Boekrecensie: ‘Het recht op terugkeer’ van Leon De Winter

De nieuwe roman van Leon De Winter, die zich voor het grootste deel afspeelt in het Israël van 2024, is in de eerste plaats een spannend verhaal.

De titel is wel eerder iets wat je verwacht bij een manifest. De Winter staat in sommige kringen bekend als Palestijnen- basher en inderdaad zijn bij hem toon en formuleringen vaak rabiaat, maar als je daar doorheen kijkt, treft juist zijn realisme inzake Israël. Hij gelooft merkbaar niet in een oplossing van het Midden-Oosten conflict. Steeds weer komt hij met feiten aan waarmee hij de ideologen bestrijdt die de werkelijkheid daar naar hun eigen hand willen zetten.

Spannend dus als deze gedreven auteur zich binnen het kader van een roman waagt aan zo een met emoties omgeven onderwerp. Via de titel Het Recht op terugkeer haalt hij direct het recht binnen van het Joodse volk om terug te keren naar hun land van herkomst. Maar de Winter gaat verder. De roman speelt zich grotendeels af in het jaar 2024 in Israël te Tel Aviv.

Daarmee gaat de gedachte vanzelf naar een ‘what if-roman’ over het Israël van 2024, waarin de Palestijnen massaal gebruik hebben gemaakt van hun recht op terugkeer. Zo’n type verhaal geeft rijk materiaal aan een romancier: óf je herschrijft de geschiedenis óf je ontvouwt een visionair toekomstscenario. Toch geeft de Winter zijn personages alle ruimte binnen het spannende verhaal dat Het recht op terugkeer biedt. Als steeds jongleert hij met ruimte en tijd: we schakelen terug door heden, verleden en toekomst (van 2004 tot 2024) én zwerven over de continenten van Israël naar de Verenigde Staten en Afghanistan via Amsterdam naar Rusland.

Proloog 2024
In de proloog maken we kennis met de 53-jarige ambulanceverpleger Bram (Abraham) Mannheim, die ooit als adolescent vanuit Nederland naar Israël geëmigreerd is. Samen met de 24-jarige Ikki Peisman, die na een zelfmoordaanslag in 2019 met een kunstbeen en een kunstarm is uitgerust, runt hij een bureautje, ‘De Bank’, dat verdwenen Joodse kinderen opspoort. Het zijn veelal uit Israël ontvoerde kinderen die nu aan ‘de andere kant’ als moslim leven. Bij hun werk kunnen ze beroep doen op een netwerk van informanten aan ‘die andere kant’, lees de steeds in omvang toenemende Palestijnse gebieden. Plaats van handeling is Tel Aviv. Israël is in 2024 teruggedrongen tot het formaat van een kleine stadsstaat. Jeruzalem is prijsgegeven aan de Palestijnen. Iedereen die weg kon komen is weg, velen naar het rijke Rusland van Poetin.

Gebleven zijn de oude mensen, wat verstokte idealisten en zij met een strafblad. Het is een afstervende staat, die zich probeert te beschermen met een hoge muur en DNA- controle op Joodse genen bij de grensposten. Arabisch DNA komt niet door de sluis. ‘Chicken Wings’, superhelikopters, scannen van bovenaf de identiteit van passanten op straat. Al deze beveiligingsmechanismen moeten de Israëli’s beschermen tegen terreuraanslagen.

Tel Aviv 2004
Amper begonnen met zijn verhaal zet De Winter een forse stap terug in de tijd. In het eerste hoofdstuk zien we Bram aan het werk als een gematigd vredesactivist en hoogleraar geschiedenis van het Midden-Oosten. Hij is de zoon van een autoritaire Nobelprijswinnaar Chemie, Hartog Mannheim. Precisie is het sleutelbegrip in het leven van Hartog. Hij leeft om te werken. Maar Hartog is niet alleen een wereldberoemd biochemicus en pathologisch perfectionist, hij is ook een aartsvrek. De verhouding tussen vader en zoon is verwrongen, maar ook eerbiedig. De exacte wetenschapper ziet in zijn zoon ‘een halfgare dromer die zich in de overgeleverde grapjes van het verleden heeft verloren.’

Als Hartog zijn zoon iets opdraagt, voert Bram die taak nauwgezet uit, zoals wanneer hij hem het hondje Hendrikus opsolfert.

Bram wordt bruusk met zijn gehechtheid aan Israël geconfronteerd wanneer hij een aanbod krijgt om in Princeton te doceren. Aanvankelijk slaat hij het aanbod af, want ‘ helemaal zuiver en schoon was een vertrek uit Israël nooit.’ Na een overval, waarbij hij er maar op het nippertje in slaagt zijn belagers te verjagen, kantelt zijn besluit. Samen met zijn vrouw Rachel, een bloedmooie Jodin van Indiase afkomst met een Bollywoodverleden, en zijn pasgeboren zoon Bennie, vertrekt hij naar de Verenigde Staten.

Princeton 2008
In Princeton kan Bram maar moeilijk zijn draai vinden. Hij laat zich een vervallen landhuis uit 1828 aansmeren, dat in de loop van twee eeuwen uitgegroeid is tot een labyrint van gangen en kamers. Een vijfjarenplan om hiervan een bewoonbaar huis te maken is dan ook geen overbodige luxe. Bennie, intussen vier jaar, is een fel en uitbundig kind, bezeten door wapentuig. In een moment van onoplettendheid, tijdens de afwezigheid van Rachel die haar vader in Tel Aviv wil gaan verrassen op zijn 65-ste verjaardag, ontglipt Bennie aan Brams toezicht. De verdwijning – ontvoering – is onverklaarbaar en betekent ook de breuk met Rachel, die hem het gebeurde niet kan vergeven. Bram verzeilt in een lange, redeloze zwalproute door de VS. Hij klampt zich vast aan een vorm van cijferfetisjisme (cirkelend rond 22.8.2008, de dag dat Bennie verdween) om de jongen op het spoor te komen. Zijn bezetenheid neemt allengs de vorm aan van paranoia. Vader Hartog vindt hem uiteindelijk terug in 2010 in Santa Monica, California, levend als een zwerver en neemt hem mee terug naar Tel Aviv.

Tel Aviv 2012
Bram woont bij diens vader in diens flat in Tel Aviv. Hij slikt nog altijd medicijnen die zijn stemmingen stabiliseren, maar hij heeft nog steeds de kracht niet om zijn academisch werk te hervatten. Twee jaar lang gaat hij op zoek naarinzichten’ omdat hij met de betekenisloosheid van de verdwijning van zijn zoon niet kan leven. In plaats van te bidden zit hij uren achter zijn computer in de rotsvaste overtuiging dat hij op een dag zal ontdekken wat er op 28-8-2008 is gebeurd. Zelf noemt Bram het zijn queeste, zijn heilige tocht, die hem uiteindelijk dan toch op het spoor zal zetten van de ‘pedofiele dader.’

Terug naar af. Tel Aviv 2024
Zoals we reeds weten uit de Proloog heeft Bram de draad van zijn leven weer opgenomen als ambulancier en zet hij zich in voor vermiste kinderen. Bram verzorgt ook zijn dementerende hoogbejaarde vader. Hij vindt troost bij Eva, een betaalde liefde die later omslaat in wederzijdse hartstocht. Overigens blijkt zij ook getekend door de verdwijning van een kind. Maar Eva wil herbeginnen en met Bram naar Rusland emigreren.

Na de zoveelste zelfmoordaanslag met een hoogst verontrustende dader ’een Jood die zich opblaast bij een controlepost waar Joden dienstdoen?’ beseft Bram dat zijn zoon nog leeft. Hij is nu een staatsgevaarlijke moslimterrorist die elk moment een niets- of niemand ontziende zelfmoordaanslag kan plegen. Bram wordt ingezet om in Amsterdam als lokaas te dienen voor de arrestatie van zijn eigen zoon, waarmee hij hem paradoxaal genoeg ook het leven redt. Hijzelf kiest voor Eva en Rusland, klaar voor een nieuw vaderschap.

Het recht op terugkeer is ideologisch een waarlijk polyfone roman. De auteur laat duiven en haviken aan het woord, voormalige duiven die nu haviken zijn en Arabieren. Het is geheel aan de lezer om zijn eigen mening te vormen, al duwen de beschreven decors hem voorzichtig in de richting van ‘Realpolitik’. De dreiging van de apocalyps is alom tegenwoordig en de oerinstincten worden tot het uiterste gedreven.

Angst is de belangrijkste emotie in dit boek. De personages ontsnappen meermaals aan grote gevaren. Ze overleven opdat het noodlot hen nadien nog erger zou kunnen treffen.

Blinde paniek, opluchting en ontreddering wisselen elkaar af. Tegenover de angst wordt het vaderschap gesteld: de vader moet bescherming bieden en, als dat niet lukt, wraak nemen. Het is een pleidooi voor het recht om je geliefden te verdedigen. Geen handel in angst maar in liefde, waardoor dit boek moeiteloos het niveau van een thriller overstijgt.

Het recht op terugkeer vraagt enige bezinkingstijd en laat zich op verschillende niveaus lezen. Terugkeren, vertrekken of blijven in een staat die, volgens de auteur, in 2024 nog maar een voorschoot groot is? Hoe zinvol is een beloofd land waar angst alomtegenwoordig is?

Deze dilemma’s weet De Winter op een meesterlijke wijze scherp te stellen!

Leon De Winter,Het recht op terugkeer,
Uitgeverij: De Bezige Bij, Amsterdam, 2008, 457 pp.
ISBN 978 90 234 14469

Recensie door Sonja De Schaepdryver

Tweet
Share
Share
0 Shares