Bang om als jood op straat te komen – samenleving die dit toelaat ondergraaft zichzelf

In de Nederlandse Volkskrant staat vandaag een opiniestuk over het recent debat om ‘lokjoden’ in te zetten om antisemitische uitlatingen tegen te gaan. Elise Friedmann, researcher antisemitisme bij CIDI, schrijft dat “een samenleving die toelaat dat een hele groep burgers wordt gedwongen zich te verbergen, op straffe van uitschelden of erger, zichzelf ondergraaft.”

“Prima idee van kamerlid Ahmed Marcouch om antisemitische scheldpartijen op straat flink te gaan aanpakken, desnoods met ‘lokjoden’. Naast lessen over de holocaust is dit één van de maatregelen die het aantal scheldpartijen kan verminderen: daders lopen dan het risico onmiddellijk te worden ingerekend.

Over tijd
Het is hoog tijd dat er maatregelen worden getroffen, eigenlijk over tijd. Het Simon Wiesenthal Centrum drong onlangs bij de EU aan op ‘ingrijpen in de oplaaiende epidemie van antisemitische uitingen in Nederland’. Dit is tekenend voor de situatie, al heeft het Centrum het in zoverre mis, dat het geen oplaaiende epidemie in Nederland is. Het is een slopend proces waartegen CIDI al tien jaar waarschuwt.

In 1999 signaleerde CIDI voor het eerst in de jaarlijkse monitor antisemitisme dat ‘zichtbare’ Joden vaak lastig werden gevallen op straat: ‘Een Joodse inwoner van Amsterdam-Zuid meldt dat hij regelmatig door kinderen uit de buurt wordt uitgescholden voor Jood. De politie is op de hoogte.’ En: ‘Een Joodse jongen wordt lastig gevallen in een discotheek in Oude Wetering . Als hij naar buiten gaat, wordt hij in elkaar geslagen. De daders roepen daarbij ‘Jood, Jood’.’ In de aangifte wordt niet opgenomen dat er sprake is van antisemitisme.

In 2000, na een opmerkelijk aantal van zulke incidenten, waarschuwt CIDI: ‘Er lijkt sprake te zijn van een gewenningsproces, dat verband zou kunnen houden met de mate waarin de politie optreedt en grenzen stelt aan wat maatschappelijk aanvaardbaar wordt gevonden. (..) de politie is soms niet genegen om aangifte op te nemen. Dat kan zelfs zo ver gaan, dat een politiebeambte een slachtoffer van een antisemitische scheldpartij meedeelt dat pas aangifte gedaan kan worden indien de dader bekend is.’

Zichtbare Joden
In 2001 – het aantal meldingen van lastig vallen van ‘zichtbare Joden’ was weer gestegen – begint de Monitor zo: ‘Uit de geringe maatschappelijke reactie op de uitingen van antisemitisme moet geconcludeerd worden, dat er binnen de samenleving een gewenningsproces is opgetreden.’

De monitor memoreert ‘het gemak waarmee antisemitisme geuit wordt, de bedreigingen tegen Joden, en de onvoldoende reactie van regering, justitie en politie’ en zegt: ‘In de meeste CIDI-rapportages over antisemitisme hebben wij aanbevelingen gedaan dat politie en justitie strenger dienen op te treden tegen antisemitisme.
Deze zijn vrijwel nooit op een consistente wijze opgevolgd. Het is nu hoog tijd.’

Intussen werden ‘bij de synagogen in de Lekstraat en Amsterdam-West de synagoge-bezoekers bijna wekelijks lastig gevallen door Marokkanen tussen de 15 en 40 jaar. Zij schelden hen uit voor ‘vuile rot-Joden’.’ Soms werden de bezoekers bedreigd met messen en bekogeld met stenen en andere voorwerpen. Monitor: ‘Soms worden slachtoffers van antisemitische incidenten zo murw dat ze deze niet meer melden.’

Scheldpartijen
Zo ging het door, jaar na jaar. Ook in perioden waarin het aantal meldingen in het algemeen daalde, bleven de scheldpartijen. Ze bleven bijna zonder uitzondering onbestraft. Er is nooit consistent naar een antwoord gezocht. Er is lafhartig weggekeken. Zelfs zodanig dat de politie in Amsterdam plotseling geen cijfers meer gaf over het aantal aangiften van antisemitisme. Mogelijk zou het beeld te negatief worden. Hoe kan er nog iemand verbaasd zijn dat nog maar weinig Joden zich met keppel op straat wagen?

Een samenleving die toelaat dat een hele groep burgers wordt gedwongen zich te verbergen, op straffe van uitschelden of erger, ondergraaft zichzelf. Dat schaadt niet alleen die ene belaagde groep. Een ‘beschaving’ die niet in staat of bereid is belaagde groepen tegen hun medeburgers te beschermen, verspeelt elk recht zich zo te noemen. Een land dat het belagen en demoniseren van de eigen burgers goedpraat door dit een ‘begrijpelijke reactie’ te noemen op wat een ander land doet, verliest elk recht om andere landen op de vingers te tikken.

Stilte
De stilte die volgde op de hartstochtelijke oproep van Ahmed Marcouch en de documentaire van de Joodse Omroep, die bevestigde wat we al zo lang wisten, is oorverdovend. De kabinetsformatie alleen kan hiervoor geen reden zijn. Veel politici lijken het te hebben opgegeven de problemen echt aan te pakken.

Zo polderen we maar door, tot het te laat is en het opgeheven vingertje waarop we stilletjes altijd trots waren, internationaal wordt weggehoond. Weggehoond omdat we in Nederland niet in staat zijn gebleken alle inwoners, van welke afkomst ook, te beschermen. En omdat onze samenleving steeds meer verscheurd raakt door etnische tegenstellingen.”

Tweet
Share
Share
0 Shares