Operatie “Zeebries” – Juridische achtergrond

Gedurende vele jaren is de Staat Israël betrokken in een aanhoudend gewapend conflict met terroristische organisaties die opereren vanuit de Gaza-strook. Dit gewapend conflict escaleerde wanneer Hamas op gewelddadige manier de macht greep in Gaza in juni 2007 en onder hun de facto-controle het gebied veranderde in een lanceerplatform van kruisraketten en mortieren gericht tegen aanburende  Israëlische dorpen en gemeenschappen in het zuiden van Israël.

De Staat Israël ondernam verschillende maatregelen om zijn burgerbevolking te beschermen tegen aanvallen komende uit de Gaza-strook. Initieel werd kost nog moeite gespaard om extensieve militaire middelen te vermijden, waarbij diplomatieke en economische middelen aangewend werden aangevuld met beperkte militaire interventies. Wanneer deze acties inefficiënt bleken te zijn, en de rakketaanvallen tegen de Israëlische dorpen en gemeenschappen aanhielden en zelfs intensifieerden, had de Staat Israël geen andere keuze dan het ondernemen van een extensieve militaire operatie in 2009, operatie “Gegoten Lood”.

De Maritieme blokkade van de Gaza-strook

In navolging van het Internationaal Humanitair Recht behoudt een staat, betrokken in een gewapend conflict, in teken van de vrijwaring van haar veiligheid het recht een maritieme blokkade in te richten aan de kust van zijn vijand. Een maritieme blokkade omvat een verbod op passage (zowel het betreden als het verlaten) van alle schepen vanuit of naar de havens van de kustregio van de vijand, ongeacht de aard van de door die schepen vervoerde goederen.

De rechtsgrond op basis waarvan een staat dergelijk embargo kan instellen berust op internationaal gewoonterecht. Het is een veelvoorkomend gebruik erkend door het Handvest van de Verenigde Naties, die de verschillende acties opsomt die de Veiligheidsraad kan ondernemen om internationale vrede te behouden of te herstellen.

Artikel 41 HVN

“De Veiligheidsraad kan besluiten welke maatregelen waaraan geen wapengeweld te pas komt, dienen te worden genomen om zijn besluiten ten uitvoer te brengen en kan de Leden van de Verenigde Naties oproepen om deze maatregelen toe te passen. Deze kunnen omvatten het volledig of gedeeltelijk verbreken van de economische betrekkingen, alsmede van de spoor-, zee-, lucht-, post-, telegraaf- en radioverbindingen en van andere verbindingen, en het afbreken van diplomatieke betrekkingen.”

Artikel 42 HVN

“Mocht de Veiligheidsraad van oordeel zijn dat de in artikel 41 bedoelde maatregelen onvoldoende zouden zijn of dat zij onvoldoende zijn gebleken, dan kan hij overgaan tot zulk optreden door middel van lucht-, zee- of landstrijdkrachten als nodig is voor de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid. Zulk optreden kan omvatten demonstraties, blokkades en andere operaties door lucht-, zee- of landstrijdkrachten van Leden van de Verenigde Naties.”

Hetzelfde kan worden gevonden in artikel 7.7.1 van het “Commander’s Handbook on the Law of Naval Operations” , uitgegeven door de Marine van de Verenigde Staten in juli 2007.

Artikel 7.7.1 The US Navy Handbook

“Blockade is a belligerent operation to prevent vessels and/or aircraft of all nations, enemy as well as neutral, from entering or exiting specified ports, airfields, or coastal areas belonging to, occupied by, or under the control of an enemy nation. While the belligerent right of visit and search is designed to interdict the flow of contraband goods, the belligerent right of blockade is intended to prevent vessels and aircraft, regardless of their cargo, from crossing an established and publicized cordon separating the enemy from international waters and/or airspace”.

Het Internationale Recht bepaalt diverse voorwaarden voor het instellen van een maritieme blokkade ( deze voorwaarden worden ondermeer verder behandeld in het “San Remo Manual on International Law Applicable to Armed Conflict at Sea” van 1993 ) :

A.        Publieke bekendmaking – een blokkade moet openbaar bekend gemaakt worden en bericht worden aan alle staten die eventuele hinder zouden kunnen ondervinden van deze blokkade, met nadruk op die staten wiens             schepen varen of veronderstelt worden te varen in het relevante gebied. De         bekendmaking moet, naast andere voorwaarden, de aanvang van de blokkade,             zijn tijdsduur en zijn  geografische grenzen specifiëren.

B.        Doelmatigheid – er worden geen fictieve blokkades ingesteld. Eens         een staat een maritieme blokkade instelt moet ze deze ook in de praktijk      afdwingen. Een niet afgedwongen blokkade vervalt na verloop van tijd.

C.        Onpartijdigheid – een blokkade wordt opgeworpen zonder          onderscheid tot schepen van alle staten, inclusief die schepen die de vlag       dragen van de             staat die de blokkade instelde.

D.        Toegang tot neutrale staten – een blokkade kan de toegang tot havens   of kusten van neutrale staten niet ontzeggen.

E.        Doorgang van humanitaire hulp – een maritieme blokkade wordt          ingesteld voor veiligheidsredenen. De blokkerende partij moet voorzien in de      vrije doorgang van humanitaire hulp voor de burgerbevolking van het        geblokkeerde gebied. Deze verplichting wordt verder omschreven onder de             bevoegdheid van de blokkerende partij om de technische organisatie,       waaronder inspectiemogelijkheden, om toe te zien dat die middelen die bestemd zijn voor de vijand de blokkade niet doorkomen. Dit om toe te zien             dat de humanitaire hulp de burgerbevolking ten goede komt en verder      gedistirbuteerd wordt onder toezicht van een onafhankelijke partij die controle   uitvoert op eventueel misbruik van deze hulp door de vijand.

De maritieme blokkade ingesteld door Israël tegen de Gaza-strook, geschonden door de Free Gaza Flotilla, is dan ook in overeenstemming met bovenstaande regels van internnationaal recht:

A.        Publieke Bekendmaking – op 3 januari 2009, tijdens operatie      “GegotenLood”, ging de Staat Israël over tot de afkondiging van de maritieme      blokkade van de Gazastrook, op een afstand van 20 zeemijl van de kust van     Gaza. De directe aanleiding voor de instelling van de blokkade was een   duidelijke militaire noodzaak: het voorkomen van de militaire   machtsconcentratie van Hamas door de overzeese wapentoevoer af te sluiten,            met toestemming van de VN Veiligheidsraad.

UNSC 1860

… 6. “The Security Council calls upon member states to intensify efforts to provide arrangements and guarantees in Gaza in order to sustain a durable ceasefire and calm, including to prevent illicit trafficking in arms and ammunition…”

De bekendmaking van de blockade verliep verder via de gewoonlijke       internationale kanalen. Deze verklaringen omvatten de geografische         coördinaten en benadrukten het bestaan van de blokkade tot nadere             mededelingen. Nog voordat de recente flotilla afmeerde heeft de Staat Israël      de betrokken staten via diplomatieke weg op de hoogte gebracht, alsook     contact opgenomen met de organisatoren van de flotilla om hen nogmaals te     wijzen op het bestaan van de blokkade.

B.        Doelmatigheid – de maritieme blokkade tegen Gaza werd             daadwerkelijk afgedwongen door de Staat Israël sinds zijn instelling. Voordat            de blokkade ingesteld werd werden humanitaire hulpkonvooien nog      vrijblijvend toegelaten, sinds de instelling van de blokkade werd echter geen       enkel schip nog toegang verleend.

C.        Onpartijdigheid – de maritieme blokkade werd afgedwongen voor         alle schepen, ongeacht de vlag waaronder ze voeren.

D.        Toegang tot neutrale staten – de maritieme blokkade tegen Gaza            heeft op geen enkele manier en in geen enkel geval de toegang van schepen tot havens of kusten van neutrale staten ontzegd.

E.        Doorgang van humanitaire hulp – de Staat Israël stond de doorgang     van humanitaire hulp toe lang voordat de maritieme blokkade werd ingesteld.           Deze hulpgoederen bereikten Gaza via de doorgangen tussen Israël en Gaza,            wanneer deze na inspectie door de Israëlische veiligheidsdiensten werden             vrijgegeven in coördinatie met internationale organisatyies werkzaam in Gaza.     De Staat Israël verklaarde openlijk dat alle humanitaire hulp, waaronder deze van de Free Gaza Flotilla, toegang krijgt tot Gaza, nadat ze in de haven van       Ashdod de gebruikelijke inspecties ondergaat.

Hieruit kunnen we dan ook besluiten dat de maritieme blokkade ingesteld door de Staat Israël tegen Gaza voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het internaitonaal recht.

Inbreuk of Poging tot Inbreuk van een Maritieme Blokkade

De doorgang van een schip door het geblokkeerde gebied of de penetratie van dit gebied zonder uitdrukkelijk toegekende toestemming van de staat die de blokkade instelde wordt beschouwd als een inbreuk op de blokkade. In navolging van het “Law of Armed Conflict at Sea” is het de blokkerende staat toegestaan om, wanneer er redelijke gronden bestaan om te besluiten tot een inbreuk op de maritieme blokkade, het schip te onderscheppen, en wanneer het hierbij weigert te coöpereren na duidelijke kennisgeving over te gaan tot dwangactie.

Het Handboek van het Rode Kruis stelt hierbij dan ook het volgende :

Art 89 Red Cross Model Manual:

“Merchant vessels believed on reasonable ground to be breaching a blockade may be captured and those which, after prior warning, clearly resist capture may be attacked”

Hierenboven is het staat die een maritieme blockade instelt toegestaan om een schip te onderschapen voordat dit schip het geblokkeerd gebied betreedt, i.e. wanneer het betreffende schip koers zet naar het geblokkeerde gebied en er redelijke grond is om te geloven in zijn intentie om inbreuk te doen tegen de de maritieme blokkade. De interventie tegen een schip dat op duidelijke en onweerlegbare manier de intentie te kennen gaf over te willen gaan tot inbreuk van een maritieme blokkade kan onderschept worden in internationale wateren voorafgaand aan penetratie van het geblokkeerd gebied, maar niet in territoriale wateren van neutrale staten.

Met andere woorden mag gesteld worden dat de wettelijke toestemming om een schip te onderscheppen niet bepaald wordt door het feit of het schip zich op het moment van interventie binnen het gebied van de blokkade bevond of zich in internationale wateren bevond met koers naar de geblokkeerde zone.

Artikel 7.7.4 van “The US Navy Handbook” stelt op zijn beurt dat :

Art 7.7.4 US Navy Handbook:

“Breach of blockade is the passage of a vessel or aircraft through a blockade without special entry or exit authorization from the blockading belligerent. Attempted breach of blockade occurs from the time a vessel or aircraft leaves a port or airfield with the intention of evading the blockade … It is immaterial that the vessel or aircraft is at the time of interception bound for neutral territory, if its ultimate destination is the blockaded area “.

Wanneer we het recentelijk incident beschouwen met de Free Gaza Flotilla, kunnen we volgende analyse maken. Alle deelnemende schepen aan de Flotilla werden expliciet gewaarschuwd door het IDF dat ze koers zetten naar een gebied dat onder maritieme blokkade stond, gesloten voor alle vormen van maritiem verkeer, waarbij hen aangemaand werd hun koers te verleggen en af te zien van verdere plannen om inbreuk te maken op de blokkade. Het werd de gezagvoerders van de schepen aangeboden om koers te zetten naar de haven van Ashdod om zo de humanitaire goederen na inspectie via de formele landoversteken naar Gaza te transporteren. Niettegenstaande deze waarschuwingen gaven de gezagvoerders van de schepen expliciet te kennen vast te houden aan hun wil om de blokkade te doorbreken, krachtig bijgezet door hun onwil om van hun koers naar Gaza af te wijken.

Hierdoor verkreeg de Staat Israël, krachtens internationaal recht, de toestemming om de schepen te enteren, vanaf het moment ze de territoriale wateren van neutrale staten verlieten. Gegeven de omstandigheden, i.e. de weigering van de schepen om te stoppen of om af te zien van hun intentie om de blokkade te doorbreken, werd het gebruik van militaire middelen toegestaan om controle te verkrijgen over de schepen.

Het IDF viel de Flotilla niet aan met kanonnen, machinegeweren of raketten en vertoonde niet de intentie schade toe te brengen. Ze ondernam de noodzakelijke stappen om de controle te verkrijgen over de schepen in het kader van een operatie die uitdrukkelijk vroeg om achtzaamheid en proportionaliteit. De overname van de meeste schepen verliep zonder geweld. De IDF soldaten betrokken bij de overname van de schepen leverden dan ook de noodzakelijke inspanningen om initieel af te zien van het gebruik van geweld en werden hiertoe verplicht door de onverwacht vijandige houding van de opvarenden en de hieruitvolgende onmiddelijke dreiging voor het eigen leven.

De Staat Israël heeft de bovenstaande verplichtingen volledig gerespecteerd. De buitenlandse burgers, aangehouden op de diverse schepen worden onder gezag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken gesteld om te voorzien in hun repatriatie. Gewonden werden onmiddellijk overgebracht per helicopter naar diverse hospitalen in Israël. Activisten verdacht van het moedwillig aanvallen van IDF soldaten worden evenwel onder aanhoudingsmandaat geplaatst en zullen via de wettelijke wegen berecht worden.

Tweet
Share
Share
0 Shares