Geeft oprichting Palestijnse staat vredesgesprekken nieuw impuls?

Morgen zou de Palestijnse Autoriteit het lidmaatschap als onafhankelijke staat van de Verenigde Naties hebben aangevraagd. In oktober zal vervolgens de Algemene Vergadering over de toelating van de staat Palestina moeten stemmen. Vooralsnog lijkt het er op dat de PA ruimschoots aan de benodigde tweederde meerheid voor lidmaatschap zal komen en mogelijk dus de 193ste lidstaat van de VN zal worden.

Hans Knoop

Open vraag is alleen nog welke status Palestina als staat zal verkrijgen. Voor het volledige lidmaatschap is een positieve aanbeveling nodig van tenminste negen leden van de Veiligheidsraad. Die negen leden van de Veiligheidsraad zullen er waarschijnlijk wel zijn, maar verwacht wordt dat de Verenigde Staten die positieve aanbeveling met een veto zal torpederen. Dat betekent dan nog niet dat de deur voor Palestina geheel gesloten wordt.

Alleen voor een volwaardig lidmaatschap is de aanbeveling van de Veiligheidsraad vereist. Maar Palestina heeft ook de optie als zogenaamde non-member state toegelaten te worden. Ook dat is een enorme opwaardering vergeleken bij de huidige status van de Palestijnse Autoriteit als zogenaamde waarnemer.

Als non-member state kan Palestina lid van commissies en dochterorganisaties van de VN worden. Om de Veiligheidsraad en een eventueel veto van de VS te bypassen dient de PA een aanvraag tot lidmaatschap in te dienen bij de Algemene Vergadering op basis van resolutie 377.

Ironischerwijs is deze resolutie ooit ingediend en tot stand gekomen door de Verenigde Staten tijdens de Korea-oorlog in 1950. Elke poging om een resolutie over die oorlog binnen de Veiligheidsraad aanvaard te krijgen, leed toen schipbreuk door het gebruik van het vetorecht dat de voormalige Sovjet Unie als permanent lid had.

Daarom besloot de VS een speciale resolutie binnen de Algemene Vergadering in stemming te brengen. Binnen dit lichaam heeft immers geen enkel lid het recht van veto. Dezelfde resolutie werd ook in 1956 door Egypte van stal gehaald tijdens de Suez-oorlog. Egypte kon de oorlog die Frankrijk, Engeland en Israël tegen het land voerde niet gestopt krijgen middels een resolutie van de Veiligheidsraad, omdat zowel Frankrijk als Engeland als permanente leden, deze met een veto zouden tegenhouden. Op basis van een overweldigende meerderheid binnen de Algemene Vergadering werden de drie staten middels resolutie 377 uiteindelijk verplicht de vijandelijkheden te staken.

Dat er tegen het lidmaatschap van Palestina als soevereine staat in Israël grote bezwaren bestaan, laat zich raden. Toch zijn de argumenten die Israël tegen de unilaterale uitroeping van een onafhankelijke staat Palestina op basis van de bestandslijnen van 1967 opwerpt niet alle steekhoudend. Israël heeft met de te verwachten stemverhouding binnen de Algemene Vergadering (rond 140 staten voor!) een verpletterende diplomatieke nederlaag geleden.

De vraag dient zich op waarom Israël zich eigenlijk zo fel keert tegen de uitroeping van een onafhankelijk Palestina? Het feit dat dit niet in overleg met Israël, maar unilateraal geschiedt, lijkt geen sterk argument. Staten worden per definitie unilateraal uitgeroepen. Ook Israël proclameerde zich in mei 1948 unilateraal en waarlijk niet in overleg met de buurstaten die zich gewelddadig tegen de uitroeping van de Joodse staat verzetten.

De internationaal-rechtelijke basis voor de proclamatie was het door de VN in 1947 aangenomen verdelingsplan voor Palestina in een Joodse en een Arabische staat. De VN ging met die verdeling akkoord maar het was NIET de VN die de staat Israël uitriep, maar David Ben Gurion als leider van de voorlopige regering. Hij deed dat unilateraal en niet na onderhandelingen met de overige spelers in de regio die immers de Joodse staat tot op de dag van vandaag bestrijden en van de kaart wensen te vegen.

Men kan de PA niet verwijten op basis van dezelfde resolutie uit 1947 thans eveneens unilateraal een eigen staat uit te roepen. Het enig houtsnijdende verwijt dat men de Palestijnen moet maken, is dat ze dat 63 jaar te laat doen. Zouden zij evenals de zionisten dit in mei 1948 hebben gedaan dan zouden zij  zichzelf en de rest van de wereld veel ellende en onnodig bloedvergieten hebben kunnen besparen en thans naast en in samenwerking met Israël een welvarende staat hebben kunnen zijn.

Overigens is niet een ieder in Israël tegen de stichting van de Palestijnse staat gekant. Hoge functionarissen binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken vragen zich al geruime tijd af waarom hun minister zich zo tegen de stichting van een staat verzet. In feite is er maar een argument denkbaar waarom een erkenning van Palestina door meer dan 140 staten Israël in de wereld in een moeilijke positie brengt en dat is het feit dat de nederzettingen vanaf de erkenning niet langer in ‘disputed territory’ maar in het grondgebied van een andere staat zullen komen te liggen.

Dat kan juridische consequenties hebben in het geval de nieuwe staat Palestina die bezetting aanklaagt bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. Als het ICJ die nederzettingen als illegaal bestempelt, zijn sancties niet uitgesloten. Arresten van het Internationale Hof zijn bindend en kunnen niet door een veto van leden van de Veiligheidsraad worden tegengehouden.

Maar ook in wetenschappelijke kringen in Israël wordt niet over een breed front de unilaterale uitroeping van Palestina tot staat verworpen. Sterker: mensen als prof. Shlomo Avineri en andere deskundigen op het gebied van internationale betrekkingen zijn zelfs van mening dat Israël als eerste staat ter wereld Palestina zou moeten erkennen en dat een hervatting van de onderhandelingen met Abbas er in de toekomst kansrijker uitzien na de opwaardering van de PA tot staat.

Overigens staan bilaterale erkenning van Palestina door andere lidstaten van de VN en het lidmaatschap van de VN elkaar niet in de weg. Ook als Palestina – vooralsnog –  geen volwaardig lid van de VN kan worden, houdt het initiatief erkenning op basis van bilaterale overeenkomsten met ruim 140 staten in de wereld over. Onder deze waarlijk niet de minste zoals Rusland, China, enkele EU- staten en vrijwel de gehele moslimwereld en Latijns-Amerika.

Hoe moeizaam men in Jeruzalem met de lidmaatschapsaanvraag maandenlang heeft geworsteld, moge o.m. alleen al blijken dat begin september nog steeds niet duidelijk was wie dit jaar namens Israël naar de Algemene Vergadering zou worden gestuurd. Bibi zelf wilde niet gaan, waarschijnlijk omdat hij vreest dat de diplomatieke nederlaag dan binnenlands te veel negatief op hem zal afstralen.

Als alternatief werd president Shimon Peres genoemd die wereldwijd aanzienlijk meer gezag uitstraalt dan de huidige premier. Peres leek echter ook af te vallen omdat het buiten zijn mandaat als ceremonieel staatshoofd valt zich als een soort alternatieve minister van Buitenlandse Zaken te manifesteren.

En de werkelijke minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman lijkt wel de minst geschikte persoon om achter de schermen van de Algemene Vergadering in New York in persoonlijke contacten vertegenwoordigers van andere staten tot andere gedachten te brengen.

Vooralsnog houdt men het erop dat de huidige ambassadeur van Israël bij de VN Ron Prosor de diplomatieke nederlaag in ontvangst mag gaan nemen.

Voor de PA is de september move daarentegen een win-win situatie. Mogelijk dat door het scoren van een diplomatieke overwinning daarna onderhandelingen met Israël nieuw elan zullen krijgen en dat men in Israël achteraf kan vaststellen dat door het verliezen van deze slag het vredesproces weer nieuw leven kon worden ingeblazen?

De Nederlandse oud-voetballer en amateur-filosoof Johan Cruyff pleegt vaak te zeggen dat elk nadeel ook zijn voordeel heeft. Vast staat dat er nooit een vredesverdrag met Egypte tot stand had kunnen komen zonder dat dit land aan een aanvankelijke militaire zege tijdens de Jom Kippoer-oorlog had kunnen ruiken.

Het is zeer wel mogelijk dat na het scoren van een grote diplomatieke overwinning door de PA er op eens een nieuwe dynamiek ontstaat. Of de staat Palestina daarbij binnen de VN de status van volwaardige lidstaat heeft of die van non-member state doet verder in feite weinig terzake.

Ook Israël heeft ruim een jaar moeten wachten alvorens het lid van de VN kon worden, terwijl het direct na de onafhankelijkheidsproclamatie al door de VS en Sovjet Unie werd erkend.

En wat te denken van de Amerika? In feite heeft de VS aan de wieg van de oprichting van de voorganger van de VN gestaan. Het was op initiatief van de Amerikaanse president Wilson dat in 1920 de Volkenbond werd opgericht die 63 lidstaten telde en waarvan nota bene de VS als initiatiefnemer zelf GEEN lid werd omdat het Amerikaanse Congres zich tegen dat lidmaatschap verzette.

Ook zonder lidmaatschap van de VN kan een staat goed functioneren. Zwitserland (nota bene gastland van de VN!!) was tientallen jaren geen lid en datzelfde gold voor de Bondsrepubliek. Ook een land als Kosovo is nog steeds geen volwaardig lid maar onderhoudt wel met tal van staten diplomatieke betrekkingen.

Tenslotte: men zal terecht opmerken dat de VN en individuele lidstaten geen regering of staat moeten erkennen waar terroristen en mensenrechtenschenders de dienst uitmaken.

Volgens het internationaal recht erkennen echter staten andere staten en geen regeringen of politieke systemen. Nederland en België onderhielden diplomatieke betrekkingen met het fascistische Spanje en Portugal onder Franco en Salazar. Gelijktijdig onderhielden ze betrekkingen met de communistische dictaturen in Oost- Europa. Al die staten waren eveneens lid van de VN. “De dingen gaan zoals ze gaan!”, pleegt men veelal te zeggen. Vechten tegen windmolens is een zinloos tijdverdrijf. Een advies aan de regering van Nethanyahu zou moeten luiden dat men Johan Cruijff binnenkort uitnodigt voor het houden van een voordracht!

De auteur is gewezen Midden-Oosten correspondent en tevens woordvoerder voor het Forum der Joodse Organisaties. Zijn standpunt in dit artikel is zijn privé mening en niet dat van het FJO.

 

Tweet
Share
Share
0 Shares