Washington Post editoriaal: Erdogan verantwoordelijk voor fiasco Gaza-vloot

Editoriaal in The Washington Post, klik om naar origineel te gaan

Westerse regeringen zijn terecht bezorgd over de slechte inschatting van Israël inzake het Free Gaza-flottielje. Maar ze moeten minstens even bezorgd zijn over de Turkse regering van Recep Tayyip Erdogan, waarvan sinds maandag is gebleken dat ze sympathie heeft voor islamitische militanten en een voorliefde voor groteske demagogie ten opzichte van Israël; eigenlijk onaanvaardbaar voor een lid van de NAVO.

De Turkse ambassadeur stelt dat Israël geen reden had om de “Europese wetgevers, journalisten, ondernemers en een 86-jarige overlevende van de Holocaust”, allen aan boord van de vloot, tegen de schenen te stampen. Er deden zich echter geen problemen voor met dat soort mensen, en ook niet met vijf van de zes boten. Al het geweld deed zich voor aan boord van de Turkse ferry Mavi Marmara, en alle mensen die werden gedood waren leden of vrijwilligers van de islamitische ‘liefdadigheidsinstelling’ die eigenaar is van het schip, de Humanitarian Relief Foundation (IHH).

Erdogan

De connectie tussen de overheid van Erdogan en de IHH moet de basis uitmaken van een internationaal onderzoek inzake het incident. De stichting is lid van de ‘Union of Good’, een coalitie die werd gevormd om materiële steun te geven aan Hamas, en die in 2008 door de VS een terroristische entiteit werd genoemd. In discussies die voorafgingen aan het vertrek van de vloot sloegen Turkse ambtenaren aanbiedingen van zowel Israël als Egypte af om de ‘humanitaire’ bevoorrading op de boten in Gaza af te leveren, en ze bleven beweren dat Ankara geen controle kon hebben over wat zij omschreven als een niet-gouvernementele organisatie.

Maar de IHH heeft zeker zijn best gedaan om Erdogan te promoten. “Alle volkeren van de islamitische wereld zouden een leider als Recep Tayyip Erdogan willen hebben,” verkondigde IHH-chef Bulent Yildirim vorig jaar tijdens een Hamas-rally in Gaza. En Erdogan lijkt het eens te zijn met deze stelling: sinds het incident waarvan de IHH toegeeft het zelf te hebben uitgelokt, heeft de Turkse premier zijn best gedaan om voor een aanval op de joodse staat te concurreren met de Iraanse Mahmoud Ahmadinejad en Hassan Nasrallah van de Hezbollah.

“Het hart van de mensheid heeft een van de zwaarste wonden in de geschiedenis geïncasseerd,” zei Erdogan deze week. Hij had vorig jaar echter bijna niets te zeggen over de afgeslachte protesterende Iraniërs na de frauduleuze verkiezingen, maar hij noemde Israëls acties ‘staatsterrorisme’ en een ‘bloedbad’, en hij beschreef Israël als een ‘puberale staat zonder wortels’. Zijn minister van buitenlandse zaken, Ahmet Davutoglu, zei dinsdag in Washington dat “deze aanval voor Turkije net hetzelfde is als 9/11”. Dat is een perverse vergelijking met een terroristische aanslag waardoor meer dan 2900 écht onschuldige mensen werden gedood.

Deze grove poging van Erdogan om het incident uit te buiten komt slechts een paar weken nadat hij samen met de Braziliaanse president zoete broodjes bakte met Ahmadinejad, die hij helpt in een poging om nieuwe VN-sancties te vermijden. Opmerkelijk aan de Turkse wending richting extremisme is dat het opduikt nadat de regering Obama meer dan een jaar Turkije het hof probeerde te maken. Hierbij negeerde Obama niet alleen de binnenlandse antidemocratische Turkse politiek, hij hielp Erdogan met zijn strijd tegen de koerdische PKK en hij probeerde de Turkse gevoeligheden over de Armeense genocide weg te werken. De VS heeft de zaken verkeerd ingeschat en zijn eigen belangen opzij gezet, en Israël is daar het slachtoffer van. Zal het gedrag van Erdogan zonder verdere negatieve gevolgen blijven?

Vertaald door Sam van Rooy
Bron: The Washington Post.

Tweet
Share
Share
0 Shares