Boekrecensie: Simone Veil, een leven

In 2007 publiceerde de bekende Frans-Joodse politica, Simone Veil, haar autobiografie ‘Ma Vie’. Die is nu in een Nederlandse vertaling verschenen bij Atlas uitgeverij. Met die titel verwijst Veil naar de roman van Guy de Maupassant ‘ Une vie’, zoals blijkt uit het citaat vooraan in de Franse versie.

« Maupassant, Maupassant que j’aime, ne m’en voudra pas d’avoir emprunté le titre d’un de ses plus jolis romans pour décrire un parcours qui ne doit rien à la fiction »

Mijn leven is geschreven in een ingetogen, bijna afstandelijke toon. Niettemin en misschien zelfs wel daardoor geeft ze in het eerste deel van haar boek, een aangrijpend beeld van haar jeugd en van de donkere tijden van bezetting en deportatie, voor haar verdere leven een beslissende tijd. Simone Veil , geboren in Nice ( 1927) was de dochter van André Jacob en Yvonne Steinmetz.

Ze beschrijft het gezin, vader, moeder, één zoon en drie dochters, als een geassimileerde Joodse familie, patriottisch en niet- religieus. Wanneer ze na de oorlog haar man Antoine Veil ontmoet, beschrijft ze diens familie op dezelfde manier: niet- religieuze, zeer ontwikkelde Joden die van Frankrijk hielden, waaraan ze hun integratie te danken hadden. Haar vader was er trots op dat de Joden het volk van het Boek waren. Het betekende voor hem dat ze konden denken en schrijven. Men las in de familie Jacob dus de Franse klassieke werken, toch wisten ze zich ook deel van de Joodse gemeenschap te maken zonder daar een geheim van te maken. Vanaf 1934 hield haar moeder zich bezig met het opvangen van vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. Alles veranderde echter radicaal toen op 9 september 1943 de Duitsers Nice binnentrokken. In 1944 werd het gezin opgepakt en gedeporteerd. Vader en broer Jean zijn vermoedelijk in Litouwen vermoord. Haar oudste zus Denise, ging bij het verzet, werd opgepakt en overleefde Ravensbrück. Simone kwam, zestien jaar oud, met moeder en zus Milou in Auschwitz terecht. Ze overleefden het kamp en de uitputtende dodenmars naar Bergen-Belsen waar haar moeder stierf aan tyfus. De beschrijving van haar tijd in Auschwitz en van de barre tocht langs verschillende andere concentratiekampen is onopgesmukt. Ze heeft het altijd van belang gevonden te vertellen wat haar toen is overkomen, in de hel, schrijft ze. Wilskracht en ook toeval hebben haar in alle ellende geholpen om in leven te blijven.

De terugkeer in de samenleving was pijnlijk. Niemand wilde nog horen wat ze allemaal had meegemaakt. Ontwend aan een bed, sliep ze maandenlang op de grond. De gewone dingen van het leven benauwden haar. Feestjes, gezelschappen, bijeenkomsten meed ze. Het kostte haar moeite normale menselijke relaties aan te gaan. Wat moest ze doen: zwijgen of praten? De juiste maat vinden was moeilijk, schrijft ze. Toch heeft ze nooit gezwegen. Ze ontmoette Antoine Veil, ze huwden en kregen drie zonen.

Het tweede deel van het boek gaat over de rol die Simone speelde, eerst in de Franse en later in de Europese politiek. Zo vertrouwde Valéry Giscard d’ Estaing (president van 1974 tot 1980) de onervaren Veil de portefeuille toe van minister van Volksgezondheid. In die hoedanigheid slaagde ze erin de in Frankrijk fel omstreden wet ter legalisering van abortus door het parlement te loodsen. Veel woorden maakt Veil niet vuil aan het beruchte debat in de Assemblée Nationale dat drie dagen duurde. Afstandelijk noteert ze dat er hakenkruisen verschenen op de muren van haar huis en dat ‘veel interventies’ in de vergaderzaal ‘haatdragend en lasterlijk’ waren. Die ongure zitting en Veils waardige reactie droegen bij tot de vorming van Veil als morele autoriteit. Haar oordeel telt in Frankrijk, nog steeds.

Ze werd later ook de eerste voorzitter van het rechtstreeks verkozen Europees Parlement. Fraai zijn Veils beschrijvingen van het politieke bedrijf. Coulant is ze niet, nogal wat politici worden met vlijmscherpe oordelen weggezet. Ze heeft het niet op communisten, socialisten en gaullisten, maar geeft ook kritiek op geestverwanten in de UDF.

Op latere leeftijd verrichtte ze goed werk als voorzitter van de stichting ter herinnering aan de Shoah, de stichting die in Frankrijk het van de Joden geroofde geld beheert en verdeelt. Ze werd voorzitter, schrijft ze, omdat ze een ex- gedeporteerde was en tevens onafhankelijk, lid van geen enkele Joodse organisatie.

In het jaar dat deze memoires in Frankrijk verschenen, nam Veil afscheid als lid van de Franse Raad van State, de Conseil Constitutionel en trad zij toe tot een ander select gezelschap, de Académie Française. Ze was net 81 jaar geworden.

Simone Veil doet in haar autobiografie verslag van een indrukwekkende maatschappelijke carrière en een door drama’s getekend leven, maar over zichzelf geeft ze niet zoveel prijs. Om inzicht in haar karakter en persoonlijkheid te krijgen en de werkelijke betekenis die ze gehad heeft voor het Franse politieke bestuur beter te begrijpen, zullen we moeten wachten op de biografie.

Simone Veil, Een leven,
Paperback, Atlas 2009
288 pp, €24,90
Vertaling Frans de Haan
ISBN 97890450014678

Recensie: Sonja De Schaepdryver


Tweet
Share
Share
0 Shares