• Zaterdag, 23 Juni 2018
  • 10 Tammuz, 5778
  • Laatste update 22 Juni 2018 19:46

Israëlische antiboycotwet, een democratie onwaardig?

  • Maandag 8 Augustus 2011 12:57

OPINIE
Een wetgevend initiatief in Israël zorgde de voorbije maand voor ongewoon grote commotie, zowel in Israël als in het buitenland. De nieuwe wet voorziet namelijk dat wie actief een boycot van Israëlische producten of bedrijven promoot, kan worden aangeklaagd en beboet.

“Een aanval op het fundamenteel recht van vrije meningsuiting”, zeggen de criticasters. De New York Times had er zelfs een artikel voor veil met de welluidende titel ‘een democratie onwaardig’. En ook het Nederlandse CIDI, gekend als grote supporter van Israël, was niet blij met de wet en schreef hierover een brief naar premier Netanyahu.

Graag wil ik zelf enige nuance aanbrengen in dit debat door de wet te analyseren en de motivatie en de achtergrond ervan te bekijken. De tekst stelt dat wie Israëlische bedrijven boycot, niet in aanmerking kan komen voor steun van de overheid, niet mag meedingen aan openbare aanbestedingen én kan worden aangeklaagd bij de rechtbank. De tekst heeft het ook niet specifiek over de Westelijke Jordaanoever maar over Israëlische bedrijven in het algemeen. De eerste twee sancties kan ik best begrijpen, wie niet akkoord gaat met de overheid en dat ook actief promoot, kan zelf niet in aanmerking komen voor opdrachten van diezelfde overheid. Men bijt niet in de hand waaruit men eet. De kritiek slaat vooral op de sanctionerende voorwaarde in de wet die een gerechtelijke vervolging mogelijk maakt.

Wat houdt die vervolging in? In de eerste versie van de tekst was het de bedoeling om correctionele straffen uit te spreken, in de uiteindelijke versie werd dat herleid tot financiële sancties, lees boetes. Zo raar vind ik dat eigenlijk niet, wie Israëlische bedrijven financieel pijn wil doen, door op te roepen voor een boycot, moet dan ook in zijn eigen portemonnee geraakt kunnen worden. ‘Gelijke wapens’ voor iedereen, quoi. Voor mij is de crux van de zaak dat het oneerlijk is om bedrijven te viseren met een boycot. Wie niet akkoord gaat met de nederzettingenpolitiek moet zijn protest focussen op de verantwoordelijke politici of op de regering. Het zijn niet de bedrijven die de Israëlische politiek bepalen, firma’s focussen zich op financiële en economische aspecten met als doel een rendabele activiteit te ontwikkelen.

Vrije meningsuiting

En het argument dat de vrije meningsuiting hiermee wordt beknot? Dat klopt hoegenaamd niet. Want al wordt het verboden om individuele bedrijven te viseren, toch is er niets dat consumenten belet om geen producten meer te kopen uit de Westbank. De linkse Meretz partij kwam met een creatieve oplossing voor de dag door in supermarkten stickers te kleven op producten uit de Westbank. Zo werd er niet opgeroepen tot een boycot maar werd de consument attent gemaakt op de herkomst van de items in de winkel. En wie voor zichzelf uitmaakt dat hij deze goederen dan liever niet koopt, kan dat perfect ook doen.

Terwijl Israël geen deel uitmaakt van Europa wil ik deze wet toch toetsen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Artikel 10 van dat verdrag stelt het volgende:

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.
2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid […]

Een inperking is dus mogelijk indien deze noodzakelijk is voor het goed functioneren van de staat. En laten we eerlijk zijn, Israël zit verwikkeld in een oorlogssituatie met de omringende staten en groeperingen die haar maar al te graag willen vernietigen. Een revolte van binnenuit is dus wel degelijk een gevaar dat moet worden aangepakt. Een economische boycot inroepen is een poging om de fundamenten van een land te ondermijnen. En daar mag een staat dan ook op reageren.

Premier Netanyahu verklaarde: “De boycotwet is het resultaat van een democratisch proces in een democratische staat en ontsiert geenszins het imago van Israël. Wat het imago van Israël wel schaadt, zijn de roekeloze en onverantwoorde aanvallen tegen het legale recht van een belaagde democratie om te beslissen wat wel en niet aanvaardbaar is”.

Geestesgesteldheid

Men moet ook kijken naar de huidige geestesgesteldheid in Israël. Het land leeft in staat van oorlog en heeft met steeds nieuwe dreigingen en boycotacties af te rekenen, het is dus normaal dat het zich probeert te verweren. Voor mij is dit vergelijkbaar met de maatregelen die de VS namen na 11 september. Toen werd eveneens geroepen dat de nieuwe wetten de privacy zouden schenden en een democratie onwaardig waren. Wel, tien jaar later is er nog geen tweede 9/11 geweest wat aantoont dat deze maatregelen nut hadden. Maar belangrijker, de regels werden door de huidige administratie teruggeschroefd. Eenzelfde lot is naar mijn mening ook dit wetsvoorstel beschoren. De wet kan binnen enkele jaren, als er hopelijk vrede is, eveneens door een democratisch verkozen meerderheid worden herroepen.

Buitenstaanders

Een ander argument is dat buitenstaanders makkelijk praten hebben. Wie in bepaalde Vlaamse gemeenten geen geslaagde taaltest kan afleggen, komt niet in aanmerkingen voor sociale huisvesting. De normaalste zaak stellen veel Vlamingen, er zijn rechten, maar ook plichten. En toch worden wij door de VN op de vingers getikt. ‘Racisme’ luidt het verdict. Of wat te denken van het ‘minderhedenverdrag’ dat door zowat heel de wereld is geratificeerd maar niet door ons land. Voor buitenstaanders is dit compleet onbegrijpelijk. Wij weten beter, de Vlamingen vrezen dat de Walen hierdoor extra bescherming zullen genieten om de boel verder te blokkeren. Eenzelfde verhaal met de boycotwetgeving in Israël, buitenstaanders hebben makkelijk praten, ik heb echter meer vertrouwen in de democratisch verkozen politici dan in die criticasters.

Rechter 

Bij het opsommen van deze resem argumenten, waarbij ik het wetgevend initiatief vanuit een andere invalshoek heb bekeken, blijf ik mij ervan bewust dat het hier geen zwart-wit verhaal betreft. Er zijn goede argumenten pro maar ook valabele argumenten contra. Activisten hebben nu een kortgeding bij het Hooggerechtshof aangespannen om de wet ongrondwettelijk te verklaren of in strijd met de zogenaamde Basic Law. Ik laat het aan dat gerechtsorgaan over om alle argumenten in overweging te nemen en te oordelen, daar ik weet dat, indien het hoogste rechtscollege in Israël deze wet afkeurt, dit een bindende beslissing zal zijn waar de leden van de Knesset niet omheen zullen kunnen. Met andere woorden, een democratie waard


Michael Freilich