Turks-Israëlische crisis escaleert [update]

Premier Erdogan van Turkije verscherpt zijn verbale aanvallen op Israël en dreigde gisteren om Turkse oorlogsschepen een volgend Gazaflottielje te laten escorteren.

Emmanuel Ottolenghi besprak in het Amerikaans-Joodse politieke maandblad Commentary Magazine het onlangs verschenen Palmer-rapport. Dit rapport is genoemd naar de Nieuw-Zeelandse oud-premier Sir Geoffry Palmer die als voorzitter van een hiertoe opgerichte VN-commissie het incident van 31 mei 2010 met het Turks schip de Mavi Marmara onderzocht. Bij een poging de blokkade van Gaza te doorbreken kwam het tot een treffen tussen Israëlische militairen en opvarenden van de Mavi Marmara. Negen moslimfundamentalisten kwamen tijdens het treffen om het leven.

Het Palmer-rapport erkent nadrukkelijk de legitimiteit van Israëls blokkade van Gaza. Elke poging van Turkse oorlogsschepen om het breken van de blokkade te ondersteunen is een daad van aggressie, aldus Ottolenghi.  Eerder had ook David Gerstman, die onder meer schrijft voor de American Thinker vastgesteld dat het Palmer-rapport eerdere VN-veroordelingen van de Israëlische blokkade van Gaza weerlegt. De ongemeen scherpe reactie van Erdogan lijkt ingegeven door woede over deze maar ook andere conclusies van het Palmer-rapport. Ook de conclusie dat het stoppen van de Mavi Marmara legaal was en dat Turkije tekort schoot bij het voorkomen van het drama schoot bij de Turkse premier in het verkeerde keelgat. Het rapport stelt verder dat Israël enkel spijt over de dood van de negen Turkse opvarenden moet betuigen. Erdogan eist evenwel officiële excuses, wat diplomatiek een veel zwaardere demarche is.

Erdogan heeft aangekondigd dat de nauwe militaire samenwerking met Israël zal verbroken worden en dat de Turkse marine vanaf donderdag intensief zal patrouilleren in het oostelijk gedeelte van de Middellandse Zee. De nauwe samenwerking tussen Cyprus en Israël bij de exploitatie van de gasvelden in deze streek van de Middellandse Zee is immers evenzeer een doorn in het oog van Turkije. De Turkse regering beweert rechten te kunnen laten gelden op de gasvelden nabij Cyprus – sinds 1974 bezet het, ondanks internationale veroordeling het noorden van Cyprus – en bestempelt de Cyprisch-Israëlische exploitatie als een daad van vijandig gezinde naties.

Ondertussen neemt wereldwijd de ongerustheid toe over een mogelijke confrontatie tussen de Turkse en Israëlische marine. Sommige analisten menen dat het NAVO-lidmaatschap van Turkije het land er zal van afhouden om een militaire confrontatie op zee te zoeken. Anderzijds leert de geschiedenis dat het NAVO-lidmaatschap niet garandeert dat een individueel NAVO-land geen oorlog begint. De Falklandoorlog tussen Engeland en Argentinië is daar een goed voorbeeld van.

Het Turkse leger is, door de strategische ligging van het land, een van de grootste ter wereld met een jaarlijks budget van twaalf miljard dollar. Het beschikt, mede door de nauwe samenwerking in het verleden met Israël, over de modernste wapens. Onlangs werd de Turkse legertop vervangen door militairen die meer loyaliteit aan Erdogan aan de dag leggen.

Met grote bezorgdheid wordt in Israël ook gereageerd op de Turkse mededeling dat de handelsbetrekkingen met Turkije zouden opgeschort worden. Turkije is traditioneel een van de belangrijkste handelspartners van Israël, na de Verenigde Staten en Nederland. De mededeling over de schorsing bleek uiteindelijk voorbarig maar zorgde wel voor de nodige deining op de beurs in Tel Aviv.

Woensdag 8 september 2011 ging Erdogan opnieuw razend tekeer, ditmaal op de Israëlische televisie en insinueerde hij dat Israël tien onbemande Heron-vliegtuigen, die voor onderhoud en herstellling in Israël zijn, achterhoudt. Israëlische officials verklaren dat er niets aan de hand is. De normale termijnen voor reparaties en onderhoud zijn niet overschreden en Turkije zal de vliegtuigen volgens afspraak terugkrijgen.

Het is duidelijk dat Israël van zijn kant uiterste inspanningen doet om geen olie op het vuur te gieten. Het is evenwel maar de vraag of Erdogan, die er om bekend staat een kort lontje te hebben zal kalmeren door de terughoudende, zalvende reacties van Israël.

De opvliegendheid van Erdogan tegenover Israël werd wereldwijd bekend toen hij in 2009 tijdens het World Economic Forum in Davos zwaar uithaalde naar Israëlisch president Shimon Peres naar aanleiding van de operatie ‘Gegoten Lood’ in de Gazastrook. De immer bedaarde en diplomatieke Peres reageerde op zijn beurt heftig op deze aanval. Insiders weten dat het gedrag van Erdogan in Davos werd ingegeven door boosheid op toenmalig premier Ehud Olmert. Tijdens een telefoongesprek op 24 december 2008 had deze laatste Erdogan niet ingelicht over het op til zijnde Israëlisch offensief. Echter, ook al bestonden de plannen, de beslissing om Gaza binnen te vallen viel pas daarna.

Erdogan behaalde een enorme overwinning bij de recentste verkiezingen in Turkije. Sindsdien meet hij zich steeds meer het gedrag aan van een ongenaakbare despoot. Dat het conflict met Israël escaleert is des te opmerkelijker omdat Turkije zelf ogenadig Koerdische dorpen in Irak blijft bombarderen.

Erdogans gedrag tegenover Israël lijkt slechts te worden verklaard door zijn complexe psyche, zijn steeds minder latent antisemitisme en zijn streven om de Turkse invloed in het Midden Oosten te vergroten.

De Franse zender TRT maakte bekend dat Erdogan op 12 semptember op het Tahrirplein in Caïro de Egyptische massa zal toespreken. In het licht van de groeiende Israëlvijandige sfeer, met de bestorming van de Israëlische ambassade als voorlopig triest hoogtepunt belooft dit weinig goeds.

De toenemende vijandigheid van Erdogan heeft ook gevolgen voor de kleine Joodse gemeenschap in Turkije. Tot nu toe gaf die er de voorkeur aan niet al te veel ruchtbaarheid te geven aan antisemitische incidenten. Uit betrouwbare bron blijkt evenwel een groeiend deel van de Joodse gemeenschap te overwegen om naar Israël te emigreren.

De dramatische verslechtering van de Turks-Israëlische relatie kwam in de week dat in Tel Aviv een internationale conferentie doorging over regionale samenwerking. Missing Peace-onderzoeker Sharon Shakèd die de bijeenkomst bezocht telde welgeteld twee Arabische sprekers: een Palestijns eigenaar van zuivelfabrieken op de Westbank en een Arabisch lid van de Knesset. Geen enkel Arabisch land had de moeite genomen een afvaardiging te sturen en ook premier Fayad van de Palestijnse Autoriteit schitterde door afwezigheid. Het hoeft geen betoog dat een Turkse delegatie eveneens ontbrak.

De conferentie over regionale samenwerking werd daardoor een pijnlijke illustratie van het toenemend isolement waarin de staat Israël komt te staan.

Dat ook in België, bij de organisatie van een toeristische beurs met als thema Saoudi-Arabië, de organisatoren onder druk van dat land een uitnodiging aan de Israëlische ambassadeur moesten intrekken is al evenzeer een veeg teken aan de wand.

Bron: Missing Peace
Bewerking: Geert Versyck voor Joods Actueel

Tweet
Share
Share
0 Shares