José Maria Aznar: ‘Waarom Israël verdedigd moet worden’

José Maria Aznar is voormalig premier van Spanje. Een tijdje geleden schref hij volgend artikel in de Italiaanse krant Il Messagero.

Er was een tijd dat links, vooral Europees links, de hergeboorte van Israël met een diepe bewondering beschouwde. Enerzijds uit een gevoel van historische gerechtigheid ten opzichte van het nazisme. Anderzijds,was er de romantiek van de kibboutzim die erin slaagden boomgaarden aan het bloeien te brengen in volle woestijn en daarbij de principes van een authentiek egalitair socialisme te respecteren. Maar de bewondering smolt als sneeuw voor de zon toen Israël verplicht werd de wapens op te nemen om zich tegen zijn eigen buren te verdedigen. Soms zelfs preventief, zoals  in 1967 (de zesdaagse oorlog).

Links dat op de koop toe de handen vol had met het terugwinnen van het proletariaat dat het in Europa de rug had toegekeerd, zag in de Palestijnse staat een revolutionaire protagonist die uitstekend in zijn geschiedenis paste. Geleidelijk aan werd Israël als een aanhangsel van de Verenigde Staten beschouwd: visceraal anti-Amerikanisme en afkeer van de Hebreeuwse staat smolten samen. Vandaag is anti-Amerikaans en antisemitisch praktisch hetzelfde.

Talrijk zijn degenen die zich verheugen telkens als de algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor een resolutie stemt die Israël veroordeelt, of die aan de motivatie en zelfs de wettigheid van deze staat twijfelen. Net zo talrijk als degenen die verkiezen doof te blijven voor de bedreigingen die de huidige Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad regelmatig aan het adres van Israel richt. Deze laatsten beseffen niet dat ze daarmee een ernstige vergissing maken. Links weigert in te zien dat er op de wereld politici zijn die zonder schroom en oprecht voor hun doelstellingen uitkomen.  Nochtans weten we maar al te goed dat dergelijke personen hebben bestaan en nog bestaan. Een ervan was Hitler, die in “Mein Kampf met niet mis te verstane bewoordingen zijn plannen uit de doeken deed zonder dat iemand daar op dat ogenblik aandacht wilde aan besteden. Ook Bin Laden werd niet ernstig werd genomen toen hij unilateraal de oorlog aan Amerika verklaarde en wordt nog steeds door niemand geloofd wanneer hij zegt dat hij een einde aan de Westerse wereld wil maken met de instelling van een universeel Kalifaat.

Persoonlijk trek ik de woorden van Ahmadinejad niet in twijfel, ik acht hem meer dan bereid om zijn plannen tot uitvoer te brengen op de dag dat hij daartoe over de vereiste middelen beschikt. Amper een jaar geleden opende de Iraanse leider in Teheran een conferentie met een beeld dat al snel de wereld rond ging: een clepsydra waarop een kogel breekt die versierd is met de Amerikaanse kleuren en een andere kogel met de kleuren van Israël die wordt vernietigd. Net zo berucht zijn de woorden: “We horen Israël van de wereldkaart te vegen.” Nu, na een jaar waarin hij de spot heeft gedreven met de internationale gemeenschap betreffende het Iraanse nucleaire programma, houdt hij weer een andere conferentie in de Iraanse hoofdstad. Deze keer om de Holocaust te ontkennen, de genocide van Hitler die poogde het Joodse volk volledig uit te roeien. Deze provocatie is eveneens totaal ongestraft gebleven.

De Europeanen verlangen naar een dialoog en onderhandelingen met Iran, vandaar dat ze verkiezen om niet te reageren. Het is het gebrek aan reactie op zijn woorden, die de Iraanse president sterkt door te gaan met zijn bedreigen aan het adres van Israël. De leider van de Islamitische republiek stelt zich niet langer tevreden met het ontkennen van de Shoah en het betwisten van de wettigheid van Israël, hij voorspelt nu ook het einde van de Hebreeuwse Staat. “De dagen van  Israël zijn geteld!” heeft hij uitgeroepen. Die uitspraak heeft slechts enkele zwakke reacties van de voornaamste Europese kanselarijen veroorzaakt. Maar tegenover Ahmadinejad is méér nodig dan het uitspreken van afkeuring. Al jaren wordt er gedebatteerd over de beste manier om zich te verzetten tegen een Iran dat absoluut over atoomwapens wil beschikken. Desondanks zijn we er nog niet in geslaagd een strategie te bepalen die tot een consensus binnen de Veiligheidsraad van de UNO leidt. Het is niet omdat het de internationale gemeenschap niet lukt om het eens te worden over het nucleaire programma dat dit betekent dat de provocaties van Ahmadinejad zonder gevolg moeten blijven.

Mijn goede vriend Bibi Netanyahu heeft een initiatief gelanceerd dat in overweging dient genomen te worden: de Iraanse president beschuldigen van aansporing tot genocide. Dit is geen grap. Het is absoluut noodzakelijk dat de Iraanse leiders en ayatollahs weten dat men bepaalde regels hoort te eerbiedigen en dat het niet respecteren van die regels sancties voor hen persoonlijk meebrengt. Wij kunnen economische sancties opleggen aan een Iran dat blijft streven naar atoomwapens. Maar sancties die de meeste uitwerking hebben zijn deze die vooral en in de eerste plaats de politieke machtshebbers treft en niet de bevolking. Het voorstel om Ahmedinejad op internationaal niveau te vervolgen heeft de verdienste dit soort beperkte, maar efficiënte sancties uit te stippelen. Door op te roepen tot de vernietiging van een soevereine Staat en dit zonder de minste provocatie van Israël, pleegt Ahmadinejad inbreuk op het Internationaal Recht. Niet alleen proclameert hij principes die in strijd zijn met het Handvest van de Verenigde Naties, hij overtreedt ook de Conventie tegen genocide. Men kan eraan toevoegen dat hij met zijn beweringen ook inbreuken pleegt tegen het statuut van de schikkingen van de Internationale Strafrechtbank. Indien Ahmadinejad een Servische leider was geweest in plaats van president van Iran zou hij al lang voor het Internationaal Hof van Den Haag gedaagd zijn.

We horen duidelijk te maken dat oproepen tot de vernietiging van Israël niet ongestraft blijft. Als er geen krachtig antwoord komt op de woorden van vandaag, zullen die woorden morgen harde werkelijkheid worden. Wat kunnen de vijanden van Israël wel denken over onze stilte? Slechts één zaak, nl. dat Israël alleen staat en steeds zwakker wordt. Haar vijanden putten kracht uit elk teken van zwakte. Zij die geloven dat alles in het Midden-Oosten gemakkelijk opgelost zal worden vergissen zich. Teveel bedreigingen wegen op Israel. De Palestijnen met hun kamikaze terroristen en het islamisme van de Hezbollah in het Noorden, in het Zuiden Al Qaida dat steeds meer invloed krijgt in Jordanië en natuurlijk het Iraanse fundamentalisme.

Het gemeenschappelijk element van al die vijandschap is het anti-occidentalisme. Ahmadinejad denkt niet aan het lot van het Palestijnse volk wanneer hij zijn bedreigingen uit, maar aan de Islam en aan Amerika, de Grote Satan. Hij beschouwt Israël als een Westerse vijand voor zijn poort. Daarom is het zo belangrijk om Israël te verdedigen. Want hoewel dit land in het Midden-Oosten ligt gaat het om een volk dat de Westerse beschaving aanhangt. De verdwijning van Israël zou het verlies van onze positie in dit gebied van de wereld meebrengen en zeer waarschijnlijk de aanloop van een oorlog tegen ons betekenen. Israël aan haar lot overlaten staat gelijk met de ogen sluiten voor de morele, politieke, economische, culturele, historische en strategische banden die ons verenigen. Vandaag méér dan ooit.

 

Uit het Frans vertaald door Anne Leeuw.

Tweet
Share
Share7
7 Shares