Selectieve berichtgeving over het Gazaconflict

Minister voor Informatie Muhammed Saeed, de 'Harry Potter' van Irak onder Sadam Hoessein
Minister voor Informatie Muhammed Saeed, de 'Harry Potter' van Irak onder Sadam Hoessein

Het Midden-Oosten is als geen andere brandhaard onderwerp van verhitte discussies over de duiding van het nieuws. Ook de kwestie-Gaza leidt tot verschillende interpretaties. Een terugblik, op dag 22 van de Gazacrisis, na ruim duizend doden aan Palestijnse en 13 aan Israëlische kant.

Op donderdagavond kwam het hoge woord er uit. Keer op keer had het NOS Journaal gesteld dat het Israëlische leger geen journalisten toeliet in de Gazastrook. Toch waren er bijna dagelijks minireportages vanuit die regio te zien. Ook eergisteren, een item over een Palestijns gezin in moeilijkheden. Huis weg, vrouw hoogzwanger. Ze had een keizersnee nodig, maar wilde haar gezin niet in de steek laten voor een onveilig ziekenhuis.

Een ontroerend huiskamertafereel in Gaza, maar hoe kwam het NOS Journaal daaraan? Philip Freriks verklaarde het plechtig: ,,Deze reportage werd ons aangeleverd door een Palestijnse cameraploeg.” Maar hoe check je zo’n kant-en-klaarverhaal?

Marcel Gelauff, tweede man bij NOS Nieuws: ,,We nemen uiteraard niet zomaar items van anderen over. Het ging om ruw materiaal, geschoten door de twee Palestijnse mensen waarmee onze correspondent Sander van Hoorn altijd samenwerkt. Hijzelf maakte het onderwerp en je hoorde ook zijn stem als voice over. Maar hij kan nog steeds niet zelf Gaza in. Om verwarring te voorkomen, meldde Freriks dat een keertje expliciet.” Beide Palestijnen zagen de afgelopen weken hun huis in vlammen opgaan. Zo hard ligt het wel, in de Gazastrook.

Objectiviteit bestaat niet, onpartijdigheid wel. Veel kijkers menen dat je daarvoor bij de NOS moet zijn, als was het een overheidsbulletin, met Philip Freriks als nationale ombudsman. De NOS laat zich die officieuze beeldvorming graag aanleunen.

‘Gaza’ verdween deze week langzaam uit het nieuws. Tijd voor reflectie. Vier mensen keken deze week ‘technisch’ naar het NOS Journaal : één namens het CIDI, dat aan de Israëlische positie is verbonden, twee namens United Civilians for Peace, dat zich inzet voor de naleving van het internationale recht en de mensenrechten van burgers aan beide kanten, en de schrijver van dit verhaal.

Nieuws kijken is perceptie. ,,De berichtgeving van het NOS Journaal vonden wij over het algemeen erg goed, maar wat ontbrak waren de ontwikkelingen in de Nederlandse en Europese politiek met betrekking tot het conflict. En er werd weinig uitgelegd over de context van de huidige oorlog”, zegt Merijn de Jong, medewerker communicatie en documentatie van United Civilians for Peace. UCP hield onlangs een opiniepeiling ‘waaruit blijkt dat Nederlanders het NOS Journaal aanwijzen als belangrijkste bron van informatie over het Israëlisch-Palestijnse conflict’.

UCP is een samenwerkingsinitiatief van Oxfam Novib, Cordaid, ICCO en IKV Pax Christi dat zich sinds 2001 inzet voor een rechtvaardige oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Volgens UCP vinden schendingen van de mensenrechten aan beide zijden plaats, maar zijn het ‘met name de Palestijnen die hieronder gebukt gaan’. Israël heeft volgens het internationale recht als bezettende macht de verantwoordelijkheid om de Palestijnse gebieden te beschermen, vindt UCP, maar door de aanhoudende Israëlische blokkade van de Gazastrook, heerst er armoede, werkloosheid, is er onvoldoende voedsel en drinkwater en functioneren scholen en ziekenhuizen slecht.

Ook Ghada Zeidan, programmaleider bij het UCP, keek deze week naar het Journaal. Ze is een christelijke Palestijnse uit Bethlehem en woont acht jaar in Nederland. Volgens haar zou de NOS beter moeten uitleggen dat de Gazastrook al negentien maanden wordt geblokkeerd door Israël, waardoor er nauwelijks spullen het gebied binnenkomen. Ook vindt ze dat de ‘asymmetrie’ van het conflict zou moeten worden benoemd door de NOS. Beide partijen schenden de mensenrechten, maar het kader wordt volgens De Jong en Zeidan wel gevormd door de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en de Gazastrook. En het NOS Journaal zou onderscheid moeten maken tussen burgerslachtoffers en soldaten.

Dinsdag bood UCP een petitie aan die volgens het NOS Journaal de ploeg van Balkenende zou oproepen ‘een steviger positie in te nemen tegen Israël’. Maar dat vroeg UCP niet. In de petitie werd de Nederlandse regering opgeroepen zich in te zetten voor een staakt-het-vuren, en niet alleen de Palestijnse raketbeschietingen maar ook het Israëlische geweld te veroordelen.

Wel rookpluimen, maar geen beeld van raketten

Nieuws kijken is perceptie. Dat geldt ook voor het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie over Israël, dat in 1974 werd opgericht door ‘de Joodse gemeenschap in Nederland’ en ‘onlosmakelijk verbonden is met het democratische Israël’. Filosofe Suzanne Georgi is sinds 2006 webmaster en redactrice bij het CIDI en veel kritischer over de berichtgeving.

Ook het CIDI viel op dat de NOS geen onderscheid maakte tussen burgerslachtoffers, gedode Palestijnse strijders en gesneuvelde Israëlische soldaten. Maar de Palestijnse artsen die de aantallen slachtoffers noemden, werden later in de week ‘bronnen’. Dat klinkt toch zwakker.

Het CIDI twijfelt aan de juistheid van de aantallen Palestijnse slachtoffers die de NOS meldde. ,,Een bron bij Unicef gaf aan dat er driehonderd kinderen waren gedood. Hoe weten ze dat?” Het aantal Palestijnse doden zegt ook niets over de maatvoering van het Israëlische leger de afgelopen weken. Het beeld van een Palestijnse vrouw die uitgilt: ,,Mijn God, we worden allemaal gedood!”, maakt indruk, dat is waar. Maar: ,,Als Israël bewust de burgerbevolking zou willen raken, dan deed het wel aan carpet bombing en waren er nu geen 971 doden (de stand op woensdag 14 januari), maar tienduizenden.”

Laakbaar vindt het CIDI dat er altijd beelden worden uitgezonden ‘van Israëlische rookpluimen’ en zelden of nooit van Palestijnse raketten, zelfs niet toen er maandag 22 neerploften op Israëlische grond.

Volgens Suzanne Georgi verzuimt de NOS te melden dat ook tijdens de afgelopen drie weken wel hulpgoederen zijn doorgelaten, door Israël, ten behoeve van burgers in de Gaza­strook: de humanitaire corridor via de grensovergang Kerem Shalom functioneert bijna elke dag.

De NOS meldt volgens haar evenmin dat Hamas verdeeld is over het dilemma gaan praten of verder vechten. Ze vindt dat Sander van Hoorn suggestieve taal gebruikt, door te stellen dat Olmert niet de geschiedenis in wil gaan als corrupte premier en daarom voor de Israëlische verkiezingen van 10 februari Hamas wil vernietigen.

Het CIDI vindt dat de NOS de suggestie wekte dat Israël met opzet fosforbommen in dichtbevolkte centra gooide, om ernstige brandwonden te veroorzaken. Daarvoor is geen bewijs. De reportage van Sander van Hoorn over het Israëlische Kanaal 10 vindt ze een misser. Volgens de NOS-correspondent laat die televisiezender expres alleen plaatjes zien van kapotte Palestijnse gebouwen en wordt beeldmateriaal met bloed en slachtoffers genegeerd. ,,Wat hij zich niet realiseert, is dat het zeer ongewoon is in Israël om lijken of zwaargewonden expliciet in beeld te brengen uit respect voor mensen. Israëlische slachtoffers van Palestijnse zelfmoordacties worden ook niet getoond.”

Donderdag, toen de NOS het item bracht met het Palestijnse gezinnetje, waren er geen beelden van de inslag van 25 Hamas-raketten in Israël, zegt Suzanne Georgi, waaronder een Gradraket in Beersheva, met zes gewonden en blijvende invaliditeit van een zevenjarig jongetje als gevolg.

Buitenproportioneel en Kwajongens met rotjes

En onze kijkervaring, als redacteur van een christelijk dagblad? Ieder NOS Journaal liet van maandag tot donderdag beide zijden zien: de Israëlische en Palestijnse kant. Dat geeft de indruk van evenwichtigheid. Addertjes onder het gras zaten in de teksten en vooral de combinatie van beeld en gesproken commentaar.

Voorbeelden? Vanuit Hilversum deed de NOS op dinsdag verslag van de geluiden die in Nederland klonken. Men was bij een pro-Palestijnse betoging. Een meisje: ,,Israël pleegt oorlogsmisdaden dat is alom bekend. Die moet je gewoon veroordelen, maar dat gebeurt in Nederland niet.”

De woede van moslimjongeren werd vertolkt door ‘jongerenimam’ Yassin Elforkani, een gematigde en zeer geïntegreerde man, niet door een scheldende capuchon op straat. Dat geeft een redelijke toon die niet representatief is voor de woede die men wil schetsen. Wel was er ruimte voor het wat obligate statement van CIDI’s Ronny Naftaniël, daarna, dat het antisemitisme in Nederland ontwaarde.

De aanpak van de NOS verschilde nogal van een impressie van een pro-Israëlbijeenkomst de week ervoor. Daar filmde men vooral stram en fanatiek ogende mensen rond een vlag met davidsster. Nu wekte men de indruk van massaal pro-Palestijns protest, ook al zag je aan de cameraopstelling en hoorde je aan het geluid van het scanderen dat hier hoogstens tientallen mensen aan het werk waren.

Sander van Hoorn liet zien hoe patriottisch Israëlische media de actie van hun leger verslaan en vooral aandacht hebben voor de schade die Hamas aanricht, ‘hoe groot of klein die ook is’. Het beeld bij die woorden: een gat in muur en dak dat ook door een flink gebouwde specht zou kunnen zijn gehakt. De onderhuidse boodschap: het leed in Israël stelt niks voor ten opzichte van het drama voor de gewone man in Gaza.

Een simpele kijker zou er het volgende beeld aan over kunnen houden: de Palestijnen zijn kwajongens met rotjes en de Israëlische actie is buitenproportioneel. Het tweede is waar. Maar het eerste niet.

Bron: Nederlands Dagblad van 17 januari 2009

Tweet
Share
Share
0 Shares