Kritiek op Shell voor investeringen in Iran

Aandeelhouders van Shell moeten zorgen dat deze maatschappij haar activiteiten in Iran staakt. Met die activiteiten steunt Shell het fundamentalistische moellah-regime. Als dat zo doorgaat, riskeert Shell bovendien sancties van de VS, waarschuwen Frank van Dalen, Henk de Haan en Ronny Naftaniel van het Iran­comité in het FD. 19 mei is er een aandeel­hou­ders­ver­ga­de­ring in Amsterdam.

2009-02-20-oilpump5001Volgens zijn jaarverslag over 2008 is Koninklijke Shell nog steeds zeer actief in Iran, bij de ontwikkeling van de Soroosh/Nowrooz-olievelden en het transporteerbaar maken van gas in het Parsveld in de Perzische Golf. De Nederlands-Britse oliegigant behoort daarmee tot de kleine groep Westerse ondernemingen die het fundamentalistisch-islamitische Iraanse regime in het zadel houden. Dit beleid is kortzichtig en moet stoppen.
Daar zijn naast morele ook zakelijke argumenten voor. Nieuwe Amerikaanse sancties dreigen Shell en andere bedrijven te treffen als zij ongelimiteerd doorgaan met de olie- en gasontwikkeling in Iran. De raad van bestuur lijkt zich echter nauwelijks te realiseren hoe controversieel het bedrijf bezig is: ‘Hoewel Shell in 2008 in Iran niet meer dan de limieten investeerde, zijn we daar in het verleden over heen gegaan en zullen wij mogelijkerwijs de door de VS opgelegde limieten jegens Iran in de toekomst overschrijden’, vermeldt het jaarverslag 2008.

In de dertig jaar dat de moellahs nu in Iran aan de macht zijn, worden de mensenrechten structureel en wreed geschonden. Andersdenkenden, andersgelovigen en minderheden worden rücksichtslos vervolgd, vrouwen gediscrimineerd en homo’s en ‘overspeligen’ opgehangen of gestenigd. De Islamitische republiek heeft zich bovendien ontpopt tot pleitbezorger van de islamitische wereldrevolutie en tot de belangrijkste statelijke exporteur van terrorisme, door middel van de eigen geheime diensten en steun aan organisaties als Hezbollah, de Islamitische Jihad en Hamas. Iran was betrokken bij (bom)aanslagen, onder andere in Beiroet, Berlijn en Buenos Aires.

Het Iraanse regime wordt gedreven door apocalyptisch messianisme. In verschillende toespraken hebben de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad en andere Iraanse functionarissen gezinspeeld op de spoedige en gewelddadige wederkomst van de islamitische messias en daarmee van een nieuwe wereld. Een wereld zonder het Westen, zonder Amerika en zonder Israël. Ook de stabiliteit en het overleven van de Golfstaten en pro-Westerse islamitische landen als Egypte en Jordanië worden door Teheran bedreigd.

De Iraanse ambities worden bekrachtigd met de ontwikkeling van langeafstandsraketten en nucleaire wapens. Het Internationaal Atoomagentschap wijst er voortdurend op dat hun inspecteurs geen toegang krijgen tot belangrijke Iraanse nucleaire installaties. Anderen wijzen erop dat Teheran geslaagde testen heeft uitgevoerd met het vanaf schepen lanceren en op grote hoogte laten detoneren van langeafstandsraketten. De vrees bestaat dat deze testen onderdeel vormen van een plan om kernwapens hoog boven de VS of Europa te laten ontploffen. Dit zou ons naar het pre-industriële tijdperk bombarderen.

Volgens militaire deskundigen is het nu nog mogelijk te voorkomen dat Iran genoeg uranium verrijkt om kernwapens te kunnen produceren. Daartoe zijn harde sancties nodig waarmee de Iraanse economie kan worden ‘lekgeschoten’ als de moellah’s hun atoomprogramma niet staken. In dat kader hebben Amerikaanse congresleden in maart een wetsvoorstel ingediend, de Iran Sanctions Enabling Act 2009, die Amerikaanse overheden en instellingen de mogelijkheid biedt beleggingen terug te trekken uit bedrijven die in de Iraanse olie- en aardgassector investeren. Deze sector is de spil van de Iraanse economie.

Aansluitend hebben Amerikaanse senatoren en congresleden begin mei een gezamenlijk wetsvoorstel ingediend: de Iran Refined Petroleum Sanctions Act 2009. Deze biedt de Amerikaanse president de mogelijkheid sancties op te leggen aan buitenlandse bedrijven die op enigerlei wijze betrokken zijn bij de levering van geraffineerde aardolieproducten aan Iran.

Het land is onvoorstelbaar rijk aan olie maar heeft onvoldoende raffinagecapaciteit en is daardoor voor veertig procent van zijn benzine en dieselbehoefte afhankelijk van import. Het merendeel daarvan wordt geleverd door Europese bedrijven, waaronder Koninklijke Shell en de Nederlands-Zwitserse handelsondernemingen Vitol en Trafigura. Ook ‘sanctiewaardig’ worden transportondernemingen, verzekeraars, scheepsagenten en brandstofleveranciers die het marktaandeel van ‘uitstappende’ partijen proberen over te nemen.

Als de act door het Congres wordt aangenomen, hetgeen aannemelijk is, moeten de desbetreffende bedrijven kiezen tussen zaken doen met Iran of met Amerika, een economie van dertien triljoen dollar. Ook Shell, dat circa tweederde van al zijn olie- en gasbronnen in de VS heeft, zal die afweging moeten maken.

Voor Shell, dat in zijn ‘Business Principles and Code’ zegt uit te gaan van ‘steun aan de fundamentele mensenrechten’, zal voortzetting van het huidige beleid leiden tot een moreel en financieel fiasco. Het zou dan ook goed zijn als de aandeelhouders van Shell zich op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering, die op 19 mei plaatsvindt, luid en duidelijk uitspreken. Zij moeten kiezen voor het onverwijld staken van alle nieuwe investeringen in Iran en voor de stopzetting van de directe en indirecte leverantie van benzine en diesel aan dat land. Dat doen ze in het belang van de mensenrechten, maar ook in het belang van de eigen portemonnee.

Prof. dr. Henk de Haan (CDA) is oud-voorzitter van de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, Ir. Frank van Dalen is oud-voorzitter van het COC en Drs. Ronny Naftaniel is directeur van Centrum Informatie en Documentatie Israël.

Het huidige Iraanse regime wordt gedreven door apocalyptisch messianisme

Bron: Het Financieele Dagblad

Tweet
Share
Share
0 Shares