Recensie: ‘Het gespleten geweten’ van auteur André Gantman

Na zijn boek uit 2008, Jood zijn is een avontuur, waarin André Gantman onder andere de vinger op de zere plek van het ‘neo-antisemitisme’ legt, schreef hij een ‘anti-antisemitisch pamflet’ met als titel Het gespleten geweten.

Sam van Rooy

Aanleiding was onder meer een jonge moslim, die in 2009 met droge ogen aan André Gantman vroeg of er wel menselijk bloed in zijn aderen vloeit (en neen, het was géén ‘geflipte’ Sharia4Belgium-aanhanger). Het heeft de auteur terecht doen besluiten dat “het antisemitisme in de multiculturele samenleving een nieuwe voedingsbodem heeft gevonden, waarbij het Midden-Oostenconflict als voorwendsel wordt ingeroepen”.

In het woord vooraf windt publicist Benno Barnard, zoals we van hem gewend zijn, er geen doekjes om: “Wat verklaart het monsterlijke verbond tussen oude Europese communisten en bloeddorstige, antisemitische, vrouwenhatende gekken met een middeleeuws wereldbeeld? Ik denk dat ik het antwoord ken. De Palestijnen poseren met een zeker dramatisch talent als slachtoffers, en links is van oudsher dol op slachtoffers. Bovendien koestert ook Hamas een utopie. En utopisten kennen hun soortgenoten, net als honden”. En ook: “In de islamitisch-fundamentalistische utopie begint alles dus met het uitroeien van de Joden. Dit vervelend aspect van de Palestijnse droom wordt door de westerse utopisten luidkeels verzwegen. Het toejuichen zou hen ook te zeer in verlegenheid brengen, al heb ik zo het idee dat sommigen onder hen in stilte vinden dat de Joden hun ondergang aan zichzelf te danken zouden hebben”. Met één pennentrek doorprikt Barnard de waanbeelden van de koning der Belgische antisemieten, Lucas Catherine, over een machtige Joodse lobby in België. “Mij is een erg lawaaierige Palestijnse lobby bekend, maar los daarvan bestaat er inderdaad een Joodse lobby. Hij telt misschien tien leden, onder wie ik. En nog een paar mannen en vrouwen. En André Gantman”.

Het zet de toon voor het vrijmoedige pamflet van ‘Israël-lobbyist’ André Gantman. Net zoals de cover. Die toont een jongere met Arabisch-islamitisch uiterlijk en getooid met de zogenaamde arafatsjaal, die met graffiti de davidster en de swastika tekent, met daartussenin een isgelijkteken. Een cultuurgenoot staat naast hem en werpt hem toe: “Gaan we complimentjes geven?” Jonge (autochtone) mensen aan wie ik de cartoon toon, begrijpen vaak de crux niet, wat veelzeggend is.
Nu, over die arafatsjaal: ik googelde de term om te weten te komen hoe men het woord tegenwoordig spelt, en stootte op een artikel uit Het Laatste Nieuws, met als kop: Anciaux: “Elke Vlaming zou een arafatsjaal moeten dragen”. Daarin verdedigt Bert Anciaux – toen Vlaams Minister – op hartstochtelijke wijze een De Lijn-chauffeur, die op straffe van ontslag wordt verplicht zijn arafatsjaal thuis te laten. In zijn pamflet trekt ook André Gantman van leer tegen Anciaux, die op zijn website een perverse vergelijking maakte tussen de situatie in Gaza en de moorden in de kindercrèches van Dendermonde. “Anciaux voegt”, zo schrijft Gantman, “er zelfs ‘fijntjes aan toe’ dat, net zoals in Gaza, de moordenaar nog niet gevonden is”. “Uiteraard komen op zo’n verdraaide en kwaadaardige vergelijking boze reacties”, stelt de auteur in een hoofdstuk waarin hij het heeft over de zogenaamde ‘lange tenen’ van de Joodse lobby, en waarin hij onder andere Stijn ‘geen historisch besef’ Meuris, Philippe ‘simpel van geest’ Geubels, Karel ‘ik begrijp die commotie niet’ De Gucht en Yves ‘hoe word ik antisemiet binnen de 24 uur’ Desmet fileert.

Het ‘postnazi-antisemitisme’ beleeft volgens André Gantman “een nieuwe bloeiperiode”, doordat “aan de traditionele Joodse figuur als woekeraar, lafaard, rijk, arm, moordenaar van christelijke jongens, microbe, amper mens, kapitalist en linkse revolutionair, men nu heeft toegevoegd: de Jood als imperialistische zionist, en dus racist”. Of nog: “Israël is het alibi geworden voor het propageren van antisemitisme”, waarbij de auteur uiteraard niet vergeet te vermelden dat “tegen democratische kritiek op de politiek van de Israëlische regering natuurlijk geen bezwaar bestaat”.

Terecht kaart André Gantman ook de dubbelzinnige houding – het gespleten geweten – van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding aan, dat wanneer het over (vermeende) discriminatie van moslims gaat, begint te schuimbekken, maar zich eerder coulant opstelt als er een duidelijk geval van antisemitisme opduikt. Dit terwijl, zo wijst onderzoek uit, “antisemitisme veel meer verspreid is dan antimoslimgevoelens”. Dit laatste is des te opmerkelijker in het licht van de straatoverlast, waarvoor in Europa bepaalde jonge moslims – en niet Joden – zorgen, en in het licht van de islamisering – en niet de judaïsering – van Europa.

Allicht is deze vaststelling, samen met de demografische realiteit in Europa en de jaloezie op Joods/Israëlisch succes, de reden waarom menig politicus, vakbondsafgevaardigde en journalist van linkse signatuur, er zulke perverse denkbeelden op nahoudt. André Gantman fileert ze dan ook één voor één, beginnend bij de Limburgse maar ook Turkse wolf in de vaak flinterdunne schaapsvacht, Selahattin Koçak, die – het moet gezegd – toch ook wel de ‘clown’ van het boek mag worden genoemd. Hij presteerde het immers de brave hoofdredacteur van dit “zionistische” – o, schande! – magazine, Michael Freilich, “gevaarlijker” te noemen dan Abu Imran (Sharia4Belgium). De antisemiet Lucas Catherine komt echter, wat clownesk gehalte betreft, dicht in de buurt bij Koçak, met lachwekkende uitspraken zoals: “Een gemiddelde Vlaming zou, als je naar zijn sociaal programma kijkt, stukken meer schrik moeten hebben van Bart De Wever dan een Egyptenaar van de Moslimbroeders.” (Prof. Rik Coolsaet, die de Moslimbroederschap een soort CD&V vindt, is het allicht met hem eens).

Zijn het dit soort ‘schrandere’ linkse inzichten, verpakt in groteske oneliners, die sp.a-volksvertegenwoordiger en Israëlcriticus Dirk Van der Maelen ertoe bewegen om ‘deskundige’ Catherine uit te nodigen voor een parlementaire hoorzitting over het Midden-Oosten? Ook voor Eva ‘boerka’ Brems, Rudy ‘censuur’ De Leeuw, Rudy ‘leugens’ Vranckx en Ludo ‘vrede, behalve voor de Joden’ De Brabander wordt aangetoond dat zij in meer of mindere mate een ‘gespleten geweten’ vertonen, en dat geldt ook voor de zelfmoordhumanistische klieken ressorterend onder gesubsidieerde verenigingen zoals Vrede vzw, Kif-Kif, Pax Christi, Intal, Amnesty International, Broederlijk Delen, ABVV, enzovoort.

De van Iran afkomstige Nederlandse publicist Afshin Ellian, hoogleraar Sociale Cohesie, Burgerschap en Multiculturaliteit, vat het ‘gespleten geweten’ van deze westerse goedmensen als volgt samen: “Als een Palestijn niet meer in staat is om een stevige scheet te laten, haalt dat de voorpagina’s van de kranten. Dan is het de staat Israël die de scheetactiviteiten van een Palestijn heeft belemmerd. Elke Palestijnse scheet is immers een kunstwerk of een daad van bewonderenswaardig verzet dat in Europa met bewondering wordt gevolgd (maar altijd wel hypocriet met de neus dicht)”.

Genoemde figuren en verenigingen zijn, zo toont André Gantman overtuigend aan, oorverdovend stil als Joden in België ‘aan het gas worden gewenst’, en ze zijn blind voor het rabiate islamitische antisemitisme waarmee jonge moslims in het Midden-Oosten, via de media, de moskee en het onderwijs, worden opgevoed. Tegelijkertijd besteden ze met hun gespleten geweten – ook dat toont Gantman onweerlegbaar aan – disproportioneel veel aandacht aan het enige vrije land in het Midden-Oosten, Israël. Etnische zuivering in Kirgizië in de zomer van 2010, waarbij “2,000 etnische Oezbeken werden vermoord en 400.000 werden verplicht Kirgizië te ontvluchten”? Nooit van gehoord. En wat met de Marokkaanse barrière, 2720 km lang? “Kennen de lobbyisten het bestaan daarvan niet?”, vraagt Gantman zich terecht af.

De auteur komt tot de conclusie: “Het valt niet anders uit te leggen. Drang tot actie enerzijds, passiviteit anderzijds, kan alleen verklaard worden door een gespleten geweten”. Misschien wel het beste voorbeeld om te illustreren hoe eenzijdig anti-Israël menig journalist is (geworden) – hoe enorm dus de invloed is van de anti-Israëllobby – is VRT-journaliste Phara de Aguirre, die wanneer Midden-Oostenkenner Jef Lambrechts droogjes en feitelijk stelt dat de zogenaamde ‘Gaza-vredesvloot’ opgezet spel was in overleg met Hamas, repliceert: “Ik wist niet dat u sedert uw pensioen een vriend van Israël bent geworden”. Allicht werkt Lambrechts net zoals Benno Barnard, zo zal Catherine zeggen, sinds zijn pensionering voor de Mossad.

Ook de ‘Ronde tafel van de Interculturaliteit’, met zijn cultuurrelativistische weg-met-ons-mentaliteit, moet er in het pamflet van Gantman terecht aan geloven, terwijl mensen zoals Karin Heremans (de hoofddoekenverbod-directrice), Jan Jambon, Mia Doornaert, Magda Michielsens en Luckas Vander Taelen een pluim krijgen voor hun redelijke blik op de materie: zij vertonen geen ‘gespleten geweten’. Meest markant is een mail die Gantman ontving van mainstream journalist Tom Naegels, die daarin stelt dat “voor de twee à drie generaties die de Tweede Wereldoorlog nooit aan den lijve hebben meegemaakt, die oorlog geen open zenuw is”. “Vandaar,” zo stelt hij, “is het voor ons perfect mogelijk om er grapjes over te maken”. Volgens Naegels bestaat het ‘aangeleerd taboe’ eruit dat “we allemaal hebben geleerd ons te gedragen alsof wij de oorlog zelf hebben meegemaakt, terwijl dat niet zo is”.

Misschien had Naegels uit die vaststelling kunnen concluderen dat het voor de twee à drie generaties die de oorlog niet hebben meegemaakt, hard nodig is – dat kan bijvoorbeeld via goed geschiedenisonderwijs – dat de oorlog een (half)open zenuw blijft. Alles in Gantmans pamflet wijst er namelijk op dat het ontbreken van die (half)open zenuw niet alleen een gebrek aan empathie ten opzichte van Joden veroorzaakt, maar ook antisemitisme nieuw leven inblaast. Maar dat doet Naegels niet: het postmoderne geweten van De Standaard trekt louter de conclusie – om de populaire komiek Alex Agnew te steunen – dat “de spanning die voortkomt uit het taboe, uitnodigt tot grappen”.

De auteur besluit zijn pamflet met een sombere, maar mijns inziens juiste boodschap: “Er is [na de Shoah] geen algemene, diepgaande reflectie gekomen. Het geweten werd gesust: de nazi’s en hun handlangers waren de enige schuldigen. Men had er geen oog voor dat hun daden de resultaten waren van een eeuwenoud verhaal, dat niet is geëindigd”. Hij voegt er echter strijdbaar aan toe: “Zwijgen, toekijken en zuchten zijn houdingen die een kaakslag betekenen voor al wie wegens zijn ‘Jood zijn’ in de hel is terechtgekomen”. Met dit vrijmoedige pamflet behoort André Gantman alvast niet tot de ‘zwijgers’, ‘toekijkers’ of ‘zuchters’, integendeel.

André Gantman
Het gespleten geweten. Anti-antisemitisch pamflet.
Pelckmans, 122 blz., €13,50, isbn 978 90 2896 494 5

Tweet
Share
Share
0 Shares