De evolutie van een traditie: is Darwin koosjer?

In het American Museum of Natural History in New York daagden vorige maand zeshonderd mensen op voor een fundraising van de joodse hogeschool, Yeshiva University. Het museum, eigenlijk een monument van de wetenschap, huisvest een van ’s werelds meest uitgebreide collecties dinosaurusfossielen. Het diner zelf vond plaats in de indrukwekkende Milstein Hall of Ocean Life. In het midden van de zaal hangt een kolossale blauwe vinvis. Tegen de muren staan ingewikkelde diorama’s die de fauna en flora van de oceanen voorstellen. Alles wijst er op dat de Yeshiva, het intellectuele epicentrum van het modern-orthodoxe joodse leven in Amerika, erg goed thuis is in de wereld van de seculiere wetenschap.

Het museum huisvest een enorme collectie dinosaurusfossielen, toch is dat geen probleem voor de modern-orthodoxen
Het museum huisvest een enorme collectie dinosaurusfossielen, toch is dat geen probleem voor de modern-orthodoxen

Die indruk wordt bevestigd door Carl Feit, rabbijn en Talmoedwetenschapper en ook voorzitter van de wetenschappelijke afdeling van het Yeshiva College. Bijna een kwarteeuw lang wordt de inleiding tot de biologie gedoceerd en professor Feit heeft de evolutieleer altijd onderwezen, ondersteund door traditionele joodse bronnen. “En nooit was er een vuiltje aan de lucht”, zegt Feit. Zijn inschatting wordt gedeeld door de vereniging van modern-orthodoxe rabbijnen. Die stelt dat de evolutieleer perfect verenigbaar is met het judaïsme.

Het ogenschijnlijke gemak waarmee deze tak van het judaïsme de wetenschap omarmde, kan in grote mate worden toegeschreven aan de enorme intellectuele nalatenschap van Mozes Maimonides. In zijn 12de-eeuwse meesterwerk “Guide to the Perplexed” (Moreh Nevuchim) opende Maimonides de deur naar een judaïsme, losgemaakt van de letterlijke lezing van religieuze teksten.

Rabbi Isaac van Akko, een prominente kabbalist uit de 13de eeuw, stelde dat het universum ongeveer 15 miljoen miljard jaar oud zou zijn. Dat komt opvallend goed overeen met de moderne wetenschappelijke berekeningen. Volgens deze visie handelt de letterlijke tekst van Genesis alleen over het huidige tijdperk. Informatie over de eerdere cycli van de kosmos zit verborgen in de esoterische lezing van de tekst.

“Het is de kracht van de Thora dat alle theorieën er kunnen worden ingepast”, schreef een rabbijn uit Montreal in de zomer van 1925, ten tijde van het Scopes-proces. Enkele jaren eerder had rabbi Abraham Isaac Kook, hoofdrabbijn van het toenmalig Palestina, zijn volgelingen verzekerd dat de evolutieleer “meer dan alle andere filosofische theorieën in overeenstemming is met de kabbalistische geheimen van de wereld.”

De opvattingen van de hedendaagse orthodoxe joden

Er bestaat een brede waaier aan orthodoxe opvattingen over de ouderdom van het universum, de ouderdom van de aarde en over de evolutie. Belangrijke orthodoxe rabbijnen zoals Aryeh Kaplan, Israel Lipschitz, Sholom Mordechai Schwadron (de MaHaRSHaM) en Zvi Hirsch Chajes, bevestigen dat de wereld ouder is en dat het leven door de tijd heen geëvolueerd is in overeenstemming met de natuurwetten, maar menen dat God alles leidt rol in dit proces.

Verscheidene modern-orthodoxe joodse wetenschappers interpreteerden de schepping in het licht van zowel de moderne wetenschappelijke bevindingen als van de interpretaties van Genesis door rabbijnen. Allemaal aanvaarden ze het wetenschappelijk bewijs dat de leeftijd van de aarde en de ouderdom van het heelal op een schaal van miljarden jaren moeten bestudeerd worden. Ze erkennen ook allen dat de diversiteit aan soorten op aarde verklaard kan worden binnen een evolutionair kader.

Toch interpreteren ze stuk voor stuk bepaalde aspecten van de evolutie of het opduiken van de moderne mens als een goddelijk proces, eerder dan als een natuurlijke ontwikkeling. Allemaal aanvaarden ze dus een evolutionair paradigma, maar gelijktijdig verwerpen ze bepaalde aspecten van het darwinisme.

• Nathan Aviezer, een fysicus aan de universiteit van Chicago, laat binnen een evolutionair paradigma een goddelijke tussenkomst toe om de ontwikkeling van de soorten door de tijd heen te verklaren. Daar behoort ook de ontwikkeling van de moderne mens vanaf de homo erectus toe. Als fysicus stelt hij dat de zes dagen van de schepping in brede zin verwijzen naar grote tijdsvakken. Voor die interpretatie beroept hij zich op rabbijnse bronnen, inclusief Maimonides en Nachmanides. Volgens Aviezer is het evolutionaire kader van toepassing, op uitzondering van de plaatsen waar het Hebreeuwse werkwoord bara (scheppen) gebruikt wordt. “Het is erg betekenisvol dat de Moderne Man intellectueel en cultureel erg superieur is aan zijn meest naaste verwante, de uitgestorven Neanderthaler. Nochtans zijn beide soorten zo goed als identiek. ”Aviezer verklaart dit door middel van een letterlijke interpretatie van Genesis 1:27: “En God schiep de Mens naar Zijn beeld”.

• Gerald Schroeder, natuurkundige aan het MIT, gelooft dat de moderne wetenschap helemaal geen afbreuk doet aan een letterlijke lezing van Genesis. Jazeker, de moderne wetenschap maakt het mogelijk om de “echte letterlijke betekenis van het scheppingsverhaal” te begrijpen. Volgens Schroeder is het Einsteins relativiteitstheorie “die de compressie van de tijd – een universum van vijftien miljard jaar oud – tot de zes dagen van de schepping verklaart. ”Schroeder meent dat de moderne mens stamt uit de beginperiode van het schrift. “Archeologen stellen dat de eerste schrijfsels vijf- of zesduizend jaar oud zijn. In die periode werd volgens de Bijbel ook de ziel van Adam, de neshama, geschapen.”Schroeder citeert de Targum van Onkelos, en stelt dat Adam de eerste mens was die kon schrijven. De schepping van Adam uit een primitievere mens was een goddelijke ingreep.

• Judah Landa, fysicadocent aan de Yeshiva van Flatbush, houdt er een totaal andere aanpak op na. Volgens hem is genetische manipulatie geen toevallig proces, maar een goddelijke ingeving die ogenschijnlijk toevallig plaatsvindt. “De evolutie werd ontworpen en begeleid, juist zoals het samenbrengen van woorden en zinnen tot een boek alleen kan volgens een ontwerp en onder begeleiding. Een boek wordt ontworpen door een auteur, de evolutie gebeurde (en gebeurt) naar het ontwerp van de natuurwetten en die wetten werden, naar wij geloven, uitgedacht door God.” Volgens Darwin dient de evolutie geen doel, maar daar denkt Landa anders over. Hij beweert niet dat er een bewijs is voor het ultieme doel van het leven, maar verdedigt wel de stelling dat de wetenschap geen enkel doel kan uitsluiten.

“God keek in de Thora en gebruikte het boek als Zijn blauwdruk om het Heelal te scheppen” Zohar in Genesis 134a.

Het standpunt van de Rabbinical Council of America:

3-waterval2De Rabbinical Council of America (RCA) verkondigt dat de evolutieleer, indien correct geïnterpreteerd, niet botst met het geloof in een goddelijke Schepper noch met de eerste twee hoofdstukken van Genesis. Wat volgt is het standpunt van de vereniging.
In het licht van de aanhoudende publieke controverse rond de evolutieleer en het creationisme vestigt de RCA er de aandacht op dat belangrijke joodse autoriteiten stellen dat de evolutieleer, als ze correct wordt geïnterpreteerd, niet in tegenstelling is met het geloof in een goddelijke Schepper noch met de eerste twee hoofdstukken van Genesis.
Binnen de joodse gemeenschap zijn er authentieke, gerespecteerde stemmen die met betrekking tot dit onderwerp een letterlijke positie innemen. Tegelijkertijd heeft het judaïsme een geschiedenis van diverse benaderingen wat de interpretatie van het bijbelse scheppingsverhaal betreft. “Hoewel het loutere feit van de schepping tot op vandaag het eerste artikel in de joodse geloofsbelijdenis is, bestaat er geen uniforme en verbindende overtuiging met betrekking tot de schepping, en meer bepaald het proces waarbij het heelal ontstond”, schrijft rabbi Joseph Hertz. “Het thema van de goddelijke scheppingsactiviteit wordt op verschillende manieren en met verschillende metaforen voorgesteld door de Profeet, de Psalmdichters en de Wijzen, door de rabbijnen in de Talmoedische tijden en door de middeleeuwse joodse denkers.”

Sommigen verwijzen naar de Midrash (Koheleth Rabbah 3:13), die het heeft over God “die vele werelden creëerde en vernietigde” vóór ons huidige tijdperk. Anderen menen dat het woord ‘yom’, uit het bijbelse Hebreeuws en meestal vertaald als ‘dag’, ook kan verwijzen naar een ongedefinieerde periode van tijd, zoals in Jesaja 11:10-11. En in de Psalmen klinkt het zo: “In Uw ogen zijn duizend jaar slechts een dag”. Maimonides stelde dat “wat de Thora schrijft over de Schepping niet allemaal letterlijk moet genomen worden, zoals de massa wel doet” (Guide to the Perplexed II:29). Moderne leiders die het thema bediscussieerden, zoals rabbijn Samson Raphael Hirsch en rabbijn Abraham Isaac Kook, zagen er geen graten in om Genesis te verklaren als een theologische tekst in plaats van een wetenschappelijke uiteenzetting.
Het judaïsme bevestigt de idee dat God de Schepper van het heelal is en dat Hij de verantwoordelijke is voor de aanwezigheid van menselijke wezens in deze wereld.
Desalniettemin waren er binnen het judaïsme lange tijd verschillende opvattingen met betrekking tot de precieze omvang van de goddelijke interventie in de natuurlijke processen. Maimonides was verantwoordelijk voor een erg gerespecteerd standpunt: hij schreef dat “we moeten trachten de Thora en het rationele denken te laten samengaan, en bevestigen dat feiten zich voordoen in overeenstemming met de natuurlijke orde.” (Brief naar de joden in Jemen). Alle verschillende visies stellen dat God de ultieme Schepper is en dat de mens het voorgenomen eindresultaat van de schepping is.

Volgens ons berusten deze overtuigingen niet op de bewuste zwakheden van de evolutieleer, en kunnen ze niet ondermijnd worden door de eliminatie van bestaande hiaten in de wetenschappelijke kennis. Het judaïsme koos er altijd voor om de wetenschap en de Thora als twee aspecten van de ‘Geest van God’ te zien, om het met Stephen Hawking te zeggen. Die aspecten vormen een eenheid in de realiteit die ons gegeven werd door de Schepper. De Zohar zei het al (Genesis 134a): “istakel be-‘oraita u-vara ‘alma.” (God keek in de Thora en gebruikte het boek als Zijn blauwdruk om het Heelal te scheppen)

(artikel  eerder verschenen in Joods Actueel magazine – neem nu een abonnement)

Lees ook het tweede artikel in deze reeks klik hier

Tweet
Share
Share
0 Shares