Joodse en Arabische vluchtelingen: het verschil tussen retoriek en realiteit

refu1Het Arabische vluchtelingenprobleem werd 60 jaar lang gepolitiseerd en geeft als gevolg daarvan een foute en bijzonder eenzijdige kritiek,  met als enige doel ons af te leiden van meer belangrijke kwesties zoals het probleem van de grenzen en het terrorisme. Daarnaast werd het Joodse vluchtelingenprobleem zonder pardon doodgezwegen en gemeenzaam  door Arabieren en vredesbewegingen allerhande, geminimaliseerd, ontkend of gemeenzaam onder de mat geveegd.

Ondertussen werden de kwesties zoals het recht op terugkeer en de vergoeding nooit adequaat opgelost en grotendeels vergeten. Hetzelfde patroon geldt ook voor Joden die gevlucht zijn uit het Midden-Oosten en Noord-Afrikaanse landen, ook al is hun aantal ongeveer 50 procent groter dan de Palestijnse vluchtelingen en is het verschil in verloren individuele activa zelfs nog groter.

Door Brabosh

Het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk blijft reeds meer dan zestig jaar onopgelost en is nog steeds het grootste struikelblok bij het bereiken van een Israëlisch-Palestijns vredesakkoord. Tegelijkertijd is er maar weinig discussie over het groter aantal Joden die gedwongen werden de landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika te verlaten, landen waar ze voor duizend jaren hadden gewoond en een bijwijlen bloeiende cultuur hadden opgebouwd. De realiteit van het thema heeft plaats gemaakt voor troebele politieke motieven, en de feiten over de aantallen vluchtelingen en bezittingen die verloren gingen, zijn in beide gevallen maar weinig bekend bij het grote publiek.

Het exacte aantal Palestijnen die gevlucht zijn vanuit Israël tussen november 1947 en december 1948, zal wellicht nooit bekend worden. De schattingen lopen uiteen van ongeveer 400.000 tot een miljoen. Het meest aannemelijke cijfer is ongeveer 550.000. Gebaseerd op cijfers van de volkstelling en demografische ontwikkelingen, waren er in 1947 waarschijnlijk ongeveer 740.000 Palestijnen in het gebied dat later Israël werd. Ongeveer 140.000 bleven er wonen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van Israël en ongeveer 50.000 keerden snel terug na 1948 (schattingen variëren – al naargelang de bron – van 30.000 tot 90.000). Ongeveer tweederden, van al deze mensen die Israël verlieten, trokken naar de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De overigen gingen voornamelijk naar Jordanië, Libanon en Syrië wonen.

Arabieren vluchtten weg uit Palestina

Het aantal extra Palestijnse vluchtelingen als gevolg van de oorlog van 1967 is ook gebaseerd op een ruwe benaderingen. De meeste waarnemers hanteren het cijfer ongeveer 300.000, van wie bijna 100.000 terugkeerden in de maanden na de oorlog. Daarnaast, waren ongeveer de helft van de vluchtelingen al vluchteling uit de oorlog van 1948. Het resultaat is dat het aantal ‘nieuwe ‘vluchtelingen waarschijnlijk ongeveer 100.000 bedroeg. Zo is de netto-totaal van vluchtelingen, gecreëerd door beide oorlogen, ongeveer 650.000.

Binnen Israël, waren er ook intern ontheemden (IDP). Dit waren de Palestijnen die hun huizen waren ontvlucht, maar ze na hun terugkeer niet terugkregen. Schattingen van de IDP’s lopen sterk uiteen. Verschillende Israëlische geleerden geven cijfers van 10.000 tot 23.000, internationale organisaties (zoals het Internationale Rode Kruis en VN-Relief and Works Agency-UNRWA) spreken over 25.000 tot 46.000, en de Palestijnen zelf van een veelvoud: ergens tussen 150.000 tot 300.000 Palestijnse ontheemden binnen Israël. Als we anderzijds cijfers van de internationale organisaties hanteren over het aantal Joodse ontheemden, die gedwongen werden de Westbank en de Gazastrook te verlaten, zouden er ruwweg geschat 40.000 Joden ontheemd zijn na de oorlog van 1948.

Vóór 1948 waren er iets meer dan een miljoen Joden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika buiten het gebied dat later Israël werd, met inbegrip van de 40.000 Joden die woonden op de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Het totale aantal daalde met de helft in de jaren na de 1948 oorlog en daalde vervolgens  verder tot ongeveer 100.000 na het conflict van 1967. De Joodse bevolking bleef in de daaropvolgende jaren verder dalen en in 2007 bedroeg hun aantal slechts 15.000 tot 35.000. Het grootste deel van die resterende Joden verblijft in Iran. Zo ongeveer een miljoen Joden werden vluchteling, als gevolg van acties in het Midden-Oosten en in de Noord-Afrikaanse landen. Wanneer men de twee vluchtelingen exodussen gaat vergelijken kan, met een hoge mate van waarschijnlijkheid, worden besloten dat het aantal Joodse vluchtelingen ongeveer 50 procent groter is dan dat van de Palestijnse vluchtelingen.

1948, Joden vluchten weg uit de Westbank nadat Jordanië dit gebied eenzijdig annexeerde

De oorzaken van beide exodussen zijn duidelijk. Israël heeft in 1948 gehandeld uit zelfverdediging tegenover de Arabische staten, die Israël en haar Joodse bewoners wilden uitroeien, het nieuwe land dat net door de Verenigde Naties was erkend. Veel Palestijnen vluchtten in 1948 omdat de Arabische staten hen beloofden dat ze konden terugkeren van zodra de oorlog gewonnen was en de nieuwe Joodse staat vernietigd zou zijn. Anderen vluchtten om te voorkomen dat ze moesten deelnemen aan de gevechten. Gevallen deden zich voor van Joodse raids die Palestijnen uit hun huizen dreven en waarbij een aantal Palestijnse burgers werden gedood. Maar deze gebeurtenissen waren relatief zeldzaam en vinden helaas plaats in alle oorlogen. Zonder twijfel ligt de eerste verantwoordelijkheid bij degenen die de oorlog begonnen – in dit geval de Arabische staten.

In vergelijking hiermee, was de verdrijving van de Joden uit de Arabische staten gedreven uit pure wraakzucht. Aanvallen op de Joden en hun eigendommen in deze landen waren vanaf de jaren 1920 schering en inslag vanaf het ogenblik dat de bespreking van een mogelijke vorming van een Joodse staat in Palestina meer concrete vorm kregen. De moorden en het verlies van eigendommen zijn slechts gedeeltelijk toe te schrijven aan de periode 1930-1945, door de toegevoegde factor van nazi-propaganda en de nazi-bezetting van Vichy en Noord-Afrika. Gedurende deze periode was er een kleine, maar gestage toename van het aantal Joden afkomstig uit de Arabische landen die migreerden naar Palestina.

Het was het Arabische extreme geweld en hun respectievelijke overheden die discriminerende  maatregelen namen in reactie op de 1948, 1956 en 1967, oorlogen die leiden tot de grote uittocht van de Arabische Joden. In de hele regio waren er anti-joodse rellen waarbij intimidatie en moorden doet denken aan de Oost-Europese pogroms. Bovendien was er vaak de confiscatie van eigendommen, samen met de beperkingen op de werkgelegenheid en de economische mogelijkheden die vergelijkbaar zijn met de Duitse nazi-acties in de jaren 1930. Toegevoegd aan dit was de onafhankelijkheid van de voormalige Franse kolonies in Noord-Afrika waardoor de Joden  in die landen de Franse bescherming verloren. Acties tegen Joden in Iran waren veel beperkter dan in de Arabische landen. Toch was er een constante uitstroom na 1948 die versnelde na de toegenomen discriminatie die volgde op de Islamitische Revolutie van 1979. De huidige Joodse bevolking in Iran is ongeveer een vijfde van die van 1948.

Arabieren vluchtten met schepen

Waarom is het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk zo sterk blijven doorwegen tot op heden, terwijl anderzijds de toch veel grotere exodus van Joden compleet van tafel is verdwenen? Het antwoord is simpel en eenvoudig. De Joden die gedwongen werden de landen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika te verlaten, werden vrij effectief en snel opnieuw opgenomen in Israël en in de Westerse landen. Daarentegen werd het merendeel van de Palestijnen die gevlucht zijn èn hun nakomelingen – sommige schatten hun aantal op 4,7 miljoen in 2006 – zestig jaar of drie generaties later nog steeds vluchtelingen zijn.

Deze mensen nog steeds vluchtelingen noemen slaat totaal nergens op. Weinig of nauwelijks geen van hen leven nog in tentenkampen of tijdelijke woningen. De meeste hebben hun eigen huizen en wonen in gebieden van de steden die kunnen aangemerkt worden als buurten met arbeiderswoningen. In plaats van vluchtelingen, zijn zij gewoon steuntrekkers, voornamelijk op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. Aan de andere zijde van de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, heeft enkel Jordanië het burgerschap verleend aan al haar Palestijnen en zijn zij volledig geïntegreerd in de lokale gemeenschap. Maar zelfs compleet geassimileerd in Jordanië en elders worden zij door de Verenigde Naties Relief and Works Agency (UNWRA) tot op vandaag nog altijd beschouwd als vluchtelingen.

De politieke motieven zijn duidelijk. In de jaren 1948 na de oorlog, werd de vluchtelingenkwestie levend gehouden vooral omdat de Arabische landen zich vernederd en gefrustreerd voelden door de aanvalsoorlog tegen Israël te verliezen, oorlog die ze zèlf begonnen waren. Dit gevoel werd nog verergerd door een sterk nationalisme dat decennia lang nog zal toenemen en volharden. Immers, Jordanië en Egypte zouden de Palestijnse vluchtelingen toch gemakkelijk hebben kunnen geabsorbeerd en geïntegreerd hebben op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, gebieden die zij controleerden als onderdeel van hun eigen landen, tenminste als zij dat werkelijk hadden gewild.

Ondertussen, hadden zowel de Arabische regeringen en de Arabische Liga zich gekant tegen de toekenning van het burgerschap aan Palestijnse vluchtelingen in hun land, omdat die volgens hen het gebruik van het recht op terugkeer naar de Joodse staat zou ondermijnen. Bovendien werd snel vergeten dat de Arabische landen de èchte agressors waren en de eerste verantwoordelijken voor de oorzaak van het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Wat uiteindelijk resulteerde dat zij de Palestijnse vluchtelingen gebruikten (en nog steeds gebruiken) als politieke pionnen in het schaakspel om de macht over het Midden-Oosten. Dit feit werd het bondigste verklaard door het voormalige hoofd van de UNRWA, Ralph Galloway, toen hij sprak: “De Arabische landen willen niet dat het vluchtelingenprobleem wordt opgelost. Zij willen het probleem blijven koesteren als een open wond, als een belediging van de VN, èn als wapen tegen Israël. Het kan de Arabische leiders helemaal niks schelen of Arabische vluchtelingen leven of sterven.

1951 Joodse vluchtelingen uit Irak

De Palestijnse en Arabische leiders bleven de Palestijnse vluchtelingenkwestie en het recht op terugkeer verder uitspelen en uitbuiten, vooral na de Oslo-akkoorden die leidden tot discussies over een twee-staten-oplossing, als belangrijkste pasmunt in deze onderhandelingen. De meer extremistische leiders manipuleren deze kwesties als het ultieme middel om hun doel, de vernietiging van de Joodse staat, door middel van het creëren van een Arabische meerderheid. In al deze gevallen, kost de vluchtelingenkwestie hun helemaal niets, omdat de UNWRA, de VN-organisatie die steunt verleent aan vluchtelingen in hun landen, voor het overgrote deel gefinancierd wordt door Westerse naties.

Deze politieke machinaties hebben van de Palestijnse vluchtelingenzaak een unieke situatie gemaakt. Het is de oudste vluchtelingensituatie die behandeld wordt door de Verenigde Naties en het is tegelijk ook de enige waarin de vluchtelingenstatus wordt toegekend aan nakomelingen van vluchtelingen. Bovendien gaat de aanhoudende klemtoon op de vluchtelingenkampen en het recht op terugkeer regelrecht in tegen de historische werkelijkheid. Massale migraties van personen over de grenzen heen hebben zich gedurende de gehele menselijke geschiedenis voorgedaan. In de meeste gevallen werd de kwestie van een vluchtelingenstatus afgehandeld door absorptie en integratie in andere landen.  Sommigen werden opgelost door naties die met elkaar in oorlog verwikkeld waren.

Bijvoorbeeld, tijdens de jaren 1920 trokken 1,75 miljoen Grieken en Turken over nieuwe grenzen op basis van hun religieuze overtuigingen – Grieks-orthodoxe en islamitische. Anderen uitwisselingen werden stilzwijgend overeengekomen. Een dergelijke zaak betrof de veertien miljoen hindoes / sikhs en moslims die in 1947 werden uitgewisseld tussen de nieuw gevormde landen India en Pakistan. Immers, uit de Eerste Wereldoorlog tot aan de jaren 1950 was het een wijd verbreide mening dat de scheiding van etnische en religieuze groepen door hen over de grenzen te stuwen, de spanningen tussen landen zou doen afnemen en de kansen op oorlogen aanzienlijk zouden doen verminderen.

In andere gevallen werden complete volksgroepen gedwongen te verhuizen als gevolg van grensaanpassingen. Zo bijvoorbeeld werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, onder druk van de Sovjet-Unie, de Poolse grenzen naar het westen verschoven nadat de Sovjets Pools grondgebied hadden geannexeerd. Waarop de Polen op hun beurt als gevolg van die Sovjetannexatie (en het verlies van de oorlog door Duitsland) haar grenzen verlegde naar het Westen en grondgebied dat eeuwenlang tot Duitsland had behoord, annexeerde bij wat nu het huidige Polen is. Miljoenen mensen werden aldus gedwongen om hun huizen en hun voormalige grondgebied te verlaten waar generaties lang hun voorouders geboren en getogen waren. Zo werden ruim 12 miljoen Duitsers  gedwongen hun oostelijk gelegen landerijen en gronden te verlaten (Oost-Pruisen, Silezië, Sudetengebied enz.) en trokken naar het westen. Niemand kreeg tot op heden ooit compensatie voor deze massale verhuizingen, noch het verlies van zoveel grond en materiële bezittingen.

occupation

Normaal gesproken, en hoewel aanvankelijk de vluchtelingen geconfronteerd werden met armoede en moeilijke tijden, werd binnen een generatie de hervestigde bevolking geassimileerd in hun nieuwe land. Een voorbeeld hiervan is de huidige president van Pakistan, Pervez Musharraf. Hij werd geboren in New Delhi (Indië) en op de leeftijd van vier was hij één van de vele moslims die naar Pakistan trokken. Het verhaal van de vluchtelingen (nabestaanden) van de holocaust, veruit de meest verwoestende gebeurtenis die ooit werd toegebracht aan een bevolkingsgroep tijdens de twintigste eeuw, volgde een vergelijkbaar patroon. De meeste overlevenden wilden opnieuw aan de slag gaan met hun leven in een nieuwe en veilige omgeving.

In al deze gevallen bestaat er de natuurlijke neiging van elk ontwortelde groep terug te denken aan het verleden en aan wat ze hebben verloren en moeten achterlaten. Hoewel dergelijke gevoelens worden doorgegeven van generatie op generatie, heeft het verder maar weinig invloed op deze groepen die geabsorbeerd werden in hun nieuwe omgeving. Net zoals de anderen, zouden de Palestijnen waarschijnlijk hetzelfde parcours van absorptie en integratie hebben gevolgd, als zij hierin niet voortdurend gehinderd werden – en nog worden – door daden van terrorisme, gevoed en versterkt door de onophoudelijke anti-Israëlische propaganda.

Bron: Artikel van Sidney Zabludoff: JCPA analyse van Sidney Zabludoff, vrij vertaald, hier en daar aangepast en aangevuld door Brabosh. Het aspect van verlies van activa en goederen van de Palestijnse Arabische vluchtelingen enerzijds en dat van de Joodse vluchtelingen anderzijds komt later uitgebreid aan bod.

Tweet
Share
Share
0 Shares