Van dispuut naar dialoog – toenadering Kerk en Jodendom

Joden kunnen zich niet makkelijk losmaken van een geschiedenis vol discriminatie, vervolging en gedwongen disputen. In de Middeleeuwen en vaak ook nog daarna moesten Joden nolens-volens (tegen hun wil) in discussie treden om hun geloof te verdedigen. Dit was ook zeer gevaarlijk en Joodse verdedigers lieten daarbij nogal eens het leven.

Rabbijn mr. drs. R. Evers

Gelukkig is de lucht na de encycliek van paus Paulus VI – Nostra Aetate – geklaard. Paus Johannes Paulus II heeft dit goed begrepen en verklaarde in 1997: “Eeuwen van vooroordelen en tegenstand hebben een diepe kloof geslagen, die de Kerk voortaan tracht op te vullen”. Op 26 maart 2000 stopte de Paus een briefje in de Klaagmuur met de tekst: “Wij zijn diepbedroefd door het gedrag van diegenen, die, in de loop van de geschiedenis, hen, die uw kinderen zijn, hebben doen lijden”.

Het katholicisme heeft het Jodendom vandaag geïncorporeerd. Jodendom is een van de pijlers van het christendom en als zodanig onmisbaar voor een goed begrip daarvan. Tijdens een bijeenkomst van de Pauselijke Bijbelcommissie zei Johannes Paulus II: “In werkelijkheid kan men het mysterie van Christus niet ten volle uitdrukken zonder een beroep te doen op het Oude Testament. Zo is Jezus een authentieke zoon van Israël geworden, die geworteld is in de lange geschiedenis van zijn volk”.

Sommige Joden weigeren het gesprek omdat men – bewust of onbewust – de bekeringsdrang vreest. Joden bekeren anderen niet maar evangeliseren is binnen het christendom een belangrijk gegeven.

 

Voorstander

Toch ben ik persoonlijk een groot voorstander van dialoog en ontmoeting. Ik onderschat de verschillen niet maar besef terdege, dat luisteren naar elkaar muren sloopt. In gesprek gaan betekent de ander erkennen als autonoom in eigen verantwoordelijkheid, en waarderen dat de ander anders is, de tegenstellingen binnenvoeren onder de paraplu van wederzijds vertrouwen. Extremisme past hier niet – van beide kanten. De dialoog is er alleen voor de gematigde geesten. Dialoog verrijkt en bevrucht over en weer. Ook de joodse traditie ziet de monotheïstische geloven als complementair. In de 12e eeuw schreef de befaamde Rabbi Jehoeda Halevi (1085-1140): “Christendom en de islam zijn een voorbereiding en een inleiding op de Messiaanse tijden, vrucht van de boom die zij uiteindelijk moeten erkennen als hun wortel, ook al misprijzen ze hem voor het ogenblik”.

De dertiende-eeuwse Franse Rabbi Menacheem Meïri gaat nog een stapje verder: “Degenen die de zeven wetten van Noach respecteren, dat wil zeggen zij die zich onthouden van de afgodendienst, die de G’ddelijke Naam niet lasteren, die niet stelen, geen incest bedrijven, die niet wreed zijn tegenover de dieren, en gerechtshoven hebben, genieten dezelfde rechten als de Joden. Hoeveel meer nog in onze dagen, nu de naties zich onderscheiden door hun godsdienst en door hun respect voor de godsdienst!”.

 

Bereik de mensheid

Om effectief te worden, zal de dialoog de massa’s moeten bereiken. Maar ook als dit niet binnen korte tijd haalbaar blijkt, zal het goede voorbeeld van de leiding uitstralen naar alle volgelingen. Eenheid in verscheidenheid moet het doel zijn. Geloof in het Opperwezen en bereidheid de naastenliefde uit te breiden naar alle wereldburgers zijn ons streven. Het gesprek zal meer body moeten krijgen door dagelijkse educatie in verdraagzaamheid en tolerantie.

 

Gemeenschappelijke bedreiging

De moderne bedreiging voor de grote wereldgodsdiensten is secularisatie aan de ene kant en racisme aan de andere kant. Wij leven allen nog in de nadagen van de Holocaust. Eigenlijk was het nazisme een opstand tegen de Bijbel en tegen de G’d van Avraham. Omdat het besefte, dat de gehechtheid aan de G’d van Abraham en de Hebreeuwse fundering in het hart van de westerse mens het werk waren van het christendom, had het nazisme de dubbele beslissing genomen de joden uit te roeien en het christendom buitenspel te zetten, om het Teutoonse heidendom nieuw leven in te blazen. Het nazi project is mislukt. Niettemin gaat het proces om de Bijbel te verwijderen uit het Westerse bewustzijn verder. We moeten samen werken om de invloed van de Hebreeuwse Bijbel op het menselijk hart te behouden. Daarvoor hebben we elkaar nodig.

De mens werd geschapen naar G’d’s evenbeeld. In de moderne wereld, die bol staat van vooroordeel en onrecht, vechten wij samen voor een wereld met respect, ook voor de zwakkeren. Als wij de rangen sluiten en dit oprecht willen, zullen binnen de kortste keren armoede, onrecht, racisme en sociale onrechtvaardigheid tot het verleden behoren. Wij blijven elkaar nodig hebben voor elkaars vervulling.

 

Rabbijnse visies

Tijdens een besloten bijeenkomst van enkele Europese Rabbijnen werd onlangs in dit kader de problematiek van het multiculturele Europa besproken. Opperrabbijn Jonathan Sacks beet de spits af met de mededeling dat wij verre moeten blijven van extremisten. We moeten ervoor zorgen dat de gematigde krachten meer in beeld komen. Hij vertelde vanuit zijn zeer brede ervaring gemerkt te hebben, dat niet-joden over het algemeen groot respect hebben voor joden die het jodendom serieus nemen en naleven. “Toen ik gevraagd werd voor de processie bij de begrafenis van prinses Diana weigerde ik achter het kruis aan te lopen. Het gevolg was dat de ik vóór het kruis uitliep aan het hoofd van de processie”.

 

Halachische aspecten

Opperrabbijn Pinchas Goldschmidt uit Moskou ging in halachische zin in op de dialoog. Het christendom gelooft in de G’ddelijkheid van de Thora, de islam niet. In de interreligieuze dialoog met de christenen kunnen drie perioden worden onderscheiden. In de tijd van de Talmoed ging het voornamelijk om de vraag hoe de Thora moet worden geïnterpreteerd. In een responsum (149) schrijft Maimonides dat een interreligieuze dialoog met christenen mogelijk is, omdat zij geloven in de Thora. We hebben dus een gemeenschappelijke tekst, hoewel er uiteraard zeer veel meningsverschil is over de interpretatie daarvan. Met de islam, zegt Maimonides, is het veel moeilijker, omdat zij de Thora niet erkennen. Zij stellen dat alles wat met Jitschak gebeurde in feite met Jisjma’eel gebeurde. De offerande van Jitschak was die van Jisjma’eel.

De Moskouse Opperrabbijn onderscheidde drie perioden van dialoog. In de tijd van de Talmoed werd met vroege christenen voornamelijk gedebatteerd over de uitleg van Tenach. In de tweede periode – vanaf de Middeleeuwen tot de Tweede Wereldoorlog – waren de dialogen ongelijk en gedwongen. Vaak moest er gediscussieerd worden in de aanwezigheid van een christenkoning. Het resultaat was meestal dat de rabbijnen zich na de dialoog moesten laten dopen. Er was niets te winnen bij deze dialoog, die voornamelijk een bekeerinstrument in de handen van de kerk was. Maar na de Holocaust benaderde de rooms-katholieke kerk de joden voor een dialoog. Rabbi Mosje Feinstein (2:3:43) zag het als een valstrik en verbood het. Hij vreesde voor een verborgen agenda bij de uitnodiging van de paus in het ‘Nostre Aetate’. Maar Rabbi J.B. Soloveitchik, de Rosj Jesjiva van de Yeshiva University, publiceerde in 1964 in ‘Tradition’ een artikel ‘Confrontation’.

 

Theologische dialoog zinloos

Hij gaat ervan uit dat het G’dsbegrip verschilt en dat religieuze gevoelens niet goed communiceerbaar zijn. Bovendien is het een ongelijke strijd: de christenen hebben een enorme aanhang, terwijl het Jodendom maar twaalf tot zestien miljoen zielen telt. Een theologische dialoog heeft daarom geen zin. Maar aan de andere kant stelt hij, dat wij het gesprek niet uit de weg moeten gaan, wanneer het joodse volk als onafhankelijke eenheid erkend wordt en wij er van onze kant niet op uit zijn de theologische doctrines van het christendom te veranderen. Wanneer het antisemitisme wordt verworpen, de godsmoord wordt ontkend, de staat Israël wordt erkend en er geen evangelisatie meer richting de joden zal plaatsvinden, is een gesprek mogelijk. Sommige leiders van het Vaticaan hebben zelfs publiekelijk verklaard dat de joden zich niet hoeven te bekeren. De veranderingen tijdens het Tweede Vaticaans Concilie kwamen van binnenuit en waren niet ingegeven door onderhandelingen. Opperrabbijn Goldschmidt stelde dat we geen verschil moeten maken tussen ‘interface’ en ‘outerface’. We moeten trots zijn op onze eigen traditie en aan onze eigen geloofsprincipes trouw blijven.

Bereidheid te luisteren

Dr. Michael Weninger, politiek adviseur van de Europese Commissie, die vroeger de katholieke ambassadeur van Oostenrijk bij het Vaticaan was, hield ook een speech. Hij wilde duidelijk onderscheid maken tussen interculturele en interreligieuze dialoog. Er moet minimaal een bereidheid bestaan bij beide partijen om naar elkaar te luisteren en dat is vaak niet oprecht. Dan moet er de mogelijkheid zijn voor theologische discussie. Sinds de secularisatie is er geen religieuze kennis meer in brede kring. Het allerbelangrijkste vond hij dat er respect tussen de geloven was. Opperrabbijn Goldschmidt zegt dat er met de moslims geen echte theologische discussie aan de gang is. Het gaat voornamelijk om de vraag wat er de afgelopen zestig jaar gebeurd is. Moslims maakten van een geografisch conflict een religieus conflict. Hierdoor moeten alle gelovige moslims tegen Israël zijn, hetgeen tot een explosieve situatie leidt.

 

Bijdrage

De rooms-katholieke Dr. Weninger benadrukte dat de joden de langste bijdrage hebben aan de Europese civilisatie. Het zijn nog steeds dynamische, succesvolle gemeenschappen, die zowel economisch als intellectueel vooraan staan. Dokters, juristen, financiers, Nobelprijswinnaars behoren tot onze oudste Joodse voorbeelden van Europese snit. Hij benadrukte dat Joden altijd de bruggenbouwers waren van het verleden naar de toekomst. Juist het Jodendom versterkt de Europese waarden. Europa moet zijn basis vinden in wederzijds respect en waardigheid. Dat is de rol van de rabbijnen in het nieuwe Europa. De joden waren de eersten die Engeland, dat slechts één geloof kende, verrasten met een totaal andere geloofspraktijk. Rabbijnen moeten het spirituele leiderschap op zich nemen en geen zwijgende minderheid vormen.

 

Antisemitisch virus

Opperrabbijn Jonathan Sacks noemde het antisemitisme een virus. Het maakt niet uit of we nu rijk zijn of arm, of we alles beheersen of slechts parasieten zijn. Het virus weet het immuunsysteem te doorbreken en muteert. Er zijn vier mutaties van het antisemitisme. In de Hellenistische periode was men gewoon tegen alles wat niet Grieks was: `nothing personal’. Men attaqueerde joden omdat ze niet meegingen in de Griekse levensstijl. Het christendom was de tweede mutatie. Jezus moest erkend worden. In deze periode ontstond het religieuze anti-judaïsme. In 1096 veranderde het Christendom in een gemeenschap van vervolgers. Na de Franse Revolutie van 1789 ontstond er de pseudo-wetenschap van de rassenverschillen, met begrippen als ‘Volksgeist’. Het sociale darwinisme leerde, dat de sterkeren moesten overwinnen door het doden van de zwakkeren. Sinds 1948 is er het religieuze antizionisme. Israël heeft geen bestaansrecht en is verantwoordelijk voor al het kwaad in de wereld. Er zijn 56 islamitische staten, 82 christelijke staten. Waarom is er nog een joodse staat nodig?

Als laatste vertelde de Engelse Opperrabbijn dat ook persoonlijke vriendschappen bijzonder belangrijk zijn. De aartsbisschop van Canterbury komt op voor de Palestijnen. Toch is hij zijn persoonlijke vriend. Omdat hij Hebreeuws kan lezen en een muzikaal talent is, kon hij aan de Sjabbat-tafel van de Opperrabbijn de zemirot (Sjabbatzangen) meezingen.

 

Rabbijn Evers studeerde fiscaal recht en klinische psychologie in Amsterdam. In 1989 ontving hij rabbinale bevoegdheid (semichah) van tien verschillende vooraanstaande autoriteiten, waaronder rabbijn Moshe Halberstam (van -Tschakave) van de . Hij is thans rabbijn van de Joodse gemeente van Rotterdam, en ook actief bij de joodse gemeenten van Amstedam en het NIK (de overkoepelende organisatie van Joodse Gemeenten in Nederland).

 

dit artikel is eerder verschenen in Joods Actueel magazine – voor een abonnement, klik hier

 

 

 

Tweet
Share
Share
0 Shares