• Vrijdag, 20 Oktober 2017
  • 30 Tishri, 5778
  • Laatste update 15 Oktober 2017 09:55

“Waarom geen replica van Auschwitz bouwen in Hebron”: Moefti van Jeruzalem Haj Amin Husseini

  • Woensdag 21 Oktober 2015 19:02
ddd

Husseini op bezoek bij Hitler

De Israëlische premier Netanyahu krijgt hevige kritiek, ook in Israël, om zijn opmerking dat de voormalige moefti van Jeruzalem Hitler op het idee bracht om de Joden uit te roeien. Vandaag (woensdag) nuanceerde Netanyahu zijn uitspraken uitvoerig.

Naar aanleiding van deze uitspraken publiceren wij deze reactie van Netanyahu hieronder en een artikel dat eerder verscheen in Joods Actueel.

In een reactie op de kritiek die zijn uitspraak ontlokte zei de Israëlische premier het volgende:

“Het is absurd. Ik had niet de intentie om Hitler te ontslaan van de verantwoordelijkheid voor zijn duivelse vernietiging van het Europese Jodendom. Hitler was verantwoordelijk voor de Endlösung, voor het uitroeien van zes miljoen joden. Hij nam de beslissing.

Het is even absurd om de rol van de moefti, Haj Amin al-Husseini, een oorlogsmisdadiger, voor het stimuleren en aansporen van Hitler, Ribbentropp, Himmler en anderen, om de Europese Joden uit te roeien te negeren.

Daarvan bestaan veel bewijzen, met inbegrip van de getuigenis van de assistent van Eichmann tijdens de Neurenbergprocessen, niet nu, maar na de Tweede Wereldoorlog. Die zei:”‘De moefti was instrumenteel in de beslissing om de joden van Europa uit te roeien. Het belang van zijn rol mag niet worden genegeerd. De mufti heeft herhaaldelijk voorgesteld aan de autoriteiten, vooral aan Hitler, Ribbentropp en Himmler, om de Europese Joden van Europa uit te roeien. Hij beschouwde het als een passende oplossing voor de Palestijnse kwestie ‘.
Eichmann’s assistent en rechterhand voegde daaraan toe: ” ‘De moefti was een van de aanstichters van de systematische uitroeiing van de Europese joden en was partner en adviseur van Eichmann en Hitler voor de uitvoering van dit plan’.
 
De poging van bepaalde wetenschappers en mensen om deze sleutelrol van Amin al-Hoesseini te ontkennen is duidelijk. Veel andere onderzoekers verwijzen naar dit voorval en andere gebeurtenissen omtrent de rol van Haj Amin al Husseini” aldus Netanyahu die eraan toevoegt dat het zijn bedoeling niet was om Hitlers verantwoordelijkheid te ontkennen maar wel om te laten zien dat de voorvaderen van de Palestijnse natie, zonder land en zonder de zogenaamde ‘bezetting’, zonder land en zonder nederzettingen, zelfs toen streefde naar het systematische aanzetten tot het uitroeien van Joden.

 

“Waarom geen replica van Auschwitz bouwen in Hebron”: moefti van Jeruzalem Haj Amin Husseini

 

Arabische leiders hoor je soms het bestaan en/ of de omvang van de Shoah ontkennen of minimaliseren. Savasorda dook de archieven in en kwam een donkerbruin verleden bij een aantal Arabische leiders op het spoor, met banden tot bij sommige nog bestaande politieke organisaties.

fff

De moefti salueert de Bosnische  SS Hanjar divisie (1943)

Amin Husseini werd geboren in 1893 in Jeruzalem, dat toen een verkommerde uithoek van het Ottomaanse Rijk was. Zijn vader was grootmoefti van Jeruzalem, met andere woorden, juridisch adviseur in islamitische wetgeving. Met het oog op de opvolging van zijn vader, studeerde Amin Husseini islam, eerst in Jeruzalem en later aan de Al- Azhar universiteit in Caïro. Daar kwam hij in contact met radicale islamitische leiders en hun politieke agitatiemethodes.

Na WOI werd de politieke kaart van het Midden- Oosten hertekend: de Franse en Britse overwinnaars namen de plaats in van de Turken, die als bondgenoten van Duitsland tot het verliezende kamp behoorden. Dit is niet wat Husseini verhoopt had: geen Arabische onafhankelijkheid en een toenemende Joodse immigratie, mogelijk dank zij de Balfour Declaration, dat een officieel onderdeel werd van het Britse mandaat over Palestina. Van 1920 af organiseerde hij dan ook anti-Joodse aanvallen. Hij werd hiervoor door de Britten gearresteerd, maar al snel weer vrijgelaten in een poging de Arabische nationalisten gunstiger te stemmen. In 1922 werd Amin Husseini grootmoefti van Jeruzalem en door de Britten aangesteld als voorzitter van de Hoge Arabische raad, een structuur die in het leven geroepen was om het toekomstige Arabische zelfbestuur voor te bereiden.

 

Husseini gebruikte deze positie echter om het geweld tegen de Joden te organiseren. In 1929 werd Hebron het toneel van zware anti-Joodse rellen nadat de moefti de Joden er valselijk van beschuldigd had moskeeën te ontwijden. Er woonden tot die tijd meer dan 800 Joden in deze stad. In drie dagen tijd werden bijna zeventig man vermoord en nog eens veel meer gewond. Vandaar ook de naam de ‘Hebron Massacre’.

 

In de jaren ’30 poogden de fascistische regimes die in Italië en Duitsland aan de macht kwamen, via allerlei contacten voet aan huis te krijgen in het Midden-Oosten. Ze probeerden bij Arabische leiders in de gunst te komen en hen tot opstand tegen de Britse en Franse overheersers te verleiden. Eén van die gewillige contactpersonen was moefti Amin Husseini. Vanaf 1936 ontspoorde de toestand in Brits Palestina volledig en brak er een heuse Arabische opstand uit tegen de Joden en tegen de Britten. Op dat moment zocht Husseini internationale steun. In 1937 werd hij in Damascus ontvangen door de Duitse consul en bevestigde hij hem zijn steun aan het Derde Rijk. In datzelfde jaar ontmoette hij ook nog Adolf Eichman en SS Oberscharführer Hagen in Syrië. Na een poging tot aanslag op de Britse Inspecteur Generaal van de Palestijnse politie, ontbonden de Britse autoriteiten de Hoge Arabische Raad. De moefti sloeg op de vlucht naar Beiroet. Van daaruit vertrok hij naar Bagdad, waar hij in april 1941deelnam aan een opstand tegen het Brits bestuur.

 

Ondanks de militaire steun van Hitler, (hij stuurde militaire adviseurs, vliegtuigen en wapens) werd de Irakese opstand door Britse troepen neergeslagen. Moefti Husseini trok naar Berlijn, waar hij enige tijd later het gezelschap kreeg van de overwonnen Irakese opstandelingenleider, Rashid Ali Gaylani.

 

 

Op officieel bezoek bij Hitler
Onmiddellijk na zijn aankomst in Berlijn ontmoette Husseini Von Ribbentrop, Hitlers minister van Buitenlandse Zaken. Op 28 november 1941 werd de moefti officieel ontvangen door Hitler. De moefti vroeg de Führer openlijke steun voor het Arabische streven naar onafhankelijkheid en territoriale eenheid van Palestina, Syrië en Irak en voor de eliminatie van het Joods Nationaal Tehuis in Palestina. Hitler antwoordde de moefti dat Duitsland in deze kwestie achter een onvoorwaardelijke oorlog tegen de Joden stond. Op dat moment was nazi Duitsland stap voor stap het ene Europese land na het andere aan het vragen om het Joodse vraagstuk op te lossen. Op het geschikte ogenblik zou Duitsland eveneens een gelijkaardig verzoek aan de niet – Europese landen richten, aldus de Führer.

In Berlijn woonde Husseini in een herenhuis dat van zijn Joodse eigenaar in beslaggenomen was door de nazi’s. De moefti stond er aan het hoofd van de “Duits- Arabische samenwerking” en kon er zijn anti-Joodse campagne verder zetten. Hij kon daarbij gebruik maken van de Duitse radio. Via speciale uitzendingen voor het Midden-Oosten kon de moefti zijn boodschap rechtstreeks bij zijn Arabische medeburgers verspreiden. Het bleef evenwel niet bij woorden. Na zijn introductie bij SS hoofdman Heinrich Himmler, nam de moefti ook effectief deel aan de Jodenvervolging.

In 1943 werd besloten om een Bosnische moslim SS-divisies op te richten: de Bosnische 13de Waffen SS Hanjar divisie. Later kwam daar nog de Bosnische 23ste Waffen SS Kama divisie bij en de Albanese 21ste Waffen SS Skanderberg divisie. Hierin speelde Husseini, geholpen door zijn militaire ervaring en zijn politiek-religieuze geloofsbrieven, een belangrijke rol in de rekrutering, de training en de vorming van die legereenheden. Deze divisies die elk rond de 20.000 manschappen telden, voerden de bevelen van de moefti uit: ze vermoordden 90% van de Bosnische Joden en ze legden talloze Servische dorpen en kerken in de as. Dankzij hun activiteiten raakten deze Bosnische moslim rekruten al gauw in de gunst bij SS baas Himmler, die speciaal voor hen een Mollah militaire school oprichtte in Dresden. De enige voorwaarde die de moefti stelde aan zijn militaire hulp was de Duitse belofte om na hun overwinning in de oorlog, ook de Joden uit Palestina te liquideren.

Uit de verhoren van het militaire tribunaal in Nürenberg blijkt het belang van Husseini bij de Jodenvervolging. Husseini was goed bevriend met Eichmann en maande hem voortdurend aan om het uitroeiingsproces te versnellen. Hij bracht samen met Eichmann een bezoek aan Auschwitz. Daarbij opperde hij het idee om een replica van Auschwitz te bouwen in Hebron.

Husseini lobbyde ook persoonlijk bij de nazi-leiding tegen het plan om Hongaarse Joden de toelating te geven om het land te verlaten. Hij vreesde namelijk dat die naar Palestina zouden trekken. Toen er een overeenkomst tussen Eichmann en de Britten gesloten werd om 5000 Joodse kinderen uit Hongarije te ruilen tegen Duitse krijgsgevangenen werd dit plan door de tussenkomst van de moefti alsnog ongedaan gemaakt. In de plaats van naar Palestina werden deze kinderen naar Auschwitz overgebracht, de dood tegemoet.

 

Het leven / de anti-Joodse strijd gaat gewoon verder

Na de oorlog vluchtte Husseini naar Zwitserland en slaagde erin om via Frankrijk naar Caïro te ontsnappen, waar hij als grote held onthaald werd. Hij werd er een van de leiders van de Moslim broederschap en kon ongestoord als een gerespecteerd burger in Caïro blijven wonen. De geallieerde rechtbanken hadden de handen vol met het berechten van Duitse en Japanse oorlogsmisdadigers. Er werd nooit een poging ondernomen om Husseini voor de rechtbank te dagen. Wellicht belemmerde het enorme prestige dat de moefti genoot binnen de Arabische wereld elke poging daartoe. Binnen de Arabische wereld werden evenmin kritische vragen over het eigen oorlogsverleden gesteld. Alle energie ging uit naar de strijd tegen Israël en velen zagen Hitler nog steeds als een bondgenoot in die anti-Joodse strijd.

Vanuit Egypte bleef Husseini de oorlog tegen de Joden in Palestina sponsoren. Hij wendde hiervoor fondsen aan, die hij eerder van Hitler ter beschikking had gekregen. Hij financierde het Arabische Bevrijdingsleger dat terreuracties op het getouw zette. Omdat de Jordaanse koning Abdullah I na de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 een andere moefti in Jeruzalem aanstelde, raakte Husseini betrokken in een samenzwering die leidde tot de moordaanslag op de Jordaanse koning in 1951. Daarop werd hem door de opvolgers van koning Abdullah de toegang tot Jeruzalem ontzegd. Ook dit voorval tastte de populariteit van de moefti niet aan. Yasser Arafat, verklaarde nog in 1985 naar aanleiding van een herdenkingsplechtigheid dat het een eer was om in zijn voetsporen te treden.

 

 

Andere Arabische nazi- sympathisanten

Zoals op veel plaatsen maakte het aan de macht komen van Hitler in de Arabische wereld een diepe indruk en verwekte het een golf van enthousiasme bij de Arabische bevolking. In heel wat landen zagen nationaal-socialistische partijen het daglicht. Zo werd in Syrië een comité gevormd om het nazi gezinde bewind te ondersteunen. Hitler werd er bekend als ‘Abu Ali’. Uit dit comité ontstond later een politieke partij, de Ba’ath, de partij die in Syrië nog altijd aan de macht is. Ook de PPS werd toen opgericht. Jaren later was de PPS, die nog steeds actief is, betrokken in de moord op de Libanese president Pierre Gemayel.

 

De belangrijkste fascistische partij in de regio ontstond in Egypte (1933), namelijk, Jong Egypte. Ze beschikten over stormtroepen en namen ook het antisemitisme gretig over. Ze riepen op om Joodse bedrijven te boycotten en voerden aanslagen uit op hun Joodse medeburgers. In Egypte werd Hitler ‘Muhammed Haidar’ genoemd en was er heel populair. Gamal Abdul Nasser, die in 1952 na een militaire coup de macht greep, was een gewezen lid van Jong Egypte. Bij zijn eerste bestuursdaad na de staatsgreep stelde hij alle politieke partijen buiten de wet. De nazi’s deden het hem voor. Egypte werd het (veilige) toevluchtsoord voor heel wat nazi- oorlogsmisdadigers.

 

Maar zij waren niet de enigen, de lijst van medewerkers en sympathisanten van nazi- Duitsland is vrij lang. Sami Al-Joundi, één van de stichters van de Syrische Ba’ath partij getuigde hierover: ‘we waren racisten, we bewonderden de nazi’s. We lazen nazi-literatuur en nazi- boeken. We waren de eersten die met de gedachte speelden om ‘mein Kampf’ in het Arabisch te vertalen. Iedereen die op dat moment in Damascus leefde, was getuige van de aantrekkingskracht van het nazisme op de Arabieren.”

Natuurlijk ontstonden in de jaren ’30 overal fascistische partijen en in sommige landen kwamen ze in de slipstream van de Duitse opmars in Europa ook aan de macht. In de meeste landen kwam na de tweede wereldoorlog wel een ernstig gerechtelijk onderzoek op gang en werd wie zich schuldig gemaakt had aan oorlogsmisdaden gestraft. Niets daarvan in de Arabische wereld: mein Kampf is er nog steeds een bestseller, de Shoah wordt er nog al te vaak ontkend / geminimaliseerd en de haat tegen de Joden wordt er nog elke dag ingepompt.

Getekend, Savasorda.

Savasorda is het pseudoniem van een kleine groep medewerkers van Joods Actueel die de media, en vanaf nu ook maatschappelijk relevante topics, onder de loep nemen. Savasorda (’Hoofd van de wacht’) was een Joods-Spaanse geleerde, leefde in Barcelona en was DE persoon die voor het eerst de volledige oplossingen van de tweedemachtsvergelijkingen naar Europa bracht.