Red Star Line museum vertelt ook een belangrijk Joods verhaal

schepen Heylen in gesprek met opperrabbijn Lieberman, assistent-rabbijn Carlebach en voorzitter Laurent Trau van Shomre Hadas (foto: Persdienst RSL)
Schepen Heylen in gesprek met opperrabbijn Lieberman, assistent-rabbijn Carlebach en voorzitter Laurent Trau van Shomre Hadas (foto: Persdienst RSL)

Met de opening van het nieuwe Red Star Line museum (RSL) eind vorige maand wordt het hoofdstuk van de massale emigratie vanuit de Antwerpse haven in de periode van 1873 tot 1935 naar de Verenigde Staten voor vergetelheid behoedt. Dat hoofdstuk blijkt – overigens meer dan dat algemeen geweten is – vooral ook een Joods hoofdstuk.

De officiële opening van het museum viel tijdens het Loofhuttenfeest maar schepen Heylen stond erop de Joodse Gemeenschap tijdens een pre-opening een week eerder te verwelkomen. Ook hij verwees in zijn toespraak naar het overweldigende Joodse karakter van de migratiegolf.

Volgens Heylen is de Joodse steun voor het museum dan ook groot. Die komt o.a. van Joodse nakomelingen van RSL-passagiers zoals de Amerikaanse modeontwerpster Diane Von Furstenberg die niet alleen sponsort maar ook als ambassadrice voor het museum optreedt. Ook de voormalige Amerikaanse ambassadeur Sam Fox heeft voor belangrijke financiële steun gezorgd. Er is ook de samenwerking met de familie van Irvin Berlin die de piano van de bekende componist in bruikleen gaf aan het museum.

De Joodse Berlin componeerde na zijn aankomst uit Antwerpen de liederen die uitgroeiende tot Amerikaanse klassiekers, waaronder God bless America, Alexander’s Ragtime Band en White Christmas. Verder het beeldmateriaal uit de collectie van de Joodse schrijver-fotograaf Alter Kacynze, de bijdrage van het Institute for Jewish Research in New York dat de memoires van de Joodse opvarenden bundelde, de prentkaarten uit de verzameling van Leonard Lauder, de zoon van Esthee Lauder. “En voel u vrij om zelf het rijtje verder af te maken want er is nog meer”, aldus Heylen.

Foto: Noortje Palmers / RSL
Foto: Noortje Palmers / RSL

500.000 tot 1.000.000 Joden

Al vertrokken er tweehonderdduizend Belgen met één van de schepen van Red Star Line naar de Nieuwe Wereld, vertrokken er ook minstens vijfhonderdduizend Joden op weg naar een veiliger bestaan, volgens sommige bronnen één miljoen. Zoals meermaals het geval was hadden Joden ook dit keer goede redenen om hun omgeving snel te verlaten.

Waar Belgische Amerikavaarders de grote oversteek ondernamen omwille van de penibele levensomstandigheden, hongersnood  en werkeloosheid, ontvluchtten de Joden met deze reis de moorddadige pogroms in hun thuislanden, vooral in Oost-Europa en Rusland en nadien ook voor het oprukkend antisemitisme in nazi-Duitsland.

Golda Meir, de latere Israëlische premier, was één van hen. Zij had in haar jeugd in het tsaristische Odessa een pogrom meegemaakt, een traumatische gebeurtenis die haar voor de rest van haar leven heeft getekend. Vanaf de jaren twintig vond het verdrijven van Joden systematisch plaats onder het bewind van opeenvolgende Russische tsaren. Het opzet was alzo gepland: het verdrijven van één derde van de Joodse bevolking, het uithongeren van een andere gedeelte en een verplichte bekering van de laatste groep overgebleven geloofsgenoten.

Het bekende patroon uit de geschiedenis vanaf de eerste pogrom in Marokko in het jaar 1033,herhaalde zich tientallen malen gedurende de volgende eeuwen, dit keer in Rusland. In 1903 verscheen De Protocollen van de Wijzen van Zion, de complottheorie over Joden die wereldmacht willen grijpen. Uiteindelijk resulteerde dit in gruwelijke moordpartijen op Joden in Rusland.

In 1935, het jaar dat de Red Star Line voor het laatst passagiers naar Amerika bracht, kon een beperkt aantal Joodse families zich nog in veiligheid brengen door tijdig in te schepen. Ongetwijfeld was Albert Einstein één van de bekendste RSL-passagiers. Hij wist hoe laat het was wanneer de nazi’s al zijn bezittingen in Duitsland confisqueerden en zijn bankrekeningen blokkeerden.

De Antwerpse organisatie De Centrale gaf enkele maanden geleden een gedenkboek aan het RSL- museum in bruikleen. Het boek dat door schepen van cultuur Philip Heylen in ontvangst werd genomen, werd opgesteld in 1936 en toont hoe de Joodse sinjoren grote drommen Oost-Europese Joden hulp boden om hun bestemmingen te bereiken. Dat was vooral Amerika maar ook Zuid-Amerika, Afrika, Canada, Australië en het Britse mandaatgebied Palestina. Er waren Joodse gezinnen die achtergebleven kinderen of zieken liefdevol opvingen en Joodse organisaties die berooide vluchtelingen voorzagen van voedsel en kleding.
In het jongste nummer van Joods Actueel leest u meer over deze bijzondere brok geschiedenis die u nu in Antwerpen kan verkennen. Mijn raad: zeker doen!

Michael Freilich
Hoofdredacteur

Tweet
Share
Share
0 Shares