Eenzijdigheid troef: Centrum voor Afstandsonderwijs over het Midden-Oostenconflict

Een goede opleiding is een basisrecht in onze democratie. Om dat te verwezenlijken, ook voor wie zijn kans gemist heeft, biedt het Vlaamse Centrum voor Afstandsonderwijs een prachtig aanbod via een reeks online cursussen. Maar in het vak ‘geschiedenis’ staat het hoofdstuk over het Israëlisch-Arabisch conflict vol fouten. De les start met een foutief citaat uit de bijbel. Wat beweerd wordt over de Romeinse periode klopt evenmin en ook over het VN-verdelingsplan slaat de auteur de bal totaal mis. Over het Palestijnse terrorisme verneem je evenwel niets in deze cursus. Van éénzijdigheid gesproken…

Lieve Schacht

Vanaf het begin loopt het fout. Jeruzalem, Ramallah, Tel Aviv en Haifa zijn volgens de auteur allemaal bekende Israëlische steden. Maar Ramallah is altijd een Palestijnse stad geweest en werd door de Oslo-akkoorden van 1993 tussen Israël en de PLO ook toegewezen aan de Palestijnen. Eind 1995 werd het bestuur van de stad door Israël ook effectief overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit, die in Ramallah haar bestuurlijk centrum heeft uitgebouwd. In Ramallah bevindt zich de Mukataa (de residentie van de president) en het Palestijnse parlement. Mogelijk wordt het Palestijnse Ramallah verward met het Israëlische Ramla (tussen Tel Aviv en Jeruzalem). Een eerste onschuldig foutje, maar helaas blijft het daar niet bij.

DE BIJBEL HERSCHREVEN: ABRAHAM VERHUIST MET ZIJN GEZIN NAAR… PALESTINA

Terecht stellen de auteurs dat de geschiedenis van het land onlosmakelijk verbonden is met de bijbel. Zij citeren hierover Genesis 12:1: “God roept Abraham op om zijn land te verlaten en te trekken naar een land dat God zal wijzen. Abraham deed wat hem opgedragen was en verhuisde naar een gebied dat Palestina werd genoemd, het latere Israël, de thuishaven van het Joodse volk.” De bijbel wordt hier evenwel verkeerd aangehaald. Abraham gaat volgens de bijbel naar Kanaän. (zie kader Genesis 12:1).

Genesis 12:1:

“En zij (nvdr Abram en zijn gevolg) togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en ze kwamen aan in het land Kanaän. (…) en de Kanaänieten waren toen ter tijd in dat land.”

(vertaling Statenbijbel)

 

De tekst in de cursus vervolgt: “Dat bleef zo tot het machtige Romeinse Rijk in 61 het toenmalige Palestina bezet. Dit betekende meteen het einde van de Joodse staat. Vele joden werden verdreven en verspreidden zich over de hele wereld. Rond 300 na Christus namen de Byzantijnen het roer over van de Romeinen en nog eens driehonderd jaar later veroverden Arabische moslimlegers grote delen van het Midden-Oosten. Tot het begin van de 20ste eeuw zou de streek gecontroleerd worden door de moslims.”

Deze vereenvoudigde versie van 2.000 jaar geschiedenis is gewoon foutief. De Romeinen zijn er al de baas in 63 voor onze tijdrekening. Pas na de mislukte Joodse opstanden (1ste en 2de eeuw) proberen de Romeinen de sporen van de Joodse aanwezigheid uit te wissen en krijgt de Romeinse provincie Judea een nieuwe naam, n.l. Palestina. (zie kader ‘De Joodse geschiedenis in een notendop’).

KADER: De Joodse geschiedenis in een notendop

·         Historisch gezien komt Abraham ongeveer 4.000 jaar geleden naar Kanaän.

·         Een kleine 1.000 jaar later worden de twaalf stammen verenigd in het Joodse koninkrijk Israël van koning David en Salomon. Daarna wordt Israël opgesplitst. Ten zuiden ervan ontstaat Judea met Jeruzalem als hoofdstad.

·         Het noordelijke Israël wordt in de 9de eeuw voor onze tijdrekening door de Assyriërs van de kaart geveegd. De bevolking wordt in slavernij afgevoerd.

·         De Babyloniërs veroveren in 587 voor onze tijdrekening Judea, de tempel in Jeruzalem wordt verwoest en de bevolking wordt naar Babylon verbannen.

·         Een halve eeuw later worden de Perzen de nieuwe heersers in Babylonië. Verbannen Joden mogen vanuit Babylon naar Judea terugkeren en een nieuwe tempel in Jeruzalem bouwen.

·         In de 4de eeuw voor onze tijdrekening verovert Alexander de Grote een wereldrijk dat zich uitstrekt van Egypte tot aan de Indus. Zo komt Judea terecht in de Hellenistische invloedssfeer.

·         In het midden van de tweede eeuw voor onze tijdrekening starten de Makkabeeën er een opstand tegen de onderdrukking van de Joodse godsdienst. (= de historische achtergrond van het Joodse Hanoekafeest). Het resulteert in de oprichting van de relatief autonome dynastie van de Hasjmoneeën binnen het Seleucidische Rijk.

·         In 63 voor onze tijdrekening worden de Romeinen de nieuwe heersers in het Midden-Oosten. De Hasjmonese dynastie wordt afgeschaft en Herodes de Grote wordt aangesteld als de ‘koning van Judea’. Onder zijn heerschappij wordt de tempel in Jeruzalem uitgebreid en verfraaid. (de ‘Klaagmuur’ is een overblijfsel van Herodes’ uitbreiding, namelijk een restant van de muur van het terras rond het tempelcomplex.)

·         De Joodse opstand in de eerste eeuw (66-70) wordt door de Romeinen neergeslagen en keizer Titus laat Jeruzalem en de Joodse tempel met de grond gelijkmaken. Judea wordt een Romeinse provincie.

·         Na een tweede opstand in 135 (onder leiding van Bar Kochba) verbant de Romeinse keizer Hadrianus de Joden, hij laat Jeruzalem in Romeinse stijl heropbouwen, de stad wordt voortaan Aelia Capitolina genoemd. De (Romeinse) provincie Judea krijgt Palestina als nieuwe naam.

·         Keizer Julianus laat in 362 de Joden terugkeren naar Jeruzalem. In 395 valt het Romeinse Rijk uiteen en wordt het gebied bestuurd vanuit Byzantium, het Oost-Romeinse rijk.

·         In 636 verovert kalief (= opvolger van de profeet Mohammed) Omar ibn al-Khattab Jeruzalem. Eind 7de eeuw bouwen de moslims op de Tempelberg de Rotskoepel en in het begin van de 8ste eeuw de Al Aqsa moskee (zo genoemd naar de in de Koran vermelde ‘verre moskee’). Vanaf dan – op de periode van de christelijke overheersing van de kruisvaarders van 1099 tot 1187 na – maakt het gebied deel uit van een moslimrijk.

·         In 1517 wordt Jeruzalem veroverd door de relatief tolerante Ottomanen en wordt administratief een onderdeel van de Ottomaanse vilayet (= provincie) Syrië.

·         In 1918 verovert de Britse generaal Allenby Jeruzalem op de Ottomanen. In 1922 creëert de  Volkerenbond het Brits mandaat over Palestina, waarin bevestigd wordt dat Groot-Brittannië verantwoordelijk is voor het scheppen van de condities voor de ontwikkeling van een Joods Nationaal tehuis, in respect met de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners, ongeacht hun afkomst of godsdienst.

·         In 1947 stelt de UNO een verdelingsplan voor. Op 29 november 1947 wordt het plan na een stemming goedgekeurd door de Algemene Vergadering. Op het terrein start een oorlog: de Arabieren proberen de Joodse plaatsen te isoleren en de Joden strijden om de verbindingswegen tussen de Joodse nederzettingen open te houden.

·         Na de terugtrekking van de Britten (14/05/1948) roept Ben Goerion de staat Israël uit, als staat voor de Joden. De dag daarop vallen vijf Arabische buurlanden (Egypte, Irak, Libanon, Syrië, en Trans-Jordanië) de Joodse staat binnen. Israël wint de ‘onafhankelijkheidsoorlog’.

‘TUSSENSTAP’

Over het UNO verdelingsplan vermeldt de cursus: “Uiteindelijk is er nooit gestemd over het plan. De Palestijnen waren uiteraard niet akkoord met het plan, (…) de Joden waren wel enthousiast, al zagen zij het slechts als een tussenstap naar een volledige kolonisatie van Palestina. Nieuw geweld brak uit ten gevolge van het voorgelegde plan en in 1948 riep de jood David Ben Goerion de Joodse staat ‘Israël’ uit: een regelrechte oorlogsverklaring aan de Palestijnen (…) Gerichte terreuracties van de zionisten deden honderdduizenden Palestijnen vluchtten (sic) naar de buurlanden. De meesten bevinden zich daar nog steeds.

Het verdelingsplan wordt wel degelijk op 29 november 1947 goedgekeurd na stemming binnen de UNO (33 lidstaten stemmen voor, waaronder ook België en elf landen tegen. Tien lidstaten – onder meer Groot-Brittannië – onthouden zich). De Arabieren beschuldigen Israël vanaf het begin ervan dat het naar de vorming van ‘Groot-Israël’ zou streven en dit is nog steeds het geval. Naar de intenties van mensen kan men alleen gissen en dat is niet de taak van de historicus. De geschiedenis hoort zich uit te spreken op grond van de feiten.

  1. Feit is dat Ben Goerion in de onafhankelijkheidsverklaring oproept om een oorlog te voorkomen: “Zoals het goede buren betaamt, reiken wij in vrede en vriendschap de hand aan alle omringende landen en hun volkeren en nodigen wij hen uit samen te werken met het soevereine Joodse volk in zijn eigen land. De staat Israël is bereid haar deel bij te dragen in een gezamenlijk streven naar vooruitgang van het gehele Midden-Oosten.”
  2. Feit is wel dat Israël later verschillende oorlogen voert waarbij het terrein verovert. De oorlogen zijn evenwel altijd een antwoord op duidelijke daden van agressie vanuit een buurland. Maar ondertussen heeft Israël ook al veel veroverd gebied – ongeveer zeven keer de eigen oppervlakte – afgestaan aan (voormalige?) vijanden. Israël deed inmiddels afstand van de Sinaï (1982), Zuid-Libanon (1983 en 2000), delen van de Westbank (Oslo-akkoorden) en Gaza (2005). De Oslo-akkoorden zijn trouwens gebaseerd op het principe ‘land voor vrede’, zoals dit gedefinieerd is in de resolutie 242 van de Veiligheidsraad (1967).
  3. Feit is dat na de bekendmaking van het verdelingsplan onrust ontstaat in de eeuwenoude Joodse wijken in de hele Arabische wereld. Er worden anti-joodse wetten gestemd en er zijn pogroms, waarbij veel joden omkomen. Daags na de onafhankelijkheidsverklaring bloklettert de New York Times: ‘Joden in groot gevaar in alle moslimlanden’. Door het negatieve klimaat slaan ongeveer een miljoen Joden op de vlucht, van wie 850.000 richting Israël. Deze Joodse vluchtelingengolf uit de Arabische landen wordt in de cursus evenwel niet vermeld.
  4. Feit is dat de “terreur?”acties van “de zionisten” niet de enige reden zijn voor veel lokale moslims om te vluchten. De helft gaat lopen op aanbevelen van Arabische bevelhebbers die hen beloven om heel het gebied te veroveren op de Joden. Zo lopen ze de Arabische legers niet voor de voeten en kunnen zij na de overwinning veilig en wel terugkeren.

De auteur schrijft verder over het Palestijnse vluchtelingenprobleem: “De VN-resolutie die de Palestijnen het recht moet geven op de terugkeer naar hun thuisland blijft onuitgevoerd”. Hier verzwijgt de auteur dat deze UNO-resolutie 194 (1948) door de Arabieren zelf wordt afgewezen omdat die resolutie ook de erkenning van Israël inhoudt.

‘APARTHEIDSMUUR’

De PLO en de intifada worden genoemd, maar er wordt niet uitgelegd dat de tweede intifada (2000-2002) een golf van terreur in Israël veroorzaakt. Wel valt te lezen: “Vanaf 2003 wordt gestart met de bouw van een ‘apartheidsmuur’ die Israël afscheidt van de Palestijnse dorpen die zich in Israël bevinden. Dit doet denken aan de Berlijnse muur die gebouwd werd tussen Oost- en West-Duitsland. In Israël gaat het wel niet om een echte muur, maar meer om een barrière.”

Maar de muur in Berlijn werd gebouwd om te verhinderen dat de inwoners van het communistische Oost-Duitsland naar het Westen zouden vluchten, terwijl de afscheiding in Israël er is om de terreuraanslagen vanuit Palestina in Israël te vermijden – en daar ook in geslaagd is en wel zonder bloedvergieten.
Alleen al het feit dat het woord ‘apartheid’ wordt gebruikt, toont aan hoezeer de auteur de Palestijnse propaganda overneemt. Wie maar een klein beetje kennis heeft over Israël weet dat in dat land de Arabische bevolking (zo’n 20% van de Israëli’s) gelijke rechten heeft en dat er dus ook Arabieren dienen in het leger, politieagenten zijn, zetelen in het parlement en zelfs lid zijn van het Hooggerechtshof.

TERREUR? CONNAIS PAS.

Over de zesdaagse oorlog van 1967, de Jom Kippoeroorlog van 1973 of de lange lijst van vliegtuigkapingen en wereldwijde terreurdaden van de PLO vanaf de jaren ’70 wordt met geen woord gerept in de cursus. Enkel wordt vermeld dat “radicale groepen zich ondertussen van de PLO hadden afgescheurd. Zij probeerden op een gewelddadige manier een eigen staat af te dwingen. Een van de bekendste radicale Palestijnse bewegingen is Hamas. De vreedzame PLO werd erkend als enige wettelijke vertegenwoordiger van de Palestijnen”.

De auteur slaat ook de bal mis met de bewering dat de Arabieren in Israël geen legerdienst vervullen. Zij zijn niet dienstplichtig zoals de Joodse Israëli’s, maar ze mogen wel degelijk vrijwillig dienstnemen in het IDF. Momenteel dienen meer dan 3.000 jonge Arabieren in de Israëlische krijgsmacht.

De Oslo-akkoorden zijn evenmin een item in de les. Dat is bijzonder merkwaardig omdat die akkoorden toch een eerste stap in de creatie van de twee-statenoplossing zijn. Door deze akkoorden leven 96% van de Palestijnen op de Westbank en alle Palestijnen van Gaza onder Palestijns zelfbestuur.

Ook het conflict om de macht in Gaza tussen Hamas en de PLO, het feit er sinds de presidentsverkiezingen van 2006 toen Abbas tot president verkozen werd, nooit meer verkiezingen gehouden zijn, terwijl zijn ambtstermijn van vier jaar ondertussen al twaalf jaar verstreken is.

Examencommissie

“Ben je het moe om elke dag op de schoolbanken te zitten? Studeer je liever op je eigen tempo en op je eigen manier? Goed nieuws! Wij bereiden je perfect voor op de examens van de Examencommissie”, lezen we op www.centrumvoorafstandsonderwijs.be, een instelling van de Vlaamse overheid. “Voor elk vak krijg je een volledige cursus én een ervaren coach. Zo ben je zeker dat je de leerstof helemaal begrijpt en dat je geen overbodige of foute dingen leert. Superhandig!”

Voor wat betreft het hoofdstuk over het Israëlisch-Palestijns conflict in de cursus geschiedenis wordt deze mooie belofte alvast niet waargemaakt. De hele tekst is doorspekt met fouten en belangrijke feiten worden niet vermeld. Maar bovenal is het hele document vooringenomen. De auteur wil kost wat kost bewijzen dat het gebied enkel en alleen aan de Palestijnen toekomt. Zelfs de bijbel wordt met dat doel voor ogen aangepast. Zo surft de cursus mee op het heersende antizionisme en leren de leerlingen niet om op een kritische manier met historische bronnen om te gaan, wat nochtans een belangrijke eindterm is voor dit vak.

De hele les staat haaks op wat geschiedenis hoort te zijn. Alle belangrijke feiten moeten aan bod komen en de standpunten en acties van de verschillende partijen moeten naast elkaar gesteld worden, zodat de leerling elementen aangereikt krijgt om tot een evenwichtig standpunt te komen op basis van argumenten.

Of de auteur/coach van de les ‘ervaren’ is, valt niet af te leiden. Handig in het manipuleren van de geschiedenis is hij/zij wel. De tekst krioelt van de fouten en essentiële elementen worden weggelaten.

‘Superhandig’ is deze les allerminst. Superspijtig, want het is een gemiste kans.

26 Shares
Tweet
Share
Share26