De Palestijnse Naqba: feit of mythe?


Er gaat geen week voorbij zonder een evenement rond Palestina in één of andere universitaire campus. De Palestijnse tragedie is en blijft een onuitputtelijk onderwerp voor (meestal eenzijdige) debatavonden. Alles draait dan rond de Palestijnse ramp of catastrofe, Naqba in het Arabisch, wat de oprichting van de staat Israël betekende. In het artikel Naqba Day and the Fraud onderzoekt Ben-Dror Yemini, een bekend columnist van de Israëlische krant Ma’ariv dit fenomeen. Savasorda laat u hiermee graag kennismaken.

Het gebruik van de term ‘Palestijnen’ voor de niet-Joodse Arabieren, is redelijk nieuw. Op het stichtingscongres van de PLO in Egypte in 1964, wordt deze benaming voor het eerst gebruikt.

Er zijn natuurlijk de Bijbelse Filistijnen, die ruim drieduizend jaar geleden een gebied bewoonden, dat ongeveer overeenkomt met het huidige Gaza. Deze Filistijnen, die geen Semieten zijn, zijn verwant met de Myceense beschaving. Er is geen wetenschappelijk, historisch, cultureel of volkenkundig verband tussen de polytheïstische Filistijnen van weleer en de Palestijnen van vandaag. De huidige Palestijnen zijn etnisch gezien grotendeels afstammelingen van de Arabieren en voor een kleiner deel van gearabiseerde Grieken, Turken, Armeniërs, Egyptenaren en vele andere volkeren die zich in de loop der eeuwen in de streek gevestigd hebben.

AANTALLEN

Hoeveel Arabieren er voor de eerste Joodse alyah (1882-1903) in Palestina woonden, is sinds jaar en dag een onderwerp van discussie onder historici. De naar voor geschoven cijfers liggen nogal uiteen. Ze variëren van honderdduizend tot een veelvoud daarvan, afhankelijk van de geraadpleegde  bronnen. Er zijn massa’s verslagen van Europese reizigers en er is een studie van een Britse onderzoeksteam dat onder de auspiciën van het Palestine Exploration Fund, van 1871 tot 1878 het land doorkruiste. De reisverslagen zijn het meest bekend in brede kring en ze zijn niet eenduidig. Zo beschrijft Achad Ha’am de bloeiende akkers, die hij tijdens zijn reis in 1891 ziet. Maar zijn waarnemingen worden overstemd door tegenstrijdige bevindingen van andere reizigers. Wanneer Mark Twain er in 1865 rondtrekt, ziet hij: “een verlaten land. Vruchtbaar genoeg, maar overwoekerd door onkruid… een bedroevende uitgestrektheid … We komen veilig aan in Tabor… op heel onze route kwamen we niet één mens tegen. Palestina zit in zak en as. Het biedt een troosteloze en onaantrekkelijke aanblik … de ontvolkte woestenijen… de immer aanwezige kaalheid. Capharnaüm met zijn droefgeestige ruïnes… Tiberias, een gehucht dat ingedommeld is in de schaduw van zes sombere palmbomen”.

Andere reizigers geven beschrijvingen, die aanleunen bij de bevindingen van Twain, zoals Henri Baker Tristam, die meerdere keren het Heilig Land bezocht. James Finn, die als Britse consul in Jeruzalem (1845-1862) verschillende keren door het land trok, ziet “een land waar de bevolking zo dun gezaaid is dat het voor zijn eigen bestwil moet uitkijken naar nieuwe bewoners”.  In een officieel memorandum van 1857 noteert hij dat Palestina grotendeels leeggelopen is.

Het werk van het Britse onderzoeksteam bevat wel nauwkeurige en betrouwbare gegevens. De auteurs zijn geen toevallige bezoekers, die hun indrukken in lyrische bewoordingen omschrijven, maar wetenschappers, die systematisch te werk gaan. Ze gaan van nederzetting naar nederzetting en doen metingen. Ze meten dorpen, bergen en heuvels en publiceren hun bevindingen in een omvangrijk werk van zes delen. Daarin zijn alle aangetroffen nederzettingen in kaart gebracht. Haifa blijkt op dat ogenblik niet groter te zijn dan 440 op 190 meter. Akko en Nazareth zijn groter, namelijk 600 op 300 meter, Jaffa  540 op 240 meter. Jeruzalem is in vergelijking met de andere plaatsen relatief groot: binnen de stadsmuren is er 1000x1000m oppervlakte. Eén van de onderzoekers, Arthur Penrhyn Stanley, voegt er als commentaar aan toe dat er “mijl na mijl, in Judea geen levende ziel te bespeuren is”. Op grond van deze gegevens, wordt het bevolkingsaantal op honderdduizend geschat. Feit is dat uit de bronnen kan afgeleid worden dat Palestina voor de eerste alyah (emigreren naar Israël) zeer dun bevolkt was.

JOODSE EMIGRATIE

De Joodse geschiedenis in het land is gekend en gaan we hier niet herhalen. Wel vermeldenswaardig is dat na de val van Jeruzalem en de verdrijving van de Joden er steeds een al dan niet kleine Joodse aanwezigheid in het land was. Onder invloed van het opkomende Zionisme komt de Joodse emigratie naar Palestina op gang vanaf het einde van de 19de eeuw (de eerste alyah: 1882-1903). In tegenstelling tot de vele vroegere Joodse pogingen om naar het land van hun voorouders terug te keren, wordt de zionistische immigratie een groot succes. Door de bepalingen van het Britse mandaat wordt dit eenvoudiger.

Onbevolkt. Oost-Jeruzalem, a rare collection of photographs of the Land of Israel. David Roberts, 1842

Door de massale Joodse immigratie komt er ook een economische ontwikkeling op gang, die op haar beurt voor een toegenomen Arabische immigratie zorgt. Dankzij de nieuwe mogelijkheden neemt het levenspeil van de Arabieren in Palestina toe. Terwijl de levensstandaard tijdens de Ottomaanse periode merkelijk lager was dan in de omringende landen, is die in de jaren ’30 twee keer hoger dan in de buurlanden. Daardoor blijven Arabische immigranten toestromen. Waar veel Joden wonen, is de immigratie van Arabieren 10% hoger dan elders. De economie draait op volle toeren en creëert werkgelegenheid, ook voor de Arabische inwoners.

Naar schatting enkele duizenden Arabische landarbeiders moeten noodgedwongen hun akkers, die door Joden zijn opgekocht, verlaten. Ze krijgen hiervoor een schadevergoeding. Toch gaat de Joodse immigratie niet ten koste van de Arabische bevolking in Palestina. Tussen 1917 en 1948 verdubbelt de Arabische bevolking er. Dankzij de industrialisatie en de vele Britse en Joodse investeringen, stijgt de welvaart.

Winston Churchill verwoordt dit in 1939 als volgt: “Er stroomden massa’s Arabieren Palestina binnen, ondanks het feit dat ze nergens vervolgd werden. Zo werd de Arabische bevolking er groter dan de plaatselijke Joodse bevolking ooit zou kunnen zijn wanneer alle Joden ter wereld meegeteld werden”.

Palestina

Het zijn de Britten die Palestina in 1920 opnieuw op de kaart zetten. Het Ottomaanse Rijk, dat tijdens de 1ste Wereldoorlog het verliezende Duitse kamp steunt, moet zijn gebieden in het Midden-Oosten afstaan. Palestina verschijnt op de wereldkaart als Brits mandaatgebied en omvat het huidige Israël en Jordanië. Het is bijgevolg een creatie van het Europese imperialisme/kolonialisme. Dat is ook de mening van Azmi Bishara, een christelijke Palestijns-Israëlische filosoof, die van 1996 tot 2007 in de Knesset zetelt. Hij stelt dat er geen historisch Palestijnse volk bestaat. Tot diep in de jaren ’60 is die mening algemeen verspreid, ook onder Arabische leiders: op het 3de Arabisch Congres (Jaffa, 1920), wordt Palestina Zuid-Syrië genoemd. In 1956 verklaart Ahmad Shukeiri, de latere voorzitter van de PLO, in de Veiligheidsraad van de UNO: “It is common knowledge that Palestine is nothing but Southern Syria”. En zelfs in 1976 noemt de Syrische president Hafez Al Assad Palestina nog “een onderdeel van Groot-Syrië”.

De Palestijnse bevolking bestaat in grote mate uit Arabische immigranten uit de buurlanden. Maar dat staat het recht op zelfbeschikking voor die mensen niet in de weg. Door de strijd met Israël groeit er doorheen de jaren een Palestijns bewustwordingsproces. Zo wordt beetje bij beetje een afzonderlijke nationale identiteit gecreëerd. De roep om een eigen staat is in de loop der jaren steeds luider geworden: een wens die dient gerespecteerd te worden.

De PLO, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie

In 1964 beslissen een aantal landen van de Arabische Liga om een politieke organisatie op te richten om de problemen van de Palestijnse Arabieren efficiënter aan te pakken. Afgevaardigden uit Jordanië, Syrië, Irak, Egypte en Libanon richten in 1964 in Caïro de PLO (Palestine Liberation  Organization) op. Het doel ervan is ‘de bevrijding’… maar op dat moment zijn er nog geen ’bezette gebieden’ en geen ‘illegale kolonisten’ – die komen pas na de Arabische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog in juni 1967. Oost-Jeruzalem en de West Bank zijn in Jordaanse handen en Gaza wordt door Egypte bestuurd. Het charter van de PLO roept op om de ’zionistische entiteit’ te vernietigen en in de plaats daarvan een ’Palestijnse entiteit’ op te richten. Op aandringen van Jordanië en Egypte wordt er niet van een ‘Palestijnse staat’ gesproken, zij vinden dit te bedreigend voor hun eigen machtspositie.

De Naqba

Niet akkoord met het UNO-verdelingsplan verklaart een coalitie van Arabische landen de oorlog aan Israël. Mei 1948, nauwelijks heeft Ben-Gurion de onafhankelijkheid van Israël uitgeroepen, of de Arabische legers vallen Israël binnen. Het doel is duidelijk: Israël de zee indrijven. Duizenden Palestijnen vertrekken in afwachting hiervan naar het buitenland. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden slaan nog eens honderdduizenden op de vlucht, hier toe aangezet door de eigen leiders, of verplicht geëvacueerd ten gevolge van de militaire situatie. Zo’n zeshonderdduizend mensen worden vluchteling. Dit wordt de ‘Naqba’ genoemd. Israël is, volgens de Arabieren, voor deze catastrofe verantwoordelijk. De Palestijnen vinden dat er nooit een oplossing kan komen zonder dat de Naqba erkend wordt en Israël de verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem op zich neemt.

Dit is niet alleen contraproductief maar ook onjuist. Door de tegenpartij met alle schuld te beladen, kom je er niet toe om oog te hebben voor de eigen verantwoordelijkheid en de eigen fouten. En nochtans: het zijn de Arabieren die het verdelingsplan verwerpen en een oorlog starten om Israël van de kaart te vegen. Terwijl op hetzelfde moment in totaal 850.000 Joden in de Arabische wereld leven en vanaf dan vervolgd, onteigend en verdreven worden. Natuurlijk heeft de verloren oorlog een heel wrange nasmaak bij de Arabieren en is er veel leed geleden. Maar door zich in een uitzichtloze slachtofferrol te nestelen, wordt er geen enkele vooruitgang geboekt.

Besluit

  • Voor de zionistische immigratie was Palestina een heel dun bevolkt en onontwikkeld land. Parallel met de Joodse inwijking bloeit het land op en komt er een aanzienlijke Arabische immigratie op gang vanuit de buurlanden.
  • Doorheen het conflict met Israël groeit het nationaal bewustzijn van de Palestijnen en ontstaat het ‘Palestijnse volk’, dat naast het Joodse volk het recht op zelfbeschikking heeft.
  • In een conflict zijn altijd twee kanten. Wie alleen oog heeft voor het eigen grote gelijk, wie zich ertoe beperkt om  alle ’schuld’ bij de tegenpartij te zoeken, komt nooit tot een –  voor beide kanten – aanvaardbare oplossing. Het verhaal van de Naqba is niet alleen onjuist, het is ook contraproductief om belangrijke feiten te blijven negeren en zich te blijven wentelen in de slachtofferrol.
  • En nochtans verdienen de Palestijnen beter: ook zij hebben recht op respect, vrijheid en onafhankelijkheid. Maar dan wel naast Israël, niet in de plaats ervan.

Geschatte Joodse bevolking in Arabische landen & Iran

Land 1948 2001
Aden (Zuid-Jemen) 8.000 0
Algerije 140.000 0
Egypte 75.000 100
Iran 140.000 25.000
Irak 135.000 200
Libanon 5.000 100
Libië 38.000 0
Marokko 265.000 5.230
Syrië 30.000 100
Tunesië 105.000 1.000
Jemen 55.000 200
Totaal 856.000/996.000 7.000/32.000
Tweet
Share
Share
0 Shares