Rabbijn Evers over de heiligheid van het land Israël

Bewoners van het Heilige Land worden geacht naar hogere standaarden te leven, in ieder facet van hun leven. Israël is zogezegd G’ds eigen huis en Jeruzalem Zijn privé kasteel. Degenen, die in de buurt van de Koning wonen, moeten loyaler zijn dan degenen die zich verder af bevinden. Het gebod of ‘mitsva’ om in Israël te wonen is uniek omdat ieder aspect van de persoonlijkheid deelneemt aan de mitsva. Wanneer iemand naar Israël verhuist, gaan zijn ziel, zijn lichaam, zijn bezittingen, al zijn aardse en religieuze bezigheden, gedachten, dromen en alle andere persoonlijke zaken, met hem mee en worden een deel van de mitsva om in Israël te wonen. Wanneer iemand in een mikve (ritueel bad) onderdompelt, brengt dat spirituele reiniging teweeg. Hetzelfde geldt voor wonen in Israël. Wanneer iemand zich onderdompelt in een mikve is dat maar voor luttele seconden. De invloed van het wonen in Israël is constant, zelfs wanneer men slaapt, zelfs als men overleden is. Jisjoev ha’arets is permanent.

Een kroniek van 250 jaar geleden

Eén van de meest trieste gevolgen van twee millennia ballingschap is dat ons gevoel van verbondenheid met ons vaderland uitgehold werd. Ons verlangen om terug te keren nam af. Rabbi Ja’akov Emden schreef vroeg in de 18e eeuw:’Het Heilige Land dat eens een bron van hoop in onze lange en bittere ballingschap vormde, is nu bijna helemaal vergeten. Het lijden heeft zijn tol geëist. We zijn zo gepreoccupeerd met overleven dat we nauwelijks meer het belang van wonen in Israël beseffen. Tegenwoordig is het zo, dat zelfs niet één op de duizend Joden gemotiveerd is om naar Israël te verhuizen. Niemand verlangt meer naar Israëls bodem. We denken dat we veilig zitten buiten Israël, maar vergeten dat het maar een tijdelijke woning is. We beelden ons in dat we een tweede Israël hebben ontdekt, een ander Jeruzalem bewonen.

Dit is een van de redenen waarom ons volk zo door ellende overvallen wordt. We wonen in vreemde landen. Zo op het eerste gezicht lijkt het hier allemaal rustig, pais en vree. Eigenlijk zouden we ziek van verlangen naar het Heilige Land moeten zijn. In plaats daarvan vergeten we het. Op dat moment worden we aan ons vaderland herinnerd omdat het politieke getij verandert: we worden weer vervolgd en raken verspreid over de aardbol. Dit gebeurt wanneer we onze oproep om terug te gaan naar het land van onze erfenis vergeten,  de plaats van onze oorsprong, de rustplaats van onze Aartsvaders en Aartsmoeders niet meer erkennen.

Vroege bewoners

Gedurende de vele jaren van ballingschap zijn er altijd individuen en kleine groepjes getrouwen naar Israël geëmigreerd om de mitsva van jisjoev ha’arets te vervullen en de overige geboden, die uitsluitend in het land Israël kunnen worden nageleefd. Rabbijnen en leken van over de hele wereld hebben deze hogere roeping gevolgd en kosten noch moeite gespaard om naar Israël te reizen en daar te blijven wonen. Enkele belangrijke vroege bewoners van het land Israël waren:

–        driehonderd Ba’alee Tosafot, geleerden, die onder leiding van Rabbi Jonatan Hakoheen in 1210 n.d.g.j. naar Israël trokken,

–        Rabbi Isjtori Haparchi (omstreeks 1300), die als eerste  de bevindingen van zijn topografisch onderzoek van het Heilige Land in het klassieke werk Kaftor vaferach gepubliceerd heeft,

–        Rabbi Ovadia van Bartenora (15e eeuw), auteur van een zeer gangbaar commentaar op de Misjna,

–        Rabbi Joseef Karo (16e eeuw), redacteur van de Sjoelchan Aroech en verschillende andere halachische commentaren,

–        Rabbi Jitschak Luria (16e eeuw), de heilige kabbalist die ook wel de Ari Zal genoemd wordt,

–        Rabbi Mosje Alsjiech (17e eeuw), en

–        Rabbi Mosje Chaim Luzzatto (18e eeuw), auteur van de klassieke werken over Joodse filosofie, mesilat jesjariem ‘het pad van de oprechten’ en derech Hasjeem ‘de weg van G’d’.

In de 18e eeuw kwamen  er verschillende chassidiem en vele leerlingen van de Gaon van Vilna naar Israël, zodat de eerste Joodse immigratie, die tot op de dag van vandaag voortduurt, reeds toen begonnen was. Deze mensen hadden er veel voor over en waren niet bang om naar Israël te gaan. Zij verzekerden de continue Joodse aanwezigheid in Israël. De Joodse claim op het vaderland is gedeeltelijk gebaseerd op het aantoonbare gegeven dat de Joden nooit het land volledig verlaten hebben. Verschillende rabbinale geboden zijn nog steeds van toepassing voor Joden buiten Israël, zolang er Joden leven in Israël. Bovendien wordt de Joodse gemeenschap wereldwijd beïnvloed door de mitsvot van de Joden in Israël. Omdat alleen maar bepaalde mitsvot in Israël uitgevoerd kunnen worden, is het belangrijk dat er tenminste een aantal Joden zijn die daar leven en de geboden uitvoeren.

Onder de vroegere autoriteiten bestaan er vier meningen over de mitsva van Jisjoev Ha’arets, het gebod om het land te bewonen.

Tora

Volgens de eerste mening is het een opdracht van de Tora. Ramban, Nachmanides (12e eeuw), ziet het wonen in Erets Jisraël als één van de 613 mitsvot. Deze mitsva is ook tegenwoordig van toepassing: ‘We hebben de opdracht het land in bezit te nemen, dat G’d onze voorouders, Avraham, Jitschak en Ja’akov, heeft gegeven. We mogen het niet  verlaten. G’d heeft ons als volk opdracht gegeven: ‘Neem het land in bezit en bewoon het. Aan U heb ik het land gegeven als een bezit. Je zult het land veroveren’ (Bemidbar 33:53).

Op verschillende plaatsen in Tenach geeft G’d duidelijk de grenzen van het land aan. Ook in de episode van de verspieders is er bewijs te vinden dat dit een echte mitsva is. Moshe zegt in zijn beschrijving van het incident met de verspieders: ‘stijgt op en neemt het in bezit, zoals G’d U heeft opgedragen te doen’ (Devariem 1:21).

Echte mitsva

Wanneer ze het oorspronkelijke plan om het land binnen te trekken niet direct uitvoeren, veroordeelt de Tora ze: ‘U bent in opstand gekomen tegen het gebod van Uw G’d Hasjem’ (Devariem 1:26). G’d heeft ze niet alleen gewaarschuwd of beloofd maar werkelijk opgedragen er te wonen. Onze Chagamiem (Wijzen) zeggen, dat iemand die Israël zonder goede redenen verlaat te vergelijken is met iemand die afgoden dient. Ze beschouwen wonen in het Land als een gebod: Hasjem heeft ons opgedragen daar te wonen. De mitsva is geldig voor alle joden in iedere generatie, zelfs in de ballingschap. Dit zegt de Talmoed ook. De Midrasj verhaalt over een groep geleerden, die Israël om verschillende redenen verlieten om elders te gaan wonen: “Onderweg realiseerden ze zich hoe groot hun verlies was. Ze hieven hun ogen op naar de Hemel en schreeuwden het uit, scheurden hun kleren als een teken van rouw en reciteerden de vers: ‘u zult het in bezit nemen en er wonen en u zult alle mitsvot in acht nemen’ (Devariem 11:31-32). Ze realiseerden zich dat het wonen in Israël gelijk staat aan het vervullen van alle geboden en besloten toen terug te keren naar Yeroeshalayiem (Jeruzalem).” Vele latere geleerden deelden de mening van Nachmanides, zoals de Sjela, Sefer Charediem, de Chatam Sofer, Pe’at Hasjoelchan en anderen.

Individuen

Deze opvatting van Nachmanides geldt overigens alleen voor individuen. Het is dus geen massale oproep om Israël te komen bewonen. Ook Nachmanides is van mening dat de eed, die de joden hebben gezworen nadat ze het land in 70 na verlieten, nog steeds van toepassing is totdat de Masjiach (Verlosser) zelf de ballingen inzamelt. Volgens sommigen zou Ramban alleen de mensen, die al in Israël wonen willen waarschuwen dat ze zonder goede reden Israël niet mogen verlaten. Door Israël zonder toestemming te verlaten, verzaakt men een verplichting uit de Tora. Hij zou dan niet van mening zijn dat de joden absoluut de verplichting hebben naar Israël te emigreren.

Rabbijnse oorsprong

Maimonides neemt de mitsva van jisjoev ha’arets echter  niet op in zijn 613 geboden. Volgens hem bestond er nooit een mitsva om in Israël te wonen, ook niet in de tijd dat het Beet Hamikdasj (Heilige Tempel) nog bestond. Hij zegt wel dat er rabbinale geboden zijn, waarin het wonen in Israël als een zeer goede zaak wordt gezien en bovendien dat er een verbod geldt Israël te verlaten zonder goede reden. Rasjie, de Rosj, en de Or Hachajiem zijn het eens met Maimonides. Volgens Rambam is de opdracht het land te veroveren en te bewonen een belofte van G’d ons het land te geven als erfdeel: Hij geeft ons echter geen opdracht dat te doen. De geleerden die huilden en treurden toen ze Israël wilden verlaten, weenden om de vernietiging van de Tempel en riepen eigenlijk niet op tot jisjoev ha’arets, bewonen van het land. De uitspraak dat ‘wonen in Israël gelijk is aan alle andere geboden’ slaat op de grote beloning, die men krijgt voor het vervullen van mitsvot in Erets Jisraeel. Het vervullen van mitsvot weegt zwaarder in Israël dan in choets la’arets (het buitenland). Sommige geboden uit de Tora zijn alleen maar van toepassing in Israël, daarbuiten kunnen ze niet vervuld worden. Volgens de uitleg van Rabbi Jehoeda (B.T. Ketoevot 111b) is het verboden om van Babylonië naar Israël op alija (emigratie) te gaan. Dit geeft – volgens Maimonides – duidelijk aan dat er gedurende het goles geen mitsva bestaat om het land te bewonen.

Gedurende de eerste Tempelperiode

De derde mening is van Megilat Esther, een verklaarder op de Rambam. Hij stelt dat vanaf het moment, dat de joden Israël onder Jehosjoea betraden tot aan de vernietiging van de eerste Tempel, 850 jaar later, de mitsva van jisjoev ha’arets voor iedereen gold. Maar toen de Tempel voor de eerste keer verwoest werd en de meeste joden het land verlieten was de mitsva uit de Tora om het land te bewonen niet meer geldig.

Rabbi Chaim Hakoheen: geen gebod voor jisjoev

Uiteindelijk is er nog de opvatting van rabbi Chaim Hakoheen, die van mening is dat er noch een Toraverplichting noch een rabbijnse opdracht bestaat om het land te bewonen. Hij stelt dat overtredingen van mitsvot, die te maken hebben met Erets Jisra’eel zulke zware straffen met zich meebrengen, dat het gevaar van het bewonen van Israël, het gebod er te wonen terzijde schuift, omdat men overtreding toch niet kan voorkomen. Hoe het ook zij: Europa wordt langzamerhand te eng. Israël is het enige zinnige alternatief.

Rabbijn Evers studeerde fiscaal recht en klinische psychologie in Amsterdam. In 1989 ontving hij rabbinale bevoegdheid (semichah) van tien verschillende vooraanstaande autoriteiten, waaronder rabbijn Moshe Halberstam (van Tzanz-Tschakave) van de Edah HaChareidis. Hij is thans rabbijn van de Joodse gemeente van Rotterdam, en ook actief bij de joodse gemeenten van Amstedam en het NIK (de overkoepelende organisatie van Joodse Gemeenten in Nederland).

Tweet
Share
Share
0 Shares