Soekotverhaal, de onpopulaire tzaddik

De onpopulaire tzaddik*

Rabbijn Pinchas van Koretz (1726-1791) was in  zijn tijd een waar geestelijk monument. Hij wordt aanzien als een van de belangrijkste opvolgers van Rabbi Israel Baal Shem Tov, de grondlegger van het chassidisme.

Eerst waren zijn tijdgenoten niet zo bekend met zijn uitzonderlijke spirituele capaciteiten maar dat vond de rabbijn helemaal niet erg, integendeel, hij vond dat eerder prettig want zo kon hij zijn dagen en nachten vullen met  het studeren van de Thora, met gebed en meditatie. Hij vond het eigenlijk vrij aangenaam dat hij daarbij zelden gestoord werd. Maar het werd met de tijd steeds meer bekend, waarschijnlijk via de aanhangers van rabbijn Israël Baal Shem Tov, dat rabbijn Pinchas wel héél erg bijzonder was en dat er in zijn aanwezigheid vaker mirakels gebeurden. Zijn bekendheid had gevolgen want de mensen zochten hem meer op: ze kwamen voor advies, hulp voor van alles en nog wat, maar de meesten vroegen om gebed of om een zegen. Hoe meer hij de mensen hielp hoe meer de mensen hem opzochten. De stroom bezoekers aan zijn deur bleef aangroeien en de persoonlijke verhalen en hulpvragen werden ontelbaar.

Rabbijn Pinchas werd er door overweldigd. Hij kreeg daarbij het gevoel dat hij niet langer God kon dienen zoals dat hoort want tijd om voldoende te studeren, te bidden en na te denken bleef er met al die bezoekers nauwelijks over. De rabbijn wist niet hoe hij dit kon oplossen. Hij kon toch onmogelijk de honderden mensen wegsturen die van ver kwamen om dat ze er rotsvast van overtuigd waren dat hij hen kon helpen. Kon hij hen maar overtuigen om elders hulp te zoeken bij andere bekwame raadgevers die ook zouden willen helpen.

De rabbijn kreeg een idee: hij zou bidden voor hulp vanuit de hemel. Hij bad: “laat God de mensen ingeven om anderen om advies te vragen en laat God mij verachtelijk maken in de ogen van al mijn vrienden en kennissen en alle andere bewoners in de stad”.  “Een tzaddik vraagt en de Hemel stemt in”, luidt het spreekwoord en ja, rabbijn Pinchas zijn gebed ging in vervulling. Hij was verheugd omdat zijn oude levenspatroon terugkeerde en hij nog zelden onderbroken werd tijdens zijn Thorastudie en zijn gebed of meditatie.

Maar toen Rosj Hasjana en Jom Kipoer voorbij waren en er nog maar vier drukke dagen overbleven om het Soekotfeest voor te bereiden dook er een nieuw probleem op. In de vorige jaren waren er wel altijd enkele jesjivastudenten of buurtbewoners geweest die al te blij waren om de vrome rabbijn te helpen bij het bouwen van zijn soeka (loofhut) maar dit keer kwam geen levende ziel opdagen. De mensen vonden hem verachtelijk en het was nogal logisch dat ook niemand kwam helpen. De rabbijn die, tenminste wat het bouwen van een soeka betrof, niet al te handig was wist niet meer van welk hout pijlen maken. Uiteindelijk bleef er hem niets anders over dan een niet-Jood in te huren om de soeka voor hem te bouwen.

Maar de man die hij inhuurde had geen enkel stuk gereedschap en ook geen ervaring in het bouwen van de loofhut.  Ten lange laatste probeerde de rebbetzin (echtgenote van rabbijn) gereedschap te lenen en zelfs dat liep niet van een leien dakje, zo afkerig waren haar stadsgenoten van haar echtgenoot. Slechts enkele uren voor het begin van het feest waren ze erin geslaagd een kleine flinterdunne soeka te bouwen en toen de zon tussen de takken van de bomen naar beneden gleed en de rebbetzin de feestkaarsen had aangestoken ging rabbijn Pinchas zo vlug hij maar kon naar de synagoge. Want ondanks zijn eenzame levensstijl maakte hij er toch een punt van om de gemeenschappelijke gebedstijden bij te wonen tijdens de feestdagen en hij wou in elk geval ook niet de kans missen om een gast uit te nodigen voor het feestmaal, want een gast in huis  is nu eenmaal een wezenlijk onderdeel van het Soekotfeest.

In die dagen zochten de mensen die wilden uitgenodigd worden – na het beëindigen van de gebeden – een plekje achteraan in de synagoge, op die manier was het voor iedereen eenvoudig om de mitsva van gastvrijheid te beoefenen.  Maar voor rabbijn Pinchas liep ook dit niet van een leien dakje, zelfs de mensen die nog geen plaats gevonden hadden om aan te schuiven aan de feestdis en die toch vurig hoopten om in een soeka van het feestelijke eten te kunnen genieten, keken weg als ze hem opmerkten. En zo gebeurde het dat iedereen die een gast zocht er een gevonden had en ook iedereen die een gastheer zocht had die gevonden behalve… de tzaddik, rabbijn Pinchas.

De rabbijn stapte moedeloos naar huis, verdrietig maar om heel eerlijk te zijn ook  wel een beetje gechoqueerd omdat hij zich ervan bewust was dat hij ook in de toekomst geen gast meer zou vinden voor het Soekotfeestmaal. Helaas, helaas maar dat was de prijs die hij voor zijn vrijheid moest betalen… en dat was toch de moeite waard, of niet? Rabbijn Pinchas pauzeerde een poosje aan de ingang van de soeka en begon daarna te zingen. Hij zong het traditionele gezang waarmee de Ushpizin (heilige gasten), de zeven hemelse gasten die elke soeka bezoeken, uitgenodigd worden. Er zijn maar weinig mensen die het voorrecht krijgen om deze eerbiedwaardige gasten ook echt te zien maar rabbijn Pinchas genoot dat voorrecht elk jaar. Dit jaar was dat niet anders want toen hij zijn ogen opsloeg zag hij aartsvader Abraham, de eerste van de zeven Ushpizin (heilige gasten) en daarom ook de eregast op de eerste nacht van het feest aan de deur van de soeka staan.

Maar aartsvader Abraham bleef op afstand, waarop rabbijn Pinchas vertwijfeld vroeg: “Vader Abraham waarom kom je niet binnen in mijn soeka? Wat is mijn zonde”? De aartsvader zei daarop: “Ik ben de belichaming van Chessed, liefdadigheid. God dienen met liefdevolle daden en gastvrijheid was mijn specialiteit. Ik wil niet aan tafel aanschuiven op een plaats waar geen genodigden zijn”.

De terneergeslagen rabbijn Pinchas besloot onmiddellijk dat hij zijn prioriteiten moest veranderen en bad dat alles weer zou worden zoals het vroeger was en dat hij terug de gunst van al zijn vrienden, kennissen, buren en stadsbewoners zou genieten. En zo geschiedde want zijn gebed werd verhoord. Binnen de kortst mogelijke tijd verdrongen de mensen zich opnieuw aan zijn deur en zochten hem op voor raad, gebed en hulp of om een zegen te verkrijgen. Hij kon niet langer meer alle tijd besteden aan zijn studie van de Thora of zijn gebeden en meditatie. Maar dankzij zijn Heilige Soekot-gast, zag hij in dat dit niet een probleem was.

*rechtvaardige



Tweet
Share
Share
0 Shares