Joden en humor onafscheidelijk sinds mensenheugenis

Van clown tot stand-upcomedian, van rabbijn tot Jakob met de pet, ze delen een scherp gevoel voor humor. Sigmund Freud deed onderzoek naar het typische karakter van de Joodse humor en schreef vervolgens een wetenschappelijke studie over het moeilijk te vatten fenomeen. De twee belangrijkste conclusies zijn summier samen te vatten als “Joodse humor gaat nooit over anderen en ook niet ten koste van anderen”.

Nog volgens Freud zijn de ‘slechte’ eigenschappen van Joden die in de grappen opduiken een gevolg van een deugd. We kennen dat fenomeen in de ontelbare spitsvondige en grappige opmerkingen over Joodse moeders en/of over Joodse echtgenotes. Joodse moeders hebben er alles voor veil om het talent van hun kroost maximaal te ontwikkelen en als ze daar in slagen is de moedertrots niet te bedwingen. Dat vind ik elke keer opnieuw gewoon prachtig! Een voorbeeld: de kleine Isaak komt uit school en vertelt zijn mama apentrots dat hij een rol gekregen heeft in de schooltheatervoorstelling als ‘getrouwde Joodse man’. Waarop de moeder zonder verpinken reageert met: “Ga onmiddellijk naar school en vraag een rol waarbij je ook tekst krijgt”.

Humoristische kwaliteiten bieden de gelegenheid om te lachen, wellicht één van de meest vertroostende eigenschappen waarover mensen beschikken te midden van hun dagelijkse beslommeringen. In het ergste geval beschermt het ons ook voor wanhoop in uitzichtloze situaties. En aan verschrikkelijke omstandigheden hebben Joden spijtig genoeg nooit gebrek gehad. Al lachen Britten met Ieren, Polen met Duitsers en Vlamingen met Hollanders en Nederlanders met ‘domme’ Belgen, ik verbaas me erover dat wij onverminderd met onszelf lachen.

Circus

Toen Joods Actueel enkele jaren geleden een artikel publiceerde over een Joods circus met een vaste standplaats in Brussel en we wat meer onderzoek deden naar Joden in het circus kwamen we tot de verrassende vaststelling dat de invloed op de ontwikkeling van het circus vanaf de eerste eeuw van onze jaartelling tot op de dag van vandaag grotendeels Joods is. Ook de clown die we kennen als grappenmaker die met zijn eigen stommiteiten of die van zijn collega-clown jong en oud vermaakt, wortelt in een Joodse traditie. De allergrootste circusnamen Circus Blumenthal, Circus Cohen, Circus Lorch, Circus Kinsbergen zijn of waren in handen van Joodse families. Ook de meest bekende namen als Het Wiener Circus en het Staatscircus van Moskou hebben Joodse roots. In de stambomen van circusartiesten vind je de families Blanus, Cohen, Rodenburg, Dassi, Kinsbergen, Pauwels en vele anderen. Hun beroepen staan vermeld als artiesten, circusdirecteurs, jongleurs, kunstrijders, paardendresseurs, dompteurs, clowns en muzikanten.

Tijdens het naziregime waren Joodse en niet-Joodse circusartiesten een voorbeeld in het redden van Joden. Er is het ongelofelijke verhaal van het Circus Althoff dat uit negentig artiesten en hun families bestond en dat in nazi-Duitsland optrad en Joden opnam en hen onder een andere naam liet meedraaien in hun circus. In Nederland wist directeur Boltoni een ganse familie zigeunermuzikanten als circusorkest te laten meetoeren en ook de beroemde Joodse clown Miech Teitelbaum te redden uit de klauwen van de Duitsers. Nog steeds zijn twee van de zes circussen die Vlaanderen rijk is, waaronder het circus Pauwels, onvervalst Joods van origine en zijn er in de andere Joodse artiesten aan het werk. Het is pijnlijk om te weten dat er ook volledige circusfamilies om het leven kwamen in concentratiekampen als Sobibor en Auschwitz.

Wansmakelijk

Joden zijn niet ook helemaal niet ‘boos’ zoals Vlaamse media ononderbroken verkondigden na een reeks wansmakelijke voorvallen maar we vinden het wel schokkend en we kunnen met de beste wil van de wereld niet begrijpen wat er grappig is aan de deportatie en vergassing van bijna 23.000 joden – de grootste misdaad die ooit op het Belgisch grondgebied gepleegd werd. We zouden het eveneens choquerend vinden als de openbare omroep een cabaretier of stand-upcomedian zou opvoeren om grappen te maken over de slachtoffers van Marc Dutroux of over de kleine kindjes die vermoord werden in een crèche in Dendermonde. Persoonlijk zeg ik steeds: met ons mag er zeker gelachen worden. Lach met onze ‘rare’ feesten of eetgewoonten, maak grapjes over de bijbel, over Abraham of Mozes, ja, lach zelfs met onze rare kledij of om mijn keppeltje. Maar lach niet met miljoenen onschuldige mannen, vrouwen en kleine kinderen die op een beestachtige manier werden gedeporteerd en vermoord, enkel omdat ze joods waren.

Antisemieten gebruiken op hun beurt stereotypische eigenschappen zonder ze te verbinden met de joodse deugden waarvan ze een gevolg zijn. Een hard studerende Jood wordt zo een sluwe vos, een geslaagd zakenman die werk creëert een oplichter, een succesrijke politicus of adviseur is erop uit om een wereldoverheerser te worden en ga zo maar door. En dat terwijl het harde werken van Joden wortelt in het streven om van de wereld een betere plaats voor iedereen te maken. Maar het inzetten van Joods talent wordt door dit soort lieden op de meest vulgaire manier in alle toonaarden ontkend. Dat tussen 1901 en 2017 meer dan twintig procent van de Nobelprijswinnaars Joden waren – om precies te zijn 195 van de 900 laureaten – komt toch niet uit de lucht gevallen als je weet dat Joden slechts 0,2 procent van de wereldbevolking uitmaken?

Nieuwe vormen

Dat Joodse komieken – nadat het circus naar de achtergrond verdrongen werd door film, theater en televisie – een belangrijke rol speelden in de transitie naar deze nieuwe vormen is duidelijk. De Marx brothers waren bij de eerste trendsetters in een onafgebroken keten van vernieuwende artiesten, decennia in decennia uit. Heeft het zin om ze allemaal op te sommen? Jullie kennen immers Woody Allen en Borat evengoed als ik. En mogelijk kijkt u naar sitcoms als de Goldbergs op Netflix? En stand-upcomedians? Op Wikipedia vonden wij 190 pagina’s met biografieën en activiteiten van bekende Joodse standup-comedians. U kan er waarschijnlijk nog een groot aantal aan toevoegen.

Witz uit 1935

Ik kan haast niet anders dan eindigen met een witz uit het Berlijn van 1935 en zondermeer actueel tot op de dag van vandaag. Rabbijn Altman zit op kantoor te lezen in het naziblad Der Sturmer. Zijn secretaris Moshe Eisenberg reageert geschrokken. “Rabbijn, hoe kom je erbij om een nazipropagandablad te lezen. Je bent toch geen masochist?” “Integendeel, Herr Eisenberg, in Joodse kranten lees ik over pogroms, over aanslagen in Palestina en over assimilatie in Amerika. Maar in Der Sturmer lees ik dat we de banken, de media, de kunstsector en de academische wereld controleren en dat we op het punt staan om de ganse wereld over te nemen. Daar wordt een mens tenminste goedgezind van!”

 

Tweet
Share
Share
0 Shares