Straatinterviews: Wat weten Leuvenaren over het topic ‘Jodendom’

“Wat weten Leuvenaars over het Jodendom”? Met die opdracht vertrok ik naar de stad van burgemeester Tobback. Ik sprak enkele mensen aan die op de terrasjes alleen aan een tafeltje zaten of in hun eentje ergens stonden te wachten met de vraag of ik erbij mocht komen zitten (of staan) om te peilen naar hun kennis over het Jodendom. Ik zorgde ervoor dat mijn vragenlijstje netjes werd afgewerkt zonder dat mijn gesprekspartners dat in de gaten kregen. Drie dingen hadden mijn toevallige Leuvense gesprekspartners gemeen: niemand van hen had ooit gehoord dat er een Joods Nieuwjaarsfeest bestond, niemand van hen had in de verste verte een idee hoeveel Joden er in ons land woonden en ze waren alle vijf erg benieuwd om van mij te horen wat ik er van afwist.

Guido Joris

Mijn verwachting dat alle gesprekspartners over de toestanden in het Midden-Oosten zouden beginnen bleek onjuist te zijn, dat gebeurde maar in één geval. Zelfs mijn expliciete vraag aan het einde van elk gesprek om me het verschil tussen een Jood en een Israëli te verklaren, gaf daartoe geen aanleiding. Blijkbaar heeft de obsessionele pers- en NGO-belangstelling waarbij elke akkefietje uit Israël, of het waar is of niet, steevast wordt uitvergroot alvast op deze Leuvenaars zijn effect gemist.

Ingrid Havreluc staat te wachten voor de ingang van het ziekenhuis in de Brusselsestraat. Liefst wil ze “niet met mijn naam erbij” praten maar “een foto mag wel” (deze naam is dus niet echt, nvdr). Ze werkt in de administratie van een bedrijf en zegt meteen niet zoveel af te weten over de Joodse gemeenschap of over Joodse gebruiken.

“Echt waar, ik heb nog nooit gehoord van een Joods Nieuwjaar, dit is echt voor het eerst in mijn leven, ik wist helemaal niet dat die op een ander tijdstip viel dan wanneer wij Nieuwjaar vieren. De Ramadan dat ken ik wel maar dat is dan bij de moslims. Ik schat dat er zo een 250.000 Joden zijn in België en dat die in Antwerpen wonen, en er zullen ook nog wel Joden op andere plekken wonen zeker. Als ik aan Joden denk gaan mijn gedachten naar Antwerpen, mijn echtgenoot komt uit het Antwerpse, ik denk dus bijna automatisch aan de buurt bij het Centraal Station en aan de Pelikaanstraat, maar natuurlijk denk ik ook aan wat die mensen allemaal hebben meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog en ook aan de film van Steven Spielberg, Schindler’s List. Maar daar houdt het dan ook echt mee op”.

En een Joodse gewoonte? “Ah ja, de mannen met die worstjes… eu … (lacht) haarkrulletjes opzij aan hun hoofd. Ik zie af en toe wel eens een Joodse mijnheer op mijn werk, ik weet dat die Jood is omdat die een klein potske op zijn hoofd heeft  maar dat kan je toch niet echt een ontmoeting noemen omdat ik nog nooit met hem gesproken heb. En het verschil tussen een Jood en een Israëli? (denkt nog eens diep na). Ik zou het echt waar niet weten maar ik ben wel benieuwd om het van jou te horen”.

Cedric Begas werkt als computerprogrammeur in het Leuvense. Ik tref hem aan op een terrasje op het marktplein, waar die zichtbaar zit te genieten van de zon en van de soundcheck van Marktrock dat later op de dag van start gaat. Cedric geeft antwoorden maar stelt die telkens zelf in vraag. Hij schat het aantal Joden in België op honderdduizend.

“Het bekende stereotype is dat alle Joden in Antwerpen wonen maar dat klopt niet, ik heb een aantal jaren in Brussel gewoond en daarom weet ik zeker dat ook daar nogal wat Joodse mensen wonen. Wel wonen er volgens mij in Antwerpen veel meer religieuze Joden dan in het Brusselse maar ook daar zag ik op sommige plekken regelmatig Joden in orthodoxe kleding. Wat mij vooral te binnenschiet nu we over Joden praten – en ook omdat het me altijd al geweldig aansprak – is de uitbundige Joodse muziek (Cedric was in een vorig leven muzikant en speelt nog steeds als fervent amateur jazzgitaar).

Ik bedoel dan vooral de muziek op Joodse bruiloften, heerlijk toch en ik ben verlekkerd op goede klezmermuziek. Trouwens als ik me niet vergis is Maarten Weyler, de directeur van de Jazzstudio in Antwerpen, waar ik muziek gestudeerd heb, ook Joods… Joodse gebruiken? Daar vraag je me wat. Ik ken natuurlijk de besnijdenis, ik denk dat het plaats vindt tussen de zes en de twaalf jaar? Klopt dat? Ik weet ook dat er een aantal rituelen zijn rond de maaltijden maar kan dat niet verder specifiëren. En de sabbat… is dat niet een beetje te vergelijken met de Ramadan? En dan natuurlijk het potske dat de mannen dragen. Als ik aan Joden denk, is het eerste wat bij me opkomt hun activiteit in de diamantsector en ook de verhoogde veiligheidsmaatregelen die ze sinds een aantal gebeurtenissen hebben moeten nemen, ik meen na een bomaanslag. Er zijn natuurlijk veel bekende Joodse muzikanten en ook in de filmwereld zijn er een flink aantal bekende regisseurs en acteurs. Joden associeer ik onmiddellijk met godsdienst en dat doe ik niet bij een Israëli want die link ik enkel en alleen maar aan het land”.

Karin Vanoeteren zit op hetzelfde terrasje, ze is afkomstig uit Limburg maar woont in Leuven en werkt op de administratie van een bekend Leuvens ziekenhuis. Ze herkent Rosj Hasjana als een Hebreeuws woord maar weet niet dat het de naam voor het Joodse Nieuwjaar is.

“Maar ik ken wel Pesach, ik denk zelfs dat ons paasfeest daaruit voortgekomen is, Jom Kipoer ken ik ook maar vraag me niet welke betekenis het heeft. Ik denk dat er tweehonderdduizend Joden in België zijn en dat ze allemaal geconcentreerd in één buurt in Antwerpen wonen. Er zijn nogal veel bekende Joodse muzikanten en Amerikaanse politici. Joden baseren zich voor hun geloof op de Thora en de mannen bidden met zo een soort van doosje op hun voorhoofd. Ze houden de sabbat, die begint op vrijdagavond en duurt tot zondagavond en ik weet dat ze dan een aantal handelingen niet mogen stellen maar ik weet niet juist welke. In elk geval niet koken want ze maken hun eten voor de sabbat al op voorhand klaar.

Wat ik me ook herinner, ik heb in Zaventem op de luchthaven gewerkt, is dat zelfs El Al niet vliegt op zaterdag maar dat ze soms wel witte vliegtuigen zonder logo van El Al op zaterdagen sturen. We noemden het de witte producten, het waren cargovluchten en de vluchturen konden niet altijd worden aangepast. Ik heb nooit echt met een religieuze Jood gesproken maar toen ik op de luchthaven werkte, kende ik een aantal Joodse mensen die instonden voor de bewaking van de vliegtuigen maar dat waren jonge kerels uit Israël die hun legerdienst weigerden en een burgerdienst deden.

Het is me bijgebleven dat ze echt rigoureus  waren in hun controles, op het paranoïde af. Ik zag dat ze dezelfde mensen, als die om een onverklaarbare reden bij elkaar bleven, een tweede keer fouilleerden. Toch heb ik daar begrip voor, want ze hebben echt redenen genoeg om bang te zijn dat er iets kan gebeuren en de moeilijke toestand met de Palestijnen is daar zeker niet vreemd aan… en ja als ik in de gevangenis zou moeten zitten, zou ik toch het best in Israël achter de tralies vliegen (lacht uitbundig) en niet in Syrië, Jordanië of Gaza.

Leopold Balumu tref ik aan op een klein pleintje waar hij aan een bruggetje over de Dijle iemand opwacht. Hij is Franstalig en ruilde in 2003 de stralende Afrikaanse zon voor een karig zonnetje in Leuven, op dit ogenblik is hij werkzoekende.

“Ik ken eigenlijk geen enkel Joods feest, dus ook van een apart nieuwjaarsfeest voor de Joden heb ik geen weet. En ik weet ook niet zo onmiddellijk een antwoord op je vraag hoeveel Joden er in België wonen. Ik kan enkel gissen, misschien vier of vijfduizend. Ik geloof wel dat Joden in Antwerpen in “la diamant” zitten en één keer heb ik ook eens Joden in Molenbeek gezien en een paar keer in Brussel-Stad. In Congo had ik wel contact met een Jood toen ik daar handel dreef en daar heb ik altijd zeer goede herinneringen aan overgehouden. Ik had een groothandel en kocht en verkocht vooral koffie- en cacaobonen en met deze zakenman heb ik nooit één enkel probleem gehad en als je een bedrijf hebt gehad, denk je altijd met plezier terug aan mensen waar je op kon rekenen. En de man heeft me ook nog eens geholpen toen ik met mijn zaak stopte. Gebruiken die ik me uit het Jodendom herinner, is dat ze een godsdienstig boek hebben de Thora, dat de mannen een kippa dragen en als ik me niet vergis is le samedi le dimanche. Verder hebben ze  in plaats van een priester een rabbijn. Ik veronderstel dat er veel bekende Joden zijn waarvan ik niet eens weet dat ze Joods zijn maar Albert Einstein is waarschijnlijk wel over heel de wereld als Joodse geleerde bekend”. Of hij ook wat over Joden en Israëli’s weet kom ik niet meer te weten want de persoon die hij stond op te wachten duikt op en Leopold gaat er als de bliksem van door.

Yo Vanreusel, is de eigenaar van Kalypta, een restaurant dat Zuid-Amerikaanse keuken serveert, in de Parijsstraat. De gasten voor het middageten hebben voldaan zijn etablissement verlaten en de man puft even uit op het terras voor hij terug voor het avondeten aan de slag moet.

“Ik weet dat de Ramadan net begonnen is. Joods Nieuwjaar? Rosjha wat? Neen dat ken ik absoluut niet. Ik vrees trouwens dat ik geen enkel Joods feest ken. Maar ik weet wel een paar dingen over de Joodse eetgewoonten en over koosjer eten. Ik heb op de Isabellalei in een flat gewoond met meer dan honderd appartementen en de helft van de bewoners was Joods. De Joodse mensen waar ik kwam, hadden allemaal twee keukens in huis om bepaalde eetwaren van elkaar gescheiden te houden. Ze zijn daar erg strikt in, als restauranthouder weet ik maar al te goed dat het gescheiden houden van voedingswaren vanuit hygiënisch standpunt echt een goede zaak is en het is iets dat ik goed begrijp.

De opvoeding die Joden aan hun kinderen geven is gewoon ‘enorm’. Ik zag met mijn eigen ogen zeer jonge Joodse kinderen die meer verantwoordelijkheidszin aan de dag wisten te leggen dan mijn eigen kinderen. Als ik het verantwoordelijkheidsgevoel van mijn kinderen vergelijk met dat van de Joodse kinderen is dat ‘nul de botten’ en ongeacht de leeftijd, de oudste, mijn stiefdochter is zesentwintig jaar. Die Joodse ouders kunnen hun  kinderen tenminste met een gerust hart naar school of naar de synagoge laten gaan zonder dat ze ik weet niet wat uithalen.

Ook het Joodse samenlevingsgevoel is buitengewoon, het gezin is er nog echt het belangrijkste. De goede dingen die wij precies zijn kwijtgeraakt, hebben zij – ja natuurlijk zullen er uitzonderingen zijn – nog weten te bewaren. Ik denk dikwijls dat Joden zo veerkrachtig zijn dat ze uit alle ellende die ze in het verleden meegemaakt hebben daar toch nog hun voordeel uit weten te halen en dat ze ongelofelijk veel kracht uit hun overtuiging putten. Ik denk dat er een goede 500.000 Joden in België wonen.

Een Jood is voor mij gewoon een Vlaming of een Belg. Trouwens ik heb in mijn restaurant mensen werken die in Irak, Nepal en Marokko geboren werden, dat zijn voor mij gewoon allemaal Belgen. De Israëli’s dat is wat anders, ik heb trouwens voor de Palestijnse kindertjes meegedaan aan ‘De Muur’, dat was een actie hier in het Leuvense. Dat is natuurlijk minder leuk wat daar allemaal gebeurt. Ik lees Israëlische auteurs en ik draai hier elke avond een soort salsamuziek, maar dan wel salsa van Israëlische origine, een soort nieuwe stijl maar gewoon te gekke muziek”.

Aan het eind van het gesprek praten we na over de toestanden in Gaza. Als ik één en ander vertel,  bijvoorbeeld dat de gemiddelde levensduur in de Palestijnse gebieden 72 jaar bedraagt en de kindersterfte lager is dan in Turkije, trekt de man ogen als schoteltjes van pure verbazing. De kans is groot dat Tobias Vanos en Mario Bergen (anti-Israël supporters uit Leuven) op nog een ander muurtje gaan stoten bij hun volgende actie.

De gesprekken waren zonder uitzondering aangenaam en ik ben nu al nieuwsgierig wat een soortgelijke oefening in Antwerpen zou opleveren.

Tweet
Share
Share5
5 Shares