Geschiedenis van de Joodse aanwezigheid in Heide-Kalmthout

De synagoge van Heide
De synagoge van Heide

Heide is op een eeuw tijd geëvolueerd van een puur heidelandschap – quasi onbebouwd in 1900 – tot de huidige residentiële woonwijk binnen een goed bewaard gebleven groene omgeving. De bouw van het station in 1911 op de spoorlijn Antwerpen-Roosendaal (aangelegd in 1854 ) vormde de aanzet tot de ontwikkeling van Heide. Vóór de eerste wereldoorlog verschenen de eerste hotels, pensions, sporadische villa’s, weekendhuisjes. De Antwerpse bourgeoisie kon de beste architecten aantrekken voor de villa’s in Heide. De zogenaamde vijf joodse villa’s in de Nieuwstraat horen in Kalmthout bij de parels van innovatieve architectuur. Vele stedelingen werden door de gezonde lucht en de gastvrijheid van Heide aangetrokken: het waren dagjestoeristen, vakantiegangers en residenten; Antwerpenaars en tevens heel wat immigranten.

De eerste immigratie en ‘inplanting’ van joodse families in Heide vond plaats tot aan de Eerste Wereldoorlog. Eind negentiende eeuw had de sneluitbreidende diamantsector zich gevestigd rond het Antwerpse Centraal Station. Onder impuls van koning Leopold II werden vele joodse diamantairs, om hun vaardigheid in de sector, uit Amsterdam naar Antwerpen gelokt. Niet lang daarna doken ze ook in Heide op. Eén ervan is tot de dag van vandaag bekend: Marcel Tolkowsky. Hij werd geroemd om zijn bijzondere uitvinding: de ideale slijpvorm van het “steentje’ in een optimaal aantal facetten, om helderheid en schittering maximaal uit het juweel te halen, een techniek die nog steeds wordt toegepast.

Meteen na W.O.I kende Kalmthout een tweede immigratie en inplanting van joodse families. Voornamelijk tussen beide wereldoorlogen kende de wijk Heide een snelle uitbreiding met de bouw van talrijke woningen, prachtige villa’s, kasteeltjes voor de stedelijke Antwerpse burgerij waaronder o.m. een groot aantal joodse diamantairs, handelaars, families die van Heide hun geliefde vakantie- of  verblijfplaats maakten.

De Joodse gemeenschap had nood aan een gebedshuis en een school. Een aantal families besliste tot de oprichting en de bouw van een synagoge. In een economisch zwakke periode hadden ze de moed om een bouwaanvraag in te dienen. Aan architect Jan Frans Beirens gaven ze de opdracht om een synagoge te ontwerpen. Architectonisch wordt het gebouw gekenmerkt door haar specifiek synagoge-karakter, volledig samengaand met stijlelementen uit de interbellumtijd, de harmonische gevelcompositie met metselwerkgeledingen, ritmische raampartijen en de open en evenwichtige binnenruimte. In het crisisjaar 1929 was het zover en mocht het nieuwe synagogegebouw, dat in 1928 werd opgetrokken, worden ingewijd, tot vreugde van de initiatiefnemers en van de in de zomermaanden talrijke vakantiegangers. De namen van de bouwheren, eigenaars en stichters van de synagoge zijn bekend: Mendel Kornreich , Avigdor Weinmann, Joseph Liebermann, Josel Freides, Israel Apsel, Jankel Stern, Jankel Liebmann, Samuel Spira en Mendel Leib Morgenstein. De katholieke gemeenschap had dezelfde noden en daarom werd een voorlopige kerk – thans een basisschool –  in 1930 in gebruik genomen; het zou nog tot 1935 duren voor de parochiekerk te Heide opgetrokken werd. De synagoge dicht bij de spoorlijn stond er dus eerst. Ze werd de eerste synagoge in België buiten een stad.

Er werd in Heide nog een stap verder gezet met de oprichting, in augustus 1929, van de eerste jesjiva (Talmoedhogeschool) in België, een primeur voor de gemeente. De jesjiva Ets Chaim (=’Levensboom’) nam heel even haar intrek in de synagoge, snel daarna kwam de opleiding in het Hotel Meyer, vervolgens in het Hotel de la Station. Vanaf 1933 stroomden studenten toe uit Polen en Duitsland. Naast godsdienstige onderwerpen kregen de studenten tevens een beroepsopleiding in de diamantsector. Sommigen verbleven in het internaat, Le Nid d’Aiglons. In 1936 werd het plan opgevat om een groot jesjiva-gebouw op te trekken, op een perceel bouwgrond gelegen tussen de Leopoldstraat en de spoorweg. De eerste steen werd in 1938 gelegd. De oorlog verijdelde het hele project. Na de oorlog verhuisde de jesjiva even naar Kapellen, sedert 1961 is hij gevestigd in Wilrijk.

Binnenin de synagoge
Binnenin de synagoge

Na de opkomst van het nazisme in Duitsland kwam vanuit Antwerpen vanaf 1933 een derde  joodse instroom naar Kalmthout die doorverwezen werd naar de pensions, de hotelletjes en vooral ook naar de huizen van joodse ‘Antwerpenaars’ in Heide-Kalmthout. Ze waren met velen, maar hun aantal zal nooit kunnen achterhaald worden. Ze kwamen uit de meest diverse richtingen binnen het jodendom: gelovige Joden naast zionisten, ultraorthodoxe Joden naast bundisten. Sommigen vonden troost in het socialistisch Volkshuis,  waarvan de eerste steen in 1926 was gelegd door de latere burgemeester van Antwerpen, Lode Craeybeckx. Anderen, overtuigde zionisten, hoopten te kunnen emigreren naar Palestina. De Britse regering echter was onverbiddelijk en liet niemand toe in haar mandaatgebied. De kleine lettertjes van het Brits immigratiebeleid lieten wel ruimte voor één uitzondering: mensen die bijdroegen aan de economische, vooral agrarisch-economische, ontwikkeling van Palestina; deze mochten, onder strenge voorwaarden, en mits een gerichte opleiding, het land wel in.

Joden in de omgeving van Berlijn en in andere grote Duitse steden met joodse gemeenschappen organiseerden daarom een hachsjara, een zionistische instelling die de vorming en opleiding verzorgt van mannen en vrouwen, met het oog op emigratie naar Palestina om er landbouwtechnieken toe te passen in de kibboetsim. Het aanleren van het Ivriet (modern Hebreeuws) stond eveneens op het programma. Dit initiatief zal spoedig her en der ook in België navolging krijgen, onder meer in Kalmthout. De eigenaar van villa Vinkenhof, Mendel Kornreich, de initiatiefnemer tot de bouw van de synagoge, stelde een gedeelte van zijn landgoed hiertoe ter beschikking. Op het enorme domein werd al aan landbouw gedaan: een aanzienlijk aantal runderen en tienduizend kippen zorgden voor de bevoorrading van de Joodse gemeenschappen in Heide én in Antwerpen van melk, eieren en kippenvlees.

De gruwel van de Tweede Wereldoorlog sloeg echter genadeloos toe.

Het pijnlijke vervolg van het verhaal over de joodse aanwezigheid in Kalmthout is bekend. Vanuit Antwerpen werden de residerende Joden die niet ondergedoken waren verklikt en weggevoerd. Van de 199 Joden die geregistreerd in Kalmthout woonden of gewoond hadden, overleefde slechts één, David Zylbergeld, de hel van de vernietigingskampen. Het juiste aantal gedeporteerden zal wellicht nooit kunnen achterhaald worden, daar er zeker ook niet-geregistreerde vluchtelingen uit joodse huizen weggerukt werden om via de Mechelse Dossinkazerne hetzelfde droevige lot te ondergaan van transport naar het vernietigingskamp Auschwitz.

In Heide-Kalmthout kwam van de overlevende Joden na de oorlog schoorvoetend een kleine groep terug: in het bijzonder nazaten van de founding-fathers van de synagoge. Er kwam in 1951 ook een nieuwe belangrijke joodse diamantair naar Kalmthout: Robert de Belder. Die kocht het Arboretum, een plantentuin die dankzij zijn vrouw Jelena internationale faam verwierf. De kleine groep Joden die terugkwamen betrokken weer enkele huizen in en rond de Leopoldstraat, sommigen bouwden in de zeventiger jaren zelfs nieuwe huizen. Doch het werd steeds moeilijker om permanent te kunnen rekenen op een minjan, het minimum van tien mannen om een synagogedienst te kunnen houden. Een vijftiental jaar geleden werd tijdens de zomer door de Kalmthoutse Joodse gemeenschap hiervoor nog een beroep gedaan op vrijwilligers uit de chassidische Belz-gemeenschap om tijdens de zomer in Heide te verblijven; ook dit project werd midden de negentiger jaren van vorige eeuw afgeblazen.

Sindsdien werd het gebouw vrijwel aan zijn lot overgelaten. Toen ook de conciërge overleed, kwam de synagoge helemaal leeg te staan en begon het langzame verval. In 2002 was Open Monumentendag een gelegenheid het brede publiek het waardevolle aspect van dit gebouw en zijn geschiedenis te tonen en te waarschuwen voor een verder verval. Inmiddels werd een werkgroep opgericht, werden de 62 mede-eigenaars aangeschreven en zijn de eerste werkzaamheden verricht om het gebouw van een zekere ondergang te redden.

Enkel het synagogegebouw en een aantal huizen en villa’s, naast overgebleven sporen van een bloeiende vooroorlogse hotel- en pensionbedrijvigheid, zijn de materiële getuigen van een bruisende Joodse aanwezigheid in Kalmthout. De jesjiva verhuisde naar Antwerpen-Wilrijk, de kinderkolonie villa Altol naar Koksijde.

De instandhouding van het synagogegebouw is essentieel voor Kalmthout omdat het prachtige gebouw deel uitmaakt van een belangrijk cultureel erfgoed in de gemeente, met verwijzingen naar Antwerpen, naar de Joodse geschiedenis en de geschiedenis van de diamant.

Doelstellingen van de Werkgroep

De Werkgroep Synagoge-Heide stelt zich tot doel dit gebouw te restaureren en in stand te houden voor de verdere generaties. Dit behelst twee fasen:

In de bewaarde en gerenoveerde synagoge zal uitgebreid aandacht besteed worden aan de merkwaardige groei en bloei van Heide. De belangrijke joodse bijdrage aan de geschiedenis van Heide-Kalmthout zal expliciet in beeld gebracht worden door verwijzingen naar villa’s, huizen, hotels en pensions, de jesjiva en het jeugdhuis Altol. Veel aandacht gaat naar de zogenaamde “living history”, het optekenen van persoonlijke getuigenissen, een werk dat al sinds 1989 ter plaatse gebeurt.

Als open cultuurmonument zal de synagoge in de eerste plaats een museumfunctie hebben. De gebeds- en studeerruimte zullen volledig heringericht worden zodat de bezoeker meer inzicht krijgt in de joodse liturgische gebruiken.  Naast een ‘Permanente tentoonstelling’ zal er ook plaats zijn voor ‘Tijdelijke tentoonstellingen’. De aanpalende vertrekken krijgen in het project een eigen bestemming. De bovengaanderij waar de vrouwen de eredienst volgden en de conciërgewoning zijn voor de hand liggende tentoonstellingsruimten. De consistoriekamer zal als archief- en bibliotheekruimte ingericht worden.

Daarnaast beoogt de Werkgroep Synagoge-Heide het ontwikkelen van pedagogische pakketten en programma’s. De geschiedenis van de joodse aanwezigheid in Heide-Kalmthout staat daarin centraal. Verdere aandachtspunten zijn: jodendom, multiculturele samenleving en verdraagzaamheid. Daar de synagoge ingeschreven staat op de Europese Route van het Joodse Erfgoed zijn er ook links naar de andere ankerpunten in de Provincie Antwerpen: de Joodse begraafplaatsen in Putte, de Joodse gemeenschap in Antwerpen en het Museum voor Deportatie en Verzet te Mechelen.

Voor meer info over dit project, of om een bijdrage te doen aan de werkgroep, stuur een e-mail naar fransvandenbrande@skynet.be

Frans Van Den Brande

Tweet
Share
Share7
7 Shares