Barnard op Liberales: ‘Een fundamentalist met een brilletje’

bb

Auteur Benno Barnard schreef volgende bijdrage die o.m. verscheen op Liberales.

“Tegen het licht van de rede danst het stof van de geschiedenis. Tot kort geleden meende ik dat er een intellectuele verstandhouding mogelijk was met hoogopgeleide moslims in dit land, maar van die illusie ben ik tijdens en na de oorlog in Gaza tot mijn droefenis genezen – onwetendheid was aangenamer.”


Ik kan tal van incidenten en citaten noemen die deze stelling staven. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar in globo maakt de aard van de islamitische cultuur dat iedere poging tot debat in een gapende afgrond stort. De islam duldt namelijk geen tegenspraak; de dialectiek, eigen aan de Europese cultuur, heeft zich nooit kunnen ontwikkelen in deze dictatoriale ideologie, die niet toevallig door een militaire leider is gesticht, een krijgsheer die ook nog eens analfabeet was. Je kunt van het jodendom zeggen wat je wilt, of van zijn grootste sekte, het christendom, maar het is gepermitteerd de God van de Joden en de christenen tegen te spreken; sterker nog, er zijn talmoedische teksten waarin God in de lach schiet omdat de redenering van zijn menselijke opponent beter is. Dat is een essentieel verschil met de islamitische traditie – ik zeg dat maar ten behoeve van mensen die uit onwetendheid menen dat ‘de drie monotheïstische godsdiensten’ ongeveer hetzelfde prediken, quod non. De secularisatie is logisch voortgevloeid uit het christendom, een islamitische secularisatie impliceert het einde van de islam.

Bestaat ‘de’ islam? Een cruciaal probleem in het interne debat tussen niet-islamitische intellectuelen is het zogenaamde essentialisme. Volgens sommige westerlingen is iedere kritische uitspraak over de islam een doodzonde; zodra je met zwakke stem protesteert tegen bepaalde islamitische eigenaardigheden, zoals haat tegen homo’s, haat tegen Joden, doodscultus, veroveringsdrift, democratisch onvermogen, vrouwenmishandeling en een door perfide imams gecultiveerde achterlijkheid, bedrijf je de doodzonde van het essentialisme, die inhoudt dat je de islam hebt gereduceerd tot één monolithisch blok, één grote zwarte steen. De islam bestaat niet. De vrouw bestaat ook niet. En toch wordt zij onderdrukt in de islam. Ik ga hier dit scholastische debat over het nominale versus het reële bestaan van ‘de’ islam niet voeren; dat is toch vruchteloos en mijn tegenstanders zullen alleen maar beweren dat wat ik zeg niet waar is omdat de islam helemaal niet bestaat. Voorwaar, de hele islam lost op in hun sofismen! En voorts ben ik rechts, ja, extreemrechts. En ik draag een bril.

Op dat laatste punt kom ik nog terug. Over het eerste wil ik graag het navolgende kwijt: als de belangrijkste notie van ‘links’ de emancipatie is, de volksverheffing, dan kun je moeilijk linkser zijn dan ik. Ik verdedig uit alle macht nu juist die begrippen, a fortiori wanneer ik het over de islam heb. Maar bij veel denkers die zichzelf als links beschouwen is de voorbije jaren een soort hersenverweking opgetreden, die maakt dat ze de ideologie van de islam niet herkennen als wezenlijk antiwesters en anti-emancipatorisch. En diegenen die durven te verklaren dat de islam werkelijk tegen alles indruist waar links voor staat – zij worden door hun linkse broeders en zusters in de steek gelaten en voor ‘rechts’ uitgemaakt. Of voor racisten, wat nog geestiger is, omdat die term impliceert dat er een islamitisch ras bestaat. Dat laffe geteem stemt me afwisselend woedend en radeloos.

Recent viel de schaduw van de oorlog in Gaza over het debat. In de schoot van de Vlaamse PEN – de internationale organisatie die de rechten van schrijvers verdedigt en zich tegen dictatoriale regimes keert – brandde een hevig geredekavel over Israël en Hamas los. Tot de deelnemers aan dit schriftelijke debat behoorde onder meer Rachida Lamrabet. Mevrouw Lamrabet – die ik nooit heb ontmoet – omschreef in een van haar bijdragen Geert van Istendael, Wim van Rooy en ondergetekende als ‘cynische klootzakken’. Deze kwalificatie had betrekking op de discrepantie tussen onze eerdere uitspraken over de hoofddoek en onze vermeende onverschilligheid inzake het lijden der Palestijnen. Daarbij bleek tot mijn lichte ontzetting dat een hoogopgeleide, in België opgegroeide vrouw als Rachida Lamrabet geen veroordeling van Hamas over haar lippen kon krijgen, maar het ondertussen wel de gewoonste zaak van de wereld vond dat westerse intellectuelen hun weerzin jegens het christendom van Bush junior beleden, of nog liever jegens het christendom en de westerse beschaving in toto, en dat ze anathema’s uitspraken over die zionistische monstruositeit, die ellendige bloeiende democratie, dat Israël… Vanzelfsprekend was de intellectueel die deze islamitische logica niet volgde, die dit reinigingsritueel weigerde, een cynische klootzak, een verrader die het verraad der klerken verried… hem wachtte ostracisme uit het gezellige theekransje van het politiekcorrecte denken.

Mevrouw Lamrabet is advocate en schrijfster. In Knack bracht zij niet lang geleden haar sympathie voor de AEL onder woorden. Ik weet niet of zij in etnische zin Berbers is, zoals de meeste Marokkanen in België – de steun van zoveel Berbers voor een Arabische organisatie verbaast me namelijk, gegeven de onderdrukking die hun volksgenoten in Marokko ten deel valt. Los daarvan: dat een intellectueel geschoold iemand verklaart affiniteit te voelen met de AEL lijkt me bedenkelijk, want deze organisatie gedraagt zich in het kader van de islamitische emancipatie nogal opgewonden en haar volgelingen maken geweldig veel auto’s kapot die niet van hen zijn. De AEL streeft voorts onomwonden naar ‘de ontmanteling van de staat Israël’ en wil in plaats daarvan een Palestina waar Joden en christenen ‘ook’ zouden mogen wonen. Maar de AEL is zo islamitisch als een kalief: de scheiding van staat en moskee is ver weg in dat wereldbeeld… ja, je moet een koorknaap in een pasgesteven hemd zijn om te menen dat deze organisatie, doordrenkt als zij is van antisemitisme en ideeën van dhimmitude, een democratie naar westers model op het oog heeft.

Maar laat ik me beperken tot ons aanvankelijke twistpunt, Hamas en zijn morele kwaliteiten. In het handvest van Hamas – deels gebaseerd op De protocollen van de Wijzen van Zion, de beruchte vervalsing van de tsaristische geheime dienst, die evenals de autobiografie van Adolf Hitler een populair geschrift is in de islamitische wereld – staat een oproep om alle Joden te doden, een oproep die gebaseerd is op de Koran. Artikel 7 luidt: ‘Hamas verlangt ernaar Gods wil ten uitvoer te leggen, hoeveel tijd dat ook kost. Mohammed (…) zei: De dag des oordeels zal niet komen, totdat de Joden zich achter rotsen en bomen verstoppen, die zullen zeggen: “O moslims, o Abdullah, achter mij zit een Jood, kom hier en dood hem.”’ Voor de antichristelijke christenen teken ik hierbij aan dat er weliswaar veel bloed vloeit in de Bijbel, maar dat vergelijkbare oproepen er niet in staan. Fundamentalisme in de stijl van Hamas heeft in Iran vele schrijvers het zwijgen opgelegd. In Syrië zijn sinds het jaar 2000 onder het bewind van president Bashar Al-Assad 17.000 mensen in gevangenissen om het leven gebracht, veelal Koerden, onder wie de nodige journalisten en schrijvers. Teheran en Damascus financieren Hamas. In onze straten zie je weinig leden van de AEL protesteren tegen Ahmadinejad en Assad.

Ik vond het verbazingwekkend dat mevrouw Lamrabet – lid van PEN en meer in het bijzonder van het Writers In Prison Committee – tegen de achtergrond van deze feiten geen onvertogen woord over Hamas over haar lippen kon krijgen. Ik vroeg niet van haar dat zij de Israëlische politiek toejuichte; van mij mocht ze Israël naar believen bekritiseren. Ook in Israël zelf zou ze dat trouwens mogen; alleen ontmantelen stuit bij Israël en mijzelf op een paar bezwaren. Wat ik vroeg was enkel dat mevrouw Lamrabet nu eens onomwonden duidelijk maakte waar zij voor stond, en dan niet in vage termen van algemene gerechtigheid en vrede tussen de volkeren, maar in concrete bewoordingen. Over dit alles schreef ik een Open brief aan de Vlaamse PEN, min of meer in bovenstaande bewoordingen.

En zie, mevrouw Lamrabet reageerde, in de sarcastische stijl waaraan ik inmiddels gewend was geraakt. Om redenen van auteursrecht kan ik haar antwoord niet in extenso citeren, maar ik licht er hieronder enkele choquerende passages uit. ‘Vooral uw mail van 13 januari ll. ontnam me alle hoop op enige redelijkheid en menselijkheid van uw kant. Daarin kwam u terloops nog even terug op mijn eerdere uiteenzetting over de disproportionaliteit van het geweld van Israël op de burgers van Gaza. In uw antwoord, meneer Barnard, stelde u dat het buitenproportioneel ware geweest indien er een atoombom zou werden ingezet tegen muggen. Dat heb ik toch goed gelezen, niet? U schreef iets over een atoombom en muggen. Uw slinksheid kent geen grenzen. Niet alleen vergelijkt u mensen (ja, Palestijnen zijn ook mensen, meneer Barnard) met muggen, u herinnert er ons en passant nog eens aan dat Israël een kernmacht is en een kernbom zou kunnen gebruiken als ze dat zou willen, maar in haar almacht dat voorlopig niet doet. U gaat verder met uw cynische vergelijking door te stellen dat het doden van muggen met een krant proportioneel is. Hebt u dit echt geschreven zonder verpinken? U besluit ironisch dat zelfs de krant voor de mug buitenproportioneel is. Dood is dood, lijkt u droogjes te suggereren.’

Interessant genoeg was de bewuste email van 13 januari niet van mijn hand; het betrof een doorgestuurde tekst van iemand anders, die als volgt luidde: ‘Disproportioneel is het geweld wanneer het zelfde doel met minder schade kon worden bereikt of als de schade het gestelde doel overstijgt. Als ik een mug wil doden met een atoombom terwijl ik hem ook met een krant kan doodslaan is de inzet van de atoombom disproportioneel. De krant zal iedereen proportioneel vinden, ook al is dit tegenover een mug nog altijd een geweldige overmacht.’ Dat lijkt me een rationele observatie, waarbij ik persoonlijk overigens helemaal niet aan de Israëlische atoommacht heb gedacht. Maar ongetwijfeld volstaat het citaat om de verdorvenheid van mijn karakter te illustreren. Ook kun je eruit afleiden dat ik de Palestijnse mens met de blik van een entomoloog bekijk.

De gewraakte mail vervolgde met een opsomming van ‘zomaar wat leuzen gehoord op demonstraties in Europa’, zoals ‘Falastin biladna, waYuhud kilabna (Palestina is ons land, en de joden zijn onze honden)’ en ‘Takbir: Allahu Akbar (bis) Heil Hitler (bis)’. Op dat tweede gedeelte van de mail besloot mevrouw Lamrabet wijselijk niet in te gaan. Daarbij valt het op dat de rechtsgeleerde een poging tot definitie van het begrip ‘proportioneel’ als bewijslast van mijn slechtheid aanvoert en ondertussen de schandalige leuzen van haar geestverwanten op straat zedig verzwijgt. Aldus vervolgt zij haar requisitoir: ‘Dat ik me voordien nog ernstig afvroeg waarom u zo furieus bent, dat ik me oprecht afvroeg wat er misgelopen is met u. Ik stel me die vragen niet meer, u bent al te ver heen. (…) U vraagt me om me te distantiëren van Hamas. Ik hou niet van ondervragingen in inquisitiestijl. Zou u antwoorden als iemand u vroeg om u onmiddellijk te distantiëren van het zionisme? U bent zelfs niet in staat de dood van kinderen te veroordelen. Israël doet in uw ogen niets verkeerd. (…) Bovendien vind ik u verdacht veel lijken op de baardmensen waar u zo tegen fulmineert, meneer Barnard. Alleen hebt u geen baard maar een brilletje. Eigenlijk bent u hun westerse, geseculariseerde evenbeeld. Zo bent u ook vast overtuigd van uw gelijk. En van het ongelijk van de anderen. Ziedaar de definitie van een extreme fundamentalist. (…) Wentelt u zich nog even in deze zurigheid, want dit is uw tijd, het is de tijd van de fundamentalisten en de extremisten. Geniet nog even, want dit discours blijft niet dominant. We doen ons best.’

Deze reactie van mevrouw Lamrabet bezorgde me hetzelfde angstgevoel als een betoging van de AEL. Hoewel ik een paar volkomen redelijke vragen heb gesteld, zonder één onvertogen woord te gebruiken, word ik eerst afgeschilderd als een onmens – die Palestijnen als insecten beschouwt en voor wie de dood van kinderen een fait divers is – en vervolgens als de westerse evenknie van een bebaarde fundamentalist; ook het feit dat ik een bril draag schijnt te getuigen van mijn slechtheid. En aan het slot word ik zelfs bedreigd, in enigszins wazige maar daarom niet minder suggestieve termen. Welnu, als dit de mening van een ontwikkelde moslim is, kan ik me zo te zien maar beter bergen voor onontwikkelde moslims. Ondertussen kan ik de reacties van sommigen – niet perse binnen PEN – op deze hele onverkwikkelijke geschiedenis met mijn ogen dicht voorspellen. Ik ben een zionistische agent. Ik adem de hoflucht rond Philip Dewinter in, ook al heb ik vaak genoeg verklaard die man te verafschuwen. Etcetera. Dat is het voorspelbare lot van degenen die tegen het dominante denken ingaan.

En een vijand van de islam? Ben ik een vijand van de islam? Welnu, ik zal eens een vijand van de islam aan het woord laten. Het betreft een commentaar op Hamas: ‘Voor de moslims is doden een vrijetijdsbesteding. En als ze geen vijand vinden om te doden, doden ze onder elkaar. Het is onmogelijk dat een volk dat zijn kinderen opvoedt met de dood en het martelaarschap, en dit om zijn schepper te behagen, tegelijkertijd de liefde voor het leven onderwijst.’ Woorden van een Arabische vrouw, Wafa Sultan, een Syrische sociologe, werkzaam in de Verenigde Staten. In hoeverre ze met de beide eerste zinnen van dit citaat gelijk heeft, durf ik niet te zeggen, maar ik bewonder haar moed – en met haar derde zin heeft ze ongetwijfeld gelijk.

Benno Barnard

Tweet
Share
Share
0 Shares