De speciale band van Joodse landgenoten met de kustgemeente Knokke


Naar aanleiding van de hetze over het anti-Joods artikel in De Zwinkrant, brengen wij een artikel uit Joods Actueel van augustus 2009.

Knokke-Heist of Knokke-het Zoute is duidelijk één van de uitverkoren vakantieoorden voor de leden van de Joodse gemeenschap in België. Knokke heeft ook een unieke synagoge en alle mogelijke faciliteiten voor een uitstekende vakantie. Wij trokken op onderzoek en spraken met verantwoordelijke voor de synagoge Henri Gutfreund en de sympathieke burgemeester van de badplaats zelf: Graaf Leopold Lippens. Uiteraard laten we eerst de burgemeester aan het woord. Daarna bekijken we Knokke vanuit Joods perspectief. Opvallend hoe de meningen gelijk lopen…

Burgemeester Lippens in gesprek met Joods Actueel

Graaf Lippens: Wij zijn in de eerste plaats een toeristische badstad en hier ontvangen we mensen van alle strekkingen. Er is dus geen specifiek beleid van de gemeente naar de leden van de Joodse gemeenschap toe. Zij komen naar hier omdat we in de eerste plaats een badstad zijn. Wij stellen zeker de aanwezigheid van onze Joodse vrienden bijzonder op prijs, ze maken deel van onze gemeenschap.

Mijn Joodse vrienden, en ik heb er veel, zeggen me dat ze zich hier zeer goed voelen omdat ze niet de indruk hebben in dezelfde straat of wijk te wonen zoals in Antwerpen of Brussel. Zij voelen zich hier als echte Knokke-Heistenaars en ze komen hier graag omdat het hier heel aangenaam is.

Waarom die voorkeur voor Knokke?

Graaf Lippens: De stad heeft altijd een aantal belangrijke troeven gehad: een gevoel van veiligheid, van kwaliteit en van openheid. Maar wat telt is dat ze zich hier thuis voelen. Zoals alle mensen trouwens die in Knokke verblijven. Wij hebben hier altijd gezorgd dat zo te houden en vooral zeer goede contacten te leggen. De Joodse gemeenschap heeft hier een synagoge en vroeger waren er zelfs specifieke Joodse hotels die helaas verdwenen zijn, maar dat zijn de gevolgen van de hedendaagse evolutie.

Waarom zijn de Joodse hotels Motke en Dorchester verdwenen?

Graaf Lippens: Dat waren in de eerste plaats familiehotels. En wat gebeurt er dan: de kinderen willen het hotel niet verder zetten, of de ene wil wel, maar de andere eist zijn deel van de zaak op. Kortom familiekwesties en dat is de reden dat ze verdwenen zijn.

Hoeveel leden van de Joodse gemeenschap verblijven er in Knokke?

Graaf Lippens: We hebben daar geen idee van. Wettelijk mogen we dat ook niet controleren en trouwens, we willen dat ook niet doen. De reden is eenvoudig: we willen op een bepaald ogenblik niet kunnen zeggen dat er zoveel zijn van die en die. Dat willen we niet! Ik noem het “Le charme discret de la bourgeoisie!”. Iedereen leeft hier zijn eigen leven, waar hij dat wil en hoe hij dat wil. Wij willen zeker geen etiketten plakken.

Is er een bepaalde evolutie in het aantal verblijven?

Graaf Lippens: Ik denk dat dat hetzelfde aantal is gebleven. Ik zie de mensen die ik persoonlijk ken, steeds terugkomen. Vaak gaat dat ook van vader op zoon. Ik denk omdat er hier een veiligheidstructuur is. Hier vindt men levenskwaliteit. Men heeft de indruk op vakantie te zijn in eigen land en toch de voordelen van een stad zonder de nadelen. De Joodse gemeenschap kan hier haar godsdienst belijden en eveneens genieten van onze sportinfrastructuur, winkelcentra en specifieke winkels, en een grote keuze aan restaurants en ontspanning. Knokke-Heist kent waarschijnlijk de hoogste levensstandaard van de Noordzeekust in Europa. En wie heeft dat niet graag? Men kan hier ook genieten van de kunst, de muziek. Kortom men krijgt hier een écht vakantiegevoel ook al zitten we maar op enkele kilometers van Brussel, Antwerpen en Gent.

Bepaalde bronnen spreken van het bestaan – vroeger – van koosjere winkels zoals Steinmetz er één was?

Graaf Lippens: Die zijn verdwenen. Ook tengevolge van de hedendaagse tijd. Winkelpanden zijn zeer duur geworden. En het is allemaal een kwestie van vraag en aanbod. Er is een voortdurende evolutie. Je kunt geen winkel een heel jaar openhouden als je maar een paar maanden per jaar klanten hebt. Wel heeft Delhaize nu een koosjere afdeling. We kunnen niet terug naar het verleden, we moeten vooruit…en realistisch zijn.

In de oude haven zou er een ‘Judenstraat’ zijn?

Graaf Lippens: Nee, dat geloof ik niet. Ik ken ze toch niet. Er is wel een ‘De Judestraat’ denk ik. (Graaf Lippens belt een deskundige en krijgt bevestiging). Die De Judestraat moet te maken hebben met een naam van een persoon en heeft niets met de ‘Joden’ te maken. In de volksmond schijnt het wel geleefd te hebben als zijnde de ‘Jodenstraat’. Zo zie je maar….

Knokke wordt vernoemd in een reeks van steden waar het ’geweld tegen de Joden’ is toegenomen. Wat is uw mening?

Graaf Lippens (categoriek): Ik geloof dat niet! Ik zie ook de proces-verbalen van de problemen die zich op dat vlak kunnen voordoen. Ik kan enkel vaststellen dat er in bepaalde delen van het land, in bepaalde regio’s, waar veel mensen met het verlof samen zijn, wel incidenten kunnen voorkomen. Maar hier zijn dat meestal alleenstaande gevallen.

Is er in Knokke ook een concentratie van mensen zonder papieren?

Graaf Lippens: Nee, wij zijn een toeristische stad en we zijn zeer gelukkig mensen van alle nationaliteiten te kunnen ontvangen. Maar vluchtelingen neen. Wij liggen uiteraard dicht bij Zeebrugge en daar zijn er inderdaad problemen. Maar anderzijds moet ik vaststellen dat veel autochtone landgenoten niet meer willen werken in de weekends, met het gevolg dat we in onze horecazaken en hotels heel wat Pakistani’s, Indiërs en Marokkanen te werk stellen. Er is ook een grote Italiaanse gemeenschap, maar ik voeg er onmiddellijk aan toe dat het daar zeer hard werken is.

Als gemeente respecteren we iedereen maar we richten ons vooral op de veiligheid in onze gemeente. Wij hebben een zeer goed uitgebouwd politieteam, dat over de modernste middelen beschikt en onze politie controleert voortdurend zonder dat de burger er wat van merkt. Wij weten zeer goed waar we staan.

Men stelt Knokke-Heist wel eens voor als ‘elitair’?

Graaf Lippens: Als elitair de definitie is van veiligheid, kwaliteit, properheid, degelijkheid, sportieve mogelijkheden, cultuur- en horecamogelijkheden, dan ben ik zeer fier om de burgemeester te zijn van een elitaire gemeente. Maar dat betekent – en daar druk ik op – elitair voor iedereen: voor de ééndagsbezoeker, voor de hotelgasten, voor de tweede ‘verblijvers’ én voor de bewoners.

Onze prioriteit is dat mensen zich veilig voelen. Veiligheid is het hoogste goed. Ik reis zeer veel en moet dikwijls vaststellen dat veiligheid elders bijlange niet zo goed is georganiseerd als bij ons.

 

Een gesprek met Henri Gutfreund, verantwoordelijke voor de synagoge
Hoe zit dat eigenlijk met de ’Joodse gemeenschap’ in Knokke bekeken vanuit Joodse bril?

Henri Gutfreund: Op het einde van de 19de eeuw, begin 20ste eeuw was de ’koningin der badsteden’ (Oostende) de grote trekpleister voor de leden van de Joodse gemeenschap, ook vanuit Engeland kwamen er heel wat vakantiegangers. Vanaf de jaren ‘50 kantelt dit echter en wordt de stad van Ensor stilaan voorbijgestreefd door het mondaine Knokke. In Knokke trekken vooral de Joodse hotels Motke en Dorchester een groot aantal Joodse vakantiegangers. Niet alleen uit België maar vooral ook uit Engeland. Om aan hun godsdienstige verplichtingen te kunnen voldoen worden in voornoemde kleine hotels gebedsplaatsen ingericht.
Na verloop van tijd volstaan deze kleine gebedsruimten niet meer en kunnen ze niet voldoen aan de groeiende behoefte van een georganiseerde en erkende gemeenschap.

Synagoge

Volgens Henri Gutfreund moet de huidige volwaardige synagoge in de Van Bunnenlaan er gekomen zijn twintig jaar vóór de definitieve goedkeuring. Op 10 december 1998, werd het Koninklijk Besluit van de erkenning van deze gemeenschap gepubliceerd en sindsdien leeft er in Knokke een vitale Joodse kern die praktisch het hele jaar actief is. De gebeden in de synagoge worden gezegd door de heer Daniël Klopmann. Deze synagoge werd door de Joodse mensen die hun vakanties in Knokke doorbrachten en nog altijd doorbrengen, zelf gekocht en ingericht.

Hoe evolueerde en evolueert deze gemeenschap aan zee?

Gutfreund: De Joodse hotels verdwenen al zo’n 30-tal jaar geleden. Ook de Engelse Joden lieten het afweten. Kortom de tijden veranderden. Veel bezoekers verkozen het huren van een appartement of een villa boven het hotel. Anderen vestigden hun tweede verblijf in Knokke. Ik vermoed dat er momenteel zo’n 100 families wonen. De diensten op zaterdag worden druk bezocht, maar vooral in de maand augustus is er zeer veel volk. We merken ook dat er momenteel meer mensen uit Parijs en het noorden van Frankrijk komen.

Doch groei zit er momenteel niet in. Vroeger kwamen er ook veel bezoekers uit Brussel, maar die families zijn praktisch allemaal verdwenen door de hoge leeftijd. Anderzijds is men in Brussel ook minder gelovig dan bij voorbeeld in Antwerpen. Vroeger was de verhouding Antwerpen-Brussel duidelijk fiftyfifty in Knokke. Misschien speelt vandaag ook de financiële crisis een rol?

Besluiten kunnen we echter met de tekst van het Centraal Israëlische Consistorie van België die stelt: “onze leden van de Joodse gemeenschap wachten allerminst op de zomer om naar Knokke te komen. De gezonde zeelucht, de prachtige stranden en wandelboulevards, het Zwin en de aangename ontspannen sfeer
van Knokke trekken steeds meer mensen aan – op feestdagen, tijdens de weekends en zelfs op weekdagen. In Knokke–het Zoute wonen, is al lang niet meer het voorrecht van een kleine elite die gebrek heeft aan jodium, zodat ook de Joodse aanwezigheid steeds verder kan groeien.

 

Hotel Motke

Tijdens onze voorbereiding vonden we deze tekst terug en citeren:

“Van het Joodse hotel Motke op de zeedijk was de officiële naam ‘Le Grand Hotel Knokke’. Later kwam in de kelder bij Motke een eetgelegenheid, een take-away die gerund werd door de echtelieden Niederman met wijlen reb Shloime Ganzgorin als mashgiach (de rituele opzichter). Moishe Steinmetz zou later zijn eerste culinaire stappen zetten in Knokke met een take-out en wafels. Hij nam de plaats van reb Shloime over.

Voor de Joodse Antwerpenaren was Motke the place to be! Het sabbat gebed vond plaats in een kleine, propvolle zaal achter de keukens, slechts via een labyrint van gangen te bereiken. Reb Fried verblijde zijn gebedsgenoten daar met zijn shalesshiedestoires, die zo zegt men, hij later in boekvorm heeft uitgegeven, en Herschel Fink zong zijn prachtige Jedid-nafesh lied Nafshi nafshi…”

 

Rony Boonen
Dit artikel verscheen in Joods Actueel van augustus 2009.

Tweet
Share
Share4
4 Shares