Gewezen Joodse oorlogskinderen in Vlaanderen gediscrimineerd

Parlementslid Zoë Genot (Ecolo) toonde vorige maand met een vraag aan minister van Landsverdediging Pieter De Crem een merkwaardige ongelijke behandeling tussen Franstalige en Nederlandstalige Joodse mensen die als kind ondergedoken waren in ons land.

Kinderen werden van bij hun ouders weggerukt, dat veroorzaakte levenslange trauma’s
Eigen berichtgeving – De moeilijkste beslissing voor Joodse ouders tijdens de nazibezetting was de beslissing om hun kinderen te laten onderduiken bij een gezin, in kloosters, weeshuizen of andere instellingen. Ouders hadden geen keuze, de plannen van de nazi’s waren te duidelijk. Van de ene dag op de andere werden gezinnen compleet uit elkaar gerukt, het ging om duizenden kinderen in ons land.

Een groot aantal kinderen kregen meteen een nieuwe naam en hen werd geleerd om hun eigen identiteit op te geven. Voor hun eigen veiligheid wisten zelfs de ouders vaak niet waar hun kinderen terecht waren gekomen, dat leidde tot hartverscheurende taferelen. Ondergedoken kinderen bleven jarenlang wachten op hun ouders, in vele gevallen zonder hen nog ooit terug te zien.

Het kortste getuigenis vastgelegd, zovele jaren na de oorlog, is dat van een Belgische man die ouders, broertjes en zusjes in Auschwitz zag verdwijnen. Historicus Herman Vandormael, die hem zijn getuigenis probeerde af te nemen beschrijft hoe de man minutenlang het zwijgen bewaard tot hij het enige zegt dat hij al wenend kan uitbrengen “mijn zusje”. De wonden die geslagen werden zijn nooit geheeld, de psychologische schade onherstelbaar, dat vertaalt zich soms ook in lichamelijke klachten maar vooral in duizenden angsten die blijven achtervolgen.

Bijstand
De wetgever voorziet in een hulppensioen voor oorlogsslachtoffers en kinderen die tijdens de oorlog ondergedoken zaten. Het gaat hier dus om slachtoffers dus moeten de mensen aantonen dat ze fysieke of psychologische trauma’s hebben opgelopen.De persoon dient hiervoor te worden onderzocht door de Gerechtelijke Geneeskundige Dienst, een raadgevend orgaan dat ressorteert onder de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Die dienst moet een advies verstrekken over de oorsprong van de aandoening, het medisch oorzakelijk verband, de graad en de duur van de invaliditeit.

De Franstalige politica Genot vroeg de minister vorige maand naar het aantal behandelde dossiers in elk landsgedeelte en naar de resultaten ervan. Het vermoeden dat aan de basis van de vraag lag, werd door minister De Crem met verbazingwekkende cijfers bevestigd. In 2010 werden er 14 beslissingen genomen in Nederlandstalige dossiers door een Nederlandstalige commissie waarvan er 3 werden goedgekeurd (21%). Aan Franstalige zijde waren er 65 aanvragen waarvan 47 werden goedgekeurd (72%).

“Maar,” vervolgde de minister “de betrokkenen kunnen deze beslissingen steeds aanvechten voor de Raad van State”. Zoë Genot repliceerde, naar onze mening terecht, dat deze cijfers een onaanvaardbare ongelijkheid tussen beide taalgroepen aan het licht bracht en dat men weliswaar naar de Raad van State kan stappen maar dat het om oudere personen gaat en dat men hen daarmee met een omslachtige procedure opzadelt die bovendien extreem lang duurt. (nvdr, sommige procedures bij de Raad van State duren zeven jaar)

Regina Sluszny
Joods Actueel nam contact met mevrouw Regina Sluszny, ondervoorzitster van de Vereniging van Ondergedoken Kinderen van België, met de vraag of zij met haar vereniging van deze problematiek op de hoogte was. Daarmee schoten we twee keer in de roos toen we konden vaststellen dat Sluszny deze ‘Vlaamse lijdensweg’ kent en niet alleen van de talrijke dossiers waarmee ze door haar activiteiten voor haar vereniging kennismaakt maar ze werd er ook persoonlijk mee geconfronteerd, zij en haar echtgenoot zijn beide voormalige ondergedoken kinderen.

Sluszny legt uit hoe de vork in de steel zit: “Wie in aanmerking komt, krijgt een financiële steun van iets meer dan 170 euro om de drie maanden en een gedeeltelijke terugbetaling van de medische kosten. Het is belangrijk om te weten dat een goedkeuring van een invaliditeitsdossier niet alleen het recht op een bijkomende invaliditeitsuitkering geeft maar dat je ook het zogenaamde roze boekje krijgt. Daarmee wordt praktisch de volledige terugbetaling van medicatie en doktersonkosten gegarandeerd, ook tandheelkundige kosten, hoorapparaten enzovoort”.

“Ik moet er geen tekening bij maken dat het vooral over één enkele persoon gaat die dwarsligt en ons onheus behandelt. En dan zwijg ik nog over de manier waarop hij daarover communiceert. De juiste man op de juiste plaats zou niet alles oplossen maar wel al héél veel ”, aldus Sluzny die met volle overgave en zeker met het hart op de juiste plaats de belangen van de voormalige ondergedoken kinderen verdedigt.

“Waarom denk je dat er vorig jaar zo weinig aanvragen waren bij ons”, vervolgt ze, “veertien voor het Vlaamse gewest en vijfenzestig voor Wallonië! De Vlamingen zien het gewoon niet zitten om er nog aan te beginnen. Er is een lid van onze vereniging die als kind ondergedoken was en niet alleen het verdriet moest verwerken om gedwongen van haar ouders gescheiden te worden maar die op haar onderduikadres ook nog eens het ongeluk had om mishandeld en verkracht te worden. Ik heb haar dossier hier in deze map zitten. De arme vrouw is haar oorlogsverleden nooit te boven gekomen, ze lijdt ernstig en toch werd haar dossier afgewezen. Hier tegen in beroep gaan bij de Raad van State ziet deze dame totaal niet zitten!”.

“Als je weet wat voor een behandeling die ambtenaar je geeft, dan is dat een verschrikkelijke ervaring die ook snel de ronde doet in de Joodse gemeenschap. Het is dan ook begrijpelijk dat het voor velen dan ook niet meer hoeft”.

Gaat het dan niet om een ambtenaar die gewoon zijn werk doet? “Absoluut niet, we hebben genoeg verhalen gehoord. En voilà, ik heb hier twee perfect vergelijkbare dossiers die werden ingediend langs beide kanten van de taalgrens. Je mag twee keer raden welke aanvaard en welke verworpen werden. Dat is absoluut niet normaal”.

Voorzitter van de dienst
Het opmerkelijke aan deze zaak is dat het hier om een federale dienst gaat en niet om twee aparte organisaties. Normaal gezien moeten ze dan ook exact dezelfde richtlijnen volgen. Joods Actueel sprak met dokter Jean Van Roy, hij is voorzitter van de Gerechtelijke Geneeskundige Dienst van het ministerie van Volksgezondheid en daarnaast ook werkzaam als geneesheer bij het Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers. Hij zei tegen ons dat het inderdaad een feit was dat dossiers die door Franstaligen worden ingediend gemakkelijker worden aanvaard dan gelijkaardige dossiers bij de Nederlandstalige commissie. “Het is zelfs zo frappant dat ik me afvraag wat er zou gebeuren indien Vlamingen hun dossier in het Frans naar de Franstalige commissie zouden sturen, met dien verstande dat het juridisch in orde zou zijn om die weg te volgen”.

Op onze vraag of dat kan te maken hebben met het strikt opvolgen van de voorgeschreven procedures in de Vlaamse afdeling terwijl men aan de andere kant veel soepeler is met de regels, zegt Van Roy: “Ja dat is zo, de Nederlandstalige en de Franstalige commissies hebben een totaal verschillende interpretatie van de richtlijnen”.
Toch is dat niet het enige probleem volgens Van Roy. Om een dossier in te dienen, moeten mensen eerst langs bij hun huisarts die de invaliditeitsgraad onderzoekt. “Maar die zijn vaak niet of onvoldoende vertrouwd zijn met de invaliditeitsberekening van de overheid en dat leidt tot foutieve conclusies. Deels wordt het ongenoegen bij de patiënten ook daardoor bepaald”.

Regelgeving
Maar er is meer. Volgens dokter Van Roy is de regelgeving ter zake zelf zeer ongelukkig. “De wetgever eist dat voormalige ondergedoken kinderen de continuïteit van hun ziekte(n) moeten aantonen. Stel je voor wat dat betekent: je moet aantonen dat je klachten onafgebroken bestonden vanaf de Tweede Wereldoorlog tot op de dag van indiening van de aanvraag. Maar dat is onmogelijk, langs de ene kant omdat nogal wat ziektebeelden pas jaren later opduiken maar wel degelijk hun oorsprong vinden in de situatie tijdens WOII. Bovendien is het materieel gewoon onmogelijk om die continuïteit te bewijzen. Als je het mij vraagt, is dat vast en zeker geen toonbeeld van een billijke regelgeving, integendeel. Het blijft nog de vraag of dat met een regering van lopende zaken gaat veranderen”.

Regine Sluszny zegt dat er nog andere ongerijmdheden in de wet zitten: “Er waren ondergedoken kinderen die hun ouders verloren en in een Joods weeshuis terecht kwamen. Op een bepaald moment beslist de leiding van dat tehuis om alle kinderen naar Palestina te sturen. Sommige van die ondergedoken kinderen beslisten daarna om naar België terug te keren. Hun dossier werd afgewezen omdat de wet stelt dat je alleen kan aanspraak maken op een vergoeding als je onafgebroken, vanaf de oorlog tot op het ogenblik van je aanvraag, in België verbleef. Ik ken het geval van iemand die als kind zonder het zelf te hebben gewild, zes maanden in Israël verbleef, ook hij kan een kruis maken op aanspraak voor een uitkering.”

Politiek
Wouter De Vriendt van Groen! zei tegen Joods Actueel dat hij een parlementaire vraag zou stellen aan de bevoegde minister om uitleg te vragen over de hier aangekaarte problemen. “Bovendien zal ik de minister bevragen over zijn visie m.b.t. de wettelijk vastgelegde drempels om het roze boekje te kunnen krijgen en hem vragen of een wijziging van de regelgeving zich niet opdringt. Afhankelijk van deze antwoorden, overwegen we zelf een wetsvoorstel om de procedure van steun aan Joodse oorlogsslachtoffers rechtvaardiger te maken.” Dat is alvast een stap die niet alleen de voormalige oorlogskinderen, maar de algehele Joodse gemeenschap luid zou toejuichen. Wij houden onze lezers alvast op de hoogte van de evolutie in deze zaak.

tekst: Guido Joris

Tweet
Share
Share
0 Shares