Antwerpen, Diamant & de Joodse connectie

photo_symposium_14
Antwerpen telt reeds meer dan een eeuw een grote Joodse bevolking, maar dat is ooit wel anders geweest. Om de binding tussen Antwerpen, Joden en diamant te begrijpen moeten we eerst de geschiedenis induiken.

De invoer van de ruwe diamant naar onze streken gebeurde vanuit India via Venetië naar Brugge. De diamanthandel was grotendeels in handen van Joodse handelaars, die wegens diverse vervolgingen snel wilden kunnen vertrekken. De waardevaste diamanten gaven hen de kans om hun hele bezit in een zakje te verbergen en mee te nemen.

India was sinds duizenden jaren de enige vindplaats voor diamanten. De stenen hadden een mythische uitstraling omdat ze als onverwoestbaar golden, niet omdat ze schitterden, dat kwam pas toen ze ook konden worden geslepen. De gewoonte om een ring met diamant aan de middenvinger van de linkerhand te dragen stamt uit de tijd van het oude Egypte. De Egyptenaren waren ervan overtuigd dat de liefdesader rechtstreeks van het hart naar het topje van de derde vinger aan de linkerhand liep.


Diamant werd eeuwenlang uitsluitend gedragen door koningen en andere machthebbers als symbool van macht, moed en onoverwinnelijkheid. Het woord diamant komt van het Griekse ADAMAS – onoverwinnelijk. De opkomst van de diamantindustrie- en handel hangt dus ook samen met de uitvinding van het diamantslijpen.

photo_symposium_9

De traditie van een diamanten verlovingsring dateert uit 1477, toen Maria van Bourgondië een ring met diamant van de aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk kreeg. In navolging van dit beroemd liefdespaar gingen steeds meer verliefde koppels ringen met diamanten dragen. Geliefden schonken elkaar ringen met puntige diamanten en gebruikten deze stenen om liefdesverklaringen in allerlei oppervlakken te krassen. Talloze kunstenaars, waaronder Rubens, hebben hun licht in verf gevat. De diamantbewerking zelf is dan ook al eeuwenlang met Antwerpen verbonden. Stad en diamant zijn zo sterk met elkaar verbonden dat de Sinjoren een volkse benaming hebben bedacht: ze werken niet in de diamantindustrie, maar aan ‘t Steentje.

Uit de vijftiende eeuw stamt ook het verhaal dat de Bruggeling Lodewijk Van Bercken het diamantslijpen zou hebben uitgevonden. Jammer genoeg klopt dit niet daar de slijptechniek al van in de 14e eeuw bekend was. Lodewijk heeft in Berchem toch zijn eigen straat gekregen en zijn beeld prijkt ook op de hoek van de Jezusstraat en de Leysstraat. Maar wat dan nog, ook Brabo heeft zijn standbeeld, en die heeft zeker nooit bestaan.

De teloorgang van de Brugse haven gaf de Scheldestad de gelegenheid de  diamanthandel over te nemen. Vooral nadat Vasco da Gama in 1498 de directe overzeese verbinding met India had ontdekt, verloor het transport over land tussen Venetië en Brugge zijn belang. De Indische diamant werd vanaf de 16e eeuw rechtstreeks naar Antwerpen gebracht, de lokale slijpers kregen spoedig bekendheid. Toen de Sefardische Joden, afkomstig uit de islamitische delen van Spanje en Portugal, op de vlucht gingen voor de Inquisitie trokken ze massaal naar het toen nog tolerante Antwerpen.  De meesten waren gespecialiseerd in geld- en diamanttransacties en vulden met hun kennis en handelsgeest de ambachtelijke kwaliteiten van de Antwerpse diamantbewerkers aan. Zo vierde ‘het Steentje’ in de metropool zijn eerste hoogdagen omstreeks 1580. Maar vijf jaar later, met de Val van Antwerpen (1585), was ook hier het laatste greintje tolerantie zoek. Samen met tienduizenden Sinjoren vluchtten de Joodse handelaars de stad uit. Na de definitieve scheiding van de Nederlanden (1648) verloor Antwerpen tijdelijk zijn aanzien als diamantcentrum, vooral ten voordele van Amsterdam en Frankfurt.

Om die reden zijn de meest bekende diamanten, zoals de Cullinan en de Hope, herslepen door Amsterdamse vakmensen, niet door Antwerpse. Er waren nog wel slijpers,maar zij moesten nu de ruwe steen invoeren via Amsterdam, waar men uiteraard de beste keuze voor zichzelf hield. Van die nood maakten de inventieve Antwerpenaars natuurlijk een deugd. De minderwaardige kwaliteit van de steen noopte de bewerkers tot het verbeteren van hun technieken. De definitieve ontwikkeling van Antwerpen als diamantstad begon vanaf het einde van de l9de eeuw, met de ontginning van nieuwe diamantvelden in Zuid-Afrika (Kimberley en De Beers). Deze diamanten werden niet langer in oppervlakkige alluviale gebieden (rivierbekkens) gevonden, maar in oude vulkanische kraterpijpen. Deze ontginningswijze hield de inzet van grote graaf- maal en sorteermachines in en kon enkel door bijzonder kapitaalkrachtige groeperingen bekostigd worden. In die periode van overvloedige aanvoer werd in 1904 de eerste Antwerpse diamantbeurs opgericht (nu zijn er vier). Eveneens omstreeks die tijd werd de joodse gemeenschap – en meteen de diamantbranche – versterkt door immigranten uit Oost-Europa, die daar het slachtoffer waren van de pogroms en via de haven van Antwerpen naar Amerika wilden reizen. Gebrek aan geld dwong velen te blijven en de rangen van de reeds in Antwerpen aanwezige Joden te versterken. Toen in 1907 de aanvoer van diamanten van iets mindere kwaliteit uit de verschillende koloniale gebieden in Afrika op gang kwam,  gaf dit de aanzet tot de huisnijverheid bij de arme maar honkvaste boeren in de Kempen.

Slechts een klein gedeelte van de totale aanvoer van ruwe diamant is bruikbaar als edelsteen, de rest is industriesteen. Het gebruik van deze industriediamant kende een hoge vlucht sinds KRUPP hem begon te gebruiken voor het vervaardigen van zeer harde gereedschappen die enkel met behulp van de nog hardere diamanten konden geslepen worden. Ook de productie van boort is een belangrijk onderdeel, omdat dit afvalproduct van het slijpen de basis is voor de vervaardiging van slijpmachines.

De Joden hebben Antwerpen niet meer losgelaten en zijn intussen niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Ze beheersen nog steeds een belangrijk deel van de diamantmarkt (maar niet het grootste deel) en worden als grote experts beschouwd. Het feit dat er ook andere bevolkingsgroepen uit de hele wereld aan invloed winnen zet de reeds aanwezige handelaars enkel aan nog beter te presteren, wat de algemene kwaliteit van de Antwerpse diamant enkel kan doen toenemen. Antwerpen heeft de laatste 100 jaar de ene crisis na de andere overwonnen, het zal allemaal wel loslopen.

(Joods Actueel/ Rudi Van Poele)

Tweet
Share
Share5
5 Shares