Waterproblematiek Palestina, vooral foute informatie in omloop

Het meer van Galilee in Israël
Israël kampt even zeer met watertekort. Op de foto, het lage waterniveau in het meer van Galilea

Tegenstanders van Israël verwijzen steeds naar de waterproblematiek in het gebied, of beter, op hoe Israël water “steelt” van de Palestijnen. Dat was gisteren nog het geval in een artikel van Luckas Catherine op Dewereldmorgen.be. In een vorige editie van Joods Actueel belichtten wij de waterproblematiek vanuit het Israëlische perspectief. Altijd handig voor wie de echte feiten wil kennen en geen genoegen neemt met pamflettaire uitspraken.

Eén van de eerste overeenkomsten die in Oslo in 1993 in het kader van het Palestijns zelfbestuur werden goedgekeurd, omvatte een akkoord over water. In september 1995 werd in Washington het Oslo II-verdrag ondertekend. Hierbij erkende Israël de Palestijnse waterrechten. Het verdrag voorzag ook de aanzet tot het creëren van een kader voor een permanente regeling. Met dit akkoord beloofden beide partijen:

  • – Te erkennen dat het watertekort voor beide partijen een probleem is.
  •  – Inspanningen te leveren om nieuwe bronnen aan te boren voor gevarieerd gebruik. Dit zou voornamelijk in de nog onontgonnen ‘Eastern Aquifer’ (waterhoudende grondlaag) moeten gebeuren, maar ook via het recycleren van afvalwater, en ontzilting.
  •  – ‘Illegale’ afleiding van water tegen te gaan
  • – Het rioolwater te zuiveren ten einde vervuiling van de waterbronnen te voorkomen, ook van de bronnen van de andere partij.
drup drup, waar loopt het mis?
drup drup, waar loopt het mis?

Met het oog op de ‘toekomstige noden van de Palestijnen’, werd overeengekomen dat Israël 28,6 miljoen kubieke meter per jaar aan de Palestijnen zou leveren (waarvan vijf miljoen kubieke meter in Gaza), in principe uit de ‘Eastern Aquifer’.

Door de Caïro-akkoorden (1994) verwierven de Palestijnen ook in Gaza de controle over de waterhuishouding. Daardoor werden ze zelf verantwoordelijk voor het beheer en de verdere ontwikkeling van de waterbevoorrading en voor de behandeling van het afvalwater. In 2005 werd als onderdeel van de volledige Israëlische terugtrekking uit Gaza ook het waterbevoorradingssysteem, de bronnen, de reservoirs en het overbrengingssysteem van de ontruimde Israëlische dorpen aan de Palestijnen overgedragen. Daardoor kwam de totale watervoorziening en het afvalwater in Gaza onder exclusief Palestijns bestuur.

Het hele Palestijnse ontwikkelingsprogramma in verband met de waterbevoorrading en het zuiveren van het afvalwater wordt gefinancierd door donorlanden. Voorwaarde voor deze financiering is de goedkeuring van het  Joint Israeli Palestinian Water Committee (JWC), een waterbeheercomité.

De zeldzame projecten die geen goedkeuring van het comité kregen waren niet in overeenstemming met het Waterakkoord. Meestal waren dit voorstellen om nieuwe Palestijnse bronnen te boren in het noordelijke of westelijke gedeelte van het ‘Mountain Aquifer’. Sommige goedgekeurde projecten (ook het aanboren van nieuwe bronnen) zijn nog niet uitgevoerd omdat ze niet prioritair waren bij het aanwenden van de fondsen van de donorlanden.

Waar loopt het mis?

  • Waterzuivering:

Een deelcomité van het JWC houdt zich bezig met waterzuivering. Er werd aan Palestijnse kant nog maar één waterzuiveringsinstallatie gebouwd (in El- Bireh). Nochtans heeft het JWC al verschillende projecten goedgekeurd, waarvan de financiering door de donorlanden ook rond was. Israël is dus niet het struikelblok, wel de interne Palestijnse organisatorische problemen.

  • Ontzilting van zeewater:

Voor de ontzilting van zeewater was er een Israëlisch voorstel om een ontziltingsfabriek te bouwen in de buurt van Hadera. Die zou door de donorlanden opgericht en uitgebaat worden om rechtstreeks water te leveren  aan de West Bank. Voor Gaza stelde Israël voor om water te leveren van de ontziltingsinstallatie in Ashkelon. Hoewel de Palestijnen in het akkoord de oprichting goedkeurden, blijven ze weigerachtig tegenover het gebruik van ontzilt water. Dit om politieke redenen. Israël is hier dus evenmin het struikelblok.

  • Illegale activiteiten:

Hoewel de akkoorden dit uitdrukkelijk verbieden, hebben de Palestijnen meer dan 250 bronnen aangeboord in het noordelijk bassin, meer bepaald in de buurt van Jenin  en in het westelijk bekken, in de omgeving van Qualquilya en Tulkarem, zonder goedkeuring van het JWC, wat de bevoorrading van Israël in het gedrang brengt. Daarnaast is er het illegale aftappen van de bevoorradingspijplijnen van de (Israëlische) watermaatschappij Mekorot.

Via dergelijk aftappen hebben inwoners van Sair en Shuyuk (drink)water voor de bevloeiing van hun velden gestolen. Daardoor waren er watertekorten in de dorpen Hebron, Kiryat Arba, Bam Naim en Beitar. Daardoor zag Israël zich genoodzaakt om nieuwe pijpleidingen aan te leggen via een andere route. Het illegaal aftappen van Israëlische leidingen wordt geschat op een diefstal van 3,5 miljoen kubieke meter op jaarbasis. Hoewel de Palestijnse afgevaardigden in het JWC telkens herhalen dat ook zij het slachtoffer hiervan zijn, worden in de praktijk geen maatregelen genomen om dergelijke incidenten te voorkomen, wat een ernstige inbreuk is op de bestaande akkoorden.

In Gaza hebben de Palestijnen de volledige controle over de waterwinning. Daar zijn, onmiddellijk na de terugtrekking van Israël uit het gebied, meer dan 3.000 illegale bronnen aangeboord, Dit veroorzaakte een aanzienlijke daling in het waterpeil en veroorzaakte een ernstige verlies aan waterkwaliteit in de Gaza-aquifer. De inwoners van Gaza zijn hiervan  de voornaamste slachtoffers. Wanneer deze dramatische toestand voortduurt zouden in de toekomst ook de andere waterbekkens in moeilijkheden kunnen komen.

Milieuzorg ontbreekt

Door de geografische kenmerken vloeit het rioolwater van de Palestijnse dorpen naar het westen, richting Israël. In Hebron en omgeving, vloeit het naar het zuiden en vanuit Jeruzalem naar het oosten. Niet bewerkt rioolwater vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en voor de watervoorraden van Israël en de West Bank. Momenteel is er aan Palestijnse kant nog geen enkele vooruitgang gemaakt in de behandeling van het afvalwater. Nochtans kan dit afvalwater na zuivering probleemloos herbruikt worden voor de irrigatie. Nu wendt men daarvoor  hoogwaardig drinkwater aan. In Israël wordt wel consequent gebruik gemaakt van gezuiverd afvalwater in de landbouw.

Van de naar schatting 52 miljoen kubieke meter rioolwater wordt er slechts 4 miljoen gezuiverd in Palestina, de rest wordt zo maar geloosd. Rivieren als de Kishon, Modi’in, Nablus, Alexander, Kidron en Hebron lijken daardoor op sommige plaatsen eerder open riolen, tot ongenoegen van de bewoners in de aanpalende dorpen. Door de ernstige bodemverontreiniging  moesten sommige bronnen bv Beit Fajjar, eigendom van de gemeente Bethlehem en een aantal bronnen in de Jordaanvallei en in de omgeving van Jeruzalem, gesloten worden.

Hoewel de waterverdragen de verplichting inhouden om het afvalwater te behandelen, blijken de Palestijnen daar weinig belangstelling voor te hebben. Liever laten ze het rioolwater zijn natuurlijke gang gaan, richting Israël. Nochtans ontvangt de Palestijnse Autoriteit voldoende subsidies van donorlanden. In de periode 1996 -2002 werd  500 miljoen dollar geschonken, waarvan 200 miljoen aangewend werd voor waterwinning. Van de 130 miljoen dollar die door de donors voorbestemd was voor de zuivering, werd slechts 25 miljoen (= 5% van het totale bedrag) geïnvesteerd voor de bouw van de zuiveringsinstallatie in EL-Bireh. Nochtans voorzag het plan ook zuiveringsinstallaties voor de steden Nablus, Tulkarem, Jenin, Ramallah, Kidron, Hebron, Gaza stad en andere plaatsen.

 

Drinkwatertekort?

Het jaarlijkse verbruik van ‘natuurlijk zoet drinkwater’ per inwoner daalde in Israël van 1967 van 508 kubieke meter per persoon tot 170 kubieke meter per persoon in 2006. Het Palestijnse jaarlijkse verbruik steeg van 85,7 kubieke meter per persoon in 1967 tot 100 kubieke meter per persoon. Door het in gebruik nemen van 13 nieuwe Palestijnse bronnen zal het gemiddelde verbruik per persoon in de West Bank dit jaar verder toenemen, terwijl het verbruik van vers drinkwater in Israël verder afneemt.

Wat betreft de bijkomende leveringen van water aan de Palestijnen: waar de akkoorden de levering van 28,6 miljoen kubieke meter per jaar voorzagen, levert Israël jaarlijks bijna het dubbel van die hoeveelheid. Zo werd er in 2008 51,8 miljoen kubieke meter natuurlijk zoet drinkwater geleverd.

WATERAKKOORDEN – WAT WERD OVEREENGEKOMEN, WAT WERD UITGEVOERD?

WAT WERD AFGESPROKEN?

 

UITVOERING?

 

Artikel

 

Akkoord

 

 

Door Israël

 

Door Palestijnen

7

Overeenkomst om rechtsreeks 31 miljoen kubieke meter per jaar te leveren Er wordt 51,8 miljoen kubieke meter rechtstreeks geleverd

8/1b

Verhinderen van illegale boringen Geen illegale boringen Meer dan 250 illegale boringen, meestal in de noord-westelijke sector

3/f

Preventie van vervuiling door afvalwater(behandeling, hergebruik en selectief aanwenden van de verschillende soorten water) Veel afvalwater wordt gezuiverd en opnieuw aangewend. Er is verder onderzoek om het systeem nog te verbeteren. Minder dan 10% van het afvalwater in de West Bank wordt gezuiverd.Gevolg: vervuiling van het grondwater.
Tweet
Share
Share
0 Shares