Bart De Wever lardeert chanoekaspeech met witz

Bart De Wever was gisteren eregast bij het aansteken van de chanoekakandelaar in de Stadsfeestzaal van Antwerpen. De toekomstige burgemeester werd uitgenodigd door de orthodoxe Chabadvereniging. Hij kruidde zijn gelegenheidstoespraak met een typisch Joodse grap, een Jiddische Witz, die de nieuwe burgervader van rabbijn Slavaticki van Chabad had gehoord.

Andere politici die het lichtfeestevenement in het Antwerpse shoppingcentrum bijwoonden waren schepen Philip Heylen en Ludo Van Campenhout. Ook toekomstig schepen Nabilla Ait-Daoud en kersvers N-VA fractieleider van Antwerpen André Gantman, tekenden present. Opvallende afwezigen waren de Antwerpse liberalen die nochtans evengoed een uitnodiging hadden gekregen, aldus de organisatie.

Hier volgt de toespraak van Bart De Wever

Beste vrienden,

De Chabad-beweging bestaat in Antwerpen bijna 30 jaar en is, onder het leiderschap van Rabbijn SLAVATICKI, uitgegroeid tot een beweging die op vele vlakken bijdraagt aan de maatschappij in zijn geheel. Een beweging die tal van activiteiten organiseert. Activiteiten die openstaan voor jong en oud, joods en niet-joods. Een beweging die in de eerste plaats toegankelijke informatie wil verschaffen over het jodendom. Volwassenenonderwijs, thematische conferenties, een voor het publiek toegankelijke bibliotheek, sociale zorg, een anonieme hulplijn en een actieve jeugdbeweging met een groots zomerkamp zijn slechts enkele van de activiteiten van Chabad Antwerpen. Op die manier wil Chabad Antwerpen meewerken aan het bevorderen van de integratie en het samenleven in Antwerpen.

Als burgervader kan ik de veelzijdigheid en de werkkracht van Chabad Antwerpen alleen maar toejuichen. Het is een streefdoel dat wij als stadsbestuur evenzeer betrachten. Verenigingen die vanuit de basis hun steentje bijdragen aan het uitbouwen van een veelzijdige stadsgemeenschap, waar respect heerst voor ieders eigenheid, daarvoor wil ik mijn dank uitspreken aan de medewerkers en vrijwilligers van Chabad Antwerpen.

Het Licht der Feesten is een gepaste gelegenheid om die dankbaarheid van de stad te benadrukken. Het kruikje olie dat acht dagen in plaats van één dag bleef branden illustreert op treffende wijze waar de Chabad-beweging voor staat. Het symboliseert het meest innerlijke van de mens, dat nooit kan worden ontwijdt en dat, mits het nodige zoekwerk en bereidheid tot introspectie, altijd aanleiding geeft voor een eeuwig spiritueel licht. Dit verheven resultaat vindt zijn oorsprong in twee – op het eerste zicht tegenstrijdige – eigenschappen van olie:

Enerzijds kenmerkt olie zich doordat het zich niet met andere vloeistoffen laat mengen – het behoudt zijn eigenheid en zal ondanks verwoede pogingen om het te vermengen uiteindelijk aan de oppervlakte komen en bovenop andere vloeistoffen drijven.

Anderzijds wordt olie gekenmerkt door de sterke indringing. We weten allemaal hoe moeilijk het is om olie op onze handen of kledij te verwijderen. Iedere garagist en mecanicien weet dat je zonder olie geen enkele motor kan onderhouden, precies omdat het tot in de diepste raderen doordringt. De combinatie van deze twee elementen, behoud van eigenheid gecombineerd met verbondenheid met de wereld die ons omringt, is wat het chanoekawonder ons leert.

Rabbijn Slavaticki vertelde mij in dit verband een treffende ‘witz’, zoals dat zo mooi heet:

Er was eens een arme jood die twee dochters had. Toen de oudste de leeftijd bereikte om te huwen, maakte hij zich grote zorgen hoe hij een en ander zou bekostigen. Hij sprak erover met zijn vrouw en zij adviseerde hem een brief te schrijven aan God met het verzoek hem uit de nood te helpen. Aldus geschiedde. Hij schreef een eerbiedwaardige brief, maakte een onderscheid tussen de diverse posten waarvoor hij geld nodig had – in totaal 50.000 roebel – en stak het in een enveloppe waarop hij ‘God’ schreef, zonder adres of postzegel, en stak de omslag in de postbus. Bij het legen van de postbus wist de postbeambte niet meteen wat hij met die brief doen moest. Omdat hij echter had gehoord dat een zekere baron de Rotschild een grote weldoener was, stuurde hij de brief naar hem. Bij het lezen van de brief was baron de Rotschild sterk onder de indruk van de hoop en het vertrouwen die de afzender in de Almachtige betoonde. Hij overliep de diverse posten en na hier en daar iets te hebben afgetrokken, instrueerde hij zijn secretaris om de man een cheque van 40.000 roebel te sturen.

De man en zijn vrouw waren uiteraard bijzonder gelukkig dat het huwelijk kon plaatsvinden, weliswaar met 40.000 in plaats van 50.000 roebel. Een paar jaar later stelde zich hetzelfde probleem met de jongste dochter. De man wist niet goed wat doen, en zijn vrouw raadde hem aan om gewoon eenzelfde brief naar God te sturen. En zo geschiedde. En weer vond de brief met de bede voor 50.000 roebel zijn weg naar baron de Rotschild. Deze herinnerde zich meteen zijn vorige gulle gift en tijdens het lezen van de eerste regels was hij nogal misnoegd. Zeker omdat hij niet voor het vorige huwelijk was uitgenodigd en zelfs geen dankwoordje had ontvangen. Nors beval hij zijn secretaris geen roebel op te sturen, maar toch bleef de baron voortlezen. Toen hij ook het post scriptum onderaan had gelezen, fleurde hij plots helemaal op en beval zijn secretaris om de man de volle 50.000 roebel te sturen. Wat stond er in die P.S.: “Lieve God, wanneer U mij deze keer geld stuurt, doe het dan niet via de baron de Rotschild, want hij houdt er 20% van af.”

Deze grap toont aan hoe baron de Rotschild zijn positie aanwendde in het belang van zijn medemens, ook wanneer dit niet meteen in de lijn lag van zijn eigen belangen. Niet zichzelf, maar het beste van zichzelf tot uiting laten komen – dat innerlijke kruikje olie – was hetgeen waardoor hij gedreven werd. In dezelfde mate moeten we trachten dagelijks van een dergelijke houding blijk te geven en bij te dragen aan onze medemens en de samenleving in zijn geheel.

Ik hoop dat Chabad-Antwerpen – en met hen alle Antwerpenaren – deze boodschap nog lang mogen uitdragen.

Ik dank u.

Tweet
Share
Share
0 Shares