Het Joods museum van Berlijn – Een Opmerkelijk Kunstwerk

Architectuur kan niet louter als kunst worden beschouwd, maar moet ook functioneel zijn en hand in hand gaan met technieken en de vereiste kennis van zaken. Anderzijds omvat architectuur meer dan alleen het technische aspect; architectuur moet in staat zijn bepaalde emoties toe te laten en bepaalde gevoelens los te wrikken. Architectuur moet een verhaal vertellen.

Le Corbusier, grondlegger van de moderne architectuur en een van de meest invloedrijke architecten aller tijden, wist het als geen ander te verwoorden:

“Je past steen, hout en beton toe.
Met deze bouw je huizen en paleizen.
Dat is constructie.
Vernuft doet zijn intrede.
Maar opeens raak je mijn hart, je doet mij goed. Ik ben blij en ik zeg:’dat is schoonheid’.
Dat is architectuur.
Kunst doet zijn intrede.”

Een spraakmakend gebouw, dat de grenzen tussen architectuur, kunst, sculptuur en techniek doet vervagen, is het Joods-Historisch museum in Berlijn, van de hand van Joodse architect Daniël Libeskind (Lodz, 12 mei 1946). Het gebouw overstijgt haar functie; ze doet meer dan alleen onderdak bieden aan een uitgebreide collectie dat getuigt van het bruisend Joods leven in het vooroorlogse Berlijn: het gebouw in zijn geheel vertelt een verhaal. Niet alleen de vorm en de toegepaste materialen spreken boekdelen. Het is juist de leegte, het ontastbare, die stille getuige zijn van een verhaal te gruwelijk en onbegrijpelijk om in woorden uit te drukken. Een verhaal waaraan elk beeld tekort doet, een pleidooi waarvan de getuigenissen die we vandaag horen alleen in onze ergste nachtmerries vage vormen aannemen.

Het ontwerp dat de tekentafel van Libeskind verlaat gaat haast poëtisch om met beide componenten. Het gebouw, met zijn bliksemschichtachtige vorm, waarin velen een opengebroken davidster zien, kan worden beschouwd als een pijl, een levenslijn. Een lijn die symbool staat voor het Joods leven in Berlijn. Op de centrale as van de bliksemschicht bevinden zich leegstaande torens die visueel met elkaar verbonden zijn. De onzichtbare lijn, gevormd door de opeenvolging van die lege ruimtes, symboliseert dan weer het verlies van Joodse levens, de leegte veroorzaakt door de gruwelijkheden van de tweede wereldoorlog.

Het feit dat de gevel, de lijn, nergens onderbroken wordt –de inkom is ondergronds- versterkt het symbolische karakter van het gebouw. Het gebouw wordt als het ware een monument, een embleem van het Joodse leven in Berlijn, gaande van een levendige geschiedenis tot een angstaanjagende leemte.

De vensters, die schijnbaar als willekeurige lijnelementen de zinken gevelvlakken doorboren, herbergen een veel diepere betekenis. Op een plattegrond van Berlijn werden lijnen getekend die de plaatsen waar het Joods leven ooit plaatsvond verbinden. Die verbindinglijnen werden, onder de vorm van vensters, op de gevel geprojecteerd.

De toegang tot het Joods museum geschiedt via het aanpalende museum van de Duitse geschiedenis. Dit om de onafscheidbaarheid tussen de Joodse en Duitse geschiedenis aan te geven. Via een trap bereikt men een ondergrondse site, samengesteld uit drie gangen;
de As des Doods, de As van Ballingschap en de As van de Continuïteit.

De As van Ballingschap leidt naar een monument in openlucht, dat samengesteld is uit een serie van betonnen pijlers; de Tuin van Ballingschap. De As des Doods leidt naar een leegstaande toren, de Holocaust toren. De langste as, de As van de Continuïteit, doorboort de twee andere assen om uiteindelijk bovengronds uit te monden en de bezoeker toelaat het museum te ontdekken.

Ook hier laat de symboliek niets aan de verbeelding over. Na de Holocaust, na de ballingschap en ondanks alle pogingen om de herinnering aan het Joodse volk te doen verdwijnen, komt de bezoeker in het museum terecht, waar de Joodse cultuur en geschiedenis in al zijn aspecten aan bod komen. Een van de lege ruimtes op de onderbroken lijn, de herdenkingsleegte, werd gevuld met 10.000 stalen gezichten; een kunstwerk van de Israëlische beeldhouwer en schilder Menashe Kadishman, ter nagedachtenis van de Holocaust slachtoffers.

Bij hun doordocht door het museum mogen de bezoekers over het kunstwerk heen stappen, waardoor er een schrijnend geluid wordt geproduceerd die de anders zwijgende, anonieme gezichten een stem geeft. Libeskind vindt “between the lines” een passende naam voor zijn ontwerp. De twee lijnen; de zigzaggende continue lijn, en de onderbroken rechte lijn vertellen het verhaal van het Joodse volk doorheen de geschiedenis. Het Joodse volk heeft nooit een lange rechte weg kunnen volgen. Haar geschiedenis kenmerkt zich door de vele aanpassingen die ze in ballingschap heeft moeten ondernemen, zigzaggend rond de meest gruwelijke hoofdstukken in de menselijke geschiedenis. Dit pad mag dan niet het gemakkelijkst te belopen zijn maar uiteindelijk is dit de langere lijn, is dit de continue lijn die zich tot in het oneindige uitstrekt.

Het voornaamste bewijs daarvoor is het feit dat, 50 jaar nadat Duitsland als ‘Judenrein’ werd beschouwd, een museum werd gebouwd als eerbetoon aan de Joodse slachtoffers en het Joods patrimonium in Berlijn.

Tekst: Daniel Werner

Tweet
Share
Share11
11 Shares