De Joodse gemeenschap in Oostende

raam Bij het doorbladeren van de prachtige brochure die verscheen naar aanleiding van het 200 jarig bestaan van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België viel ons oog op de koningin der badsteden: Oostende. Nieuwsgierig als we zijn, trokken we naar Oostende op verkenning. Even uitzoeken hoe het daar zit met het reilen en zeilen van de Joodse gemeenschap. Uiteraard kwamen we bij prof.dr. Julien Klener terecht. Hij is geboren en getogen in Oostende. Toen we gingen uitzoeken hoe we de synagoge konden bezoeken,  kwamen we bij Dr. Legley en mevrouw Wulfowicz terecht. Mevrouw Wulfowicz is voorzitster van de Joodse gemeenschap in de badstad. Met het bezoek aan de synagoge hadden we pech, want deze wordt momenteel volledig hersteld en gerestaureerd door een gespecialiseerde firma uit Londen. Maar we konden er rustig rondkijken.

“De herstellingswerken blijven maar duren” zegt mevr. Wulfowicz. “De volledige herstellingskosten worden gedeeltelijk gedragen door de stad Oostende en door Monumentenzorg. En het kan een tijdje duren voor de nodige gelden worden vrijgemaakt waardoor de werken langer aanslepen dan gepland”.

Mevr. Wulfowicz vertelt: “Deze synagoge werd opengesteld in 1911 en gebouwd door de Joodse architect Jozef de Lange. Hij inspireerde zich op de Duitse synagoge-architectuur. Zo is de voorgevel een verkleinde kopie van de synagoge in Frankfurt. Het portiek rust op tien zuilen, symbolen voor de tien woorden of de tien geboden. Centraal in het schip staan de ‘bima’ of de lessenaar voor de voorlezing. Er is ook een prachtig brandglasraam met het zegel van Salomon. Momenteel worden er nieuwe planken aangebracht in de damesgalerij boven het voorportaal. In datzelfde voorportaal vinden wij een cirkelvormig wasbekken. Rechts naast de ingang is er een bescheiden ‘mikva’ voor ritueel baden.”

Momenteel zit alles onder een dikke laag stof want al het voegwerk moest worden afgebroken en wacht nog op vernieuwing.

Mevr. Wulfowicz: “Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de synagoge op bevel van de Duitse bezetter gesloten en volledig weggestoken achter een dikke houten afsluiting. Ze werd ontheiligd en geplunderd, de Thora-rollen, de liturgische voorwerpen en op één na alle glas-in-lood ramen werden vernield”.

Een brok geschiedenis

Synagoge van Oostende
Prof. Dr. Klener stelt: “De geschiedenis van de Joodse gemeenschap is ook de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in West-Vlaanderen,  want er bestaat geen enkele zekerheid over de aanwezigheid van Joden in deze contreien tijdens de Middeleeuwen. Ondanks de drukke handelsweg tussen Keulen en London zijn er nergens vaste meldingen van Joden in deze streek.

Pas in de 16de, 17de eeuw zijn er meldingen van “nieuwe christenen” in Brugge. Op het einde van de Oostenrijkse bezetting in 1781 wordt er melding gemaakt dat Ezechiël de Jongh en Salomon Mendes uit Amsterdam en anderen een aanvraag indienen tot verblijf in Oostende. Wat na veel wikken en wegen werd toegestaan, mits het voorleggen van een soort “bewijs van goed zedelijk gedrag.”

“Op het einden van de 19de eeuw waren er ongeveer 150 Joodse permanente residenten aanwezig in Oostende. Tijdens het kustseizoen liep dat op tot 2200, vooral door buitenlandse bezoekers. Baron Gerson van Bleichroder, financieel raadsman van Bismarck, en het Pruisische hof stelden hun residentie ter beschikking van de Joodse gemeenschap om erediensten te houden en de feestdagen te eren. Later zou ook de prille Belgische staat een stuk grond aan de Albertstraat ter beschikking stellen maar ondanks nog een extra schenking van een lid van de Rothschilds kwam het ganse project niet van de grond. In plaats daarvan werd een kleine synagoge ingericht in de Koninklijke paleizen van Leopold II. Het moet toen 1890 zijn geweest.”

“In 1906 stelde de stad een nieuw bouwterrein ter beschikking aan de Sportstraat, nabij de Wellingtonbaan, maar ook hier rezen er tal van moeilijkheden en pas in 1909 kwam men tot het terrein op het Filip van Maastrichtplein achter de kerk. Op 29 augustus 1911 werd de huidige synagoge officieel in gebruik genomen.

Prof. Dr. Klener herinnert zich ook dat er vroeger op de Van Izegemlaan een Joods hotel was dat “Reisberg” heette.

Mijn Oostende

Prof. Dr. Julien Klener is lyrisch over zijn Oostende. Hij is geboren en getogen “aan ’t zeeitje”. En wanneer ondergetekende oppert dat het Oostends noch min noch meer een West-Vlaams dialect is, krijgt hij fluks te horen dat het Oostends een wereldtaal is. (Ze zullen dat in Antwerpen graag horen!)

Prof. Dr. Klener: ” Mijn voorouders waren op de vlucht voor de Oost-Europese pogroms ten tijde van de Belle Epoque (een benaming voor de periode 18901914 uit de Franse geschiedenis, deze benaming werd uitgevonden tijdens de eerste wereldoorlog omdat toen alles zo vredig scheen). Waarschijnlijk vestigden ze zich bij kennissen. Joods Oostende bloeide op in de Belle Epoque en verkreeg in het begin van de 20ste eeuw een officieel juridisch statuut. Het was goed leven aan de zee.”

“Tot de nacht viel over Europa,  brachten veewagons onze mensen van Oostende naar de Poolse nacht en nevel met de Mechelse Dossin-kazerne als tussenstop. Mijn familie maakte het allemaal mee. Ikzelf ben geboren in 1939 en was dus te jong om opgenomen te worden in het Jodenregister.”

“Aangezien mijn ouders “Belgische” Joden waren, werden ze aanvankelijk ongemoeid gelaten. In die periode vertrokken ze uit Oostende om onder te duiken in Brussel. Ikzelf werd om veiligheidsredenen van mijn ouders gescheiden. Verschillende familieleden zijn naar Auschwitz gedeporteerd. Slechts enkelen zijn teruggekeerd. Mijn ouders vestigden zich opnieuw in Oostende in 1946. Ik liep er school aan het Atheneum en later ging ik naar de Gentse universiteit.”

Prof. Dr. Klener: “De rijke Joodse gemeenschap in Oostende kwam geknakt uit de Tweede Wereldoorlog. Dé gemeenschap was plots weg, geslachtofferd op het mysterieuze altaar van de menselijke onmenselijkheid. En toch, na de gruwel, merkte men dat de oude synagoge er nog stond als een symbool tussen het verleden en het heden. Als een nieuw begin.”

Oostende vandaag

“Vandaag leven en werken er nog een 200 Joodse families in Oostende” zegt mevr. Wulfowicz. “ Regelmatige bezoekers van de synagoge kan men ze moeilijk noemen. Ze zijn er wel op de feestdagen en in de zomer zijn er uiteraard de vele bezoekers van over de ganse wereld. Dagelijks is de synagoge dan open voor het morgen-  en het avondgebed. En uiteraard op de sabbat. Voorganger van de diensten is Rabbijn Armand ben-Izri. Een zeer vooraanstaande man. Ook de vele scholen in de stad bezoeken de synagoge. Oostende is ook opgenomen in de Jewish Travelguide.”

Fier vermeldt mevr. Wulfowicz ons dat heel wat belangrijke Joodse kunstenaars in of rond Oostende hebben verbleven. In Den Haan nam Einstein belangrijke beslissingen. Een verhaal doet de ronde dat de grote Einstein viool zou hebben gespeeld in de synagoge… . Carol Deutch behoorde tot de kring van de beroemde Oostende schilder James Ensor. Felix Nusbaum schreef in de jaren dertig heel wat belangrijke stukken in de badstad, ook Joseph Roth en Stefan Zweig verbleven in de stad.”

Wat mevr. Wulfowicz ons niet vertelt, is dat zij het initiatief nam tot de grote tentoonstelling die in 2000 plaats had in de Spaanse Gaanderijen. Het was een overzichtstentoonstelling met als thema “Joodse sporen in Oostende”. Er werd toen ook een gelijknamig geïllustreerd boek uitgegeven met tal van medewerkers. Het boek is momenteel nog moeilijk te verkrijgen, maar zeker de moeite waard.

Na ons bezoek aan Oostende kunnen we stellen dat dankzij de families Kalter, Klener, Legley en Wulfowicz, die de synagoge en de tradities in leven houden, er meer dan lovenswaardige pogingen worden gedaan om een nieuw gemeenschapsleven op te bouwen.

Rony Boonen

Tweet
Share
Share
0 Shares