De blokkade van Gaza en het internationaal recht

“Israëls standpunt is redelijk en ondersteund door precedent”, zegt dr. Eric Posner auteur en professor internationaal recht aan de universiteit van Chicago. Volgend artikel verscheen in de Wall Street Journal van 4 juni 2010 en werd voor ons vertaald door Serge Rosenblum.

Israëls raid op een vloot van activisten op weg naar de Gazastrook heeft geleid tot wilde beschuldigingen van onwettigheid. Maar het internationaal recht dat van toepassing is op de blokkade, maait het gras onder de voeten weg van diegenen die op zoek zijn naar gemakkelijke antwoorden.

De ernstigste beschuldiging is dat bij het overnemen van de controle over de vloot, Israël het recht van vrije doorgang van schepen op volle zee geschonden heeft. De relevante grondwet bepaalt dat staten bevoegdheid hebben over territoriale wateren die een zone van twaalf zeemijlen uit de kust omvatten. Bovendien kunnen staten hun wetten afdwingen in een aansluitende zone van nog eens twaalf mijl, volgens het zeerechtverdrag van 1982 (Israël heeft dit verdrag niet geratificeerd, maar het wordt over het algemeen erkend als geldend internationaal recht). Buiten dit gebied kunnen schepen ongemoeid varen.

Maar er zijn uitzonderingen. Traditioneel internationaal gewoonterecht maakt het mogelijk voor staten om publiekelijk afgekondigde embargo’s op open zee te handhaven. De blokkade van Gaza was algemeen bekend, en dat geldt zeker voor diegenen die de schepen stuurden met het uiteindelijke doel dit embargo te schenden. De vraag is dus enkel of de Israëlische blokkade wettig is. Embargo’s zijn dat zeker in tijden van oorlog of gewapend conflict. De door de VS geleide coalitie legde bijvoorbeeld een blokkade rond Irak tijdens de Eerste Golfoorlog.

Advertentie

Het gevoelige punt is de betekenis van het begrip “gewapend conflict”. Traditioneel kunnen gewapende conflicten slechts plaatsvinden tussen soevereine staten. Als Gaza een soevereine staat was, dan zou Israël in oorlog met Gaza zijn, en dan zou de zeeblokkade rechtmatig zijn. Indien echter Gaza gewoon deel uitmaakte van Israël, dan zou Israël het recht hebben om zijn grenzen te controleren, maar niet door het onderscheppen van schepen buiten haar territoriale wateren of de aansluitende zone.

De Gazastrook is geen onafhankelijke staat (ook al heeft ze haar eigen regering, gecontroleerd door Hamas) en maakt geen deel uit van Israël of van eenderwelke andere staat. Haar status is dubbelzinnig, en dit geldt ook voor de aard van het gewapende conflict tussen Israël en Hamas. Er is dus geen duidelijk antwoord op de vraag of de blokkade legaal is.

Het traditionele concept van een gewapend conflict tussen soevereine staten heeft echter allang plaatsgemaakt voor een ruimere definitie die ook conflicten omvat tussen een staat en een andere partij, die geen staat is. De internationale regelgeving voor embargo’s tracht evenwicht te brengen tussen de veiligheidsbelangen van de strijdende partijen en de economische belangen in de scheepvaart van onbetrokken landen. Tijdens een oorlog, voert het belang van veiligheid de boventoon.

Israël en Hamas bevinden zich ongetwijfeld in een oorlogssituatie. En omdat Israël enkel schepen onderschept die zelf verklaren het embargo te willen schenden, hebben haar acties weinig effect op neutrale scheepvaart. Dit evenwicht komt tot uiting in het traditionele recht van staten om piraterij op open zee te bestrijden. Dus de juridische positie van Israël is redelijk, en heeft precedenten.
Human Rights Watch stelt dat het instellen van een blokkade om een terroristische organisatie te bestrijden, een collectieve bestraffing van een burgerbevolking inhoudt. Dit zou dan in strijd met artikel 33 van de Vierde Conventie van Genève. Dat argument houdt geen steek. Blokkades en andere vormen van economische sanctie zijn toegestaan in het internationaal recht, wat noodzakelijkerwijs inhoudt dat burgers lijden zonder daar zelf schuld aan te hebben.

De meeste aandacht ging naar de vraag of de Israëlische commando’s buitensporig geweld gebruikt hebben tijdens het overnemen van de controle over een van de schepen, met negen doden als gevolg. Human Rights Watch beweert dat Israëls daad een schending is van de door de VN in 1990 samengestelde basisprincipes inzake het gebruik van geweld en vuurwapens door wetshandhavers. Maar dit document maakt geen deel uit van het internationaal recht; haar beginselen zijn een soort aanbeveling voor landen met een slecht opgeleide politie. Bovendien is het document ook vaag, en is het niet van toepassing op militaire operaties.

Militaire operaties moeten rekening houden met het beginsel van proportionaliteit, een vaag concept met slecht gedefinieerde criteria. Maar één ding is duidelijk. Schepen die blokkades schenden mogen worden aangevallen en tot zinken gebracht krachtens het internationaal recht. Als Israël dat recht had uitgeoefend, zouden veel meer dan negen doden gevallen zijn.

* Dr. Posner, een professor aan de Universiteit van Chicago Law School, is auteur van « The Perils of Global Legalism » (University of Chicago Press, 2009).