Barnard in Joods Actueel “ik hanteer inzake racisme een enigszins dubbele moraal”

Benno Barnard en zijn twee kinderen
Hierbij een archiefstuk uit Joods Actueel van januari 2009. Schrijver Benno Barnard liet ons een eerder stuk van zijn hand overnemen, “Antisemitisme reikt ook tot in de stripwereld”.

Isaac Steinchen

Wantrouw schrijvers die hun gezin als koor gebruiken, dat weeklaagt telkenmale als het drama dat vereist. Maar aangezien ik die regel ken, mag ik hem overtreden.

Mijn dochter, onkritisch en blijmoedig van nature, zei onlangs dat ze Jommeke ‘keistom’ vond. De lectuur van Het piepend bed – album nummer 89 in de roman fleuve van Jef Nys – had haar tot deze uitspraak bewogen. Ze liet me de eerste pagina van het verhaal zien: twee meisjes van haar leeftijd hebben een aapje als baby aangekleed en in een kinderwagen gelegd. Het zoogdier nuttigt chocolademelk uit een papfles. Op straat komen ze een grijze dame tegen, die blijkbaar niet goed ziet. Haar commentaar luidt als volgt:

Eerste ballon: ‘Hemel, wat geven jullie dat kindje? Chocolademelk!’

Advertentie

Tweede ballon: ‘Maar dat mag je niet geven!’

Derde ballon: ‘Van chocolade worden kindjes lelijk!

Vierde ballon: ‘Kijk maar, hoe donker zijn huid al is!’

Vijfde ballon: ‘En haar op zijn armpjes en beentjes!’

Zesde ballon: ‘Zo’n lelijk kind! Het lijkt wel een aap! Foei!’

De reactie van de Choco geheten aap hierop luidt: ‘HOEHOEWOEW!’

Ik liet de tekst tot dat deel van mijn brein doordringen waar Moraal en Europese Geschiedenis zetelen. Mijn dochter, die met een uiterst verfijnd instrument voor het theatrale is uitgerust, voelde aan dat dit een geschikt moment was om in tranen uit te barsten. ‘Hoehoewoew!’ snikte ze; ja, ze gaf een glanzende demonstratie van haar talent om zichzelf al snikkend in een trance van gesnik te brengen, wat een benijdenswaardige vrouwelijke specialiteit is.

Advertentie

Mijn dochter intussen komt uit India en is zo bruin als choco.

Ik kende het gerucht over racisme in de strips van Jef Nys. Ik wist dat Jef Nys zijn loopbaan was begonnen bij Het Pallieterke; dat hij enige jaren geleden in Het Laatste Nieuws zijn sympathie voor het Vlaams Belang had beleden; en dat je uit zijn tekeningen van negers kon afleiden dat de kwaliteit van de inheemse keuken sterk was achteruitgegaan sinds België geen verse missionarissen meer naar Congo stuurde.

Ach, stripnegers! Een beetje racisme in strips en moppen gunt ons een collectieve ontlading die ons voor erger behoedt. En anders dan Arabieren kunnen negers lachen om zichzelf, nietwaar.

Dit lees ik in een interview van Geert De Weyer met Nys: ‘Alsof zwarten geen dikke lippen hebben. (…) Ze zijn verdorie een en al lip. Maar dat was hoe men in vroegere tijden zwarten tekende. Hergé had er op zeker moment ook last van.’

Over naar Hergé.

In Lire, zomer 2004, schrijft een zekere Emile Brami dat kapitein Haddock

veertien van zijn geliefkoosde scheldwoorden aan het antisemitische pamflet Bagatelles pour un Massacre (1938) van Louis-Ferdinand Céline heeft ontleend.

Buiten hun context zijn beeldenstormer (iconoclaste) en vogelbekdier (ornithorynque) natuurlijk geen antisemitische kreten, maar het blijft een opmerkelijke bron.

In hetzelfde interview – het dateert van eind 2003, kort na zijn uitspraken in Het Laatste Nieuws – nuanceert Jef Nys zijn warme gevoelens voor het Vlaams Belang. Hij is zeker geen racist, ‘maar Antwerpen wordt stilaan een getto’.

Dat laatste lijkt me een ongelukkig gekozen woord.

Hier moet ik een confessie doen: ik hanteer inzake racisme een enigszins dubbele moraal. Negers met dikke lippen, het kan me niet schelen dat mijn kinderen die karikatuur te zien krijgen. Ik zag die ook als kind en het heeft mijn ethisch besef niet geschaad. Ook meen ik dat een agressieve godsdienst als de islam beter verborgen had kunnen blijven voor de lichtgeraakte Marokkaanse medemens, wat misschien niet eens racistisch van me is.

Hoe dat zij – antisemitisme vind ik onverdraaglijk, niet omdat ik zelf Joods ben (Barnard is niet joods, nvdr voor de verduidelijking), maar omdat onze beschaving zoveel aan de Joodse verschuldigd is, en haar daarvoor voornamelijk heeft beloond met pogroms.

Ondertussen mag Jommeke blijven leven na de dood van Jef Nys, mits er geen geweld, seks, racisme of religie in de verhalen voorkomt. Dit heeft Nys testamentair laten vastleggen.

We mogen dus aannemen dat hij geen racist is.

Toen ik mijn dochter had getroost, concludeerde ik dat de tekenaar, ietwat onhandig, een racistisch personage had opgevoerd, dat geenszins zijn eigen opvattingen vertolkte. Uit nieuwsgierigheid besloot ik de rest te lezen.

En zie, verderop verscheen ‘een zeer rijk man’ ten tonele.

Beroep: diamantair.

Karakter: antipathiek, geldbelust, opvliegend.

Uiterlijk: enorme neus, pince-nez, vooruitstekende onderlip.

Naam: Isaac Steinchen.

Toen de stad Antwerpen in 1997 een standbeeld van Jommeke in het stadspark wilde plaatsen, verspreidde de pers een verklaring van Jef Nys dat het park alleen bezocht werd door Joden en misdadigers, lieden die ‘niet bepaald zijn publiek’ vormden. Nys ontkende in geschrifte. Hij had nooit bedoeld dat Jommeke niet in de buurt van Joodse kinderen mocht staan.

Toeval. Maar het toeval krijgt dikwijls een betekenis, zoals een wolk de vorm van een dier of een geografisch gebied aanneemt.

Als Jef Nys geen racist is, waarom creëert hij dan personages als Isaac

Steinchen? Het antwoord moet wel luiden dat Nys de smerigste stereotypen uit onze cultuur in zich heeft opgezogen, als een gewas de bodemvervuiling, wat een onbewuste antisemiet van hem heeft gemaakt, wiens linkerhersenhelft niet

weet wat de rechter doet.