Oscarnominatie voor Waltz With Bashir. Film met veel stof tot discussie

waltz1Na de Golden Globe werd de Israëlische productie ‘Waltz with Bashir’ thans ook genomineerd voor de uitreiking van jaarlijkse Oscars in de categorie ‘Beste Buitenlandse film”

’Waltz with Bashir’ staat nochthans model voor een reeks Israëlische producties die allesbehalve de loftrompet steken over de eigen staat, en juist daarom, volgens kwatongen, wereldwijd onderscheiden wordt op festivals.

Onze filmcorrespondent, Henri Jakubowicz bracht een recensie over deze film in Joods Actueel van juni vorig jaar. U kunt die hier herlezen evenals de trailer bekijken. Een aanrader voor iedereen die in deze film geïnteresseerd is.

In zijn “WALTZ WITH BASHIR” brengt regisseur Ari Folman eigen ervaringen in beeld uit zijn periode als soldaat begin jaren ‘80 tijdens de eerste Libanonoorlog, hij hield hij er een zwaar psychologisch trauma aan over. Nu, vijfentwintig jaar na de feiten, gaat hij op zoek naar de ware toedracht der zaken, door het inzamelen van getuigenissen uit de mond van oud-collega’s militairen en een voormalig oorlogsverslaggever. Twee triggers bepaalden deze terugkeer in de tijd. Vooreerst de kaap van veertig jaar die hij onlangs overschreed, en dan de nachtmerrie van een vriend, verteld in de openingsscène van de film. Een oud-soldaat vertrouwt er Ari zijn nachtelijke visioenen toe, verschrikkingbeelden van zesentwintig blaffende honden, wild losgelaten, die hem achtervolgen. Exact het aantal honden dat de soldaat in Zuid-Libanon doodschoot, om de ongemerkte intrede van Israëlische troepen in de dorpen te vergemakkelijken. Ari worstelt met gelijkaardige angstdromen.

Voorafgaand aan de ondervraging van enkele betrokkene ex-militairen en een journalist die de inval op de voet volgde, gaat Ari te rade bij een professor gespecialiseerd in psychische traumata, meer bepaald in de onbewuste verdringing van ergerlijke momenten, een gekend fenomeen.
Tot daar de structuur van het scenario. Uiterst innovatief in de cinematografische benadering is het verzaken aan de klassieke filmbeelden, nochtans als dusdanig opgenomen door Folman tijdens de verschillende interviews. Omringd door grafische experts bewerkte hij het ruwe materiaal tot een fraaie animatiefilm, met behoud van de oorspronkelijke stemmen.

Het resultaat is een vernieuwend genre, een grafisch erg verzorgde animatie, vrucht van vier jaar werk, een echte lust voor het oog. De keuze voor deze eigenzinnige expressievorm was voor Folman meteen een evidentie, om een tweeledige reden: enerzijds de hoge kostprijs van een fictie, anderzijds het tekort aan archiefbeelden voor een boeiende klassieke documentaire.

Inhoudelijk dan, vanuit een politiek oogpunt, levert “Waltz with Bashir” veel stof tot discussie, want de protagonisten die Folman ontmoet om de gaten in zijn geheugen op te vullen reconstrueren de puzzel die de verantwoordelijken voor de uitmoording in Sabra en Shatila aanwijst. Folman was gestationeerd nabij de vluchtelingenkampen toen Libanese Christenen er een slachtpartij uitvoerden.

Feitelijk verschillen de bevindingen in niets van het onderzoeksrapport toentertijd gepubliceerd door een onder druk van de eigen bevolking opgerichte Israëlische commissie. Deze duidde als uitvoerders van de slachtpartij de christelijke Libanese falangisten aan, woest over de moord op hun charismatische leider Bashir Gemayel. Geen enkele Israëlische soldaat nam hier aan deel, noch wisten de militairen van het gebeuren. Het gebied werd toen gecontroleerd door de Israëli’s en de commissie achtte het leger deels verantwoordelijk omdat het niet correct inschatte waar de Libanese christenen toe in staat waren.

De film benadrukt deze tekortkoming en onderstreept andermaal dik de passieve medeplichtigheid van Israëlische militairen. Desondanks wakkerde hij geen anti-Israëlische gevoelens aan, althans niet bij de toeschouwers in Cannes, integendeel. Vele onder hen, inclusief journalisten, leefden tot dan immers in de waan dat de Israëli’s zelf het bloedbad hadden aangericht, zo bleek uit de reacties achteraf. De te verwachten kritischere blik van een ingewijd publiek in de thuishaven verontrustte Folman niet op de Croisette: “Wij leven gelukkig in een democratisch land, met een totale vrijheid van meningsuiting. Alle opinies komen dagelijks aan bod, zonder enige belemmering. Overigens onthult mijn film niets wezenlijks aan mijn landgenoten, zij weten al lang hoe nutteloos deze inval in Libanon was. Mijn impliciete kritiek op ons leger? Klein bier vergeleken met de verwijten aan het adres van onze militairen na de tweede Libanonoorlog. In feite is elke oorlog overbodig, hopelijk nemen jongeren deze boodschap mee naar huis na de vertoning. Een klassieke antioorlogsfilm mist zijn effect, want steeds duikt een heroïsche figuur op. Niet in mijn animatie.”

Steen des aanstoots in Israël wordt wellicht het erg betwistbare en al te goedkope meeslepen van de Shoah als psychoanalytische verklaring voor de onbewuste verdringing van Sabra en Shatila door Ari. Ook ter debat het filmslot, met gedurende vijftig lange seconden de schokkende beelden die indertijd de wereld rondgingen, de opnamen van de aangerichte ravage in de kampen. Voor een kort moment wijkt Folman dus af van zijn concept en toont schrikwekkende reële beelden, “omdat de animatie niet mag verdoezelen dat de gruweldaden echt plaatsvonden.” Als het ware om de esthetische barrière tussen kijker en wreedheden finaal af te breken.

Tweet
Share
Share
0 Shares