Debat over erkenning door Yad Vashem en zaak ‘the pianist’

De commissie verantwoordelijk in Yad Vashem voor de toekenning van de titel ‘Rechtvaardige onder de Naties’ gaf (postuum) eer aan Wilhelm Hosenfeld. De prestigieuze onderscheiding honoreert het altruïstische gedrag van niet-Joden die tijdens de Shoah die hun leven riskeerden om Joden te redden.

Als nazi-officier – hij had de graad van kapitein – zorgde Hosenfeld op het einde van WO II voor het overleven van de Joodse pianist Wladyslaw Szpilman. Deze kwam later in de schijnwerper met de verschijning van zijn autobiografisch boek, dat enkele jaren geleden voor het grote scherm bewerkt werd door de Frans-Poolse regisseur Roman Polanski. Diens film De Pianist kende een wereldwijde weerklank en kaapte de meest begeerde prijzen weg, van de Gouden Palm in Cannes tot de Oscar in Hollywood. Polanski, zelf een overlevende van het getto van Krakau, terwijl een deel van zijn familie uitgeroeid werd, kan bogen op een rijk gevulde carrière en een imposante filmografie, met klassiekers als ‘Rosemary’s Baby’, ‘Chinatown’ en ‘Tess’ en, onlangs nog, ‘Oliver Twist’, maar hij beschouwt ‘De Pianist’ als zijn levenswerk.

De Duitse acteur Thomas Kretschmann speelt er de rol van Hosenfeld. Deze hooggeplaatste nazi sloot zich aan bij het Duitse leger kort voor het uitbreken van de oorlog. Aanvankelijk geposteerd in de Poolse stad Pabianice verhuisde hij in juli 1944 naar Warschau, zijn nieuw actieterrein. Het gros van de tijd bracht hij daar door als officier van sport en cultuur. Tijdens de Poolse opstand in de zomer van 1944 vervoegde hij de eenheid belast met de ondervraging van gedetineerden. De Sovjets veroordeelden hem na de oorlog tot levenslange opsluiting, maar de strafmaat werd uiteindelijk teruggebracht tot 25 jaar, hij stierf als gevangene in 1952.

Wilhelm Hosenfeld

De commissie die de ‘Rechtvaardigen onder de Naties’ (‘Hassideï Umot ha’Olam’ in het Hebreeuws) aanduidt, volgens een strikte procedure en welbepaalde criteria, had in het verleden twee getuigenissen ter beschikking in het geval Hosenfeld. Ten eerste de verklaring van ene Leon Wurm, die verzekerde dat Hosenfeld hem tewerkstelde in een sportcentrum nadat hij, Wurm, uit de trein richting Treblinka was gesprongen. En dan de autobiografie van Wladyslaw Szpilman, ‘De pianist’, gepopulariseerd door de filmische bewerking van Polanski. Daarin beschrijft Szpilman hoe en met wiens hulp (Hosenfeld dus) de hel overleefde, en hij vermeldt in zijn dagboek dat hij zijn getuigenis overmaakte aan Yad Vashem. In zijn brief onderstreept hij dat Hosenfeld hem, na de onderdrukking van de Poolse opstand, aan een schuilplaats hielp, en hem voorts dekens, voedsel en morele steun verschafte.

De commissie in Yad Vashem vond toen dat het dossier te licht woog om de nazi als ‘rechtvaardige’ te bestempelen, gelet op de beschuldigingen geuit tegen hem op het Sovjetproces.

Maar recent dook persoonlijk materiaal op van de nazi, meer bepaald zijn dagboek en brieven gericht aan zijn vrouw. Daarin neemt hij duidelijk afstand van de Jodenpolitiek gevoerd door zijn land en laakt tevens de repressie jegens de Polen en hun priesters. Later toont hij in zijn geschriften zijn afschuw voor de Jodenvervolging en voor de Endlösung.

“Ofschoon hij aanvankelijk de nazi-partij steunde, valt klaar op dat toen Hosenfeld de concrete gevolgen zag, hij consequent en duidelijk afstand nam van het nazisme en van nazistisch Duitsland”, lichtte de commissie toe en vervolgde: “Na uitvoerig uitpluizen van alle documenten besliste de commissie om Hosenfeld als Rechtvaardige onder de Naties te erkennen. Zijn in Duitsland levende kinderen zullen in zijn naam het certificaat en de medaille in ontvangst nemen.”
De uitreiking van de titel aan een nazi is een zeldzaamheid, maar geen primeur. Een ander lid van de Wehrmacht, Albert Battel, ging hem in de lijst voor. In 1942 voorkwam hij in de Poolse stad Przemysl de geplande liquidatie van de Joodse bevolking door SS-troepen.

Niet alle waarnemers zijn even gelukkig met die eervolle benoeming voor Hosenfeld. Samen met andere Joden vond Pinkus Wagner tijdens de Shoah onderdak bij een Pools koppel, vlakbij Krakau. Zijn twee weldoeners kregen ook de titel ‘Rechtvaardige onder de Naties’. “Men kan hun daden niet vergelijken met wat Hosenfeld deed voor twee Joden. Zijn handelingen waren op menselijk vlak weliswaar uiterst prijzenswaardig, maar rechtvaardigen de onderscheiding daarom nog niet”, aldus Wagner. Lech, de zoon van het Poolse koppel waar de man ondergedoken zat, gunt Hosenfeld de onderscheiding wel, omdat de Wehrmacht-officier correct optrad, al ziet Lech een verschilpunt met het gedrag van zijn ouders: “Hosenfeld liep wellicht minder gevaar dan mijn familie, want indien de Duitsers ons hadden ontmaskerd, waren wij goed voor het executiepeloton.”

Een dochter in hetzelfde Poolse gezin heeft evenmin aanmerkingen bij dit huldebetoon aan Hosenfeld.: “Je kunt de dingen niet kwantificeren. Hosenfeld verdient de onderscheiding omdat hij levens redde, punt uit. Duitse officieren werden opgeleid in de waan dat Joden Untermenschen zijn, maar deze man vertoonde een humaan gedrag tegenover een vervolgde en schuilende Jood.”
Rinat Sagi, werkzaam voor het Israëlische ministerie van Onderwijs, en begeleidster van jongeren naar uitroeiingkampen in Polen, treedt Wagner echter bij in diens aanmerkingen: “Het gedrag van Hosenfeld is menswaardig, maar niet te vergelijken met de heroïsche handelingen van de meeste rechtvaardigen onder de naties. Ik geloof niet dat Hosenfeld zijn leven riskeerde.”

Bij de kritische stemmen voegden zich de bedenkingen, hier en daar, dat het fenomenale succes van de film ‘The Pianist’ het dossier Hosenfeld ten goede kwam, met mogelijk een voorkeursbehandeling vanwege de commissie in Yad Vashem als gevolg. Nochtans blijkt uit de film niet onomstotelijk dat de nazi het leven van de pianist Szpilman spaarde louter uit humane overwegingen, volgens Dirk Verhofstadt, auteur van het veelbesproken boek ‘Pius XII en de vernietiging van de Joden’: “Ik wil niets afdoen aan de beslissing van Yad Vashem om Wilhelm Hosenfeld te eren tot ‘Rechtvaardige onder de Rechtvaardigsten der Volkeren’. Maar na het zien van de ontroerende film ‘The Pianist’ hoop ik toch dat die erkenning er niet is gekomen omwille van het feit dat Hosenfeld menslievend was omdat Szpilman zo goed Chopin kon spelen. Ik bedoel het volgende: de erkenning van een moreel hoogstaande daad mag niet afhangen van het talent dat een potentieel slachtoffer demonstreert, maar enkel en alleen omdat het een mens is. Toen ik ‘The Pianist’ zag, stelde ik me de vraag wat Hosenfeld gedaan zou hebben mocht Szpilman valse noten gespeeld hebben.”

Geconfronteerd met de scepsis, lichtten de verantwoordelijken in Yad Vashem hun beslissing uitvoeriger toe. Irena Steinfeldt, voorzitster van de bevoegde afdeling, zei dat het dossier Hosenfeld al was geopend in 1999, terwijl de film van Polanski pas in 2002 uitkwam en het verloop niet beïnvloedde.

Een lid van de commissie, Michaël Goldman, benadrukte dat Hosenfeld wel degelijk groot gevaar liep bij de redding van Szpilman en Wurm, omdat hij duidelijke bevelen uit het hoofdkwartier van de Wehrmacht met de voeten trad.

Het naoorlogse proces dat tot de veroordeling door de Sovjets leidde was een lachertje, aldus Goldman. De zaak was in minder dan een uur beklonken, zonder advocaat, zonder vertaler. Hij werd onder meer beschuldigd van vijandelijke activiteiten tegen de Sovjetunie, ofschoon hij nooit op het Oostelijke front vertoefde.

Hosenfeld was geen nazi in hart en nieren, hij was resoluut gekant tegen de Jodenvervolging, getuige zijn dagboek, geciteerd door Goldman: ‘Het Duitse volk draagt op zijn geweten de bloedige schuld van de Jodenmoord, en het is vandaag geen grote eer om Duits officier te zijn’. De zin dateert al uit juli 1942.

Professor Benjamin Kedar, vermaard Israëlisch historicus, vermeldt een gelijkaardige passage uit het dagboek, opgetekend op 16 juni 1943, na de neergeslagen opstand van het Warschauer getto: ‘Omwille van de massale en walgelijke uitmoording van Joden hebben wij de oorlog verloren. Wij hebben ons met een onuitwisbare schandvlek opgezadeld, een onvergeeflijke vloek’.
Toen hij de leiding had over het departement sport voor de soldaten geposteerd in Warschau, maakte hij van de gelegenheid gebruik om Joden en Polen in veiligheid onder te brengen, schrijft Kedar. In oktober 2007 overhandigde de Poolse president Kaczynski een prestigieus nationaal ereteken aan de kinderen van Hosenfeld, uit blijk van erkentelijkheid.
Zijn korte periode als ondervrager van Poolse gevangenen verliep ook smetteloos, bevestigde aan

Yad Vashem de Poolse staatscommissie belast met het onderzoek naar nazi-gruwelen. Hij trachtte zelfs voor de opstandelingen het mildere statuut van oorlogsgevangenen te verkrijgen, tevergeefs, aldus nog Kedar, die de beslissing van Yad Vashem toejuicht.
Deze werd unaniem genomen, merkt Goldman op, omdat de zaken duidelijk waren: “In het nazistische Sodom bevonden zich ook rechtvaardigen, al waren zij weinig talrijk. Wijlen Wilhelm Hosenfeld was één van hen.”

(artikel verschenen in Joods Actueel van mei 2009)

Tweet
Share
Share
0 Shares