier wil ik nog terugkomen. Je hebt er op een klein oppervlak enorme verschillen: godsdienstige, culturele en geschiedkundige. Ik begreep toen al dat de stabiliteit die het land nastreeft altijd op een fragiel evenwicht berust. Ik begrijp dan ook de band die Joden overal ter wereld voor dat land bewaren. Israël, de enige Joodse staat, vormt voor hen het ankerpunt bij uitstek en fungeert als zekerheid na wat men wereldwijd heeft meegemaakt tijdens de oorlog. Na dergelijke traumatische gebeurtenissen is de nood aan een ankerpunt zo mogelijk nog groter.

Ter linkerzijde wordt in de politiek vaak opgeroepen om Israël te boycotten, men aarzelt niet om het land met een apartheidsregime te vergelijken. Hoe kijkt u daar tegenaan?
Annemie Turtelboom: Ik ben van oordeel dat Israël er al die jaren in slaagt om onder uiterst moeilijke omstandigheden stabiel en rustig te blijven, ik heb dan ook nooit geloofd in dat boycotverhaal. Ik denk dat je respect moet hebben voor het feit dat het Joodse volk na de oorlog zo’n een kompas nodig heeft, en dat moet gerespecteerd en aanvaard worden, punt.

Kan u zich voorstellen dat de Israëlische regering op een zeker moment een beschermende maatregel nam door een veiligheidshekken te plaatsen?
Annemie Turtelboom:
Dat is emotioneel perfect begrijpelijk maar feitelijk blijf je toch met de vraag over of dat de situatie zal oplossen. Het is ook de reden waarom ik toen ik op Justitie aantrad na de aanslag in Toulouse, de waakzaamheidscel antisemitisme geïnstalleerd heb met een referentiemagistraat voor Justitie in samenwerking met de politie. Op die manier proberen we te anticiperen op buitenlandse gebeurtenissen, het internationale klimaat kan immers bepalend zijn. Ik besef maar al te goed dat een nulrisico nooit bestaat maar je weet dat er gevaren zijn voor de Joodse gemeenschap dus moet je er ook alles aan doen om aanslagen te voorkomen. Die cel is blijven functioneren en heeft onder meer in Antwerpen toch tot betere contacten tussen parket, politie en de veiligheidsverantwoordelijken van de joodse gemeenschap geleid. Het is altijd belangrijk dat de lijnen heel kort zijn bij een eventuele noodsituatie.

Het Antwerpse stadsbestuur heeft zijn excuses aangeboden voor de houding van de lokale overheden tijdens de oorlog. Waren die excuses een goede zaak?
Annemie Turtelboom:
De kracht van een samenleving wordt pas openbaar als men fouten uit het verleden kan erkennen. Dat is zo met de verontschuldigingen van Verhofstadt voor de genocide in Rwanda en zeker ook met zijn excuses in Jeruzalem in Yad Vashem. Dat is een ongelofelijke sterkte zowel voor een samenleving als voor een individu. Als ik de voorbije weken de ouders van Shana en Kevin ontmoette dan ben ik ook de eerste om te zeggen: “We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat dit niet meer kan gebeuren”. Op die manier geef je ook de zwakte toe van je eigen organisatie en blijft er enkel het nederig excuseren over als mogelijkheid, ook al kan het kwaad dat geschiedde daarmee niet hersteld worden, wij erkennen daarmee dat het ook niet had mogen gebeuren.

De Joodse gemeenschap krijgt soms het verwijt lange tenen te hebben.
Annemie Turtelboom:
Ik dat mensen vaak niet kunnen inschatten wat het betekent om dit meegemaakt te hebben. Ik herinner me dat ik op een diner was en dat een man van in de tachtig mij met tranen in de ogen zijn verhaal vertelde, het is pas dan dat je merkt hoe diep dit zeventig jaar na datum nog zit en dat je inlevingsvermogen wordt aangescherpt. Het blijft gewoon ‘de’ smet op de westerse geschiedenis van de voorbije eeuwen. Wat mij altijd gechoqueerd heeft, is het machinale, het industriële karakter van deze gebeurtenissen. Geen emotie van het moment maar planmatig en berekend tot en met het aanleggen van spoorlijnen voor deportatietreinen.

Mijn grootste kritiek is dat die gruwelijkheden jaren ongestoord konden doorgaan. De knipperlichten die toen zijn gaan branden bij gewone mensen hebben zich vertaald in individuele acties om slachtoffers onderdak te geven of om ze een andere identiteit te bezorgen in gastgezinnen. Dat kon dus op individueel vlak terwijl men er niet in geslaagd was om het hele systeem aan te pakken. De Shoah veroorzaakte een blijvende existentiële ongerustheid bij Joden, en dat begrijp ik maar al te goed.