“Swingen als de chassidim” een interview met Boogie Boy

Hoe diepzinnig moet dit worden grapt Boogie Boy oftewel Paul Ambach als ik hem vraag hoe ik al dan niet sporen van zijn Joodse identiteit in zijn muziek kan vinden. “Bij mij is dat puur instinct, emotie en intuïtie”,  luidt het. “Op elfjarige leeftijd hoorde ik Ray Charles gospel en blues zingen, dan wist ik ogenblikkelijk, this is the real thing. Net zoals een kerel die zich tijdens de middernachtmis in een ondeelbaar ogenblik des tijds tot het katholicisme bekeert. Ray Charles was mijn le reveil, l’élan en een determinerende aha-erlebnis. Ik heb gisterenavond Michel Jonasz gehoord, die heeft een artistiek parcours dat best vergelijkbaar is met het mijne, ook zijn ouders maakten de Shoah mee en ook hij ontdekte plotseling de rhythm-and-bluesmuziek”.

Tekst: Guido Joris – Foto: Rony Boonen

Paul Ambach: Ik ben blij dat ik een muzikaal talent heb, natuurlijk is muziek ook een product maar daar heb ik hoegenaamd geen belangstelling voor, ik ga altijd en alleen voor het artistieke. Talent is juist datgene dat alles overstijgt, ook het materiële; daarmee echt aan de slag gaan, dat is de moeite waard, de rest is manipulatie. Dat talent herken ik ook zeer snel bij anderen, binnen de minuut, daarvoor hoef ik echt niet urenlang iemand te aanhoren. Ik kan het herkennen, ook al hoor ik het in de verte, bij wijze van spreken in de kamer hiernaast, maar als het er is kan ik me niet bedwingen en roep ik luidkeels “Yes”!!!

R&B muziek is zonder enige twijfel mijn locomotief en heeft mijn wagon vervoerd naar het station waar ik nu ben aanbeland. Jood zijn heeft daar zeker mee te maken maar ik proclameer dat niet als dusdanig en ik ben Emmanuel Kant niet die dat even voor je gaat analyseren. Ik ben er me wel ten volle van bewust dat de groove van de R&B, die een impuls geeft om van voor naar achter te bewegen, perfect te vergelijken is met de herkenbare beweging van een chassidische Jood die aan het davenen is.

De chassidim en ik hebben dus dezelfde groove, maar we bevinden ons daarbij in een andere dimensie, maar toch nog op dezelfde planeet. Die beweging zorgt ervoor dat mijn muziek niet vooruit holt maar ook dat mijn ritmes niet vierkant draaien en dat alles blijft swingen. Dat beeld roept ook een vrome jood die aan het davenen is bij me op. Voor alle duidelijkheid: ik ben een seculiere Jood – dat kan niemand me verwijten – ik ben nu eenmaal zo en het zal niet veranderen. Mijn universum is de wereld waarin ik nu leef en mijn beleving van het Jodendom is voor mij zinvol  als ik het welzijn van die wereld waarin ik leef, met mijn inbreng kan bevorderen. Maar ik zie dus wel een causaal verband tussen de chassidische groove bij het bidden en mijn eigen groovy persoonlijkheid.

Is die davenende beweging een soort motorische activiteit die zowel voor het bidden als voor het musiceren iemands concentratie verhoogt, of is andersom en leidt een verhoogde concentratie tot deze beweging? Ontleen je die beweging aan je muziek?

Het ligt in de mens zelf, ik kan hier beginnen te zingen en er zal iets gebeuren. Het zal even duren omdat ik eerst zelf moet swingen voordat mijn omgeving daarop reageert. Bon, we zijn het erover eens dat ik mijn R&B ding doe met dezelfde overgave als een rabbijn zijn gebed praktiseert tijdens het davenen. Mijn vader was een cantor, een echte tenor, ik heb nog een opname van hem met liturgische gezangen, waarbij hij je gewoon van je sokkel zingt. Hij wist trouwens de Holocaust te overleven doordat hij als tenor geëngageerd werd door de Opera van Lyon. Alles heeft dus ook te maken met de periode waarin je leeft, bij mijn vader was opera en Bel Canto een natuurlijke keuze en bij mijn zoon is dat hip-hop.

Het gaat om een soort rode draad die dwars doorheen generaties, maar ook doorheen genres loopt en die ‘body and soul’ met elkaar verbindt. Kijk naar Amy Winehouse, ze had een groove en een drive van het niveau van Aretha Franklin. En al heeft Amy natuurlijk een en ander te verduren gekregen vanwege haar drugs- en alcoholmisbruik, toch zet ze vanaf de eerste seconde van een song die swingende emotie neer. Ik laat het aan anderen over om te oordelen of dat met onze Joodse roots te maken heeft. In elk geval nam muziek bij mij thuis en bij vele andere Joodse families een belangrijke plaats in en het was in elk geval bij Joden van mijn generatie ook bon ton om een instrument te leren.

Is er een scheidingslijn tussen de Joodse muziekbeleving voor de Shoah en daarna?

Ik maak deel van de eerste generatie Joden na de Holocaust maar ik realiseer me dat er ook andere genocides geweest zijn en dat ook die grote invloed hebben op de musici die daarmee in hun volgende generatie geconfronteerd werden, niet alleen voor mij dus, maar die lijn trek ik zeker wel. Het duidelijkste neem ik de lijn waarin kracht, waarmee een kantoraal gezang in de synagoge mijn ganse wezen in beslag neemt. Het is moeilijk te definiëren, maar het snijdt door merg en been, zo sterk evoceert het alle miserie en ellende. Ik kom rechtstreeks in aanraking met de kostbare zware ziel die het liturgisch gezang doordrenkt en beleef persoonlijk de dramatiek van een gans volk in elke melodische wending.

 

 

Tweet
Share
Share
0 Shares