Mark Eyskens tegen Joods Actueel “grote Palestijnse lobby aan het werk”

Mark Eyskens is minister van Staat, gewezen eerste minister van België en professor emeritus.Wij hadden een gesprek met hem over antisemitisme, het Jodendom en het conflict in het  Midden-Oosten. Door Rony Boonen (archief Joods Actueel, maart 2009)

Hoe staat u tegenover de Joodse staat en de kritiek van de laatste decennia?

Eyskens: Om een lang verhaal kort te maken. Ik ben dikwijls in Israël geweest en ik zeg altijd dat christenen ook Joden zijn, althans spiritueel. Het christendom is onverbrekelijk verbonden met zijn Joodse wortels. Vele christenen zijn natuurlijk vergeten dat Jezus, Maria en de twaalf apostelen Joden waren. Ook Paulus, de eigenlijke stichter van het christendom, was een Jood. Dat willen we allemaal vergeten. Het is dan ook één van de meest schokkende en zinsverbijsterende paradoxen dat christenen zich hebben kunnen lenen tot een schandelijk antisemitisme.

Ik moet dan altijd aan de mensen opnieuw uitleggen wat de ware geschiedenis is van de staat Israël. Wat men maar niet wil begrijpen, hier in het westen, is dat in 1948 de Verenigde Naties, en niet alleen de Veiligheidsraad, maar de (grotere) Algemene Vergadering, beslist hebben om de twee staten, Israël en Palestina, op te richten. Nu hoor ik alle diplomaten zeggen dat ze ijveren voor de oprichting van twee afzonderlijke staten. Ok! Maar in 1948 was dat al gerealiseerd!

Maar wat is er toen gebeurd? Binnen de 24 uur, na het uitroepen van de onafhankelijk van de staat Israël door David Ben Goerion hebben alle Arabische staten Israël aangevallen met de bedoeling de Joden in de zee te drijven. En pas dan is de vluchtelingenstroom op gang gekomen.

Tussen 1948 en 1967 tot de Jom Kippoer oorlog, hebben de Arabische staten géén poot uitgestoken om maar iets te doen aan het lot van de Palestijnse vluchtelingen. Die zaten inderdaad in kampen in Libanon en in Gaza. Maar ook Jordanië heeft nooit wat gedaan om de Palestijnen op te nemen. Jordanië was daar zeer beducht voor. Wij moeten de geschiedenis dan ook correct lezen voor we al onze giftige pijlen richten op Israël. Wij mogen dus niet vergeten dat de Arabische landen ook een zeer groot aandeel hebben in de toestand van de Palestijnse vluchtelingen.

Hoe is deze Gaza oorlog begonnen?

Eyskens: Onder grote internationale druk heeft Israël eerst het zuiden van Libanon ontruimd. Maar wat bleek? Onmiddellijk werd Zuid-Libanon door de Hezbollah omgebouwd tot een militair bolwerk tegen Israël.

Hetzelfde gebeurde in Gaza. Israël trok zich terug en er werden onmiddellijk verkiezingen gehouden waardoor Hamas aan de macht kwam. Hamas schakelde de aanhangers van Mahmoud Abbas uit en installeerde raketbasissen in scholen, burgerhuizen en op de binnenplaatsen van ziekenhuizen waarbij ze raketten lanceerden tot 65 km binnen Israël.

Deze toestand heeft Israël gedurende twee à drie jaar geduld. Dagelijks werden tien tot vijftien raketten afgevuurd op zijn grondgebied. Uitaard kwam de bevolking in opstand en vroeg ze zich af wat de eigen regering hier tegen kon doen. En dus moest Israël op een bepaald ogenblik wel tussenbeide komen. Dat is wat er gebeurde.

Ik betreur ten zeerste het geweld en de onschuldige slachtoffers die aan beide zijden zijn gevallen. Maar ik heb onlangs ook een rapport gelezen waaruit blijkt dat Hamas tijdens de interventie honderden Palestijnen heeft vermoord, gefolterd en vervolgd omdat ze te gematigd waren en zelfs zouden gecollaboreerd hebben met de Israëli’s. Ik hoop dat de huidige wapenstilstand wordt omgezet in een definitief staakt-het-vuren.

Hoe kan men tot een einde komen van deze oorlog?

Eyskens: Men onderhandelt momenteel met Egypte. Het staakt-het-vuren zal pas mogelijk gemaakt worden wanneer men een oplossing heeft gevonden voor de bevoorrading van Gaza. Anderzijds moet Israël de waarborg hebben dat Hamas zich niet zal herbewapenen. Dat is o.a. het grote probleem met die tunnels in het zuiden van Gaza. Ik ben altijd voorstander geweest van voldoende internationaal toezicht. Ik heb nog, toen ik minister van Buitenlandse Zaken was, bij president Shimon Peres en bij de Europese Ministerraad gepleit voor het sturen van een Europese ‘peace keeping force’ of eventueel een ‘peace making force’. Maar dit plan vereiste een inzet van ongeveer 200.000 manschappen en zou ook enorm veel geld hebben gekost. Binnen de Europese Unie was het onmogelijk hiervoor een consensus te vinden.

U bent vaak in Israël geweest. Is dit land werkelijk een ‘schurkenstaat’ zoals dikwijls door de ngo’s en pro Palestijnse groeperingen voorgesteld?

Eyskens: Ik heb vaak Israël bezocht en telkens opnieuw werd ik getroffen door het unieke karakter van dit land en van zijn volk. Ik heb er ooit in een kibboets verbleven en een paar dagen doorgebracht met de bewoners. Ik was zeer aangegrepen door hun moed, inzet en toewijding aan idealen van solidariteit en wederzijdse hulpvaardigheid. Ik heb er colleges gegeven aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en kon vaststellen dat de Joodse studenten vaak beter op de hoogte waren van de wijze waarop de Europese Instellingen functioneerden dan mijn eigen Leuvense studenten. Ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van de staat Israël werd ik er door de regering uitgenodigd om de plechtigheden bij te wonen. Het was een unieke belevenis!

De stichtende rol die het Joodse volk heeft gespeeld in de geschiedenis van de mensheid, zijn zin voor het zijnsmysterie die het eeuwen geleden al heeft ontwikkeld en zijn grote verbondenheid met G-d, die het heeft uitgedragen, hoeft niet herhaald te worden. Israël heeft onze beschaving mee geboetseerd.

En over de manier waarop deze staat door sommigen wordt voorgesteld, daar heb ik mijn twijfels over. Ik zeg niet dat de Israëlische regering nooit fouten maakt. Maar wat ik wel constateer, en dat is zeer essentieel, is dat Israël onbetwistbaar een democratie is. Ondanks het feit dat er momenteel een extreemrechtse partij aanwezig is die absoluut niet mijn voorkeur draagt. Daarnaast is er is nog Likoed, Kadima en de Arbeiderspartij en die hebben allemaal hun eigen programma om het land in goede banen te leiden.

Anderzijds merk ik dat, ten eerste, in de omringende Arabische landen geen enkele vorm van een pluralistische democratie bestaat zoals in Israël. En ten tweede, ondanks de vijandschap tussen de Palestijnen en de Israëli’s, moet ik vaststellen dat er nog elke dag ongeveer 200.000 à 300.000 Palestijnen gaan werken in Israël. En ten derde dat er in de Knesset ook Arabieren zitten die worden verkozen in Israël. Ik ken geen enkel Arabisch land waar minderheden zetels veroveren in een regering. Voor zover daar al een parlement bestaat. Laten we eerlijk en correct zijn: veel Arabische landen zijn op dit ogenblik nog géén toonbeeld van een werkzame democratie. Israel is dat wel!

Ook bepaalde media keerden zich tegen Israël. Wat is uw mening hierover?

Eyskens: Men gebruikt in de media massa’s beelden. Er zijn de dode kinderen, de stuk geschoten huizen enz., maar er zijn ook de smartelijke gevallen in Israël zelf. Aan beide kanten is het geweld vreselijk en afschuwelijk. Maar je kunt ook stellen dat een aantal van die brave mensen, die meelopen in de anti-Israël betogingen, gemanipuleerd worden door individuen die écht aan politiek doen, waardoor de strijd van Israël wordt verder gezet met verbaal, en jammerlijk ook, met straatgeweld in onze steden.

Persoonlijk vind ik dat in het hele debat veel te weinig rekening wordt gehouden met de objectiviteit en dat er een zeer grote Palestijnse lobby aanwezig en aan het werk is.

Ik heb dat ook jarenlang meegemaakt in het parlement. In die zesentwintig jaar dat ik lid was van het parlement heb ik me tientallen jaren geërgerd aan de onkunde van een aantal leden. Ze kenden hun dossiers niet en/of ze getuigden vaak van slechte wil of partijdigheid. En dan is er ook nog altijd die idiote ideologische benadering van het conflict. Iemand die Israël steunt is rechts. Wie de Palestijnen steunt is links. Dat is dus totaal belachelijk!

Een aantal ingewijden weet zeer goed dat sommige Palestijnen rijk zijn geworden door zaken te doen met de Israëli’s. Het is o.a. een publiek geheim dat de muur die gebouwd is om de terroristen buiten te houden, gebouwd is door en met de steun van de Palestijnse aannemers. Ik veroordeel onderlinge economische activiteit niet, ik vind dit maar goed ook en hoop dat het verder aangemoedigd zal worden.

U hebt de huidige president van Israël, Shimon Peres, nog ontmoet.

Eyskens: Ik heb een grote bewondering voor president Peres, een zeer evenwichtig man en helemaal geen extremist. Hij kreeg onder andere de Nobelprijs voor de Vrede. In mijn gesprekken met Peres is mij opgevallen hoe die man aan een oplossing werkt, waarbij op termijn Israël en de Palestijnse staat, en wellicht ook Jordanië, een soort van Benelux zouden vormen. Dit zou toch prachtig zijn! Als ze op die manier hun gemeenschappelijke problemen zouden oplossen. Ik denk daarbij aan het energieprobleem, de waterbevoorrading enz. Ik denk ook aan de hele economische ontsluiting van het gebied. Daar kunnen de grootste projecten worden gerealiseerd. Want die landen beschikken over zeer bekwame mensen. Ik heb bijvoorbeeld vroeger mensen ontmoet uit de omgeving van Yasser Arafat die bijzonder verstandig waren. Er is daar een potentieel aanwezig dat belangrijk is voor de toekomst. Maar het is bijzonder jammer dat men er na zestig jaar nog altijd niet in geslaagd is om tot een bepaalde formule te komen van concrete samenwerking.

Sommigen beweren dat het antisemitisme veroorzaakt wordt door de nieuwe samenstelling van onze gemeenschap?

Eyskens: Dat van die nieuwe samenstelling van onze gemeenschap klopt niet. De Turken bijvoorbeeld, zijn al heel lang ingeburgerd. Maar het is natuurlijk zo dat de immigratiestromen zich verder gaan zetten in Europa, zoals bijvoorbeeld in de negentien randgemeenten van Brussel. Het is ook zo dat de Moslims ‘bewerkt’ worden door hun eigen media, hun eigen kranten en de buitenlandse zenders die ze kunnen ontvangen via de schotelantennes en dus heftig reageren op de dingen die ze te zien en te horen krijgen uit hun streek. Ze beschouwen die wereld nog altijd als hun geestelijk vaderland, zelfs al wonen en werken ze hier.

Vandaar dat objectieve informatie en inzicht van de dingen in hun oorsprong erg nodig is. Ook voor ons. Neem bijvoorbeeld de resolutie van de Veiligheidsraad 242. Niemand kent die tekst. Ik heb die tekst zelf tientallen keren geciteerd. Die tekst is ontstaan nà de Jom Kippoer oorlog en daar staat dus in dat Israël verzocht wordt gebieden te ontruimen niet de (bezette) gebieden maar gewoon ‘gebieden’. In het Frans “des territoirs en non pas les territoirs” en dat is van zeer groot belang en mét opzet in de resolutie opgenomen. Waarom? Omdat de Veiligheidsraad stelde dat tussen Israël en de Arabische landen moet genegotieerd worden over wanneer en wat ontruimd moet worden.

Dat is ook gebeurd in Taba in 2001.Het was een prachtig akkoord dat jammerlijk werd afgeschoten door Yasser Arafat die toen zijn verantwoordelijkheid niet wilde nemen. Er is in die Resolutie 242 een tweede alinea. Een alinea die men nooit citeert en waarin gezegd wordt dat alle landen van de streek verzocht worden elkaar te erkennen, en dat er een einde moet komen aan het geweld. Aan dat geweld is echter nog geen einde gekomen en enkel Egypte en Jordanië hebben Israël als staat erkend. De rest van die landen is dus nog in staat van oorlog met Israël. Dus alle goede voornemens van Resolutie 242 zijn nog niet verwezenlijkt. En iedereen bazelt maar over 242 zonder te weten waarover ze het eigenlijk hebben. Ook onze media gaan hier zwaar in de fout!

Er zijn de jongste weken nogal wat problemen geweest met de media, en dan vooral met de VRT. Hoe komt dit?

Eyskens: Het grote probleem is dat de media vooral spektakel willen brengen. Het moet sensationeel zijn zoals bij ‘Plat Préferé’. De keuze van Hitler was een buitengewoon goede titel. Maar ze waren vergeten wat de consequenties kunnen zijn van dergelijk aanpak. De Joodse filosofe Hannah Arendt die na het proces van Eichmann een diepgaand boek schreef over de banalisering van het kwaad, of hoe het kwaad zo voorstellen, dat het populair wordt. De reactie van de Joodse gemeenschap heeft helemaal niets te maken met ‘censuur’, maar alles met goed fatsoen. Het is nog altijd zeer kwetsend voor die mensen die het allemaal hebben meegemaakt. Het is ook onaanvaardbaar. Met zes miljoen doden wordt niet gespot. En daar komt dan nog bij dat de katholieke kerk door toedoen van de paus een paar kolossale blunders heeft gemaakt door de aanhangers van Monseigneur Lefebvre te rehabiliteren, waaronder één bisschop, Williamson, die een fanatiek negationist blijkt te zijn. Wat een schande!

Hoe staat u tegenover het inschrijven van herinneringseducatie in de eindtermen van het onderwijs?

Eyskens: De school, het onderwijs heeft hier een zeer bijzondere taak. Momenteel ligt de Tweede Wereldoorlog voor onze jeugd evenver van hun bed als het De Bello Gallico van Julius Caesar. En toch kun je het onze jeugd vertellen door naar Auschwitz te gaan, door hen te confronteren met Breendonk, door een bezoek te brengen aan het Joods Museum van Deportatie en Verzet. Er is de essentiële heinnersplicht, wat de Franstaligen zo mooi noemen: ‘le devoir de mémoire’.Wij omschrijven het als de herinneringseducatie.

We kunnen het de jongeren niet kwalijk nemen dat het een jeugd zonder geheugen is. Het is de schuld van de vorige generatie die de boodschap niet voldoende heeft doorgegeven. Er moet daar niet alleen in ons onderwijs iets aan gedaan worden maar ook op Europees vlak. Denk maar aan bepaalde nieuwe landen in de Europese gemeenschap uit het vroegere Oostblok, waar de Holocaust nog steeds geminimaliseerd worden.

Men mag nooit vergeten dat met de Shoah het antisemitisme zijn meest afgrijselijke toepassing heeft gekend, die verder gaat dan alleen maar het plegen van misdaden tegen de menselijkheid door beroepsverbod, discriminatie, uitsluiting, willekeurige aanhoudingen en tenslotte de vergassing. Dit is geen misdaad tegen de menselijkheid, dit is een misdaad tegen de mensheid, tegen het mens-zijn. De Joden werden uitgeroeid omwille van hun Jood-zijn en mensen uitroeien omdat ze op hun manier willen mens-zijn is een aanval op de mensheid zelf.

Hamas wordt in bepaalde kringen omschreven als een vrijheidbeweging. Wat denkt u hierover?

Eyskens: Of als een soort Rode Kruis! Hamas speelt het ook handig. Ze doen aan dienstbetoon en hebben een aantal sociale initiatieven opgezet en dat wordt uiteraard allemaal in de verf gezet. Maar dat ze systematisch hun eigen volk vervolgen, folteren en ombrengen en dat er een zware repressie werd gevoerd tegen de zogezegde collaborateurs nà de strijd in Gaza, wordt weinig of niet door onze pers belicht. Onze mensen weten dat nauwelijks.

De toestand in Gaza is uiteraard vreselijk, maar je moet je ook de vraag stellen wie daar allemaal verantwoordelijk voor is? Wie is de schuldige? De dag dat Hamas zal stoppen met raketten af te schieten op Israël is alles opnieuw mogelijk. Er moet uiteraard ook een akkoord komen over de nederzettingen in Israël en over eventuele uitwisseling van bepaalde grondgebieden, maar dat is alleen mogelijk door onderhandelingen.”

Hoe ziet u de toekomst voor Israël?

Eyskens: Men moet beseffen dat er in Israël op lange termijn een enorm demografisch probleem zal ontstaan. De bevolkingsaangroei in Palestina en de Arabische landen is veel groter dan in Israël. Daar moet men rekening mee houden als men tot een vredesregeling wil komen.

Er zijn natuurlijk ook andere gevaren. Denk maar aan de dag dat Hamas zal beschikken over zwaardere vernietigingswapens die het zal krijgen uit Iran. Die dag kan alles compleet uit de hand lopen en zou er een kolossale oorlogssituatie kunnen ontstaan. Dus alle partijen hebben er belang bij dat er een degelijke vredesregeling komt.

Men moet ook één zaak duidelijk onderstrepen, alweer iets dat te weinig aan bod komt in onze media, namelijk dat de Arabische leiders de Palestijnen liever kwijt zijn dan rijk. Ik heb in mijn carrière voldoende Arabische leiders ontmoet die enkel minachtend spraken over de Palestijnen. Ze vinden ze onbetrouwbaar en subversief. Het is dan ook in het belang van de Palestijnen dat er een vredesakkoord komt, want de steun die ze krijgen van de Arabische wereld is enkel een verbale steun. Een verbale steun naar de publieke opinie toe.

Er is één niet-Arabisch land dat de oorlog wil verder zetten en dat is Iran. En je mag ook stellen dat de meeste Arabische landen bevreesd zijn voor Iran. Moest men het regime van de ayatollahs kunnen omverwerpen dan zou er zeker applaus zijn in de Arabische wereld.

Het is een kluwen waar Obama en Clinton momenteel mee bezig zijn. Je kunt de problemen van de Palestijnen niet losmaken van de problemen met Iran, Syrië en wat zich voordoet in de hele regio. Ieder conflict zou bovendien zeer zware gevolgen hebben voor onze oliebevoorrading. De internationale gemeenschap is zich terdege bewust van haar grote verantwoordelijkheid.

Obama heeft thans een zeer degelijke gezant naar het Midden-Oosten gestuurd. Een bijzonder bekwame man, George Mitchel die ik persoonlijk ken. Ik ben sinds meer dan twaalf jaar lid van de ‘International Crisis Group’ waarvan Mitchel ooit voorzitter was. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat er iets positiefs en constructief uit de bus komt.

Wat moet er gebeuren met de stad Jeruzalem?

Eyskens: Ik ben verschillende keren in Israël gaan uitleggen hoe het met Brussel zit. Ik denk dat Israël Jeruzalem moet kunnen beschouwen als zijn hoofdstad, ook om historische redenen. De Palestijnen zitten immers in Ramallah en dat is wat je zou kunnen zeggen een deelgemeente van Jeruzalem.

Men moet dus een groot Jeruzalem creëren, inclusief Ramallah. Men zou dan kunnen werken met een soort van agglomeratieraad, die evenredig is samengesteld en waar men de diverse problemen kan bespreken. Tussen redelijke mensen is iets dergelijks uiteraard mogelijk natuurlijk. Er moet ook een vrije toegang tot alle heiligdommen zijn. Dat kan allemaal, uiteraard binnen een klimaat van verdraagzaamheid en solidariteit. Het valt me op dat het in Jeruzalem vrij rustig is. Het is nu eenmaal zo dat de Palestijnen en de Joden gedoemd zijn om samen te leven. Israël en Palestina zijn zo klein dat ze moeten samenwerken. Het kan niet anders. Op termijn.

Tot slot

Naast tal van boeken en artikelen over economische, politieke, maatschappelijke en filosofische onderwerpen schreef Mark Eyskens ook drie romans en een dichtbundel. Onlangs publiceerde hij zijn veertigste boek: ‘Mijn levens. Een reis in de tijd’ uitgeven bij Lannoo.

‘Mijn levens’: een reis in de tijd bevat eigenzinnige memoires. Op een zeer persoonlijke manier verwoordt Eyskens in dit boek pakkende ervaringen, onvergetelijke ontmoetingen en ontgoochelingen. Van het verleden heeft Mark Eyskens, zoals men op de omslag stelt, de as laten liggen en het vuur meegenomen. Een zeer boeiende reis in de tijd, maar ook een verkenning naar de toekomst.

www.eyskens.com

Tweet
Share
Share
0 Shares