Portret van baron Georges Schnek

De Joodse gemeenschap in ons land rouwt om het heengaan van een bijzonder markante persoon die bij zowel Joden als niet-Joden zeer geliefd was, baron Georges Schnek die vorige maand op 88-jarige leeftijd overleed in Elsene.

Tekst Geert Versyck

Volstrekt onmogelijk is het binnen het bestek van dit artikel om het leven te schetsen van deze oorlogsheld, professor en bemiddelaar die in zijn leven overladen werd met onderscheidingen: de Franse medaille van Weerstander, Officier en later Commandeur in de Orde van Leopold, Grootofficier in de Orde van Leopold II, Ridder in de Ordre National de la Légion d’Honneur en natuurlijk ook baron – om maar de bekendste aan te halen. Dat deze onderscheidingen meer dan verdiend waren, moge blijken uit volgend, al te beknopt overzicht:

Georges Arthur Schnek wordt geboren op 22 juli 1924. Zijn ouders zijn Russische vluchtelingen die in Brussel neerstrijken. Zijn lagere school volgt hij in onze hoofdstad. Tot in 1940 volgt hij er eveneens middelbare studies in de richting Latijn-Grieks. Wanneer de oorlog uitbreekt, vertrekt de jonge student naar Frankrijk waar hij als vluchteling niettemin in juli 1942 zijn baccalauréat behaalt aan het lyceum Ingres de Montauban.

In oktober 1942 schrijft hij zich in het Institut de Chimie de Toulouse in, maar wordt door de Vichy wet, over de numerus clausus van Joden aan universiteiten, uitgesloten. De student raakt al snel bij het verzet betrokken. Hij neemt deel aan gewapende acties, helpt duizenden Joodse kinderen naar Zwitserland ontkomen en leidt een heus laboratorium waar identiteitspapieren worden vervalst. In februari 1943 wordt hij gearresteerd te Annemasse en tot vijftien dagen gevangenis veroordeeld door een rechtbank in Saint-Julien-en-Genevois.

Na zijn gevangenisstraf belandt hij in een werkkamp nabij Annecy. Hij weet te ontvluchten en trekt naar Grenoble. Op 20 maart 1943 arriveert hij daar en sluit zich bij de Mouvement de Jeunesse Sioniste (MJS) en de Organisation Juive de Combat (OJC) aan, waarvan hij omwille van zijn kwaliteiten snel de leidsman wordt.

“In het weekend trokken wij ons terug in chalet ‘Les Michelons’ nabij Saint-Nizier”, herinnerde hij zich later, “waar we ons gedurende vele lange avonden in het Jodendom verdiepten en discussieerden over hoe een Joodse staat zou kunnen gerealiseerd worden. Onze studie van het Jodendom en het Hebreeuws was evenzeer een daad van verzet tegen de barbarij”.

Ondanks de drukke en gevaarlijke activiteiten, behaalt Schnek in 1945, in Grenoble, onder valse papieren, een hoger diploma in algemene scheikunde. Na de oorlog keert hij naar Brussel terug waar hij in 1947 ingenieur scheikunde wordt. Hij vindt de tijd om Joodse studenten te verenigen in het Comité de l’Union des Etudiants Juifs de Belgique en wordt lid van het directiecomité van de Union Mondiale des Etudiants Juifs.

Vele jaren later zal André Gantman hem opvolgen. “Als jonge rechtenstudent werd ik bij hem ontboden”, herinnert Gantman zich. “Ik was geïmponeerd door de professor. L’important c’est l’engagement, het zijn woorden die ik nooit zal vergeten”.

“Professor Schnek benadrukte dat wij, van de naoorlogse generatie, geprivilegieerd waren. Jullie kunnen zich niet realiseren hoe wij moreel geraakt uit de oorlog zijn gekomen, vertrouwde hij ons in een openhartig gesprek toe”.

Geraakt, maar niet gekraakt. Van oktober 1947 tot oktober 1951 trekt Schnek opnieuw naar Parijs om er aan de Sorbonne in de biochemie te doctoreren onder leiding van de bekende professor Fromageot. In Frankrijk helpt hij de lokale unie van Joodse-Franse studenten uit de grond te stampen. Hij legt zich ook toe op sociale activiteiten: het toekennen van studiebeurzen aan onvermogende studenten en het organiseren van Europese ontmoetingsdagen voor Joodse studenten.

Tot 1964 werkt hij als assistent aan de ULB in de Faculteit Wetenschappen om er vervolgens professor te worden. Vanaf 1964 zullen ontelbare studenten geneeskunde zijn lessen chemie en biochemie volgen. Zijn activiteiten als docent staan vooraanstaand wetenschappelijk onderzoek niet in de weg. Zo werkt hij aan het Californian Institute of Technology nauw samen met Linus Pauling, tweevoudig winnaar van de Nobelprijs. Hij ontwikkelt technieken om de structuur van proteïnen te decoderen. Prof. dr. Georges Schnek is onder meer gastprofessor aan de Universiteit van Thessalonica in Griekenland, aan de Université de Paris en aan het Max Planck Institut te Munchen. Hij organiseert internationale studiedagen rond enzymen, hemoglobine en celveroudering.

Onvermoeibaar zet hij zich, naast zijn wetenschappelijke en pedagogische carrière in voor het samenbrengen en verdedigen van (Joodse) mensen. Zo bekommert hij zich halfweg de jaren 1980 om het lot van Joods-Russische geleerden, zoals professor Brailovski die in de toenmalige USSR, worden uitgesloten van de wetenschapsfaculteit. Zijn eigen ervaring met de numerus clausus tijdens het Vichy-regime is hier ongetwijfeld niet vreemd aan.

Van 1982 tot 2000 is professor Schnek voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België. Onder zijn bezielende leiding wordt voortdurend gepoogd de verstandhouding tussen de diverse Joodse denominaties te verbeteren. Georges Schnek is eveneens voorvechter van de interreligieuze dialoog. Vooral voor de verbetering van de relaties tussen Joden en katholieken toont hij een tomeloze inzet. In 2001 nog neemt hij als Belgisch vertegenwoordiger deel aan een belangrijke conferentie in New York van de International Catholic-Jewish Liaison Committee.

Als verzetsheld blijft hij gans zijn leven van zijn oorlogsjaren getuigen. Dat de Karmelietenorde een klooster in Auschwitz sticht, is hem ondanks zijn tolerante ingesteldheid, een doorn in het oog. “Samen met Markus Pardès, toen voorzitter van het CCOJB, Theo Klein van het Franse Centrale Consistorie van Joodse Gemeenschappen en andere vooraanstaanden, ijverde hij onverdroten voor het sluiten van dit klooster”, zo herinnert zich Danielle Sansoglou van het Consistorie die jarenlang nauw samenwerkte met de betreurde professor. “In dezelfde geest stichtte hij in 1993 het comité ‘sauvegarde d’Auschwitz-Birkenau’ samen met Lazard Perez, Maurice Pioro, Paul Halter en Henri Goldberg”.

Evenmin onvermeld, kan zijn engagement blijven voor het Joods Museum te Brussel dat onder zijn initiatief tot een belangrijke culturele instelling uitgroeide. Tot op hoge leeftijd en met een reeds wankele gezondheid bleef professor Schnek actief. In november 2011 was hij nog te gast bij de Brusselse omroep Radio Judaica, waar hij opnieuw het belang van engagement onderstreepte. De drijfveer in zijn leven, zo verklaarde hij, was de Joodse morele grondslag, reeds verwoord door rabbi Hillel duizenden jaren geleden: “Heb uw naaste lief, net als uzelf”.

In Mozarts opera Die Zauberflöte krijgt Sarastro de vraag of Tamino wel lid kan worden van hun broederschap. Tamino is tenslotte een prins. Het antwoord van Sarastro is even beklijvend van toepassing op ridder, dokter, professor, baron Georges Arthur Schnek: “Mehr noch ‒ Er ist Mensch”.

Boodschap van premier Di Rupo uitgesproken bij de begrafenis

Dames en heren,

De Belgisch-Joodse gemeenschap verliest één van zijn meest eminente en boeiende vertegenwoordigers. Georges Schnek hield niet op om mensen samen te brengen en de verstandhouding onder allen te bevorderen. Ik herdenk hem als een zeer doordacht iemand, genereus en trouw in zijn vele engagementen.

In zijn jeugd was hij verzetsstrijder, later torste hij de zwaarste last: die van de herinnering aan de Shoah. Tot op het einde werkte hij aan het doorgeven van die herinnering. Hij geloofde in de kracht van het getuigenis en ook in de opvoeding en bewustmaking tegen alle vormen van haat.

Kort na zijn heengaan gebeurde in Toulouse een afschuwelijke, antisemitische misdaad. Drie kinderen en één volwassene werden brutaal vermoord, enkel en alleen omdat ze Joods waren. Dat gebeurde deze week, in 2012 in het hart van Europa. Toch hebben we dit drama niet nodig om overtuigd te zijn van het belang van het gevecht tegen het antisemitisme. Het toont enkel aan dat Georges Schnek en allen die zijn stem volgden er alle reden toe hadden om waakzaam te blijven.

Als wijs en ervaren mens heeft Georges Schnek zelfs de allerjongsten opgeroepen tot waakzaamheid. Een groots geweten heeft ons verlaten en het verlies is onherstelbaar. Het noopt ons de fakkel over te nemen die Georges Schnek ons heeft nagelaten. Dat is de beste manier om hem hulde te bewijzen. In naam van de regering, bied ik zijn nabestaanden en alle leden van de Joodse gemeenschap mijn oprechte gevoelens van medeleven aan.

Ik dank u voor uw aandacht.

Deze tekst werd voorgelezen door professor Julien Klener, voorzitter van het Consistorie

Jo Hanssens, voorzitter van Pax Christi stuurde ons naar aanleiding van het overlijden volgend bericht

Bij het overlijden van Georges Schnek, voorzitter van het Joods Museum van België

Pax Christi Vlaanderen heeft haar deelneming aangeboden aan het bestuur van het Joods Museum van België naar aanleiding van het overlijden van hun voorzitter Baron Georges Schnek. Voorheen was hij ook voorzitter geweest van het Centraal Israëlitisch Consistorie in België. Het Joods Museum van België in de Miniemenstraat 21, dicht bij de Zavel, te Brussel is onder impuls van Georges Schnek meer en meer uitgegroeid tot een boeiende plaats om de cultuur en de geschiedenis van de Joodse Gemeenschap in ons land en ook daarbuiten beter te leren kennen.

Tijdens een ontmoeting met Jo Hanssens, enkele jaren geleden, herinnerde Georges Schnek zich hoe zijn ouders bij het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Montauban in Zuid-West Frankrijk waren gevlucht. Mgr Pierre-Marie Théas was er toen hulpbisschop en had de christenen uitdrukkelijk opgeroepen om de Joodse medeburgers in bescherming te nemen tegen de nazi-terreur. Bisschop Théas werd daarvoor in 1944 zelfs gevangen genomen door de Gestapo. Hij werd in 1945 medestichter van onze Pax Christi – beweging. Georges Schnek herinnerde zich in ditzelfde gesprek een ontmoeting met bisschop Théas die hij een man uit de duizend noemde.

Pax Christi zal de gedachtenis aan Baron Georges Schnek steeds in ere houden.

Tweet
Share
Share1
1 Shares